Het bruiloftsmaal

Door Appelpit gepubliceerd op Wednesday 15 April 10:14

Kort verhaal over een ritueel huwelijk bij het steenvolk

51207ae062a1b52ea9ff0028cf5476ad_medium.

‘Ze heeft ja gezegd! Ze komt!’ Opgewonden komt Perry de woning van zijn vriend Pait binnen stormen. ‘Je moet me helpen met voorbereiden. Dat heb je beloofd!
Pait zit met zijn rug naar de deuropening voor de vuurplaats. Met een grote tang houdt hij een ronde steen in het heetste deel van het vuur.
‘Achttien, negentien, twintig.’
Pas als hij de steen zorgvuldig op een richel naast het vuur heeft gelegd, draait hij zijn granieten kop om naar zijn bezoeker.
‘Je helpt me hè’’, zegt Perry ongeduldig. ‘Je hebt het beloofd!’
Pait lacht zijn brokkelige tanden bloot en knikt.
‘Natuurlijk help ik je. We gaan er iets geweldigs van maken.’
Perry loopt naar de vuurplaats en kijkt naar de zwart geblakerde, eivormige steen.
‘Een echte karduin?’ hij steekt zijn hand uit, maar Pait pakt hem bij zijn pols.
‘Niet aankomen. Dan verpest je de brandsessie.’
‘Echt Pait? Gaan we deze steen gebruiken? Het is een karduin hè. Dat brengt geluk! Oh, ik ben zo verliefd en ze heeft ja gezegd. Zodra de nieuwe maan voorbij is… We hebben nog negen dagen om een perfecte maaltijd te maken!’
De oude Pait lacht zachtjes om het enthousiasme van Perry. Hij kent de jongen vanaf zijn geboorte. Zijn vader was Sterke Pier, de gezworen kameraad van Pait. Toen Perry vier jaar was, verdween z’n vader bij de instorting van een mijn. Sindsdien houdt Pait het joch een beetje in de gaten. Hij leert hem de steenrituelen die een zoon van zijn vader hoort te leren. Perry is een goede leerling en nu hij volwassen is geworden, staat hij op het punt het belangrijkste ritueel te gaan uitvoeren. Het huwelijksmaal.

Tien minuten later wordt Perry zachtjes naar buiten geduwd door Pait, die helemaal gek wordt van het opgewonden gedraai en de litanie ‘Ik ben verliefd’, ‘ik ben zo verliefd.’ Hij krijgt de opdracht mee om morgen terug te komen met genoeg blauwe zeepsteen, puimsteen en travertijn. Omdat het al donker begint te worden, zoekt hij eerst een prettige plek om te rusten. Hij voelt zijn voeten al zwaar worden dus hij moet opschieten. Het lukt Perry om voor zonsondergang zijn lievelingsplek te vinden in het zand onder een boom. Juist als hij in een comfortabele houding is gaan liggen, verdwijnt de zon achter de horizon en even later is hij nauwelijks meer van zijn omgeving te onderscheiden. Onbeweeglijk als een rots ligt hij te slapen.

De dagen erna hebben Perry en Pait het druk met de voorbereidingen van het huwelijksmaal. Perry verzamelt de ingrediënten en Pait weet precies hoe alles ritueel bereid moet worden. De zwarte karduin is inmiddels volledig gebrand en zal een belangrijk onderdeel uitmaken van het gebeuren. Aan het eind van elke ochtend sluipt Perry er even tussenuit om zijn aanstaande bruid te ontmoeten. In zijn uur pauze zit hij samen met haar aan de oever van de rivier. Veel zeggen ze niet tegen elkaar, het steenvolk is een volk van weinig woorden, maar als ze elkaar aankijken spatten de vonken er vanaf. Met zijn grote, ruwe handen strijkt Perry zo nu en dan langs de vloeiende lijn van haar nek en schouders. En altijd weer wordt hij betoverd door haar fonkelende obsidiaanzwarte ogen.

‘Nog acht dagen’, zegt hij als hij onwillig haar hand loslaat, en de volgende dag:
‘Nog zeven dagen.’ Hoe dichter de dag van de bijzondere maaltijd nadert, hoe moeilijker hij het vindt om van haar weg te gaan.
‘Morgen’, fluistert hij ten slotte en neemt haar nog één keer voorzichtig in zijn armen voordat hij haastig moet vertrekken. Onderweg voelt hij de kiezels rollen in zijn buik. Wat is hij verliefd! Die middag leggen Perry en Pait de laatste hand aan de enorme schotel. Samen dragen ze de zware last naar het rivierstrand. s’ Nachts slaapt Perry naast zijn schotel. ‘Morgen’, fluistert hij tegen zichzelf voordat hij de laatste zonnestraal ziet verdwijnen en in slaap valt.

Het bruiloftsmaal begint kort na zonsopgang. Zodra Perry de verstening van de nacht heeft afgeschud, loopt hij de tien meter naar zijn bruid met het eerste gerecht. Op een plat schaaltje brengt hij haar kruimige, witgele mergel. Bedachtzaam proeft ze van de zachte steen. Hij kijkt hoe ze het in haar mond steekt en als een moeder die haar baby voert, hapt hij mee in de lucht. Proeft in gedachten de lichte, stoffige typische mergelsmaak.
‘Lekker?’
Ze antwoord alleen met een sensueel ‘mmmmmm’ en drukt zich even tegen hem aan.
Dan is hij alweer op weg naar de schotel op het strandje, om het volgende onderdeel te halen: speksteen. Hij voert haar de kleine, vettig aanvoelende brokken die ze met haar sterke kaken vermaalt. Een kruidige steensmaak, licht pittig met een vleugje zand. Zelf is Perry er dol op, maar vandaag is alles voor haar.
Als tussengerecht volgen er piepkleine stukjes donker albast. Hij haalt een karaf water om deze hardere steentjes mee weg te spoelen. Hij weet hoe ze smaken: de typische smaak van edelsteen met daarbij iets van bliksem en een metalen nasmaak.
Tussen de verschillende gerechten zitten ze dicht naast elkaar. Ze kijken over de rivier en genieten van elkaars aanwezigheid.

Hij brengt haar de schuimigste puimsteen, gladde butter jade en het bijzondere stukje galasteen dat een reiziger ooit meebracht. Na elke gang wacht hij langer met de volgende. Liefkoost zijn bruid, voert haar extra lekkere hapjes, vraagt hoe het haar smaakt. En zij glimlacht, eet en houdt zijn hand vast. Naarmate de maaltijd vordert, voelt Perry zich een beetje droevig worden. Het duurt allemaal maar zo kort.

Voor het opdienen van het klapstuk van de maaltijd, de zwarte karduin, is het tijd voor het gedicht. De hele week heeft Perry er mee geworsteld, maar het is gelukt en hij is tevreden over het resultaat. Terwijl zijn lief de laatste resten brosse Travertijn doorslikt, staat hij op om het plechtig voor te dragen.

Talloze malen ben ik langs je gegaan

Je zag me niet lopen, je zag me niet staan

Ik was een kind en niet interessant

Ik speelde met steentjes in het zand

Nu ben ik volwassen, nu ben ik een man

Ik zocht je, ik vond je, ik vroeg je… en dan

Waren we plotseling samen een paar

En nu is de dag van de bruiloft daar

Ik breng je een heerlijke, zware dis

Een maal dat niet licht verteerbaar is.

Een beetje verlegen blijft hij nog even staan, met neergeslagen ogen. Zou ze genoegen nemen met dit gedicht? Als hij opkijkt, ziet hij tranen in haar zwarte ogen.
‘Mooi’, zegt ze met haar donkere stem.
‘Zo mooi’
Ineens voelt hij zich zwaar van verlangen. Nu moet het gebeuren. Met een plechtig gebaar pakt hij de eironde karduin van de schotel, die verder zo goed als leeg is. Met tien langzame stappen loopt hij naar zijn geliefde; de karduin op zijn handpalmen als een offer. Terwijl zij haar mond wijd open spert, duwt hij de steen liefdevol naar binnen.
Bewegingloos blijft ze zitten. Alleen haar ogen worden groter en groter. Dan, na een kwartier, verschijnt de barst.
Terwijl hij ademloos toekijkt, barst haar stenen lichaam open tot er genoeg ruimte is voor twee zachte, ronde, in elkaar gevouwen steenbaby’s om naar buiten te rollen. Dan sluit zij haar obsidianen ogen, zucht nog één keer diep en verandert weer in een enorme steen aan de oever van de rivier.

Een tweeling.
Perry weet niet hoe hij zich voelt. Haar laatste blik zal hij nooit vergeten. Een blik van liefde, van pijn, van spijt en van berusting. Het was zo kort maar ook zo hevig. Een droom leek het. Maar de baby’s zijn echt. Twee gezonde steenjongens, die al na een uur hun eerste zachtheid beginnen te verliezen. Hij zal ze meenemen naar zijn nieuwe woning, vlak naast die van Pait. Hij zal ze eerst zacht zand voeren en later goede zeepsteen. Tot ze echte steenmannen zijn en op zoek zullen gaan naar hun eigen steenvrouw.

ab866aa28516aee451f1529a888927a8_medium.ca658ac8787c67e2d080723bc3c1cead_medium.

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen
Heel bijzonder dit verhaal, dat wel winnen zal, neem ik aan
Zo beeldend: en als een moeder die haar baby voert, hapt hij mee in de lucht.
Dank je Weltevree.
Weer heel mooi. Alleen stoort me een beetje dat je het over 'woensdag' hebt. Het doet een beetje af van de magie.
Ik zie wat je bedoelt. Een woensdag hoort niet thuis in dit verhaal. Ik heb em er uit gehaald. Dank je wel voor de tip!
Heel mooi geschreven
Mooi en heel fantasierijk.
Gelezen.
Mooi verhaal alleen zo jammer dat het zo moet eindigen voor een steenvrouw
Het is niet anders ... Dank je.