Soep met balletjes

Door Marcker gepubliceerd op Sunday 12 April 12:14

Tijdens het verorberen van een werkelijk verrukkelijk stukje kip, knabbelde ik plots op 
een hard bolletje. Even dacht ik dat de beenhouwer een botje over het hoofd had gezien, maar helaas. Ik had de vulling uit een van mijn kiezen gesmuld. Welke weet ik niet, ik heb keus te over, ziet u. Beteuterd verkondigde ik de droeve mare aan mijn betere helft, die prompt een afspraak bij de tandarts regelde.

Om er zeker van te zijn dat ik wel degelijk naar de tandarts zou gaan, had ze het zo 
geregeld dat ze mee kon gaan, kwestie van tegelijkertijd haar jaarlijkse controle te laten doen. Mijn vrouw is heel praktisch ingesteld. Ik zei luchtig dat ze mijn handje niet hoefde vast te houden, maar juichte haar beslissing in mijn binnenste toe. 

Het zit namelijk zo: die tandarts en ik... Het klikt niet echt. Dat ze de spuit hanteert zoals een timmerman zijn spijkerpistool, dat deert me niet. Dat ze een kleine vinnige tante is die geen blad voor de mond neemt, kan me niet schelen. Dat ze mijn gebit controleert zoals een veekoopman de kwaliteit van een aftandse knol keurt, wat geeft het. Het is die combinatie van factoren. Haar afkeurende frons telkens wanneer ze een blik in mijn eetkamer werpt doet me meer pijn dan de gevreesde verdovingsprik. Waar die aversie vandaan komt is me een raadsel. Misschien stink ik gewoon uit mijn bek?

In mijn egeljasje togen we dus naar de tandarts. Ik hoopte stiekem dat ik eerst mocht, 
dan zou tenminste de verdoving sneller uitgewerkt zijn. Terwijl ze de staat van mijn gebit keurde, wat gepaard ging met bedenkelijk gemompel, veelbetekenende blikken naar mijn echtgenote en vinnig getrippel, speelde ik in mijn hoofd het Ave Maria van Caccini af. Bartoli klonk wat vals, warempel.

Met een klap deponeerde de tandarts haar materiaal op het tafeltje. Ze nam een spuitje en stak het zonder omhaal onder mijn lege kies. Stoïcijns verdroeg ik de pijn. Geheel buiten mijn wil zocht een traan uit mijn rechterooghoek zich een weg naar mijn oor. Toen bedacht ze zich opeens en opperde dat het misschien een goed idee zou zijn om even een foto van mijn gebit te nemen.

Terwijl ik mijn kaak beurs voelde worden, werd ik naar het opname apparaat geleid. Ik moest op een plastic stokje bijten. Een beetje voorovergebogen, mijn handen aan weerszijden rond twee steunpunten. Ik zag mezelf staan als een bedeesde gluurder bij een peepshow. Twee plaatjes draaiden zoemend rond mijn hoofd en klaar was de kiek. 

Ik mocht direct het resultaat mee bekijken op haar computerscherm. De kaak van een 
verlegen Neanderthaler lachte me ietwat bedremmeld toe. Er volgde nog meer 
gemompel, een virtuoze  drumsolo van haar pen op het glazen bureaublad en een diepe zucht.

Opgewekt vertelde ze me dat ze hela-haha-aas geen vulling kon steken. Er zat een abces op de zenuw. Er volgde nog een uitleg, waarbij ze me evengoed de driehoeksmeting van de positioneringtechniek had kunnen uitleggen. Ik was de draad 
allang kwijt maar besefte een ding heel goed: die verdoving had echt niet gehoeven. 

Ze overhandigde me een kaartje van een specialist in wortelkanaalbehandeling, die me op eenvoudig verzoek vierhonderdvijftig euro lichter zou maken. Daarna mocht ik, na afspraak,  terug naar haar gaan om alsnog een vulling te laten zetten. Mijn vrouw mocht zelfs weer meekomen. Ik kon mijn geluk niet op.

Mijn avondmaal bestond uit soep met een rietje. Spijtig van de balletjes.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.