Op die oude fiets

Door Weltevree gepubliceerd op Saturday 11 April 11:59

De volgende avond vergeet EmjE van de weeromstuit haar koffie op te drinken omdat ze met grote ogen het drama van gisteren aanhoort. Eén trage machteloze traan, zonder mening of gevoel, dribbelt langs mijn wang. Een beeld dat ze al jaren niet meer zag. Als ik jou niet had om af en toe bij uit te blazen, mijn emoties mee te delen, zou ik de helft maar aan kunnen
“Oh, het is toch om je dood te schamen? Als ik nog hoopte dat we tenminste nu samen onze moeder zouden begeleiden, broer en zus, gelijkwaardig, is dáár toch echt niets meer van over. Mijn broer! De ongure malloot, het stomme stuk onvolwassen verdriet. De oudste, mijn grote voorbeeld? Het is echt iemand waar je wat aan hebt, waarmee je voor de dag kunt komen, sjonge, mijn steun en toeverlaat. Die eeuwige hoop, pffft," geef ik cinisch lucht aan alle kwade eenzame ongenoegens.

"Zo tekeer gaan kun je toch niet maken bij al die doodzieke mensen?" vindt ze.
"Nee en ik zat daar ook nog als houten klaas op die stoel vastgepind, terwijl ik voelde dat ik hem naar de strot moest vliegen. Zo dubbel allemaal. Je kunt daar toch niet rollebollend in gevecht gaan, elkaar tot moes slaan? ” Mijn vriendin schudt meewarig haar hoofd. Ze luistert, knikt regelmatig als ik herhaal wat ik hem daarna allemaal naar het hoofd heb gegooid.
“En ma? Ach gossie, toen ik in de woonkamer terugkwam zat ze daar nog versteend aan tafel. Alleen, bijna doorzichtig, zo triest met al die lege kopjes voor zich. Zo’n aangrijpend filmbeeld waarvan je in de bioscoop allemaal begint te snotteren.”

Mijn hartsvriendin blijft haar hoofd schudden, vind het onbegrijpelijk. EmjE kent mijn moeder door en door, heeft wel vaker een aanvaring met haar gehad. Dat werd meteen in alle rust uitgepraat en hoe mijn broer het heeft  aangepakt vindt ze de spuigaten uitlopen. Hoewel het een doordeweekse avond is, zij morgen weer moet werken, filosoferen we uitgebreid over hoe het gedrag van mijn broer moet worden ingeschat. Gezien vanuit zijn jeugd, vanuit het volwassen perspectief, maar we zijn het erover eens dat het gemeen is om ma dit op de valreep nog aan te doen, “want ik heb niet het idee dat ze het nog lang volhoudt,” beken ik. ”Nee, zeker niet als ze dit soort mishandeling vaker voor de kiezen krijgt.”

“Ze was na al die diepe indrukken van die dag al doodmoe, een ziek musje, schim van zichzelf. Hoe is het mogelijk dat iemand dat niet ziet? Is hij echt stekeblind? Heeft die kloot dan geen enkel invoelingsvermogen?”
“Nee, liefde is voor hem onontgonnen gebied?” vraagt EmjE zich af.
“Voor anderen, de familie van Tekla, gaat hij door het vuur. Die lui kunnen nooit iets verkeerd doen en men gaat maar één keer naar een sterfhuis. Zelfs dat moest hij aan flarden schieten en hoe moet ma dit verwerken terwijl ze juist alle zeilen bij moet zetten om zich op de dood voor te bereiden?” Mijn vriendin blijft het antwoord schuldig.

“Zo’ n dag is eenmalig. Die kunnen we nooit meer over doen, verdomme. Het had in rustige eerbied moeten eindigen! Nu hangt er voor eeuwig die zwarte schaduw overheen! Ma was totaal verward, kreeg geen hap eten meer door haar keel en toen ze verdrietig in bed lag heeft de directrice voor mij een persoonlijk gesprek met de kolonel van het Leger des Heils aangevraagd. Het werd me gewoon allemaal te veel en hij had die avond toevallig dienst. Een rustige man, de enige die ik daar tot op heden in uniform heb gezien. Hij heeft me geduldig aangehoord. Knikte, trok soms zijn wenkbrauwen op, maar onthield zich van een oordeel. Wat hij uiteindelijk zei kwam keihard bij me aan en ik werd er op slag heel rustig van.” EmjE glimlacht.”Kennelijk heeft die rust niet lang geduurd,” spot ze en ik schiet van dit welkome vleugje humor gelukkig in een bevrijdende lach.

“Nee, het was een fraai filosofisch statement, klopte psychologisch ook als een zwerende vinger, maar daarmee ben ik nog niet van mijn woedende emoties af, al had hij het grootste gelijk van de wereld.”
“Wat zei hij dan?” dringt ze aan en ik krijg er opnieuw een brok van in de keel.
“Weet u, mevrouw, ieder neemt op zijn eigen manier afscheid. U doet dat met liefde, vergiffenis, begrip en door zorgzaam te zijn voor uw moeder. Omdat dit u gelukkig maakt. Een ander heeft soms nog te veel op zijn lever voordat hij klaar is om de dood van moeder of vader te accepteren.”

Mijn altijd verstandige vriendin knikt. “Ja, zoiets valt meteen op de plek.” 
​“Klopt. Ik heb het geweten, aangevoeld dat hij nog van alles kwijt moest voordat het te laat is, maar de rest van deze moedermoord moet hij dan op haar eigen kamer doen, zonder mij of andere pottenkijkers erbij. Dank u zeer beleefd, ik heb er geen enkel begrip meer voor, heb er altijd tussen gezeten, gemangeld tussen die twee, die elkaar de hand boven het hoofd hielden. Met zijn jaloerse troep erbij kan ik niet alle aandacht aan ma besteden. Hoe ga ik nu verder met hem om?”
“Zoals altijd. Je hebt gedaan wat moest; hem ter verantwoording roepen. Meer kun je niet doen. Jij hebt jouw zegje gezegd, je geweten gevolgd en je bent er nu verder gewoon voor je moeder. De rest is een zaak tussen haar en je broer,” zegt ze overtuigd en ik knik, constateer ineens verbaasd dat ik hem na mijn uitbarsting niet meer terug heb gezien.
“Vanmiddag ben ik ruimschoots voor het eten weggegaan. Ma was te moe, maar misschien zien we hem daar nu inderdaad niet meer? Is dat dan mijn schuld?”
“Ben je mal. Ieder heeft zijn eigen verantwoording in deze. Hij komt misschien wel af en toe, zoals altijd, na het eten. Een uurtje aanwezig zijn?” denkt mijn vriendin hardop en dan moet ik ineens ook nog iets uiterst merkwaardigs over mijn dochter kwijt.

“Alsof ik al niet voldoende aan mijn hoofd heb, er komt zoveel op me af om te verhapstukken. Het motregende vandaag toch?”
“Ja, ik vond het maar een lange mistroostige dag.”
“Belt M**** om vier uur op dat ze later thuis komt want ze zijn haar fiets aan het opknappen.”
“Zo zo, en dat zonder dat jij er om hebt gevraagd? Wat een voorbeeldig kind.”
“Inderdaad, jaha. Dat is toch om je dood over te lachen en weet je wat? Zij deden dat in de tuin bij Tooske.” Nogmaals knikt EmjE bewonderend.
“Valt jou daar niets bij op?”
“Och, pubers doen wel meer dat wij niet snappen. Moeten ervaring opdoen, verantwoordelijk worden voor eigen gedrag, immers.”
“Een fiets schilderen in de regen? Dat wordt geheid een knoeiboel en dat terwijl het atelier momenteel leeg staat?" Nu is ze toch ook verbaasd.
"Maar goed, impulsief, ze moeten kunnen experimenteren, dacht ik in eerste intantie: nu komt er straks zo’n lekker oud brikkie met frisse rode hartjes ons pad oprijden. Of iets in regenboog kleurtjes, dat pas wel bij haar leeftijd, toch?" 

2177612bb9368a509a6b044c8912e24d_medium.

Mijn vriendin wacht af.
"Nee hoor, EmjE, niets van dat jonge onstuimige. Hij wordt zwart! Terwijl hij altijd al zwart was. Hoe is dat te rijmen?” Ze schiet in de lach, denkt dan serieus dat mijn dochter de kans grijpt iets volslagen onzinnigs te doen dat mijn aandacht zal vangen, "omdat jij momenteel niet voldoende tijd voor haar hebt? Doen ze wel vaker, kinderen, uit een soort van protest."
“Haha, en als ik belangstelling toon, speciaal de tijd voor haar neem, wuift ze me steevast weg. Het gaat me niets aan wat ze denkt of voelt, bromt ze dan en zeker niet vriendelijk. Maar nou komt het… ze zei dat alles er af lag… van die fiets. Alle kabels en de handremmen en zo.” Nog steeds kijkt EmjE er niet raar van op, vindt enkel dat ze dat klusje dan wel grondig aanpakken.
“Ja, hahah, heel grondig. Dat zei ik ook meteen en beet mezelf toen op de tong.” Haar wenkbrauwen schieten omhoog.
“Ja, want ik wilde mijn ontdekking nog niet prijsgeven. Er hebben namelijk nooit handremmen op die oude rammelbak gezeten, hihi. Die twee spoken iets uit. Wat weet ik niet, maar misschien kan het niet door de beugel? Ik laat haar nu in haar eigen vet gaar smoren. Kijken of ze er uit zichzelf mee op de proppen komt. Ze zal dat stukje huisvlijt immers een keer bij ons in de schuur moeten zetten?” 

Vervolg: De administratie en zo

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een heel mooi gesprek!
Ach ja, die fiets, die kan ik me herinneren. Dat liep dus samen met dit verhaal.
Klopt, dat was in die spannende tijd, alsof mijn hoofd niet toch al overliep, maar ja, met pubers kun je zoiets wel verwachten
die dochter van je !! :-)

En ja, ik dacht ook dat je broer mama's lieveling was?
Alleen had hij dat dus zelf niet echt door. Jaloezie kan je blind maken, kennelijk
Gelezen, geen commentaar.
gunst ja, dat gedoe met die fiets was er ook nog.
Ware woorden van die kolonel, maar toch had je broer het heel anders kunnen doen. En zonder geschreeuw. Was een brief niet beter geweest?
Ja, er zijn uiteraard veel en betere methoden, maar kennelijk kan vermeende misdeeldheid en haat je hiertoe brengen
Toch snap ik niet hoe je broer zo tekeer kon gaan in gezelschap van al die mensen. Ik dacht altijd dat hij het lievelingetje van je moeder was. Heeft hij dat dan heel anders ervaren?
Ja, hij heeft altijd gedacht dat ik was voorgetrokken. Hoe blind ben je dan? Is hij het lievelingetje van ma en ziet hij het niet eens.