De bultenaar

Door Marcker gepubliceerd op Thursday 09 April 23:47

'Hou op met klagen,' zei de bultenaar vanonder zijn steen en vroeg toen bedeesd, 'is er volk?' 
Ik zei, 'nee, kom maar tevoorschijn, er zullen geen kinderen om je huilen.' 
Hij stond op en klopte het vuil van zijn kleren, een onnodige handeling. Luid snoof hij de avondlucht op en zei, 'er is iemand begraven vandaag.' 
Ik lachte en spreidde mijn arm over het kerkhof, maar hij herhaalde het nog eens en voegde er aan toe, 'hij is nog warm.' 
Dat beviel me al minder en ik kreeg een akelig visioen. In een gesloten kist te liggen, meters onder de grond, door iedereen vergeten na een laastste groet. Hij rook mijn angst en lachte twee zwarte tanden bloot, 'je bent toch niet bang voor de dood? Ik ben bang voor het leven. Zullen we ruilen?' Hij draaide ostentatief zijn bult en zijn dikke kont naar me toe. 
'Levend begraven worden moet het verschrikkelijkste zijn wat er bestaat,' zei ik zacht terwijl ik huiverde bij de gedachte. 
'Vertel mij wat,' bromde hij en hij  raapte een takje van de grond om in zijn oor te peuteren. 
'Je zoekt het zelf, dat men je afstotelijk vind,' wees ik hem terecht, 'met je weerzinwekkend gedrag.' 
Hij stak verongelijkt een vinger uit, 'te dik, past niet in mijn oor.' Inderdaad, een korte, dikke stomp met een afgekloven nagel. Hij haalde zijn schouders op, de bult schokte mee, 'alleen met een spade en een regenjas aanvaardden ze me, als ik hun naasten begraaf, maar als ik in het dorp loop om een brood te kopen, steken ze hun neus in de lucht. Uiteindelijk heb ik het laatste woord.'
'Oh, ja?' vroeg ik slim, 'en wie heeft over jou het laatste woord?'
Hij lachte kort, 'ik ken mijn dag en uur. Als het zover is kruip ik wel zelf op tijd in mijn kist, ze zullen van mij geen last hebben.' Ik keek hem aan met een zweem van spot, 'welke god verwaardigt zich om een schepsel als jij de gave van vooruitziendheid te schenken?' Woest keek hij me aan met roodgloeiende ogen, 'dezelfde smeerlap die me die bochel gaf!'

Het begon te schemeren en de kale bomen die de dodenakker omzoomden begonnen op verwarde reuzen te lijken die ademloos onze conversatie volgden. 'Weet je dan ook wanneer mijn uur geslagen is?'  vroeg ik benauwd. ' Dat mag ik niet zeggen,' mompelde hij afwerend, 'deze kennis kunnen gewone stervelingen niet aan.' 'Ik ben geen gewone sterveling,' riep ik kwaad en schrok van mijn eigen stem, de bomen bogen zich wat naar ons toe. 'Je zult het wel merken, neem dat maar van me aan,' klonk het, maar ik zag hem niet meer. 

Vertwijfeld wandelde ik naar huis, niet wetend of het echt was wat ik had gezien. Zonder te kijken stak ik de straat over en een monster hield hijgend en piepend zijn pas in om me niet te raken. Uit het monster kwam een rood aangelopen hoofd dat me allerlei verwensingen naar mijn kop slingerde. Vanaf die dag ben ik heel voorzichtig geworden. Beseffen dat je leven eindig is, is moeilijk, maar weten dat iemand anders weet wannéér je tijd gekomen is, is ondraaglijk. Nog dikwijls probeer ik de bultenaar op te sporen, keer iedere steen om, maar hij laat zich niet meer zien. Soms duikt hij even op in mijn dromen, ik zie zijn gloeiende ogen, zijn dikke vingers en de twee stompjes in zijn vormeloze mond en dan schiet ik wakker. Ik wou dat ik hem nooit had gezien, hij heeft me mijn levensvreugde afgenomen en in zijn bult gestoken.
Zijn bochel is enorm.

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Oeps...heb mezelf een duim gegeven... .
Bedankt. Is een beetje de bedoeling. Wat confronterend, beetje de grenzen aftastend... .
Apart verhaal. Vooral het begin vind ik mooi, een beetje ontregelend.