Onbeschoft gaat uit

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 09 April 10:47

Patries en Harry benutten hun housewarmingparty voor het afscheidsfeest van ma en ze staan klaar als ik tien minuten voor tijd arriveer. Mijn dochter wilde niet mee, maar op haar vijftiende heeft ze natuurlijk niets met al die ouwe taaien gemeen en ze vermaakt zich ook heel graag alleen.

cfad9eba4518ec214004a52988b7e68e_medium.​Het ziet er feestelijk uit in de eetkamer met alle heerlijke hapjes en ik vertel de gastvrouw en -heer, die al jaren veel met ma optrekken, in vogelvlucht over ons bezoek aan de hospice. "Ma had graag als eerste hier aanwezig willen zijn, " zeg ik, "maar ja, Broer komt nooit op tijd."
De eerste gasten druppelen binnen, duidelijk verwonderd dat ik alleen ben. Een half uur later staan wij regelmatig op de uitkijk terwijl in de ruime woonkamer het merendeel van de alleengaande genodigden aan het feest is begonnen. Met de minuut voel ik me meer opgelaten.

Bijna een uur te laat stopt de witte Toyota voor de deur, maar Broer blijft zitten waar hij zit en verroert zich niet. Ik houd de adem in omdat Harry meteen bezorgd een sprintje over het grasperk trekt om ma uit de auto te helpen. Hij neemt een grote plastic zak van haar over. Vanuit hun halletje zie ik hoe mijn kleine moeder aan boomlange Harry’s arm probeert een waardige gezonde indruk te maken, maar ze is duidelijk erg instabiel. Patries staat inmiddels ook bij de auto en gebaart om het raam omlaag te draaien. Er gebeurt niets. Terwijl Tekla van de achterbank afklimt, het voorportier opent en gehaast haar plaats naast manlief bemachtigt, kijkt Broer niet op of om. Nogmaals klopt Pat tegen het autoraam en in mijn maag springt de steen der schaamte direct in stelling als er nog steeds niets gebeurt. Wat een onbeschofte vertoning, denk ik.

Zodra het feestvarken zich stevig ondersteund in het ongelijke gras staande weet te houden spuit de auto met gierende banden weg, Patries op de smalle rij tegels verbijsterd achterlatend. Ze maakt hoofdschuddend een machteloos armgebaar en stampt naar de voordeur, in het voorbijgaan sissend : “Wat een hork. Ik wilde hen uitnodigen maar die broer van jou deed het raam niet eens open, nou ja zeg!” Gepikeerd stuift ze langs me heen terwijl ma zich, door Harry geholpen, met moeite ontdoet van de lange donkerblauwe jas en haar kwieke groene baret. Ze wil echter niet meteen mee naar de woonkamer, piept ze verdrietig.

“Oh Syl, zo verschrikkelijk,” fluistert ze wijzend naar de zak onder de kapstok.
“Luiers. Ik ben doodop, heb de hele nacht liggen spoken. Diaree. Duizelig. De zuster zei dat het van die zetpillen komt die dan niet goed werken. Ik schaam me dood, echt waar. Ze hebben me wel drie keer moeten verschonen en je broer was te laat, heel erg kwaad. Snap jij dat nou?” Het huilen staat haar nader dan het lachen en ik kan wel gillen om zoveel ongerechtigheid. Er komt te veel op me af: boze Broer, onaangename schoonzus, een op haar tenen getrapte Patries, doodzieke moeder plus het zwaard van Damocles boven ons aller hoofd: de op hande zijnde, onomkeerbare, verhuizing naar het sterfhuis.

Zodra ma de woonkamer betreedt is ze meteen het middelpunt van het feest op de makkelijkste stoel die Patries voor haar vrij heeft gehouden. Iedereen geeft haar een hand, maakt complimenten.  “Je ziet er goed uit,” maar ze windt er met een trieste glimlach geen onnodige doekjes om.
“Ja, haha, maar dat komt uit een potje en vergeet de wonderpillen niet. Morgen ga ik naar de Hospice in Velp.” Ik moet wel aan tien verschillende mensen uitleggen wat dat inhoudt en zodra de eerste toast wordt uitgebracht vloeit Broer en zijn onverkwikkelijke gedrag gelukkig naar de achtergrond. Het lopende buffet is een groot succes. Ma weet zich op handen gedragen en dankbaar bekijk ik de mensen die van de partij zijn. Ik vraag me af wie van hen, buiten Patries en Harry,  echt in de gaten heeft hoe slecht mijn moeder er aan toe is. Ze lijkt zo gezond als een vis, zit als de koningin-moeder te genieten, maar wie zijn ogen niet in de zak heeft ziet haar zienderogen inzakken. Tot ze na anderhalf uur vraagt of ze weg mag.

In het ziekenhuis heb ik het met haar te doen vanwege de doorwaakte nacht die nog eens, van voor naar achter, uit de doeken moet worden gedaan. Ze wil echter niet dat ik mijn arm om haar heen sla en ze vertelt eindelijk dat Broer ook erg onvriendelijk kortaf deed toen ze in het ziekenhuis aan kwamen.
“Hij was boos, maar ik weet op geen stukken na waarover en Tekla hield zich, zoals gebruikelijk, ook op de vlakte. Achteraf had ik jou beter kunnen vragen om me op te halen. Hij reed ook als een waanzinnige zodat ik nog duizeliger werd.”
“Ma, trek het je niet aan, ik snap ook niet wat hem bezielt. Patries wilde hen uitnodigen, maar kennelijk hadden ze daar geen zin in.” Zodra ze in pyjama naast het bed staat zie ik hoe grauw ze wordt. Die twee uur hebben haar gesloopt en ik help haar onder de dekens waar ze een diepe zucht slaakt. Meteen vouwt het gezicht weer in de plooi als de verpleegster opgewekt komt informeren of ze een fijne middag heeft gehad. Kennelijk ben ik de enige die mag zien hoe slecht het met haar gaat? 
“Morgen rond twaalf uur gaan we eerst naar je huis zodat we één en ander op kunnen halen, goed?” Ze kijkt me getergd aan, alsof het een doodzonde is dat ik met dit infame voorstel kom.
“Och ma. Nu ben je moe en morgen hebben we echt geen haast, de tijd aan onszelf. Als je wilt kun je nog uitgebreid van je eigen spulletjes genieten. Dan drinken we daar samen op ons gemakje een lekkere kop koffie met een luxe broodje erbij en kun je me ondertussen instrueren wat je mee wilt nemen. We mogen ieder moment van de dag bij de hospice binnen vallen. ” Terwijl ik haar probeer over te halen weet ik al dat ik bot zal vangen en ze schudt heftig haar hoofd. Ik begrijp er niets van dat ze die kans niet aangrijpt, maar zij mag zeggen hoe ze het hebben wil en ik geef me daar aan over.

“Weet je al wel wat je in de hospice bij je wilt hebben?” Ze geeft een hele lijst op: het nagelgarnituur, wat make-up en parfum, etc. Die en die foto’s, het schilderij boven het dressoir, mijn aquarel van het heidelandschap en prullaria waarvan nu pas blijkt hoezeer ze daar aan gehecht is. Zoals de kristallen karaf met bijpassende glazen, de enige drie van de hele set die de oorlog hebben overleefd. Een aardewerken plateel onderzetbord en het besteksetje dat pa haar gaf.

Zodra haar hoofd het kussen raakt, slaapt ze en ik zet mijn zintuigen op nul, rijd als een zombie naar het huis waarvan ze kennelijk geen afscheid meer wil nemen. Daar merk ik hoe de onverwarmde woning al leger en meer verlaten lijkt. Alsof de meubels, waar ma zich zo druk over maakte, toch al onthecht raken en ik realiseer me ineens er enorm tegenop te zien dit alles straks op te moeten ruimen. Nergens zijn namen onder geplakt want dan kwam de dood te dichtbij en de zolder is een grote puinhoop, waar nog timmerspullen van pa bewaard zijn. Waar duizend schroeven en moeren in ontelbare dozen, langs de muur op lange schappen staan. Heel ons feestelijke leven hangt er op kleerhangers achter een gordijn aan de gebogen stang. In plastic hoezen: alles wat ze voor speciale mijlpalen naaide. Mijn trouwjurk en de galajaponnen die we bij het huwelijk van Broer droegen, alle feestjurken die ze voor de cruise met pa maakte. 

Ontheemd bel ik mijn dochter om te overleggen of we patat zullen eten, "want na deze dag zie ik uitgebreid koken niet meer zitten, jij?" Ze vindt alles goed.
Moet ik mijn broer bellen om uit te vinden waarom ze zo raar deden? Zijn chagrijn opvangen en er de schuld van krijgen? Vragen of hij morgen mee wil om ma naar haar laatste verblijfplaats te begeleiden? We zijn immers broer en zus. 
Niemand neemt op. Omdat Broerlief steeds meer zijn snor drukt voel ik me dubbel eenzaam. Wil hij voorkomen dat we deze periode samen kunnen delen? Moet ik voelen dat hij niets met ma of mij te maken heeft? Ik mag er niet lang bij stilstaan, moet straks thuis onversneden aandacht voor mijn dochter kunnen hebben.

Zodra de koffers gevuld in mijn oude auto staan loop ik naar de buren, enkele huizen verderop. Zij komen trouw bij ma en sinds ze in het ziekenhuis ligt breng ik hen meestal op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Onder het genot van een bakkie thee grijp ik de kans even tot rust te komen bij hen, die er niet vreemd van op kijken dat Broer niets met ma's vrienden van doen wilde hebben.
"Het is ons ook wel tegengevallen hoe hij zich de laatste tijd opstelt. Zo gevoelloos, zakelijk, doet hij enkel het hoognodige. Dat heeft jullie moeder toch niet verdiend?" Ik haal zuchtend mijn schouders op. "Sommige dingen gaan mijn pet te boven."

Vervolg: Gesloten boeken

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (22) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Laat ik maar niks over je broer zeggen...

"Kennelijk ben ik de enige die mag zien hoe slecht het met haar gaat?" Achteraf gezien voelt het als een blijk van vertrouwen, lijkt me. Belastend op het moment zelf, maar wel heel mooi.
Ja, achteraf heb ik er ook wel een tevredenheid aan overgehouden al was dat weerbarstige gedrag van Broer soms wel erg storend. Dan moet je echt bij de tijd blijven en je er niets van aantrekken, (de verantwoording bij hem laten)
Jammer dat het altijd zo moeizaam moet gaan. de een benadert de ander niet en daardoor ontstaat er steeds meer verwijdering. Vaak kinderachtig gedrag, geen empathie, geen inlevingsvermogen
Weer met bewondering over de situatie gelezen, ik kan mij wel voorstellen dat het je soms inderdaad je pet te boven gaat. mooi geschreven ook weer.
Ja Yneke, hoe kan iemand zich zo opstellen?
Ik denk dat iemand die alles heeft opgekropt, zoals mijn broer, dat voor het definitieve eind toch allemaal nog kwijt moet en dan ziet hij/zij niet wie er allemaal de dupe van worden of hoe men overkomt.
het is niet begrijpen hoe je broer zich zo kan gedragen!!!

Ik kan het wel een beetje begrijpen dat je moeder liever niet meer in het huis wil gaan.
Een schoonbroer (86 jaar) van mijn ex verloor zijn vrouw 4 jaar geleden. Hij is in een verzorgingshuis. Zijn huis heeft hij te koop gesteld.
Mijn ex en de kinderen regelen de verkoop en het leeghalen van het huis. De schoonbroer wil er NIET meer binnengaan, het zou hem teveel pijn doen, zegt hij.
Ik denk dat het wel wat uitmaakt
of je in een verzorgingshuis zit
of dat je naar een sterfhuis gaat
terwijl je thuis had willen sterven, maar het is gegaan zoals zij dat wilde
Mijn moeder is naar een verzorgingshuis en wil absoluut niet meer naar haar ( lege) huis wat al bijna een jaar te koop staat. Ze zegt dat het doods aan voelt en dus heel vervelend is om er te zijn. Dat zal voor jouw moeder wel ongeveer hetzelfde gevoel zijn. Ik begrijp wat je voelt want ik 'doe' haar oude huis ook alleen.
Bij ma stond alles er nog in, alles waar zij zich in haar leven altijd zo druk om had gemaakt. Ze was vandaar uit halsoverkop in het ziekenhuis beland, zou er ook bijna niets meer van meenemen naar de Hospice.
Iemand die sterft weet zelf het beste wat goed is, neem ik aan en dus deed ik uiteraard precies wat zij wilde.
Wel erg zwaar: sta je op het punt je moeder te verliezen, dan krijg je er nog eens boven op dat je ouderlijk huis ophoudt je vroegere thuis te zijn.
Herkenbaar; mijn moeder is naar een aanleunwoning.
Gelukkig is hier een huis sneller verkocht dan in Nederland, dus we waren het zo kwijt.
Ze wilde er idd niet meer in en wilde aanvankelijk ook niets meenemen. Ik heb er op gestaan dat iig haar bed (een verstelbaar "ziekenhuisbed") en haar gemakkelijke, verstelbare stoel, waarin ze zo lekker zit, meegingen.
Mijn zoon heeft ook haar grote flatscreen tv mee verhuisd en ook alle schilderijtjes, foto's en andere kleine "prullaria".
Dat jouw broer -ook op die leeftijd- nog met oud zeer tov jouw moeder zat en zich daarom zo gedroeg..., eerlijk gezegd begrijp ik dat stukje nog wel. Maar waarom hij tegen jou en de anderen zo deed, nee, dat snap ik ook niet. Misschien zat hij er meer mee in zijn maag dan hij liet zien...
Vreselijk voor jou om er zo alleen voor te moeten staan en eigenlijk alle geleden schade te moeten opvangen. Ik zou in die situatie -die onvermijdelijk ook aan gaat breken- mijn broers en zus niet laten vallen.
Nee, ik heb hem ook nooit laten vallen, maar ja, kennelijk vond hij mij medeoorzaak van zijn probleem en dan meteen maar iedereen die er iets mee te maken had?
Ik snap wel dat je moeder niet meer naar haar eigen huis wilde. Ik denk namelijk dat het voor haar al niet meer als haar huis voelde en het zich wilde herinneren hoe het was. Een huis wat een tijdje leeg staat voelt ook heel leeg aan. Toe mijn moeder na haar ongeluk vier maanden in een verpleeghuis zat gingen we vaak nadat we met Finn gefietst hadden naar haar huis voor de plantjes, de post en dingen voor haar op te halen. Het huis voelde heel leeg aan. Finn was daar ook gevoelig voor, hij wilde er niet zijn op dat moment. terwijl hij er graag kwam als mijn moeder er was.
Ja, ik snapte het ook wel, maar het was ook jammer voor mij, dat ze de gelegenheid niet nam om het er nog even samen gezellig te hebben.
Ik denk dat dat typisch je moeder was ik heb zo het idee dat ze niet echt door had hoe belangrijk het voor jou was. Ik heb namelijk wel het gevoel dat ze jouw op het laatst liever had dan die nietsnut van een broer van je.