Blow Up 1967

Door Fredvanderwal gepubliceerd op Sunday 05 April 07:27

BLOW UP 1967

 …Toen herinnerde hij zich weer dat Cat al om acht uur vertrokken was in haar smetteloos witte jas. Een gouden sieraad in de vorm van een eikenblad op een van haar revers. Op weg door de ochtendspits via de Nieuwe Spiegelstraat centrum Amsterdam naar academie ‘De Schans’. Haar grauwe kantkloskussen als een schild onder haar arm op de fiets.

Geen knight in rusty armour, noch een hoofse dame. Het was hooguit vijf minuten fietsen van het centrum, misschien  iets langer als ze vanaf zijn atelier in de tweede Nassaustraat 8 via de Nassaukade of de Marnixstraat ging. Had hij eigenlijk afscheid van haar genomen of niet?Slaperig een paar woorden gewisseld? Eeuwige liefde betuigd in een verloren ogenblik?

Hij wist het niet meer. Hoe lang duurde eeuwige liefde in de silver sixties?

De combinatie hasj, wijn, twee slaaptabletten –kan mogelijk de rijvaardigheid beïnvloeden- beloofde vergetelheid en resulteerde niet in een vorige nacht van ononderbroken liefde. De ingrediënten van een kunstmatig paradijs. Op zoek naar de verleden tijd jaren later als hij haar fotos nog eens zou bekijken? Zinloos. Twee zwart wit fotos van 24 x 30 en een dozijn kleurenafdrukken, genomen met zijn Yashica 6 x 6 in die warme zomer van 1967. Ingeplakt in een foto album.Het was niet geheel onopgemerkt voor de camera voorbij gegaan.

Het American Folk and Blues Festival van 1967 in het Concert ge bouw waar hij met Cat en een vriend naar toe ging. De verboden rookwaar die ze opstaken tijdens het intro van de elektriese slide gitaar van een grijnzende, staand spelende Hound Dog Taylor, Elmore James navolger. Net iets intenser en gekwelder. Een blueszanger die elk optreden begon met : ‘Let’s have some fun tonight!’ Het was ‘streng verboden te roken’ onder de optredens in het Con certgebouw.  Hij herinnerde zich hoe hij de stick in paniek onder de stoelenrij meters ver weg gooide toen een suppoost zijn zaklan- taren op hem richtte en beval de sigaret ‘onmiddellijk maar dan ook onmiddellijk’ uit te maken.

Het was geen nep hasj trouwens, zoals bij het laatste concert, gekocht van Stonie.  Een druk doende fake hippie, die naast zijn bij standsuitkering in rotsooi handelde. Langharige Amerikaanse drop outs en gedeserteerde GI’s die aan de oorlog in Viet nam waren ontsnapt liepen doorgaans blootsvoets door de Leidsestraat te bedelen met de standaardvraag ‘Do you have fifty cents?’ Later werd het prijsbewuster ‘Do you have a guilder?’ In het begin gaf hij nog wel eens geld tot het te veel werd.

Na afloop van het concert kroop hij over de grond tussen de stoel en op zoek naar de half opgerookte joint. Hoe lang geleden was het dat de Amsterdamse bariton saxofonist Hank  zes maanden gevangenisstraf kreeg voor een tiende gram marihuana, moeizaam bijeengeschraapt door de recherche uit de voering van zijn jasje?

Hank kon zijn onderwijzersbaan daarna wel vergeten. Hij werd zo als zoveel randfiguren kunstschilder en vroeg contraprestatie aan bij de gemeente Am- sterdam. Een huis in de Watergraafsmeer kreeg hij kado van zijn moeder. Kostje gekocht. Vaak hoorde hij Hank op zijn baritonsax oefenen in het pand naast Nieuwe Spiegel straat 48 op dinsdagavonden. Hij had geen hekel aan Henk. Hij herinnerde zich jaren later vooral de kwikzilveren, lichtvoetige, luchtige conversatie met de slanke Cat, maar nog beter haar git- zwarte, geparfumeerde haar, haar olijfkleurige huid. Aan haar vinger de zilveren design ring, ontworpen door Clara Schiavetto uit de Kerkstraat, vlak om de hoek van zijn woning aan de Nieuwe Spiegelstraat.Haar aantrekkelijke, smartelijk gekrulde zinnelijke lippen. Een kusbare dame. Als iets naar meer smaakte…Een paar maanden later. Hij ging overeind zitten. De relatie was zo goed als voorbij.

Een brede baan zonlicht viel juichend door de hoge atelier ramen. Een belofte voor de komende dag. Herfst. Indian Summer. Nog een paar weken en de bittere kou van de winter zou in vallen.

Najaar 1967.

‘A whiter shade of pale’ van Procul Harum stond die zomer met stip hoog in de charts. En paar jaar later werd ‘Je t’aime-moi non’ plus van Serge Gainsbourg een wereldhit. Het meeslepende orgel in die song moet Gainsbourg geïnspireerd hebben door Procul Harum.

De muziek een mengeling van popmuziek met klassieke muziek, met name de muziek van Johann Sebastian Bach. Het zou hierbij gaan om Wachet auf, ruft uns die Stimme (BWV 140), Orkestsuite no. 3 BWV 1068 en Air on the G String (zelf een Bachbewerking). Maarten 't Hart stelt in zijn boek Mozart en de anderen dat het nummer een ‘originele bewerking’  is van de inleidende Sinfonia van cantate 156.[1] Een weinig vermelde inspiratiebron zou te vinden zijn in de prelude O Mensch bewein dein' Sünde groß, BWV 622, uit Bachs Orgelbüchlein.

Een vriendin van Cat herkende het nummer als een bewerking van Bach die gedraaid werd bij de begrafenis van haar grootmoeder. Elke keer als het op de radio kwam zei ze tegen Cat: ‘Daar gaat mijn opoe weer!’ Cat hield van dat soort humor. Hij ook.

(wordt vervolgd)

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.