x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

BLOED

Door Pinoow gepubliceerd op Thursday 02 April 16:52

Noodhulp

Zondag, 28 april 2013. Het was een rustige ochtenddienst. De zon scheen, de lente was eindelijk doorgebroken. Het was echt zo'n dag dat je met je gezin op stap zou willen. De natuur in, of naar een kinderboerderij. Mijn rooster bepaalde anders: Noodhulpdienst. Ik was in dienst van het hoofdbureau van politie, eenheid Amsterdam. Tijdens de noodhulp kan je van alles verwachten. Van het optillen van gevallen bejaarden en overlast meldingen, tot moord, liquidaties en zelfdodingen.

Mijn maatje Jeff is iemand die niet gek te krijgen is. Van hem heb ik leren genieten van rustige diensten. Na 12 jaar trouwe dienst had ik ondertussen mijn rugzak aardig gevuld. Ik heb in de tijd geleerd om de rugzak weer langzaam te legen, door dit soort rustige dagen alsmede gesprekken met psychologen.

Langs de Amstel

Jeff en ik reden langs de Amstel en genoten van de natuur om ons heen. We controleerden een aantal vissers op het bezit van een vispas. Iedereen had alle benodigde bescheiden in bezit. Langzaam zakten we steeds verder de Amstel af, in de richting van Uithoorn.

'AD 4101 komt u uit voor het H.B. Over...'

'4101 H.B.'

'Wilt u gaan naar de Johan Enschedeweg te Uithoorn ter hoogte van Café Plux, voor een onwel persoon die bloed opgeeft?'

'4101 gaat onderweg H.B.'

'4101 onderweg... Uit'

'Eindelijk toch nog een melding Jeff', zei ik met kalme toon. Jeff knikte, boog voorover en zette de sirene aan. We grapten onderweg nog dat het geluid binnen in de auto altijd bijna net zo hard is als buiten. Vloeiend stuurde Jeff ons met spoed naar de aangegeven locatie. Van bocht naar bocht slingerden wij langs de Amstel in zuidelijke richting. 'Ik trek alvast mijn handschoenen aan Jeff, er wordt over bloed gesproken. Ik ren straks direct naar het slachtoffer toe. Volg jij mij met de A.E.D.?' Jeff antwoordde bevestigend. Onze ervaring had ons geleerd dat het maken van afspraken, voor rust, vertrouwen en een goede taakverdeling zou zorgen.

Ter plaatse

Ik volgde de TomTom en gidste ons naar de opgegeven locatie. We kwamen aan bij een parkeerplaats. Deze was gelegen naast een klein bos, aan de rand van een industrieterrein. Tussen de geparkeerde auto's zagen wij geen mensen. Geen slachtoffer, geen bloed...

Ik zette de sirene uit en we reden een rondje over de parkeerplaats. Ik keek rechts, Jeff keek links. Geen slachtoffer te zien. We naderden de ingang van de parkeerplaats weer. 'Waar moet het in hemelsnaam zijn Jeff?' Gedachten schoten door mijn hoofd.

'Het kan best een maagbloeding zijn, dat is dodelijk. Waar is hij? We moeten snel zijn. Straks zijn we te laat... Waar is die ambulance?'

Teruggekomen bij de ingang van de parkeerplaats, zag ik een jongen wenken naar onze richting. Jeff stuurde de politieauto naar de jongen toe en stopte. We stapten uit en alles leek vanaf toen weer automatisch te gaan. Ik hoorde sirenes. Ik herkende de geruststellende melodie als die van een naderende ambulance. Ik sprak de jongen aan. Ik weet nog dat hij mij met grote angstige ogen aankeek. Meteen voelde ik dat we op de juiste locatie waren.

De jongen stond nabij de ingang van de parkeerplaats, bij een smal paadje dat leidde naar het naastgelegen bos. 'Waar is hij?' zei ik tegen hem, met een enigszins dwingende toon. 'Daar! Die kant op!' antwoordde hij en wees in de richting van een wandelpad, het bos in.

 

Rennen

In mijn ooghoek zag ik dat Jeff naar de achterkant van de politieauto liep. Ik hoorde de ambulance aankomen. De achterklep van de auto ging open. Met gezonde spanning rende ik het bos in, met de jongen achter mij aan. Ik volgde het pad. 'Nee, je moet die kant op, naar links!' hoorde ik de jongen achter mij roepen. 'Daar verderop staan mensen die kunnen aanwijzen waar hij precies is.'

Ik schakelde van looppas meer naar de snelheid van een sprint. Ik hoorde al mijn attributen die aan mijn koppel hingen, schudden. Ritmisch ging mijn dienstwapen in het holster op en neer. Ik rende sneller en sneller over het pad van houtsnippers. Rechts van mij waren bomen en struiken. Het was dichtbegroeid. Na 200 honderd meter zag ik rechts voor mij, een aantal kleuren. Met moeite kon ik het door het dichtbegroeide struikgewas onderscheiden als de kleding van een paar mensen.

'Daar moet het zijn. Die mensen weten waar hij is.'

Ik stopte en liep van het pad af, rechts het struikgewas in, in de richting van de twee mensen. Met moeite begaf ik mij tussen bramenstruiken, bomen en kuilen.

Getuigen

Ik had oogcontact met één van het stel. Langzaam begaf ik mij naar de door hem aangewezen richting. Kleine takjes braken onder mijn voeten. Mijn broek schuurde langs bramen. Mijn jas gaf nog enige bescherming voor mijn armen tegen de doorns. Mijn handen werden klam door de latex handschoenen. Ik liep verder en verder. Ondanks dat ik niet meer rende, voelde ik dat mijn hartslag niet langzamer ging. Spanning bouwde zich op. Terwijl ik verder liep schoten gedachten door mijn hoofd.

'Tering, heb ik dit weer? Wat moet een onwelle hier nou? Ik haat bramenstruiken... Ik hoop dat Jeff en de ambulancebroeders mij straks nog kunnen vinden... Hee, wat is dat? Dit klopt niet... Hè hij zit op zijn knieën... Geen bovenkleding... Allemachtig wat een bloed, veel bloed... Wat is DAT? Hij heeft een mes vast... Een heel groot mes! Wat doet hij nu? WAT!?

Verwarde man

Ik zag een blanke man. Hij zat in een schuilplaats, een soort hutje gemaakt van takken uit het bos. Hij was gekleed in een spijkerbroek, met ontbloot bovenlijf. In zijn rechterhand hield hij een groot koksmes vast, met een scherpe punt. Een horror scenario voltrok zich voor mij. Op een afstand van ongeveer 6 meter, zag ik dat de man het mes met de scherpe punt tegen zijn buik aanhield. Ik verstijfde. Ik zag dat hij het mes een stukje in zijn buik stak. Tergend langzaam, verder en verder. Na een diepte van ongeveer 5 centimeter haalde hij het mes eruit. Bloed vloeide. Met golfjes sijpelde het uit de gapende wond. Ik hoorde dat de man kreunde. Ik zag dat het bovenlichaam vanaf zijn ribbenboog naar beneden toe onder het bloed zat. Adrenaline explodeerde in mijn lichaam.

Ik begon te schreeuwen: 'POLITIE! LAAT DAT MES VALLEN!' Geen reactie... De man zat als een Japanner in een horrorfilm stoïcijns en vastbesloten harakiri te plegen. Zijn blik ijzig koud, starend in het niets. Ik zag dat de man het mes weer tegen zijn buik aanhield. Wederom zag ik dat de man tergend langzaam, het mes een stuk in zijn buik stak. Ik voelde dat ik overvallen werd door een mix van emoties. Walging, ongeloof, angst en agressie verstoorden mijn denken. Ik schreeuwde nog harder: 'LAAT DAT MES VALLEN OF IK SCHIET! DROP THE KNIFE!'

Even leek de man uit zijn droom. Hij zat nog steeds op zijn knieën. Met zijn billen op zijn hakken. Nu hield hij zijn beide armen licht gebogen en bijna horizontaal. Het mes nog steeds in zijn rechterhand. Zijn lege ogen staarden nog altijd in het niets. Het volgende moment keek ik door het vizier van mijn pistool. Onbewust had ik het razendsnel getrokken en op de man gericht. Véél groter, helderder en scherper dan normaal tijdens trainingen zag ik nu mijn vizier. Alles eromheen was wazig. Alles was muisstil.

Nu houdt hij zijn arm stil. Mag ik schieten? Als hij tot dit in staat is, wat is hij dan met mij van plan? Straks springt hij op en rent hij op mij af... Ik kan hier niet wegkomen. Ik kan nu zijn onderarm raken.

Kurwa!!

Het enige dat ik nog zag, was het vizier. Haarscherp gericht op het midden van de onderarm. Het enige dat ik voelde was de druk van de trekker op mijn wijsvinger. Ik hoorde niets. Alles was nu stil. Ik bewoog niets. Langzaam trok ik aan de trekker. Verder en verder. Ik voelde de druk toenemen op mijn wijsvinger. Bijna verrast voelde ik geen weerstand meer.

Een keiharde knal vulde de stilte die ik eerder ervoer. In een flits zag ik een beeld van een klein rond zwart gat in de onderarm, precies op de plek waarop ik eerder richtte. Ik zag dat de arm als door een klap geraakt naar achteren ging. Het grote mes was als in een goocheltruc verdwenen. Wat volgde was een luide schreeuw van de man. 'KURWAAAAAAAA!!'

Wederom zag ik bloed. Het kwam met golfjes uit de onderarm van de man en sijpelde op de grond.

De man schreeuwde door, in een taal waarvan ik vermoedde dat het Pools was.

Nog steeds richtte ik op de man. Ik voelde mijzelf ongelooflijk bang.
Dit sloeg snel om naar een gevoel van agressie. Over mijn porto hoorde ik de stem van Jeff: 'H.B. er is geschoten! Vermoedelijk door mijn collega van de 4101.'

Een paniekerige stem over de porto ratelde: 'Wie heeft er geschoten!? Waar bent u precies? Komt u uit voor het H.B.!'

Geen moment dacht ik eraan om de oproep van het H.B. te beantwoorden. Nog steeds had ik mijn pistool op de man gericht, met mijn vinger nog aan de trekker. Klaar voor een volgend schot. Ik rook de geur van verbrand kruit. Ik begon te schreeuwen: 'ERUIT! ERUIT! COME OUT!

Ik zag dat de man al scheldend op handen en knieën uit het hutje kroop. Ik zag rechts voor mij een witte gedaante verschijnen. Rillingen en een gevoel van euforie gingen door mij heen. Het was Jeff! Kennelijk was hij, via een andere route, omgelopen. Razendsnel ontspande ik mijn wapen en borg ik het in het holster.

Boeien

Als een roofdier dook ik boven op de man en vouwde hem dubbel. Ik pakte mijn handboeien. Ik zag dat de onderarm van de man gebroken was door het schot. Het uitschot van de wond zag er brokkelig uit en was zo groot als een rijksdaalder. De man schreeuwde het uit van pijn. Toch boeide ik hem, twee handen op zijn rug, genadeloos gedreven door adrenaline.

Jeff kwam dichterbij. Toen ik mij omdraaide zag ik een vrouw van de ambulance verstijfd staan. Ik riep haar te komen en zei dat het nu veilig was. Vluchtig bekeek zij de wonden van de man en zei: 'Hij moet snel naar de ambulance.' Jeff en ik pakten allebei een bovenarm van de man beet. We hielpen hem overeind. Hij strompelde, hij was niet in staat meer om te lopen. Zo snel als we konden sleepten en tilden wij de man via mijn gelopen route naar de ingang van de parkeerplaats. Daar legden we hem op de brancard van de ambulance. Ik zag dat de handboeien afgedaan werden door een onbekende, ter plaatse gekomen collega. Ik zag dat hij werd vastgesnoerd op de brancard.

'Mijn god, wat een bloed... zoveel wonden... 10... 20... 25...'

Misselijk

Ik stopte met tellen. Ik voelde mij misselijk. Ik hoorde iemand zeggen: 'Hij zit helemaal onder.' Ik dacht dat hij de Poolse man bedoelde. Maar hij bedoelde mij. De hele linker kant van mijn jas zat onder het bloed. Ik rook de ijzerachtige geur ervan. Nogmaals bekroop mij een misselijk gevoel. Ik liep naar de achterkant van onze auto en trok mijn jas uit. Mijn handschoenen gooide ik op de grond. Ik begon als een bezetene mijn handen en onderarmen te reinigen met ontsmettingsmiddel.

Even later liep ik met een leidinggevende de route die ik naar de man had gelopen. Ik wees hem de plek waar ik had geschoten.

Terug op het bureau

Al snel werden Jeff en ik gescheiden naar het politiebureau gebracht. Daar stond de binnenplaats vol met mensen die ik op één na niet eens herkende. In verwarde toestand belde ik naar mijn vrouw: 'Ik heb net geschoten. Ik heb zelf verder niets. Ik kan nu nog niet zeggen wanneer ik thuis ben.' Meer kon ik op dat moment niet uitbrengen.

Na een lange douche werd ik 3,5 uur lang gehoord door de rijksrecherche. Tijdens een korte pauze kwam er een collega naar mij toe. 'Je vader heeft net gebeld. Ik heb hem verteld dat het ok is met je.' Iets knapte in mij. Tranen stroomden over mijn wangen. Mijn collega knuffelde mij. 'Het is al goed', hoorde ik haar zeggen.

Thuis

Toen ik thuisgebracht was door collega's werd ik door mijn vrouw, vader en moeder opgewacht. Mijn vrouw zei geëmotioneerd tegen me: 'Wil je me de volgende keer iets meer vertellen dan wat je me vanmiddag vertelde? Ik was erg ongerust. Ik dacht dat je iemand had doodgeschoten en dat je misschien vandaag niet eens thuis zou komen.'

Stevig hield ik haar vast in mijn armen en deelden we onze tranen. 'Sorry schat, ik was even erg in de war'.

 

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik heb altijd al respect gehad voor de politie, maar na het lezen van dit soort verhalen nog meer.

Ik zou er allang aan onderdoor zijn gegaan. Respect!
Dat hakt inderdaad behoorlijk in. Ik zag het voor me gebeuren tijdens het lezen. Je moet het maar kunnen, politieagent zijn, het werk wordt sterk onderschat. Ik neem mijn pet af voor je!
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Goed geschreven. Wat een beleving