De schiettent

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 02 April 10:38

De schiettent

Mijn idealen zijn ingevroren en de aftakeling is ingezet.
Dat is een natuurlijk proces, want je moet ergens aan dood, maar mijn denken is nog gezond. Soms bekruipt mij het gevoel dat we in een kitscherige kermis leven waar de attracties steeds enger en groter moeten worden zodat het leven een kick blijft. Alsof instant geluk komt uit een rondje in de schreeuwerige kunstmatige intelligente draaimolen. Eerlijkheid gebiedt mij te vermelden dat ik van net na de oorlog ben, cq: hopeloos verouderd. Mij is nooit gevraagd of ik babyboomer wilde zijn, maar het wordt me wel eens aangewreven. De nieuwe lichting- ooit vond men dat onze toekomst- vindt mijn visie lastig, geloof ik. Egoïstische wensen voeren bij mij niet de boventoon, noch laat ik me leiden door het onderbuikgevoel, wat toch wel vereisten schijnen te zijn.

Plastic leven

In het geplastificeerde heden is zo ongeveer alles wel voor ons geregeld.
Zodra je GSM aan staat ben je te traceren. Handig als ik in het bos door een omgewaaide boom ben geveld, doch straks ziet de verzekering, via mijn mobiel uit het jaar kruik, dat ik me niet conform hun eis gedraag en ben ik niet meer verzekerbaar.
Ach we moeten ergens aan dood

Kennelijk hebben fabrikanten gedurende onze recente naoorlogse geschiedenis besloten dat een kleurentv niet langer houdbaar is dan een paar jaar. De wasmachine gaat geen twintig jaar meer mee en een gebouw niet langer dan een halve eeuw. Goed voor de economie en de bouwwereld. Flatgebouwen die in de jaren zestig zijn verrezen worden nu massaal neergehaald om er nieuwe gevoelloze leefhompen voor in de plaats te zetten waarin men de buren niet kent. Tijd is geld geworden, belegd in gebakken lucht van aandelen en dividenden, die de schijnveiligheid van de financiële wereld verdoezelen. Straks moeten we ervoor betalen om ons spaargeld ergens te kunnen parkeren bij de graaiende vuilakken.
Sinds internet aanbidt de wijde wereld een nieuwe afgod: Totale openheid, maar daar kun je niet van eten en ook zoiets als virtuele vrijheid moet men kunnen hanteren. Controle op controle garandeert nog steeds geen eerlijkheid. Men holt zichzelf voorbij zonder het te merken op zoek naar de volgende prikkel en weinig heeft nog blijvende waarde. Niet ons privé noch religie of een overheid. De wereld draait zo snel door dat de burgerlijke veiligheid niet meer te waarborgen is. Ook niet terwijl de grote broer ons overal en altijd in de gaten houdt. De nieuwe macht, cybercriminaliteit, dwingt ons om bij de tijd te blijven over dingen die we niet eens tijdig zien omdat het in het geniep gebeurt. Ik moet het die criminelen nageven, ze zijn ons te slim af en creatief genoeg om het te winnen.

Tijd

Om tot rust te komen en jezelf te horen denken?
Voor optimale ontwikkeling van je hele persoonlijke potentieel?
Voor familiebanden? Het onderhouden van vriendschap. Het sociale leven? Om je na gedane arbeid stierlijk te vervelen zodat er nieuwe ideetjes geboren kunnen worden? Het ouderwetse begrip van tijd is versleten, mits je jezelf dwingt tijd te nemen.

Ego

Kennelijk staat het verrichten van arbeid gelijk aan een gelukkig ego. Gevoel van eigenwaarde zakt beneden pijl voor wie vanwege leeftijd of op praktische gronden uit het bedrijfsleven wordt genomen en mocht je verslavingsgevoelig zijn loeren er van alle kanten totaal nieuwe gevaren. De wet op de privacy ligt onder vuur nu een verdwaalde zijn zelfmoordneiging heeft verzwegen omdat eerlijkheid gevaarlijk en niet meer rendabel is. Na acht minuten onderweg naar zijn dood heeft hij een steeds groter wordende olievlek aan gedupeerden met onmetelijk verdriet achtergelaten. Natuurlijk zoekt men daarvoor een zondebok, maar verantwoording is tussen wal en schip van de reali- en virtuali-tijd geraakt en de wetenschap wil ons nota bene onsterfelijk maken. Is dat verstandig als ouderen in het nieuwe denken de grootste last vormen voor de rest? Duurzaamheid is een graag gehoorde kreet, maar die zal geen opgang vinden zolang de wegwerpeconomie daar niet op door kan draaien. We draaien door, maar ach, we moeten wel ergens aan dood

Kathedraal

b0e9f023d5db2598f61c0751d69e3584_medium.

Ooit was ik een doorsnee kerk met twee fiere torens, maar vorig jaar bleek één ervan te zijn aangevreten door de gevreesde kankertor. Men weigerde de beide spitsen tegelijk te verwijderen zoals ik vroeg om te voorkomen dat die tor de rest van het gebouw in bezit zou nemen. Daarnaast wenste ik dat er een symmetrische middenschip over zou blijven, maar men wilde enkel het aangetaste deel slopen. Nou zijn slopers niet erg secuur, want ach, iets dat weg moet hoeft niet netjes te worden afgewerkt. Wie kijkt er naar die mismaakte kerk of bekommeren zich er om als het niet perfect is? Wat dat betreft is dat soort denken bijna maatgevend voor de perfecte maatschappij.
Dat is inmiddels een half jaar geleden en zelf heb ik er geen moeite mee, want ouderdom komt met gebreken en je moet ergens aan dood. Met de sloop van het aangetaste deel was de ellende niet voorbij. Er kwamen nieuwe belagers. Precies op de plek waar de sloper de boel maar wat provisorisch bij elkaar had gesjord.  Die parasiet ging men te lijf slnagen en met gekookt water. Net zo lang tot er zich op die rommelige plek binnenin geen nieuwe schimmels meer nestelden. Daarna was het zaak de ruïne vrij te houden van vochtuitslag en de littekens mochten niet verkleven. Na wekelijkse oefeningen staan er nog wat restdeeltjes van de ontbrekende spits. Zelf ondervind ik er weinig hinder van; op die lege plek is het ongevoelig. Weersinvloeden of stekende messen deren niet. Mijn lijf heeft dus sinds vorig jaar een blinde vlek. Enkel in de flank en de arm lijkt het soms of er monstertjes met schuurpapier rond raggen. Ook heb ik wel eens fantoompijn en als ik de borstwering een sopje geef gebruik ik een spiegel om te zien of het schonende schuim alle delen bereikt. 

Buitenkant

Het ziet er van bovenaf gek uit. Links de bekende toren met spits en rechts die tot op het geraamte afgevreten leegte. Mij maakt het geen bal uit, maar voor omstanders is dat schokkend. Wat niet perfect is ziet men liever niet. Zoiets herinnert eraan dat de dood bestaat, maar ik ben er nog en zou voor reconstructie kunnen kiezen met siliconen, maar dat spul kan door je lijf gaan lekken. De herbouw kan ook met je eigen lichaamsvet, doch dat blijkt te blijven slinken en een pronte toren uit buikspek, daar heb ik voldoende van over, waarop een spits is getatoeëerd blijft nep. In dat geval moet je ook regelmatig voor een revisie terug naar de fabriek. Geen wenselijke oplossing. Ik wil geen neplijf of -leven dat je regelmatig een kunstmatige opkikker aan de buitenkant moet geven. Bij een gespecialiseerde tietenverkoopster is een nieuwe gekocht. Die wordt ’s morgens op de rest van de ruïne gebonden en nu hebben buitenstaaders niet door dat het fake is. Mijn architecten leven niet meer. Hen zal het niet raken of ik afbrokkel want ook mijn door hen ontworpen gebouw moet ergens aan dood.

Foto: Berliner Dom, www.natgeofoto.nl
 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Lekker kritisch geschreven en ja, we moeten ergens aan dood...al is het niet altijd leuk.

'Het ouderwetse begrip van tijd is versleten, mits je jezelf dwingt tijd te nemen.' Helemaal mee eens.
Dank je wel
Fijn is het allemaal niet, maar gek genoeg hoor je wel bij de gelukkigen die dankzij monumentenzorg op je fundering wordt gehouden. En .. als bij een ruïne een stukje afbreekt valt dat niet op, als dat bij zo'n jong, modern gebouw gebeurt breekt er paniek uit. Dan wordt er gelijk een specialist bij geroepen om het te corrigeren.
Genoeg metaforen!

En dan die goede oude tijd toen het internet nog bestond uit de Winkler Prins, internetspelletjes bestonden uit ganzenborden, of monopoly. Je werd gebeld via een bakelieten telefoon op tijden dat het fatsoenlijk was om iemand te bellen en alleen nog als daar een dringende noodzaak voor was.

Een groet van ruïne aan ruïne die morgen opnieuw verjaard. Balen!
Alvast gefeliciteerd.
Inderdaad , sprak de ene ruïne tegen de ander:
wat brokkelen we lekker hè?
Zolang we nog niet afgefakkeld worden vermaken we ons toch prima?
Inderdaad...