Babylonische spraakverwarring

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 26 March 11:22

De laatste loodjes

De leerlingen zijn tot aan mijn moeders dood afgezegd en ik haal opgelucht adem, heb eindelijk de handen volledig vrij.

705b9978ff6b2190f3b19fe8d387d7f4_medium.

Mijn dochter gaat, zoals altijd, oersterk haar gang en blijft weinig toeschietelijk. Zelfs na een hectische dag vraagt ze weinig méér dan; “Hoe is het met oma?” Als ik te uitgebreid mijn belevingen ophoest, bekijkt ze me geërgerd alsof ik teveel aandacht van haar eis en nooit stelt ze geïnteresseerde vragen. Meestal draait ze zich midden in een zin om en loopt weg. Ze pubert nadrukkelijk en is er ook nog steeds heilig van overtuigd dat ik nooit een middelbare school van binnen heb gezien. Zij doet de vwo-studie op haar sloffen en de diverse buitenschoolse activiteiten nemen tegenwoordig extra veel tijd in beslag. Inmiddels is ze voorzitter van de schoolkrant plus de feestcommissies en ook in de leerlingenraad heeft ze een plek veroverd. Ze wuift het weg dat ik daar trots op ben en heeft helemaal niet door dat ik er stiekeme binnenpretjes om heb omdat ze met al die extra functies tot op de millimeter nauwkeurig mijn geschiedenis herhaalt. Ieder rouwt op zijn eigen manier over het leven dat had kunnen zijn en niet is geweest, denk ik regelmatig en ik snap al jaren niets van haar omdat ze nooit ergens over praten wil, ook niet als ik er de tijd voor neem en het voorzichtig probeer. 

Mijn moeder voelt zich veilig nu ze in het ziekenhuis de juiste medicatie krijgt en is als vanouds: dominant, commanderend en nooit verlegen om commentaar op anderen.
We hebben al snel de routine te pakken. Overdag ben ik veel bij haar voor het geval dat ze ergens over praten wil, maar vaak is ze in gedachten, zweeft ze op de grens van twee werelden terwijl ik naast haar bed een niet al te moeilijk boek lees. Het moet haar opvallen dat ik meestal ruim voor het avondbezoekuur de jas al aan heb, haar zoon kort inlicht over het verloop van de dag en vertrek. Zijn vrouw komt zelfs een keer mee en we houden het afstandelijk netjes. Ik weiger hen ter verantwoording te roepen, ben blij thuis een kliekje op te warmen en de avond voor mezelf te hebben, ma’s  was te verzorgen of gewoon afgemat voor de tv te hangen zonder me op de film te kunnen concentreren.

Haar beide oudere zusters, Patries en Harry, onze Hongaarse vriendin en de Golden Girls zijn ingelicht. Of mijn moeder in de gaten heeft wat Broer heeft geflikt blijft onduidelijk en we praten nergens over. Ik ben heel erg blij dat ze meteen het voordeel van de Hospice in heeft gezien en ze verantwoordt haar keuze dan ook uitgebreid,  “want het Leger des Heils is een vertrouwde instelling. Doodgoeie mensen. Wat zij doen heb ik altijd wel zien zitten zonder al die regels van de Katholieke Kerk.” Nooit geeft ze te kennen dat ze haar huisje mist en ik maak geen slapende honden wakker. We zwijgen hoofdzakelijk of ma loopt aan mijn arm door de ziekenhuisgangen op en neer.
“Syl, ik moet wel in beweging blijven, anders heb ik straks geen spieren over,” of, “ik wordt gek in die ziekenkamer, geen privacy met al die zeurende mensen.”  We eindigen steevast in het rookhol, waar ze zich ergert aan een rochelende oude man en op de terugweg luidkeels commentaar geeft op de ordinaire vrouw in de vuile badjas. “Hoe kun je er in een ziekenhuis nou bij lopen als een oude vaatdoek?” Zelf ziet ze er uiteraard pico bello uit, want het moet wel héél fataal zijn als ze zich niet druk meer maakt om haar uiterlijk. “Zolang jij mijn ondergoed, pyjama’s en nachtponnen schoon aanlevert heb ik niets te klagen, want het mogen dan wel de laatste loodsjes zijn, ik wil er netjes bijliggen.”

Die donderdagochtend zit ze opgefokt opgeprikt in haar beste bloes en rok naast het bed en de plichtplegingen van een uitgebreide begroeting wuift ze resoluut weg.
“Waar bleef jij nou?”
“Ma, het is nog geen tien uur.”
“Ja maar, ik heb haast, die aardige mevrouw wil met ons overleggen en ik mag dan wel doodziek zijn, ik haat het nog steeds om mensen te laten wachten,” leest ze mij de les en in mezelf gniffel ik. Het zou raar zijn als je het nu ineens waardeerde dat ik mijn best doe.
We lopen naar de familiekamer waar de aardige dame inderdaad al klaar zit.

“Ik heb contact gehad met de Hospice en, sorry dat ik het zo moet zeggen, er komt binnenkort een bed vrij.” Ik kijk geschrokken naar mijn moeder, maar zij geeft geen krimp, knikt zelfverzekerd en in de stilte, die als een betonblok tussen ons in valt, heb ik een beetje te doen met de beschaafde mevrouw omdat zij de aanstormende ontwikkelingen zorgzaam voorzichtig moet proberen te brengen. Niemand laat een traan.

“U vindt het nog steeds een goede oplossing, mevrouw W?” vraagt ze vriendelijk zacht en ma trekt verbaasd haar wenkbrauwen hoog op, maar knikt voorlopig afwachtend.
“U begrijpt toch wel dat de Zonneheuvel géén gewoon ziekenhuis is?” komt mevrouw naar voren, duidelijk wat onzeker. Even zijn we in de war en aan ma’s uitdrukking zie ik dat ze het vervelend vindt om voor dom te worden versleten. Ze haalt diep adem en ik verwacht een snerend verwijt, maar ze kiest toch voor vriendelijk en zegt dat ze de situatie goed inschat. “Maakt u zich over mij geen zorgen, mevrouw. Ik weet echt wel dat ik daar naartoe ga om te sterven. Ik heb er vrede mee.” De dame bloost en tuurt in verlegenheid gebracht op haar papieren. Ja, ma is met niets te vergelijken, haha. Die hoef je niet met fluwelen handschoentjes aan te pakken en met haar hoofd is nog niets mis. 
“Het laatste station, zogezegd. Dat ben ik me bewust, maar ik ben niet van plan om daar zo maar dood om te vallen. Daar voel ik me nog veel te goed voor,” klinkt het toch wat nors. De dame glimlacht opgelucht en geeft toe dat ma er inderdaad uitzonderlijk goed uitziet.

‘Ik stel voor dat u morgen samen eerst een kijkje in de Hospice bij Velp gaat nemen. Dan kunt u het huis zien, kennis maken met het personeel en de directrice. De sfeer proeven. Het is een mooie oude villa met een rant uitzicht op de heuvel en het huis van de bovenmeester. De kamers zijn naar de huidige standaard verbouwd en van alle gemakken voorzien, zoals hier in het ziekenhuis. Mocht u het daarna toch géén goede oplossing vinden, moet u dat wel eerlijk zeggen, mevrouw. Dat is geen enkel probleem, want we willen wel dat u zich er thuis kunt voelen.”
“Maar dan mag ik daarna toch wel weer in het ziekenhuis terugkomen?” vraagt mams ineens in paniek en de dame schrikt. Ik ook, wacht af. Begrijpt ma het nou wel of niet?
Dit dreigt op een Babylonische spraakverwarring uit te lopen, denk ik zenuwachtig en zwijg want ma is oud en wijs genoeg om haar eigen zegje te doen, immers.
“Hoe bedoelt u, mevrouw W? Nee als u besluit daar naartoe te verhuizen is het niet de bedoeling dat u nog in het ziekenhuis terug komt.” fluistert de dame voorzichtig en ineens schiet ma in de lach, kijkt me hoofdschuddend aan en ik schokschouder wat wazig.
“Ja haha, dat begrijp ik ook nog wel. Haha. Nee, ik bedoel na het bezoek van morgen aan de Rozenheuvel, haha. Ik heb namelijk nog veel te doen.” De geladen sfeer is meteen gebroken en goed gemutst laten we de lieve dame achter om de Hospice te bellen.

“Syl, we gaan er met een taxi heen. Die auto van jou ziet er niet meer uit en ik wil op de valreep gewoon luxe worden rond gereden.” Ik knik verbaasd.
“Dan daarbij, ik vertrouw dat oude ding met die slippende koppeling niet. Hij is ook al in geen jaren gewassen. Ik wil dat je straks mijn geruite pakje op gaat halen. Dat groen met blauwe. Plus de blauwe bloes voor er onder. Met de gouden broche, die waaier met de parel erin en oh ja, de zwarte pumps. Oh, en vergeet de baret niet. Ik wil daar netjes voor de dag komen en nu pas ik er nog in, want ik val weer zienderogen af.” Ik bekijk mijn moeder met een glimlach, als je niet beter wist zou je niet vermoeden dat ze ten dode opgeschreven is.

“Oh ja. Patries was gisteravond hier. Iedereen is zo aardig. Ze zal jou ook bellen, want ze geven zondag een feestje. Lopende buffet. Vanwege het nieuwe huis en ze nodigen alle leden van de alleengaande vereniging uit waar ik goed mee omga. Patries heeft gezegd dat ik me nergens verplicht toe moet voelen, al is het maar een uurtje, alleen om te genieten. Ik zal je broer vanavond vragen om me zondagmiddag naar hen toe te brengen. Dan kunnen zij daar weg wanneer ze willen en kun jij me weer hier mee naartoe nemen, want jij accepteert het als ik te moe word en terug wil.”
“Kun je hier dan maar zo in het weekend weg, ma?”
“Ik heb het al met de verpleging besproken en de volledige vrijheid gekregen. Dat is het voordeel van doodgaan hihi. Dan doen ze niet moeilijk meer en ik mag komen en gaan wanneer ik wil… slaap daarna weer lekker hier, met alle goede verzorging.”  

Vervolg: Alles is gezegd.

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
heb jij een stukje van haar humoristisch kantje geërfd :-)
Ik denk eerder dat zij een stukje van mijn humor heeft leren waarderen
Jouw moeder toont in dit verhaal een behoorlijke portie moed. Dat is te waarderen.

Vind ik ook. Dat had ze altijd al, maar nadat ze kennelijk had geaccepteerd en de juiste medicatie goed hielp was ze weer even helemaal de oude.
Ik denk precies hetzelfde als mijn zus in deze.
Ja, mijn ma was op laatst weer helemaal zichzelf. Die zetpillen verrichtten wonderen, leek het wel, want die namen het overtollige vocht in de hersenen weg. Het gaat zelfs nog echt hilarisch worden, hahaha, als ik er weer aan denk.
Ik wacht met spanning af. Er blijft altijd wat te lachen, ondanks alles.
zo op de valreep begin ik je moeder toch wel te mogen. :)
Ja, op de valreep moest ik steeds vaker om haar gniffelen.
De oude vos en de streken, haha.
Als je het hebt geaccepteerd wordt het vanzelf soms komisch.