Een maaltijd om geschiedenis mee te schrijven

Door Appelpit gepubliceerd op Tuesday 24 March 21:09

266633f8a5d0a09bf0063cd84c1d99e8_medium.

Kort-verhaal waarin een wolf op zoek gaat naar een mensenpad. Met een knipoog naar een bekend sprookje.

Woehoeoe,
Deze langverwachte lentedagen maken me gek van levenslust! Het bloed kriebelt door m’n aderen. Ik strek mijn poten en mijn lijf en zet m’n klauwen zo ver mogelijk van me af in de rulle aarde. Ik jaag op mijn staart als een halfwas welp, spring op om een gele vlinder te achtervolgen, hap naar een laaghangende tak. Lente!

Na een graatmagere winter, waarin ik het moest doen met de half verhongerde kneuzen van het bos als prooi; na al die maanden waarin ik me soms zelfs in het mensendorp waagde om restjes uit de vuilnisbakken te schooien, zijn nu de goede tijden weer aangebroken.
Woehoeoe

De malse, jonge hazen liggen haast voor het oprapen in hun legers in het veld. Vette fazanten zijn te traag om me te ontsnappen. Gisteren heb ik nog zes piepjonge geitjes opgegeten. Een overvloed om blasé van te worden. Maar vandaag heb ik mijn zinnen gezet op iets speciaals, iets exotisch. Vandaag doe ik het niet voor minder: ik wil mensenvlees.

Ik heb geen haast. Hongerig ben ik nog niet, dus ik kan het me veroorloven om kieskeurig te zijn. Voordat ik op jacht ga, moet ik nog wat onrust uit m’n lijf rennen. Ik ben alleen en mis de roedel van mijn jeugd. De stoeipartijen met mijn broers, de wedstrijden. Binnenkort ga ik op zoek naar spannend, nieuw gezelschap, maar nu nog niet. Voor vandaag heb ik andere plannen. Theatrale plannen, een maaltijd om geschiedenis mee te schrijven.

Halverwege de middag ga ik op zoek naar een mensenpad. Moeilijk is dat niet, want ik ruik vanaf een kilometer afstand waar de tweebeners regelmatig komen. Binnen een half uur heb ik een geurflard te pakken en dan hoef ik alleen mijn neus nog achterna te lopen. Het is een eigenaardige lucht die mensen verspreiden. Je ruikt meteen dat ze heel ander voedsel gebruiken dan de meeste dieren. Ik heb al gauw het pad gevonden en zoek een plek daar in de buurt om te wachten.

Ik heb geduld. Nu ik me concentreer op een prooi onderdruk ik de lentekriebels. Ik breng mezelf in de jachtmodus. Ik lig achter de struiken alsof ik slaap, maar hou mijn oren gespitst. De geluiden van het bos zijn vertrouwd. Een kloppende specht in de verte, dichterbij het lawaai van vogels die druk zijn met hun nesten. Gezoem van een enkel insect. Zacht geritsel van bladeren als er een zuchtje wind voorbij komt. Een vlinder strijkt neer op mijn oor; ik schud hem weg.

Dan ruik ik dat er iets te gebeuren staat. Een vage mensengeur in de verte. Doodstil blijf ik liggen, tot de geur sterker wordt en er geluid bij komt. Het zingt. Licht en hoog. Dit is een jong; een sappig, mals mensenjong. Ik zie door de struiken iets roods naderen. Het zwalkt van het pad af. Een mensenkind dat lentebloemen verzamelt. Al heb ik nog steeds niet echt honger, ik voel nu toch het water in mijn bek lopen. Maar nee, ik heb mezelf theater beloofd, dus ik hap nog niet toe.

Ze schrikt als ik uit de struiken te voorschijn kom. Grote bange ogen onder een rood mutsje. Maar ze hoeft niet bang voor me te zijn. Nog niet. Ik vraag vriendelijk waar ze heen gaat. Naar haar grootmoeder, zegt ze, daar verderop in het witte huis aan de bosrand. Ze draagt een mandje aan haar arm waar soep in zit voor de grootmoeder. En wijn en koekjes. Ze laat me de bloemen zien die ze geplukt heeft en ik improviseer ter plekke: ‘weet je dat daar verderop nog veel meer bloemen staan om nog een veel mooier boeket te maken!’ Ik wijs achter me en het domme ding bedankt me en gaat naar de plek die ik haar wijs.

Ik schud mijn vacht, rek mijn rug en sprint dan geruisloos het pad af naar het witte huis. Onderweg bedenk ik dat ik eigenlijk niet weet hoe ik zo’n mensenhuis binnen moet komen, maar het is makkelijk. Als ik in volle vaart bij het huis aankom, schiet er een grote kiezelsteen tegen de voordeur en van binnen klinkt een stem: ‘Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open.’ Ik prent die woorden in mijn kop terwijl ik de deur open. De mensengeur is hier sterk, geconcentreerd. Ik ga naar binnen en daar zit de grootmoeder aan tafel. Ze is nog snel, de oude vrouw. Zodra ze me ziet, springt ze op om naar een geweer te reiken dat aan de muur hangt. Ik heb geen tijd om na te denken en spring naar haar hals. Voordat ze op me kan schieten hap ik toe en bijt door. De ijzersmaak van het bloed maakt me hongerig, maar ik bewaar mijn eetlust voor het andere hapje dat onderweg is. Ik kijk door het raam maar zie haar nog niet komen. De aanblik van de taaie, dode vrouw ergert me en ik sleep haar naar een hoek van de kamer, waar een bed staat. Daar probeer ik haar zo’n beetje onder te duwen. Het is nog een heel gesjor en ik schrik op als ik geklop op de deur hoor.

Ik adem diep in. ‘Trek maar aan het touwtje’, piep ik dan, ‘dan gaat de deur vanzelf open.’ Ik sta klaar, vlak voor de deur en wacht tot die open gaat. Maar er gebeurt niets. Na tien langzame seconden zie ik iets roods bewegen bij het raam. Ze gluurt naar binnen.

Dwars door het raam heen ruik ik haar mollige mensenvlees en ondanks al mijn plannen voor een mooie, theatrale aanloop naar mijn feestmaal kan ik me niet bedwingen. De wolf in mij komt boven en ik gooi mijn volle gewicht tegen het raam. Ik ga er dwars doorheen en kom in een regen van scherven op mijn rechterschouder neer. Een paar seconden ben ik overdonderd door het lawaai en het prikkende glas. Dan sta ik klaar om mijn prooi aan te vallen. Maar die is naar binnen geglipt en doet net voor mijn neus de zware, houten deur dicht.

Dom kind, denk ik en ik sluip terug naar het kapotte raam. Alsof je binnen veilig bent. Deze keer zit er niet eens glas in de weg. Ik maak me klaar voor een soepele sprong …

en de wereld vergaat.
De klap is oorverdovend.
Terwijl ik jankend tegen de grond sla, zie ik haar binnen voor het raam staan.
Met verschrikte ogen.
Het geweer van haar grootmoeder tegen haar schouder.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
heel origineel en leuk verhaal!
Leuk verhaal!
Gelezen.
Mooi verhaal, al vraag ik me af of het wel helemaal aan de opdracht voldoet. Roodkapje en de wolf hebben nooit bestaan lijkt me.
Hm, daar zit wat in. Nog even heel goed de opdracht bekijken. Dank je voor de tip.
Erg mooi geschreven
Dank je
Origineel, zeker weten. Rood pakje met een hogedruk luchtbuks
Yes, PANG