Logeren bij tante Maya

Door Weltevree gepubliceerd op Wednesday 18 March 11:02

Columns

Onverwacht begon ma met schrijven terwijl ze daar nooit interesse in had gehad.
“Zeg, kijk jij eens… is het goed zo?”Het ging over maatschappelijke problemen waar ze zich hevig over opwond en de epistels misstonden niet als ingezonden brieven voor de krant.
“Nee, Syl, goed lezen! Je moet letten op de punten en komma’s. De hoofdletters en zo.” Het zag er, wat dat betreft, prima uit en toen ik aanraadde eens iets over haar gevoelens van zich af te schrijven vond ze dat pure onzin. “Haha, doe niet zo gek, ik ben geen bakvis meer, die er een dagboek op na moet houden. Het gaat ook niemand iets aan wat ik denk.”

cbff3b637439e98f92554dbac816b50f_medium.

Mirakels

Ware het niet dat de longfoto’s het bewezen, de tumoren bleven stabiel, zou je denken dat ma op wonderbaarlijke wijze toch genezen was. Ze had blosjes op de gecraqueleerde wangen die niet uit een potje kwamen en ze droeg haar eigen kleren weer, die ze toch onzichtbaar had gestopt. Ik mocht enkel nog in het weekend bij haar koken. Ze kon alles weer zelf, beweerde ze met zekere trots.
Al ging het uitermate goed met ma, zo ongemerkt nam ik er iedere dag wel even polshoogte en zorgde voor de dingen die ze anderen niet wilde vragen. Vaak trof ik haar in de middag aan op de bank voor een dutje, want het bezoek was net vertrokken, vertelde ze meestal. Een mantelzorgpoule was er nog niet gemaakt, maar iedereen die had toegezegd hield zich er min of meer al aan.

Nu logeerde ma -op dringend en verrassend eigen verzoek- bij haar zuster in Amersfoort. "Leuk Syl, even weer zoals vroeger, zusters onder elkaar en dan lekker zonder die vervelende oudste. Als jonge meiden sliepen we bij elkaar in bed, dikke pret. Wat zullen we lol hebben. Weet je nog, die verkleedpartijtjes met carnaval?"

Vorige week had ze me voor het eerst gevraagd om, als ik het niet vervelend vond, mee te gaan naar boven omdat ze zich wilde wassen, "want ik voel me soms wat onzeker in de douche en ik ben als de dood voor die stenen rand." Dat ervoer ik als een mijlpaal. Alsof zij de volgende onzichtbare drempel genomen had en me eindelijk volledig vertrouwde. Uiteraard had ik haar begeleid toen de prothesen konden worden uitgezocht. Het litteken, een grove ristssluiting van flank naar flank,  had ik al vaak moeten bekijken want het was prachtig geheeld, maar toen ik haar rug inzeepte schrok ik me alsnog wezenloos.

Op haar schouderblad waren plotseling twee bulten verschenen, ter grote van een duivenei. Die waren twee weken geleden in het ziekenhuis beslist nog niet te zien geweest. Moest ik nu alarm slaan? Ma scheen er geen enkel ongemak van te ondervinden. De harde knobbels deden kennelijk ook geen pijn; als ik er stevig overheen wreef protesteerde ze niet. Later ontdekte ik er in het logboek van de thuiszorg ook niets over. Het leek me raadzaam om die observatie voorlopig voor mezelf te houden. Ze zat er toch al erg over in, "dat de kanker naar mijn hoofd zal stijgen." Dat riep ze ooit gekscherend en het leek me ook iets om echt bang voor te zijn. Daardoor wist ik dat ze haar grenzen wel had gesteld .
"Als de tumoren mijn hoofd in bezit krijgen wil ik dat het ophoudt, want dan verlies ik het verstand. Dat lijkt me het ergste wat er is, weet je niet meer wat je doet. Dan hoeft het voor mij echt niet meer, Syl. Ik wil niet als een halve gare, hangend in een stoel met een scheve kwijlende smoel, wachten op het eind. Daar pas ik voor.”

Vrij af

Een hele week niet heen en weer karren, dacht ik die maandagochtend gelukzalig en moest mezelf, tot mijn schande, bekennen dat ik van dat idee genoot. Even enkel mijn eigen leven, de leerlingen en mijn kind, dat zich de laatste tijd bijzonder goed in  de chaos had geschikt. Ze ging meestal haar eigen gangetjes, klaagde nooit, ging mee naar oma in het weekend en op school bleven de cijfers prima. Ik wist al jaren niet meer wat er echt in haar omging, maar was er mee op gehouden om dat via gesprekken te achterhalen. Ze wilde niet dat ik iets van haar gedachten mee kreeg.

e4cb0c93839fefff6d804c9599394b3f_medium.

De waarheid

Donderdag na de ochtendles gaat de telefoon en mijn Amersfoortse tante begint al te briesen voordat ik mijn naam heb uitgesproken. In eerste instantie kan ik er geen touw aan vast knopen. Waar is ze zo ontzettend kwaad over? 
“Tante toch, ik snap er niets van. Wat is er aan de hand?”
“Dat vraag jij nog? Hoe durf je? Wat zijn jullie voor een stel egoïstische kinderen?” Overrompeld plof ik in de oude bank, die ik ooit met ma op maat heb gezaagd zodat hij in de nieuwe woonkamer paste.
“Wat dacht jij? Ik heb er genoeg van, ma moet maar eens een weekje de hort op?” vraagt mijn anders zo vrolijke tante niet te verhullen woedend. 

De noodknop

​Het is een mechanisme dat ik me door de jaren heen eigen heb gemaakt. Door veel te oefenen. Zodra iemand ziedend is, om welke reden dan ook, ga ik op de automatische piloot.  De afstandsbediening: Ik let niet op mijn hart dat als een razende pompt, niet op de adrenaline van de angstige reactie die andermans boosheid altijd bij me oproept. Ik houd mijn mond en ga er niet tegen in, maar huiver. Zo geef ik mezelf en de ander tijd en ruimte om hun gal te spuwen, maar ondertussen let ik wel dubbel goed op de woorden die geroepen worden.

“Nee, natuurlijk denk ik zo niet tante. Dat zou afschuwelijk zijn." kan ik ertussen wurmen, maar veel haalt het niet uit.
"Ma wilde zelf graag naar u toe. Ze dacht dat jullie-” Tante is te opgewonden om te luisteren en woest ratelt ze door over hoe gemakzuchtig ik ben, hoe weinig we ons van onze moeder aantrekken, die alles voor ons over heeft gehad. Dat zij het wel begrijpt dat ma zo verdrietig wordt van ons. Hoewel ik de sterke neiging voel om onbeleefd cru op te hangen, laat ik haar toch gelaten de verwoestende rage uitleven. Zo ken ik je helemaal niet. Er moet iets vreselijks aan de hand zijn, dat is duidelijk. 

“Tante. Sorry, maar ik weet echt niet wat er aan de hand is, ma wilde dit zelf graag.”
“Jaja, en jij gelooft dat?”
Natuurlijk zeg ik ja. Ze was er laaiend enthousiast over, zo mee in haar nopjes.
“Van je broer kon ik het me nog voorstellen, daar heb je niets aan, maar hebben jullie dan echt alle twee stront in de ogen, of zo?” blijft ze venijnig.
“Nee, tante, ik kom iedere dag bij ma. Ze ziet er prima uit, heeft nergens over geklaagd.”
“Dat bedoel ik dus. Of je liegt dat je zwart ziet of je bent stekeblind! Dat kan niet anders, want dan had je het wel gezien! “
"Wat tante, wat had ik moeten zien?”
“Hoe ziek je moeder is. Dat ze altijd pijn in het hoofd heeft en zich vol stopt met paracetamol.” Oef, de aap die nu uit de mouw komt vind ik toch wel héél erg schokkend. Wat is me ontgaan?

“Nee, tante, dat heb ik allemaal niet gezien,” zeg ik uiteindelijk naar waarheid en tante puft sprakeloos van mateloze verontwaardiging.
“Ze ligt hier bijna de hele dag in bed, slikt dozen pijnstillers. Ze zijn niet aan te slepen en je moeder is constant misselijk, vergaat van de hoofdpijn. Wat is dit voor een gemene methode van jullie om haar hier te brengen? Zodat ze hier, lekker ver weg, kan creperen want dan zijn jullie van het gedonder af?”
Het is te absurd om serieus te nemen, maar ineens vallen de stukjes wel op de plek en ik word, alweer uit gewoonte, volkomen rustig. Oplossingsgericht vergeet ik voorlopig alle vreemde verwijten en vraag wat zij denkt dat er nu moet gebeuren.
“Je komt haar onmiddellijk ophalen en brengt haar linea recta bij jullie naar het ziekenhuis. Het is Godgeklaagd. Foeifoei.”
“Tante, goed dat u heeft gebeld. Ik ga meteen aan de slag om het te regelen en dan bel ik u terug.”

Dan pas begint het trillen, het overrompeld schokken.Het verdriet van de aantijgingen ontneemt me het overzicht en even stomen de tranen zonder dat ik ze tegen houden wil. Ma ophalen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Mijn auto loopt op de laatste benen. Het oude dingske, mijn lievelingske, komt hier met de slippende koppeling en afgeleefde veren amper nog de heuvels op. Extra gewicht krijgt hij ook bijna niet meer verplaatst en Broer zit op zijn werk, zijn vrouw heeft geen rijbewijs. Kan ik het Patries en Harry vragen?  Zij hebben ma maandag weggebracht en weten dus waar ze moeten zijn. 

Harry zal met zijn vriendin overleggen, zegt hij, “want ze is net even weg, komt over een half uurtje wel weer terug, denk ik. Zij belt jou zo snel mogelijk om te overleggen hoe we het aan zullen pakken."  Harry hoeft zich gelukkig niet te bedenken. Hij neemt mij daarmee een hele last van de schouders. Nu moet ik de leerlingen afbellen, die al die tijd hebben meegeleefd en verwachten dat de lessen zullen worden opgeschort, zodra het nodig is.  

Vervolg: Dubbele genadeslag

Reacties (11) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
De twee bulten en constant hoofdpijn.....was haar vrees uitgekomen?

Een cursus communicatie zou jouw familie wel goed kunnen gebruiken, of denken ze dat briezen en schreeuwen de oplossing is?!
Ja, het begin van het einde
Tante brieste nooit, maar kennelijk had ma veel verzwegen en zij trok haar eigen conclusies natuurlijk, wist waarschijnlijk niet van de hoed en de rand en zeker, conflicten oplossen konden ze niet..
oei dat is schrikken!
verzweeg zij dan veel voor je?
Misschien wiste ze zelfs iets weten van die knobbels en zei het niet aan jou / en jij niet aan haar???
Wat wordt dat nu?
Ze bleek veel verzwegen te hebben ( neem ik aan want ik heb het haar niet meer gevraagd) Dacht ik dat ze me helemaal vertrouwde, durfde ze zich toch niet het achterste van haar tong te laten zien, denk ik.
ze had haar eergevoel dan dat bleef ze behouden, aftakelen stond niet in haar lijst
Misschien was ze ook bang voor het einde en wilde ze me niet met haar angst belasten?
daar dacht ik ook aan
Ik denk dat je moeder heel wat voor je verzwegen heeft. Misschien wel om jou er niet mee lastig te vallen?
Ja dat zal, want anders had ik het toch gemerkt, maar ineens vielen al die dingen op de plek. Wat een onverwachte toestand.
Ook heel ingrijpend lijkt me, mijn gevoel zegt dat dit het begin van het einde is. Heb je er nooit spijt van gehad dat je niets over die knobbels gezegd hebt?
Nee. Vanaf dat moment kwam ik in een modus van: alle zeilen bijzetten, nu gaat het allemaal razendsnel. Ik heb haar die zenuwen bespaart terwijl het al zo duidelijk was dat er nu echt niets meer aan te doen was.