Tirza boekverslag

Door Justiris gepubliceerd op Tuesday 17 March 16:05

hallo allemaal, 

Tirza is een van de aangrijpendste boeken geweest die ik ooit gelezen heb. School gaf me de opdracht om een boekverslag van het boek Tirza zo veel mogelijk aan te vullen met mijn opvattingen en meningen over het boek. Ik heb mijn best gedaan om het boekverslag zo volledig mogelijk te maken!

Dik gedrukt: Verbetering en/of aanvulling                                                             Onderstreept: Dit is belangrijk in het verhaal en/of ik ben het hiermee eens

Titel: Tirza
Geschreven: Grunberg, Arnon
Jaar: 2006
Taal: Nederlands
Vorm: Roman
 
Samenvatting  

 

Voor deze bespreking is gebruikgemaakt van: Arnon Grunberg, Tirza . Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2006.  

Jörgen Hofmeester, de bijna zestigjarige hoofdpersoon, zal ervoor zorgen dat op het eindexamenfeest van zijn dochter Tirza alles tot in de puntjes geregeld is. In de keuken maakt hij Japanse hapjes klaar; sardines komen later aan bod; cocktails zal hij op bestelling bereiden. Kortom, hij zal een volmaakte gastheer zijn, zoals zijn gasten mogen verwachten van iemand die 'op stand' woont (Het o zo belangrijke imago. Hierover heb ik later meer verteld), in het mooiste deel van de Amsterdamse Van Eeghenstraat met uitzicht op het Vondelpark. Want het moet een onvergetelijk feest worden voor zijn jongste dochter Tirza, zijn oogappel. Haar vier jaar oudere zuster Ibi - voluit Isabelle - heeft al eerder het huis verlaten. Ook zijn aanzienlijk jongere (en in de hele roman naamloze) echtgenote is er drie jaar geleden vandoor gegaan ter wille van een jeugdliefde. Jörgen Hofmeester ziet erg op tegen 'de Tirzaloze fase' (p. 52), de periode dat hij alleen in het pand achterblijft. Want Tirza, zijn 'zonnekoningin' (passim), gaat binnenkort op reis naar Afrika. Maar voor dit feest zal hij nog één keer alles uit de kast halen. Hij wil nog één keer laten zien dat hij een geweldige vader kan zijn. 

Een tegenvaller is wel, dat zijn echtgenote zes dagen geleden plotseling is teruggekeerd. Opeens stond ze met haar koffer in de hal en volkomen vanzelfsprekend nam ze haar vroegere plaats weer in, ook in het tweepersoons bed. Jörgen voelde er niets voor, liet ook wel een zwak protest horen, maar heeft zich (traditiegetrouw) laten overrompelen. Hij heeft het al zijn hele leven gedaan. Alles accepteren en mensen vergeven. Dat is wat hij deed. De echtgenote volstaat met de verklaring dat haar minnaar nog een kind wilde. Zij weigerde, is weggegaan en kon nergens anders heen. Ze moeten elkaar maar zien te verdragen.  

De terugkeer van de echtgenote herinnert Jörgen sterk aan de tijd dat hij zich 'een Fremdkörper in dit gezin' voelde (p. 109). Hij denkt terug aan een incident waarbij dat met name het geval was. Om de dure woning in de van Eeghenstraat te bekostigen verhuurde hij de bovenverdieping. Voor de huurders was hij een vrek, een uitzuiger die onder andere contante betaling eiste op de eerste van de maand. Dat geld spaarde hij fanatiek om zijn twee dochters een zorgeloze toekomst te kunnen garanderen. Eerst ging hij zelf maandelijks naar boven om de huur te innen maar al gauw nam Ibi dat van hem over. Hij vond het gênant en beneden zijn niveau om zelf het geld te gaan innen. Ibi was tenslotte nog maar een onschuldige kind. Zij kon het wel doen volgens hem.  

Op een avond kwam de vijftienjarige dochter niet meer naar beneden. Hevig verontrust ging hij zelf naar boven en betrapte Ibi terwijl ze vol overgave neukte met de huurder, een jonge Duitse architect. In blinde woede sloeg hij een staande schemerlamp kapot op het hoofd van de Duitser en sleurde zijn dochter de trap af. In het gezin heerste groot onbegrip over Jörgens optreden. De relatie met Ibi was blijvend verstoord. Na haar eindexamen studeerde ze een poosje natuurkunde, maar trok al gauw naar Frankrijk, waar ze samen met een Fransman, 'een kleurling' (p. 81), een Bed&Breakfast is begonnen. Al Jörgens vaderliefde richtte zich toen op de 'hoogbegaafde' Tirza (p. 79). 'Onafscheidelijk waren ze, het kind en hij' (p. 47).  

 

De gasten laten vroeg op de avond nog op zich wachten. Er schiet Jörgen een onaangenaam voorval uit het recente verleden te binnen. Al 33 jaar werkt hij als redacteur vertaalde literatuur voor een gerenommeerde uitgeverij. Een maand geleden is hij onverwacht op non-actief gesteld. Hij krijgt zijn salaris doorbetaald tot aan zijn pensioen maar hij hoeft niet meer op kantoor te komen. Jörgen ervaart het als een vernedering; het moet geheim blijven. Daarom gaat hij elke dag per fiets naar station Zuid/WTC en per trein naar Schiphol. Daar brengt hij zijn dagen door: 's ochtends in de vertrekhallen, 's middags in de aankomsthal. Zijn werk bestaat nu uit mensen uitzwaaien die hij niet kent, de vluchttijden in de gaten houden en proberen om niet op te vallen. 

Om negen uur begint het feest op gang te komen. Enkele docenten en een groep klasgenoten van Tirza laten zich door Jörgen verwennen. Alleen Tirza zelf is er nog niet: ze haalt haar (aan Jörgen nog onbekende) vriendje op. Met de aanwezige docent economie deelt Jörgen zijn financiële zorgen. Ruim één miljoen had hij buiten bereik van de fiscus op een bank in Luxemburg belegd. Hij koos voor een zeer risicovolle belegging in een zogenaamd hedge fund . Maar na de aanslagen op de Twin Towers (11 september 2001) en de ingestorte wereldeconomie is zijn spaargeld opeens verdampt: het hedge fund is spoorloos verdwenen. De docent economie kan hem weinig troost bieden.  

Van Tirza's klasgenoten trekt vooral een zeer alternatief gekleed meisje Jörgens aandacht. Ze stelt zich voor als 'Ester zonder h' (p. 165). Terwijl in de kamer geanimeerd wordt gedanst, trekt zij zich in de tuin terug in de schuur. Jörgen converseert wat met haar maar ze geeft er de voorkeur aan alleen te zijn; Jörgen zal een drankje voor haar halen. Dan verschijnt - het is inmiddels kwart voor elf - Tirza alsnog, mét haar vriendje. Het is een keurige, beleefde Marokkaan van 23 of 24 jaar, Choukri geheten. Jörgen is geschokt: de jongen lijkt volgens hem sprekend op Mohammed Atta, de leider van de terroristen op 11 september 2001. Hij voelt spontaan een hevige afkeer van de jongen, noemt hem ook consequent Mohammed Atta en ziet in hem steeds sterker de man die hem niet alleen van zijn lievelingsdochter berooft maar die ook verantwoordelijk is voor zijn financiële ondergang.  

Hij doet heel erg afstandelijk en soms bijna akelig tegen Choukri. Tirza ergert zich hieraan. 

‘Niet iedereen is in de wieg gelegd voor de universiteit,’ verklaart Hofmeester. ‘Pap,’ zegt Tirza. ‘Niet nu. Niet nu over wetenschap beginnen.’ Pagina 198 

Het schiet Jörgen te binnen hoe hij zijn dochter op haar veertiende van de hongerdood heeft gered toen ze ernstig leed aan anorexia. In een kliniek in Duitsland is ze ternauwernood in leven gebleven. Hij realiseert zich eens te meer hoezeer hij aan haar is gehecht. Om alle emoties de baas te blijven drinkt hij buitensporig veel. (Er wordt inderdaad vaak gezegd dat hij wijn drinkt. Dit was mij ook al opgevallen. Hofmeester voelt zich zo ellendig, dat hij zijn verdriet alleen maar kan onderdrukken met alcohol.)

Naarmate de uren verstrijken ontspoort het feest steeds meer. De echtgenote verslingert zich aan een scholier en voert op de tafel een striptease uit. Jörgen vergrijpt zich in de schuur aan Ester en wordt met zijn broek op de enkels door Tirza betrapt. Ze is verbijsterd en wanhopig. Als alle gasten zijn verdwenen - ook Tirza's vriendje is het feest al eerder ontvlucht - probeert Jörgen zijn dochter gerust te stellen: ze hoeft zich geen zorgen over hem te maken. Op zijn dringend verzoek speelt ze voor hem nog een keer op haar cello.  

 

Drie weken na het feest. Tirza zal met Choukri naar Afrika vertrekken. Jörgen zal hen naar het vliegveld in Frankfurt brengen. Onderweg zullen ze in de Betuwe nog een weekend doorbrengen in het vroegere huis van zijn ouders. Daar houdt hij regelmatig de tuin bij; het benodigde gereedschap gaat mee in de auto. Het jonge stel zal van Frankfurt naar Windhoek vliegen: in Namibië begint hun trektocht door Zuidelijk Afrika. Jörgen kan het afscheid eigenlijk niet aan. Na het vertrek van de achttienjarige Tirza wacht hem 'de epiloog van een onaanzienlijk leven' (p. 283). 'Nu de kinderen het huis uit zijn, moet hij leren sterven. Maar hij weet niet waar of bij wie hij les kan nemen' (p. 287).  

De dagen in de Betuwe verlopen rustig. Jörgen werkt veel in de tuin. Vooral de vruchtbomen snoeit hij drastisch in met zijn zware motorzaag. Tirza en Choukri vermaken zich op eigen wijze. Wel drijft Jörgen zo vaak hij daar de kans voor krijgt, Choukri verbaal in het nauw. De sfeer is daardoor niet optimaal. Volgens afspraak zal Jörgen voor het avondeten een rijsttafel halen in het dorp. Maar als hij terugkomt, is hij er ongewild getuige van hoe Choukri op de eettafel Tirza neukt. Dan voltrekt zich een ramp. Maar Jörgen rijdt de volgende dag 'gewoon' naar Frankfurt om het tweetal uit te zwaaien en keert diep in de nacht terug in Amsterdam.  

Als Tirza na een week nog niets van zich heeft laten horen, wordt de echtgenote ongerust. Jörgen belt een paar keer zonder resultaat naar Windhoek. Wanneer er na twee weken nog geen bericht is, besluit hij zelf ter plekke op onderzoek uit te gaan. Op 10 augustus 2005, precies drie weken na Tirza's vertrek, arriveert hij in Windhoek (p. 336). Tamelijk doelloos zwerft hij de volgende dagen door de stad. Dan klampt zich op een dag een negenjarig kindhoertje aan hem vast: 'Do you want companysir?' (p. 347). Ze heet Kaisa en het lukt Jörgen niet zich van haar los te maken. Gedurende zijn hele tocht door Namibië houdt ze hem gezelschap. Er ontstaat een merkwaardige band tussen de twee. In lange monologen stort Jörgen onbevangen zijn hart bij haar uit.  

Telefonisch stelt hij de echtgenote zoveel mogelijk gerust. Met een huurauto trekt hij de woestijn in: hij wil verdwijnen. (Hij heeft het woord sterven vervangen door verdwijnen omdat dit wat minder hard klinkt) Dat verdwijnen lukt hem niet. Kaisa houdt hem tegen. Zij trekt hem erdoor en leidt hem terug naar de auto. En tijdens een slapeloze nacht, half in trance, onthult hij Kaisa wat er in de Betuwe is gebeurd: hoe hij op een gruwelijke manier Tirza en Choukri heeft vermoord.  

Een alarmerend telefoontje van de echtgenote dwingt hem in de werkelijkheid terug: Tirza is gevonden; hij moet onmiddellijk naar Amsterdam terugkomen. Hij gaat. Kaisa laat hij in Windhoek achter met de belofte dat hij zal terugkomen met al het geld dat hij daar kan opnemen.  

Terug in Amsterdam gaat hij met openbaar vervoer en te voet naar huis. Van ver ziet hij al een oploop voor zijn deur: radio, tv, politie, nieuwsgierigen. Hij belt nog één keer Tirza's mobieltje om haar stem te horen: 'Hoi, dit is Tirza. Ik ben er even niet. Maar laat maar een leuk berichtje achter' (p. 430, slotzin van de roman).  

 

Interpretatie  

 

Thematiek  

 

In al zijn romans varieert Grunberg het grote thema van falen en verlies. In boek na boek rekent hij vanuit een nihilistisch wereldbeeld af met alle illusies en verwachtingen die mensen van het leven hebben, en met de fictie dat het in het leven ook maar enigszins rationeel zou toegaan. In Tirza spitst hij deze thematiek toe op de analyse van een mislukte vader-dochterrelatie én op de vraag: Hoe komt het beest in de mens naar buiten?  

Hoe raakt iemand de controle kwijt? Hoe iemand de controle kwijt raakt. Ja dit kwam erg naar voren in het boek. Iemand die zich zo lang heeft ingehouden en het allemaal te veel wordt. Het beest komt naar buiten. Dit is eigenlijk de kern van het verhaal. De term ‘beest’ is ook niet zomaar verzonnen door de schrijver van de recensie. Deze term komt vaak terug in het verhaal. ‘Het beest in je is niet dood, het is weer wakker. Ik heb het wakker gemaakt.’ (Pagina 72) De echtgenote van Hofmeester zei het vaak tegen hem. Het lijkt alsof ‘het beest’ in je dood is totdat je deze op de een of andere manier goed wakker schut.  

 

Jörgen Hofmeester richt al zijn vaderliefde op het beschermen en opvoeden van Tirza. Hij doet dat op een onbeholpen en eenzijdig intellectuele manier en begrijpt niet hoe verstikkend al die zorg en aandacht op den duur voor het meisje is. Ze moet naar zwemles en naar celloles en bij alles moet ze uitblinken. Want ze was zijns inziens niet slechts hoogbegaafd maar 'hoog-hoogbegaafd' (p. 218-219). Op haar tiende leest hij haar Don Quichot voor, op haar twaalfde Madame Bovary en op haar veertiende Tolstoi en Dostojevski, onder het motto: 'Met een zeker nihilisme kun je niet vroeg genoeg beginnen. Want je moet er doorheen' (p. 350). Totdat Tirza die boeken wegsmijt, onder de dekens wegkruipt en in de anorexia vlucht.  

Ik vind dit wel erg kort uitgelegd. Hofmeester verwachtte heel veel van zijn dochter. Het enige wat perfect was in zijn leven, was zijn dochter Tirza. Hij bracht haar naar celloles, zwemles en in alles moest en zou ze uitblinken. Hofmeester noemde haar vaak hoogbegaafd en na een tijdje bezweek Tirza hieronder. Ze werd helemaal gek van al deze verwachtingen en wilde controle. Controle over haar eigen lichaam. Net zoveel controle als dat haar vader over haar had. Zo ontwikkelde zei deze eetstoornis. 

Na Tirza's herstel gedraagt Jörgen zich wel verstandiger. Maar na het vertrek van Ibi en de echtgenote is zij de enige die hij nog heeft. Tot elke prijs wil hij haar beschermen, maar op het examenfeest, als hij haar 'Mohammed Atta' sterk afraadt, schreeuwt ze: 'Niet beschermen, papa. Alsjeblieft, niet beschermen' (p. 227). (De ironie wil dat Atta 'vader' betekent en dat Jörgen in diens bijnaam Tirza's vriendje als een nieuwe vader benoemt.)  

 

Al in de klassieke Oudheid noemden tal van filosofen de mens een animal rationale , een beest met verstand, een beest met dierlijke driften die de ratio onder controle moet houden. In Jörgen Hofmeester demonstreert Grunberg hoe in een keurige, gerespecteerde burger het beest kan losbreken wanneer hij de controle verliest. Jörgen zelf is zich er terdege van bewust dat er een beest in hem schuilt. Hij doet dan ook ijverig zijn best om dat beest onder controle te houden (Dit is wat ik eerder al uitlegde)(Zie onder andere p. 55, 64, 72-73, 151, 153, 235 voor 'het beest'; en p. 26, 37, 70, 116, 236, 257, 363, 389 voor 'onder controle' houden.) Zijn achilleshiel is dat hij gelooft dat hij pas helemaal zichzelf is als hij die controle prijsgeeft. 'Pas toen ik mijn controle verloor, werd ik wie ik was. Dat gedeelte van Jörgen Hofmeester dat buiten de wet staat is zijn harde kern' (p. 389). En: 'Je weet niet wie je bent, tot je de controle verliest' (p. 403). Die wetenschap wordt hem funest.  

 

Titel en motto's  

 

De roman is niet genoemd naar hoofdpersoon Jörgen Hofmeester maar naar zijn jongste dochter. Tirza is het Hebreeuwse woord voor 'schoonheid', 'bekoorlijkheid'. In de bijbel komt het als vrouwennaam voor in het boek Numeri (hoofdstuk 26 vers 33) en als naam van een om zijn schoonheid bezongen stad in het Hooglied (hoofdstuk 6 vers 4).  

Tirza wordt vaak in het boek ‘mooi’ genoemd. De mensen die haar kennen vinden haar prachtig. Dit komt vooral door haar levendige ogen. 'een mooi kind,' zegt ze. 'gefeliciteerd. En van die levendige ogen.' Pagina 327 

Het motto is ontleend aan Monogamie (1996), een boekje van de Engelse psychotherapeut en schrijver Adam Phillips met filosofische uitspraken over monogame relaties. Het luidt:  

'A couple is a conspiracy in search of a crime.  

Sex is often the nearest they can get'.  

Het motto is zeker toepasselijk op wat Grunberg in de roman laat zien van het huwelijksleven van Hofmeester en zijn echtgenote. En hoe Hofmeester over seks denkt vat hij aan het eind samen voor de kleine Kaisa: 'De kern van seksualiteit tussen volwassenen is de vernedering. Op zichzelf is het niet zoveel, seks, stelt het niet veel voor. Op de vernedering na. Dat is waar het om gaat, dat is feitelijk het enige' (p. 386).  

 

Structuur en techniek  

 

Tirza is strak en zorgvuldig gecomponeerd. Het verhaal wordt, onderbroken door lange flashbacks, chronologisch verteld.  

(Er waren heel veel flashbacks in het verhaal. Soms was het een beetje lastig om steeds van tijd te wisselen, maar het maakte het verhaal wel boeiend. Het lichtte steeds een stukje van de sluier op)  

Het vertelperspectief ligt steeds bij de hoofdpersoon Jörgen Hofmeester. De roman (430 pagina's) bestaat uit drie delen, elk met een korte titel - 'De huur', 'Het offer', 'De woestijn' - die respectievelijk zijn onderverdeeld in drie, vijf en vijf hoofdstukken zonder titel.  

De locaties worden volledig conform de werkelijkheid beschreven: plaats- en straatnamen, winkels en hotels, alles klopt. Deel I en II spelen vrijwel volledig in het huis aan de Van Eeghenstraat. In deel III verplaatst het verhaal zich even naar het huis in de Betuwe maar vooral naar Namibië.  

Het verhaal speelt in de zomer van 2005. Opvallend is het tijdsverloop in die maanden. Deel I en II, 270 pagina's, spelen zich geheel af tijdens het eindexamenfeest, een tijdsbestek van ongeveer twaalf uur. Het begint met Jörgens voorbereidingen in de keuken en eindigt bij het aanbreken van de nieuwe (zomer)dag. De forse omvang van deze twee delen is vooral toe te schrijven aan de talrijke uitvoerige flashbacks.  

Deel III begint drie weken na het feest en beslaat een periode van ongeveer zes weken. Na een kort verblijf in de Betuwe volgt het vertrek naar Namibië. Daar arriveert Jörgen drie weken na Tirza's vertrek (p. 339). Hij zwerft een aantal dagen door Windhoek, trekt naar de woestijn, probeert tevergeefs eerst daar en later in het stadje Lüderitz te verdwijnen en keert dan naar Amsterdam terug.  

Wat de plot betreft heeft Grunberg een verrassende kunstgreep toegepast. Vanaf de laatste avond in het huisje in de Betuwe (p. 300) tot Jörgens bekentenis aan Kaisa (p. 401-406) verkeert de lezer in de waan dat Tirza en Choukri nog in leven zijn en dat Hofmeester zelf ook in het duister tast over hun lot. Pas wanneer hij serieus probeert te verdwijnen en tegen Kaisa zegt: 'Mijn leven loopt ten einde, ik kan nergens heen', en 'Het is uit de hand gelopen' (beide p. 364), krijgt de lezer een vermoeden van de ware toedracht.  

Ik had echt niet in de gaten dat er iets niet klopte aan het verhaal. Het was zo geschreven dat je het er ook niet uit kon halen. Ik schrok heel erg toen hij de waarheid opeens tegen Kaisa vertelde. 

 

Personages  

 

In de paragraaf de 'Thematiek' is al het een en ander gezegd over de van Grunberg bekende thematische patronen die direct gevolgen hebben voor zijn personages. Hoofdpersoon Jörgen Hofmeester is volgens zo'n vertrouwd Grunberg-recept neergezet. Een keurige burgerman, die er zeer aan hecht te voldoen aan de 'sociale conventies' en 'niets aan het toeval overlaat' (respectievelijk p. 63 en 80). Hij heeft een goede baan bij een bekende firma, woont in het chicste deel van de Amsterdamse Concertgebouwbuurt, is getrouwd, heeft twee mooie dochters en buiten bereik van de fiscus ruim één miljoen op een buitenlandse bankrekening geparkeerd. Een situatie die Grunberg uiteraard zo tekent om vervolgens met verve de slopershamer te hanteren tot van al dat fraais niets maar dan ook niets over is.  

Hofmeester is een antiheld, verkrampt en onhandig, erop gebrand het allemaal goed te doen, maar keer op keer mislukt het. Alles breekt hem bij de handen af. 'Een mens is wat hij doet, maar Hofmeester is voornamelijk wat hij niet heeft gedaan' (p. 243). Uit angst zijn lieveling Tirza te verliezen bedelft hij haar onder zijn zorgzaamheid. Later verbindt hij die angst voor verlies met angst voor terroristen, wat leidt tot het haten van Tirza's vriendje. Echt contact weet hij met niemand te maken; hij heeft 'geen talent voor vriendschap' (p. 170).  

 

Wat mij vooral erg opviel aan de personage Jörgen Hofmeester, was dat hij zelf niet wist wie hij was. Heel vaak is dit terug gekomen. ‘Wie ben ik nu eigenlijk? Leef ik wel?’. Aan het einde van het boek komt hij erachter dat hij eigenlijk heel zijn leven lang een rol heeft gespeeld. Hij is nooit geweest wie hij echt was. Vanaf dat zijn dochters geboren zijn, speelde hij de rol ‘vader’. Ik moet wel zeggen dat hij dit al die jaren dan goed volgehouden heeft. 

 

Tirza tilt hij op een irreëel hoog voetstuk. 'Tirza, de zonnekoningin. De hoog-hoogbegaafde zonnekoningin. Zijn leven. Zijn hoop. Zijn toekomst' (p. 429). Het meisje weet er geen raad mee. Ze ziet de goede bedoelingen van haar vader en wil die ook wel honoreren. Maar ze wil evenzeer haar eigen leven leiden en eigen wegen gaan. Het leidt tot een tragische ontknoping.  

Het huwelijk met de echtgenote, beeldend kunstenares, herinnert aan het toneelstuk Who is afraid of Virginia Woolf? . Ze hebben nooit bij elkaar gepast en elkaar nooit aantrekkelijk gevonden. Dat bekennen ze elkaar in terugblik vrijmoedig. Sneeren, snauwen, elkaar afkatten, dat vormt de hoofdmoot van de conversatie. Na een scheiding van drie jaar komt ze bij Jörgen terug, omdat ze bij niemand anders terecht kan. Het zijn twee wrakken bij elkaar. 'Hofmeesters echtgenote is het herkenbaarste wrak dat hij ooit in zijn leven heeft gezien. En in dat herkenbare wrak vindt hij zijn eigen leven terug' (p. 260). Een treurig stemmend gezelschap.  

Aan het begin van het boek, als de echtgenote terug is gekeerd naar het huis, merk je dat ze eigenlijk nooit iets voor elkaar gevoeld hebben. Dit alles slaat weer terug op het ‘imago’ van Jörgen Hofmeester. Hij had een mooi huis, twee mooie dochters en daar hoorde natuurlijk een mooie vrouw bij. Dit was de echtgenote. Hij vond zijn imago zo belangrijk dat hij vergat waar het eigenlijk echt om draaide in een relatie.  

 

Taal en stijl  

 

Grunberg hanteert een eenvoudige, heldere stijl. Hij gebruikt veel korte zinnen (Hier ben ik het niet mee eens!! Ik vond juist dat de zinnen lang waren en dat ze vol stonden met bijvoeglijke naamwoorden. Misschien is dit omdat ik het niet gewend ben om literatuur van dit niveau te lezen, maar ik betwijfel het) vol aforismen en scherpe observaties, soms onthutsend, soms hilarisch. Bovendien munt hij uit in flitsende dialogen. In de talrijke flashbacks gebruikt hij echter vaak lange, soms zelfs ingewikkelde zinnen (Dit lijkt er meer op). Een kleine greep uit zijn talrijke aforismen: 'Wie niets vergeet, heeft geen leven. In het vergeten zit de toekomst' (p. 84). 'Heiligen hebben een verleden nodig, zondaars een toekomst' (p. 87-88). 'De herinnering aan geluk is ellende' (p. 151).  

Grunbergs favoriete stijlfiguur is de herhaling (repetitio ). Soms herhaalt hij letterlijk, zoals in: 'Haar [Ibi's] spijkerrokje was omhoog gestroopt. Gestroopt, dat was het woord dat in Hofmeesters hoofd bleef zitten. Gestroopt. Gestroopt' (Ja, dit viel mij ook al op) (p. 96-97). Maar ook herhaalt hij dikwijls licht gevarieerd, bijvoorbeeld in: 'Waarom weet ik niets? Waarom vertelt niemand mij iets? Waarom weet ik altijd alles als laatste?' (p. 112). Zoals uit dit laatste voorbeeld al blijkt heeft Grunberg een sterke voorkeur voor de drievoudige herhaling, de versterkend opgebouwde drieslag. Over seks bijvoorbeeld: 'Ik heb haar, ik neem haar, ik gebruik haar' (p. 100). De Duitse architect/huurder is 'te aardig, te slijmerig, te onderdanig' (p. 100). De voorbeelden zijn werkelijk legio.  

Verder zorgt Grunberg niet alleen voor komische scènes, maar hanteert hij ook allerlei taalmiddelen met een humoristisch effect. De voortdurende herhaling bijvoorbeeld van 'Ester zonder h' werkt op den duur hilarisch. En de verrassende zinswendingen waarin Grunberg grossiert zijn vaak bijzonder geestig. Bijvoorbeeld over een scholier die zich voorstelt op het feest: '"Bas". Hij praat met volle mond. Maar "Bas" is een naam die je ook met volle mond goed kunt uitspreken' (p. 208). Kortom, door zijn zeer gevarieerde taalgebruik geeft Grunberg de lezer veel te genieten.  

 

Hierna komt alleen nog maar informatie over het boek zelf en over de schrijver. De inhoud komt er niet meer in voor, dus hier heb ik niets meer verbeterd of aangevuld. 

 

Situering binnen het werk  

 

Tirza is de zesde roman die Arnon Grunberg sinds 1994 onder zijn eigen naam publiceerde. Daarnaast verschenen er twee onder het pseudoniem Marek van der Jagt en publiceerde hij novellen, essays en toneelwerk.  

Grunberg (1971) debuteerde als 23-jarige met de roman Blauwe maandagen . Het was meteen een bestseller, die dubbel werd bekroond: met de Anton Wachterprijs voor het beste en met het Gouden Ezelsoor voor het meest verkochte debuut van dat jaar.  

De volgende romans, Figuranten (1997) en Fantoompijn (2000) - de laatste bekroond met de AKO Literatuurprijs - sluiten nauw bij zijn debuut aan. Thematisch werkt hij volgens bekende lijnen, er is veel slapstick en de hoofdpersonen zijn onmiskenbare afsplitsingen van de auteur.  

Grunberg is dol op mystificaties. Onder het pseudoniem Marek van der Jagt debuteerde hij in 2000 opnieuw (De geschiedenis van mijn kaalheid ). Het pseudoniem werd zo zorgvuldig geheimgehouden dat hij opnieuw de Anton Wachterprijs kreeg! Hij schreef twee Marek van der Jagt-romans, waarin als opvallende verandering te constateren valt, dat de hoofdpersonen niet langer alter ego's zijn van de schrijver. Al zijn het bepaald geen alledaagse typen.  

Een nieuwe wending viel te constateren in zijn roman De asielzoeker (2003), waarmee hij opnieuw de AKO Literatuurprijs verwierf. Thematisch zijn de patronen nog vertrouwd, maar de slapstick raakt op de achtergrond en de hoofdpersoon heeft zijn leven goeddeels achter de rug.  

In die lijn past ook het hier besproken Tirza (2006): een bekende thematiek (falen en verlies), een minimum aan slapstick en een hoofdpersoon die (weliswaar onvrijwillig) met werken is gestopt. Een zestiger op weg naar het einde, die in lange flashbacks terugkijkt op zijn leven. Grunberg is een serieuzer schrijver geworden. En zijn hoofdpersoon Jörgen Hofmeester wordt, ondanks alles, met enig mededogen getekend. Met name zijn omgang met het Namibische kindhoertje en zijn lange monologen tegen haar zijn bepaald ontroerend. Wel lijkt de auteur - is ook dat een nieuwe wending? - steeds meer gefascineerd te worden door bruutheid en lichamelijk geweld.  

 

Reacties  

 

De talrijke recensies van Tirza waren bijna zonder uitzondering zeer lovend. Alleen Kees 't Hart in De Groene Amsterdammer (22 september 2006) en Fleur Speet in Het Financieele Dagblad (23 september 2006) toonden weinig waardering voor de roman. Om met hun oordeel te beginnen: Fleur Speet erkende weliswaar dat Grunberg meesterlijk schreef 'over de beklemmende wreedheid van een liefdeloos huwelijk', maar zij stoorde zich aan de sterke overdrijving. Daardoor overtuigde het verhaal volgens haar niet en was Jörgen Hofmeester vervormd tot 'een marionet in een poppenspel'. 'Het spelelement is in deze roman letterlijk van stal gehaald', schreef zij, 'en net als een aantal aforismen en "dramatische" feiten te vaak herhaald om nog serieus te nemen. En dat is verdomde jammer, want als Grunberg meer had geschrapt en de makkelijke overdrijving had vermeden, had hij werkelijk geraakt.'  

Negatiever nog was Kees 't Hart. Hij had zich geërgerd aan het trage, uitgerekte verhaal over het eindexamenfeest. 'Tragisch of meeslepend wordt het niet, het blijft plat en uitgemeten. Grunberg heeft zijn antiheld niet voldoende toegestaan zich te ontworstelen aan de eendimensionale gedachtewereld die hij hem heeft toebedeeld.' Alleen het Namibië-deel had hem geboeid: 'daar bleef ik bij de les. Dan gaat de roman schuren en wringen en krijgt de lulligheid van die Hofmeester diepte. Het klinkt misschien raar, maar ik heb me bij dit boek hoofdzakelijk verveeld, behalve dan die laatste honderd bladzijden in Namibië.'  

 

Maar verder had Grunberg over waardering niet te klagen. Een kleine selectie uit de prijzende karakteristieken: 'De beste roman van Grunberg tot nu toe' (Johan Bakker in het Nederlands Dagblad , 29 september 2006'; 'Een ontstellende proeve van matuur meesterschap' (Mark Schaevers in Humo , 3 oktober 2006); 'Waarschijnlijk Grunbergs aangrijpendste roman tot nu toe' (Marieke Kremer in Spits , 3 oktober 2006). Nog een iets uitvoeriger typering: 'De nieuwe roman van Arnon Grunberg zou wel eens dé roman over de Lage Landen van na elf september 2001 kunnen zijn. Hij toont een angstwekkend portret van onze gezapige samenleving' (Matthijs de Ridder in De Standaard , 22 september 2006).  

Meer specifiek signaleerde Tjerk de Reus in C.V.Koers (1 oktober 2006) dat christelijke schrijvers het nodige van Grunberg kunnen leren. '[Hij] brengt de afgronden van het bestaan in beeld: het destructieve in de mens, de waanzin die ons lijkt voort te drijven, het kwaad dat huist in de krochten van ons bestaan en daar gekoesterd wordt. Christelijke literatuur boort maar heel zelden deze lagen van de menselijke ziel aan. De problemen van het bestaan worden vaak heel oppervlakkig in beeld gebracht en navenant opgelost. Grunberg kan hier gedegen lessen bieden. (...) Grunberg tast de grenzen af. Het beest in de mens komt in beeld. Niet alleen christelijke lezers, maar ook veel christelijke schrijvers kunnen daar iets van leren. De afgronden die de mens omringen zijn diep. Alleen wie erin durft te kijken, zal goede boeken schrijven.'  

Jeroen Vullings belichtte met grote waardering in een uitvoerige recensie (Vrij Nederland , 23 september 2006) vooral Grunbergs technisch meesterschap. Toch eindigde hij met een advies: '[Hij] toont in dit onweerstaanbare relaas van levenslang falen meer dan ooit hoe goed hij zijn materiaal doseren kan. Zodanig zelfs, dat hij daarin overmacht tentoonspreidt. Nu hij dat niveau bereikt heeft, mag hij de teugels welbewust weer wat laten vieren. Dan breekt Grunberg pas door zijn plafond heen; dan zegeviert niet meer de techniek of het wereldbeeld, maar zijn zeldzame schrijfkunst'.  

 

Tirza werd bekroond met zowel de Gouden Uil Literatuurprijs als de Libris Literatuur Prijs 2007 en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs van dat jaar. Het boek werd in 2010 verfilmd door Rudolf van den Berg.  

 

Dat Tirza is bekroond met deze prijzen vind ik goed! Het verhaal heeft het echt verdiend. Het boek boeide mij tot op de laatste bladzijde.  

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.