Het Joodse gevoel van exclusiviteit

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 15 March 17:03

     De Joden in de dagen van de eerste apostelen beweerden dat zij afstamden van Abraham, een groot profeet die ongeveer tweeduizend jaar voor Christus in Kanaän leefde. God ging met hen zijn bijzondere verbond aan, dat onder anderen een zegen zou zijn voor alle natiën der aarde want er staat geschreven:

           

Mijn naam is Jehova en Ik ken het einde vanaf het begin; daarom zal mijn hand over u zijn. En Ik zal van u een grote natie maken en Ik zal u bovenmatig zegenen en uw naam grootmaken onder alle natiën en gij zult een zegen zijn voor uw nakomelingen na u, zodat zij deze bediening en dit priesterschap in hun handen naar alle natiën zullen brengen; en Ik zal hen zegenen door uw naam; want allen die dit evangelie aanvaarden, zullen naar uw naam worden genoemd en zullen tot uw nakomelingen worden gerekend en zullen zich verheffen en u als hun vader prijzen; en Ik zal hen zegenen die u zegenen, en hen vervloeken die u vervloeken; en in u (dat wil zeggen: in uw priesterschap) en in uw nakomelingen (dat wil zeggen: uw priesterschap), want Ik geef u de belofte dat dit   recht zal voortduren in u, en in uw nakomelingen na u (dat wil zeggen: het letterlijke zaad of het zaad van het lichaam) zullen alle geslachten der aarde worden gezegend, ja, met de zegeningen van het evangelie, die de zegeningen van het heil zijn, ja, van het eeuwige leven. (Abraham 2:8-11.)

Abraham stichtte de Hebreeuwse natie. Door hem en zijn nageslacht werd het heilig verbond  van geslacht op geslacht door gegeven. Daardoor zou Israël “….. uit alle volken Mij ten eigendom zijn, ….En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. (Exodus 19:5-6.)

                                  

Behalve Abraham gebruikten de Joden ook hun grote Hebreeuwse staatsman en wetgever Mozes als bewijs voor hun uitverkoren toestand. Dat kunnen wij lezen in Numeri 12:6-8: Hoort nu mijn woorden. Indien onder u een profeet is, dan maak Ik, de Here, Mij in een gezicht aan hem bekend, in een droom spreek Ik met hem. Niet aldus met mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis. Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren.  Mozes was Gods spreekbuis op aarde, de enige door wie God tot geheel Israël sprak.

                            

     Dat de afstamming en de geestelijke erfenis van Mozes in de Joodse natie ten onrechte een gevoel van superioriteit teweeg bracht, blijkt uit wat we in het nieuwe testament kunnen lezen. Toen Jezus, die in het voorbestaan Jehova was, onder hen verscheen, lieten de twistzieke Joden geen gelegenheid voorbijgaan om de Heiland te herinneren aan hun exclusieve positie want zij pochten en zeiden: Onze vader is Abraham,(Johannes 8:39.) en wij zijn discipelen van Mozes; (Johannes 9:28.) Ja ze waren trots op hun godsdienstige achtergrond.

                                                    

Het werd aan Johannes de Doper overgelaten hen eraan te herinneren dat een ware geestelijke instelling op daden is gebaseerd en niet op een genealogische erfenis want die zei: Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt; en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen (niet Joden) Abraham kinderen te verwekken. (Matteüs 3:8-9.) Hiermee wordt duidelijk dat de Joden ten onrechte aanspraak maakte op een genealogische erfenis die bijdroeg aan een gevoel van exclusiviteit en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.