Selectief geheugen heeft een reden

Door Weltevree gepubliceerd op Tuesday 10 March 14:42

Projecties

bd82b5266f3f61b7e59ef11174be993d_medium.
 

Als tiener begreep ik niet dat lichaam en geest één behoren te zijn want dat was in mijn geval helaas al heel vroeg gescheiden geraakt. Natuurlijk weet ik nu wel hoe het werkt en wat de aanleiding is als de peristaltische bewegingen in mijn slokdarm weer opspelen. Zodra ik een stel vreemde projecties van een ander door mijn strot geduwd krijg ontstaan er spontane lichamelijke reacties. Niet meteen, want ik weet wat van mij is en andermans waardeoordelen zeggen me weinig, vooral als ze kant nog wal raken. Indien het getreiter echter aanhoudt komt mijn lijf wel in verweer. Ik gun iedereen zijn/haar eigen denkbeelden en overtuigingen. Het is niet vanwege de beleefdheidsvorm dat ik voor onzin bedank, maar het is eenvoudig ongezond om me er druk om te maken. 

Communiceren

De echt belangrijke gesprekken met mijn moeder herinner ik me nog alsof ze hier nu naast me zit. Door de jaren heen waren over haar zoveel vragen gerezen en er was zo weinig waarover ze spontaan loslippig was. Het moest een succesverhaal zijn, anders verzweeg ze het liever. Veel zaken zouden daardoor waarschijnlijk onbegrepen blijven, vreesde ik lange tijd. Toch is het me gelukt om haar enkele sleutelmomenten te ontfutselen zonder er dwang achter te zetten.

Gezonde nieuwsgierigheid 

Ik koos ervoor niet meteen tot de kern door te stoten en via omtrekkende bewegingen langzaam maar zeker meer aan de weet te komen. Inmiddels gelijkwaardig was ik geen snotneus meer, haar kleinkind van tien lag boven te slapen als we het weekend bij haar doorbrachten. Een van die keren vroeg ik van wanneer haar eerste herinneringen waren. Tot haar zevende, dacht ze, had ze er geen beelden bij, “maar het kan ook wel dat ik al tien was.” Dat was jammer, sloot een aardig deel van mijn vragen uit. Aangezien ik beelden heb van voordat ik lopen kon en al had ontdekt hoe dat fenomeen heet, werd hiermee het verschil tussen ons nogmaals duidelijk geïllustreerd. 

Omdat ze al weer weken chagrijnig was, vroeg ik die bewuste keer hoe de relatie tussen pa en haar eigenlijk was ontstaan en of ze hem, vijf jaar nadat hij overleed, miste, want “zijn trotse blikken, die onvoorwaardelijke overgave aan jou. Hij kon zo verliefd naar je kijken als jullie samen mooi opgedirkt naar het feest van de zaak gingen.” Ze vond dat wel even aangenaam om te horen, maar sloot zich meteen weer af. Blijkbaar was ik buiten mijn boekje gegaan? Ze kon me op die momenten aanstaren of ik sprak vanuit een donker gat waar alleen ik in thuis hoorde.

De dood

Het verhaal over het overlijden van haar vader, opa die ik nooit heb gekend, was de revue al gepasseerd. Ze was er trots op geweest, heel blij ook, dat mijn pa haar daar zo bij had ontzien.
“Pa had al zo’n voorgevoel, toen we naar huis liepen. Hoe die man dat toch altijd wist? Hij vond dat ik buiten moest wachten, ging binnen eerst polshoogte nemen. Ik hoorde het allemaal naderhand en hij heeft ervoor gezorgd dat ik mijn vader nooit naakt heb hoeven aantreffen. Jouw opa had kennelijk in bad gewild toen wij uitgingen en hij op je broertje paste. Hij schijnt in zijn blootje naast de teil in de keuken te hebben gelegen en je vader heeft hem samen met de buurman afgelegd. Zodat ik er geen ellende van over zou houden. Je vader was toen erg bezorgd want het was daarvoor immers ook al mis gegaan. Toen die man, mijn vader, in bed lag, gewassen en in de pyjama, mocht ik er bij.”  Waar wat precies eerder mis was gegaan bleef die avond in het ongewisse.

Moeder

Ik zie nu nog hoe ze keek toen ze klaagde dat het haar zo tegengevallen was om vanaf de huwelijksnacht in verwachting te zijn. Waarschijnlijk heb ik haar angst aangejaagd met mijn geschokte hoofd want ik zat er niet echt op te wachten dat ze me daarna tot in detail deelgenoot maakte van hoe pa zich niet in had kunnen houden. Zo te zien vervulde de bevalling haar op dat moment nog met afgrijzen terwijl dat toch al drieënveertig jaar geleden gebeurde. Voor mij was het ondenkbaar, maar ik viel haar niet in de reden toen ze vertelde dat ze Broer als baby niet had kunnen knuffelen. Wel vroeg ik nieuwsgierig hoe dat kwam.

“Ik had geen idee wat ik ermee moest en legde de fles voor hem in zijn wiegje want als ie dan honger had kon hij hem pakken en dat deed hij ook hoor.” Volgens mij probeerde ze mij gerust te stellen toen ik mijn verschrikte ogen toch niet in bedwang had. Doortastend snauwde ze kortaf dat ze er niets aan kon doen en niet geweten had wat ze met een baby moest waar ze van gruwde.
“Ma, gruwen? Van je eigen kind?”
“Ja en hoe dat zat met die fles had hij al heel snel door. Het was geen dom jong.” Het stelde me in het geheel niet gerust, maar het was niet aan mij om haar de les te lezen waardoor ze opnieuw als een oester sluiten zou, leek me.
“Maar eh, hoe deed je dat dan als hij verschoond moest worden?”
“Ja, wat dacht je? Dat stelde ik zo lang mogelijk uit, want ik zag er tegenop. Dat was in de tijd dat ik niet meer durfde te slapen.”

“Hoezo. Was je bang om dood te gaan?”
”Ja, natuurlijk, na die vreselijke bevalling. Wie zou niet bang zijn?” werd ze pinnig.
“Ik heb in dat ziekenhuis drie dagen op het randje gelegen. Dat kind wilde maar niet komen. Wat een martelgang en altijd zat je vader naast mijn bed met die blik in de ogen. Vreselijk. Ik kon er toch niets aan doen dat het niet kwam?"
“Dat was toch wel zorgzaam van hem, ma.”
“Ja, maar hoe moest dat als ik erin dood zou blijven?” Ik hing aan haar lippen
“Kom me niet aan met de kerk. Het waren nonnen die daar de scepter zwaaiden en zij zaten in de kapel te bidden voor het welzijn van moeder en kind. Pfoei, eens in de zoveel tijd staken ze de zwarte gesluierde kop om de deur om te zien of ik nog leefde in plaats van mij te helpen. Toen het kind er eindelijk was wist ik niet beter of ik kon het je vader niet aandoen dat hij alleen achter zou blijven met zijn zoon. Dat is toch geen leven voor een jonge man?” vroeg ze hoopvol.
Ik schokschouderde. Wat viel er te begrijpen? Ik was alleen achtergebleven en vond het niet makkelijk, maar onoverkomelijk, onmogelijk was het net zo min...

“Ik was er zeker van dat ik dood zou bloeden en dáárom had ik die gedachte. Ik wachtte tot, nee hoopte dat je vader eindelijk eens weg zou gaan, gewoon naar zijn werk of zo en ik was het ook heilig van plan.” Aan mijn water voelde ik dat wat er komen zou misschien niet fijn was om te horen.
“Ik heb het niet uit kunnen voeren. Sliep te vaak, was te veel verzwakt dus het is me niet gelukt. Maar goed ook, natuurlijk, achteraf gezien.” Ze was kennelijk even helemaal in dat wereldje ondergedompeld en ik wachtte. Overwoog ze het te zeggen? Ze keek schichtig rond, berekende misschien haar kansen? Of zocht ze de moed om verder te vertellen? Ze zuchtte toen ik enkel wachtte.
“Ik had het kind een kussen op de kop willen duwen. Dat was volgens mij echt de beste oplossing zodat je vader met iemand anders opnieuw beginnen kon.” Ik probeerde neutraal te blijven, knikte en stond op, heb sherry ingeschonken. Er moet van een Post Natale Depressie sprake zijn geweest, dacht ik. Ineens meende ik ook te begrijpen waarom ze mijn broer altijd had voorgetrokken, maar toen ik vroeg of ze zich nu nog schuldig voelde over dat plan keek ze of ik van Mars kwam.

“Schuldig? Hoezo? Ach, ouders krijgen tegenwoordig altijd overal de schuld van, maar ik heb mijn best gedaan, hoor je? Heel erg mijn best.”
Voor die avond had ik voldoende ontboezemingen te verwerken gekregen en toch vroeg ik hoe ze het daarna alleen thuis met de baby had gedaan.
“Ik moest aansterken, lag meestal in bed, kwam er enkel uit als het kind iets nodig had. Daarbij moest ik het me ook nog eens aan laten leunen dat tante Griet mijn huishouding op de kop zette. Had ik dat er óók nog bij.”
Ik kende de grove, weinig subtiele tante Griet, kon me voorstellen dat je deze ruwe bolster op zo'n moment beter niet om je heen kon hebben; van begrip was bij Griet geen sprake en haar botte manier om zonder aanstellerij door te pakken had ik regelmatig aan den lijve ondervonden.
“Je vader kwam van zijn werk, verzorgde je broer en maakte voor mij een rauw geklopt ei, deed daar suiker en cognac in. Dat was een rib uit ons lijf, zo vlak na de oorlog, maar dan kon ik tenminste een paar uren de ogen dicht doen.”
“Hoelang heeft dat geduurd, ma?“
”Een half jaar? Drie maanden? Bah, wat doet dat er nou toe? Wat zit jij toch te wroeten. Jij moet ook altijd het naadje van de kous weten. Bah…zet de tv maar aan. Het is genoeg voor vandaag.” Ik denk dat het haar goed heeft gedaan het eindelijk eens te kunnen vertellen, want later zei ze dat ze het voordien nooit aan iemand had opgebiecht.

Deel twee: Schoon schip

Reacties (20) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik wilde het niet langer uitstellen, deze zilla lezen. Je bent de afgelopen tijd wat snel gegaan...
En dan val ik gelijk met de neus in de boter. Mijn hemel, dit is echt heftig.

PND, dat lijkt me een hele logische conclusie. Wat Karazmijn zegt over die angst, daar kan ik me heel goed in verplaatsen.
Is het denken aan het 'belang' van de vader dan niet gewoon een soort rationalisatie die daar heel goed bij past?
En is het achteraf beoordelen van deze tijd als iets 'normaals' dan ook niet gewoon een soort verwerkingsmechanisme?

Zien we dat niet vaker bij deze generatie? Dat ze problemen op eigen houtje hebben opgelost, vaak niet op de beste manier. En dat ze de gevolgen daarvan maar moeilijk kunnen accepteren en daar dus nooit over kunnen praten?

Ik hoef alleen maar naar mijn eigen familie te kijken...

Erg goed stuk! Ja, en nou lees ik dus gewoon door.

Je opa stierf toen hij op je broertje paste. Je vader had een voorgevoel. Die passage gaf me koude rillingen. Stel nou toch dat je broertje het ontdekt had, als hij wakker was geworden. Dat beeld krijg ik niet uit mijn hoofd.
Heb zoiets ooit in een waar gebeurd een verhaal beschreven. Een jongetje van twee of drie dat twee dagen alleen bij zijn dode vader op de bank in de woonkamer doorbrengt
(die aan een hersenbloeding stierf terwijl hij zijn vrouw een weekendje met vriendinnen had beloofd)
Dit is erg moeilijk zeker voor een kind om daarmee om te gaan. Wel weer heel mooi geschreven door je
Ik ben er relatief goed doorheen gerold, maar dat ligt meer aan mijn karakter, denk ik.
Jouw moeder had indertijd ook wel hulp kunnen gebruiken en dan bedoel ik niet tante Griet. Als kind moet dit vreselijk zijn geweest om van je moeder te horen.
In die tijd was zoiets als een PND niet bekend
Ik was op dat moment al lang volwassen en had mijn problemen daarover al opgelost met hulp van die psycholoog. Voor mij was het eigenlijk meer: zie je wel, ik heb het als kind heel goed ingeschat destijds.
Ook al ben je volwassen, je blijft toch altijd haar kind.
Ja, normaliter wel
Wat zal je moeder bang geweest zijn.
Waarvoor?
voor wat er met haar gebeurde en wat ze allemaal dacht. Een beetje normaal mens zal toch doodsbang worden van die gedachten?
Ik weet niet, zoals zij er over sprak vond zij het al die jaren later zelf nog een heel normale gang van zaken, had aan haar man gedacht, voor wie een baby maar in de weg zou zitten als ze dood zou gaan. Over projecties gesproken....
Je kon aan een bepaalde intonatie merken of ze wellicht sommige dingen vreemd f beangstigend vond want dan werd ze kwaad.
Nee, ze heeft niet echt blijk gegeven van zelfonderzoek, behalve toen ze wist dat ze dood zou gaan
dan was ze niet normaal vrees ik.
tja .. postnatale depressie zou kunnen?!
Het doet je wel meer begrijpen en er iets mee doen.
Inderdaad, het maakte wel veel duidelijk, voor mij, ik geloof niet dat ze zelf doorhad hoeveel effect het op ons als baby's heeft gehad, maar goed, het was niet anders
Wat een verdrietige situatie. Het lijkt me dat die sfeer, ook al werd er niet eerder over gesproken, je jeugd heeft 'gekleurd'. Sterk van je dat je toch (meestal) een positieve blik op de wereld weet te hebben.
Ben ik geloof ik mee geboren, met die positieve inslag Past wel erg bij mijn karakter, gelukkig. Hierdoor ben ik veel meer gaan berijpen, want wat ze bij mijn broer niet kon, kon ze met mij natuurlijk helemaal niet. Wat natuurlijk niet zegt dat ik het goedkeur, maar het was zoals het was en we deden het ermee.
Ik heb het nu al drie keer gelezen en nog vind ik de juiste woorden niet. Ik denk ook richting postnatale depressie.

Op een manier is het 'mooi' dat ze eindelijk eens open was (totdat ze naar de TV verwees) - maar hoe ze het beschrijft, dat is toch even slikken.

Vond ik toen ook moeilijk , maar begon er niet over te preken want anders had ik het vast nooit helemaal geweten en ik zag dat mijn uitdrukking teveel verried dus leerde ik een neutraal gezicht op te zetten.