De Schaduwen - George MacDonald (2)

Door Northwind gepubliceerd op Saturday 07 March 11:06

Hier het tweede deel van De Schaduwen, dit keer met een werk van filosofe en kunstenares Christie Williams, 'So Lies My Journey, On into the Dark'. Veel van haar werken zijn geïnspireerd door teksten van MacDonald.

Deel 1

22220bf4d430ddc4e6ae16387c70c0bb_medium.

En terwijl ze dit zeiden, zetten de lijfwachten van de koning de draagbaar op een rots en stortten ze zich in de menigte op het meer. Ze kwamen echter al snel terug en droegen de koning naar het midden van het meer. Alle Schaduwen dromden rond hem samen, met respect, maar zonder angst. Nog nooit eerder had een dergelijke groteske vergadering zich getoond voor sterfelijke ogen. De koning had allerlei soorten aardmannetjes, kobolds en kabouters gezien bij zijn kroning, maar zij waren heel rechtlijnige figuren geweest in vergelijking met de waanzinnige, ongebreidelde veelvormigheid van de Schaduwen. De wildste capriolen van de eersten waren geordende dansen vergeleken met de ogenschijnlijk zinloze en weerbarstige stuiptrekkingen en vormwisselingen waar de laatsten behagen in schepten. Tot verbazing van de koning behielden ze echter te allen tijde een eigen identiteit, die op onverklaarbare wijze waarneembaar bleef bij elke verandering. Dit behoud van eigen identiteit bij elke vorm was nog verbazingwekkender dan de verbijsterende en absurde veranderingen die de vormen zelf van moment tot moment ondergingen.


'Wat zijn jullie?' vroeg de koning, die op zijn elleboog leunde en om zich heen keek.
'De Schaduwen, majesteit', kwam het antwoord van meerdere stemmen tegelijk.
'Wat voor Schaduwen?'
'De Schaduwen van mensen. De Schaduwen van mannen en vrouwen en hun kinderen'.
'Zijn jullie niet ook de schaduwen van stoelen en tafels en kachelpoken en bezems?'


Bij deze vraag ging er een vreemde schok door de verzamelde Schaduwen. Sommige figuren schoten omhoog, zo hoog als de aurora, maar ze kwamen direct weer omlaag en namen weer hun menselijke grootte aan, alsof ze hun gevoelens moesten overwinnen uit respect voor degene die ze had opgewekt. De Schaduw die tot de hoogst zichtbare ijzige piek was opgeschoten en even plotseling weer zijn normale gedaante had aangenomen, worstelde zich nu een weg door de menigte en wierp zich voor de rest van het gesprek op als woordvoerder.
'Neemt u ons onze agitatie niet kwalijk, uwe majesteit', zei hij. 'Ik heb gemerkt dat uwe majesteit zich nog niet op de hoogte heeft laten brengen van onze aard en gewoonten'.


'Dat wil ik nu doen', antwoordde de koning.
'Wij zijn de Schaduwen', herhaalde de Schaduw plechtig.
'Nou?' zei de koning.
'We verschijnen niet vaak aan mensen'.
'Ha!' zei de koning.
'We horen helemaal niet bij het zonlicht. We lopen er ongezien in. Mensen herkennen een onbekend en ongezien wezen alleen aan een voorbijgaande kilte'.
'Ha!' zei de koning nogmaals.
'Alleen bij het grillige licht van het vuur of wanneer een man of vrouw alleen is met slechts één kaars of wanneer meerdere mensen tegelijk hetzelfde gevoel hebben, dat hun verenigt, alleen dan vertonen wij onszelf en de ware aard van de dingen'.
'Kan de waarheid worden onthuld door dat wat de nacht liefheeft?' zei de koning.
'Het duister is de bakermat van het licht dat leeft', antwoordde de Schaduw.
'Kan dat wat de spot drijft met vormen, de waarheid onthullen?' zei de koning.
'De waarheid gaat rond in vormeloze stormen die de wereld vullen', antwoordde de Schaduw.


'Ha! ha!' dacht Ralf Rinkelmann, 'dat rijmt. De Schaduw overtroeft mijn vragen met zijn antwoorden. Heel eigenaardig!' En hij dacht erover na.
De Schaduw hernam als eerste het woord.
'Mogen wij uwe majesteit een verzoekschrift aanbieden?'
'Maar natuurlijk', antwoordde de koning. 'Ik ben niet gezond genoeg om hem met de vereiste staatsie in ontvangst te nemen'.
'Dat geeft niet, majesteit. Wij hechten niet aan uiterlijke vormen en niemand van ons voelt zich op dit moment erg goed. We gaan gebukt onder datgene waar het verzoekschrift over gaat'.
'Ga door', zei de koning.
'Sire', begon de Schaduw, 'ons bestaan is in gevaar. De verschillende soorten kunstlicht, zowel in de huizen als in mannen, vrouwen en kinderen, dreigen het einde van ons bestaan te worden. Het gebruik en de aard van gaslampen, vooral het midden van de lampen, verblinden de ogen en wij kunnen alleen met de ogen worden waargenomen. We zijn bijna verdreven uit de steden. We worden verdreven naar dorpen en eenzaam gelegen huizen, voornamelijk oude boerderijen, waar ook onze vrienden de elfen snel aan het verdwijnen zijn. Daarom leggen we dit verzoekschrift voor aan onze koning, dat hij door zijn macht onze rechten in de huizen en in de harten van de bewoners moge herstellen'.
'Maar', zei de koning, 'jullie maken kinderen bang'.
'Dat doen we slechts zeer zelden, majesteit, en alleen voor hun eigen bestwil. We zijn er zelden op uit om iemand aan het schrikken te maken. We willen de mensen meestal stil en bedachtzaam maken. We willen ze ontzag inboezemen, majesteit'.
'Jullie zullen ze eerder aan het lachen brengen', zei de koning.
'Is dat zo?' zei de Schaduw.
Hij deed een stap in de richting van de koning en stond een ogenblik lang heel stil. Een levendig violet licht schoot uit de diamant op de scepter van de koning en hij staarde zwijgend naar de Schaduw, terwijl zijn lip beefde. Hij vertelde niemand ooit wat hij toen zag. Hij zei alleen:
'Stel je eens voor wat er zou gebeuren als sommige vluchtige gedachten zouden blijven hangen en je ernaar kon kijken'.
De Schaduw hervatte: 'Als onze gedachten niet zijn gefixeerd op een bepaald object, worden onze lichamen beïnvloed door alle grillen van de elementen. Gewoonlijk, bij dwaze mannen en lichtzinnige vrouwen hechten we ons aan meubels of kledingstukken, en zij twijfelen er nooit aan dat wij dwaas zijn; vage beelden die een gevolg zijn van de dansende lichtbundels die vallen op de vaste vormen waar hun huizen vol mee staan. We doen geen moeite om hun de waarheid te vertellen, want die zouden ze toch niet kunnen begrijpen. Maar we laten de dwaze mannen en de lichtzinnige vrouwen voor wat ze zijn - en dan...'
Bij elke pauze roerde de massa Schaduwen zich en bewogen ze zich vol emotie, maar al snel werden ze weer relatief rustig. De Schaduw wilde weer beginnen te spreken, toen ze plotseling allemaal omhoog keken en de koning, die hun blikken volgde, zag dat de aurora was verbleekt.

'De maan komt op', zei de Schaduw. 'Zodra ze over de bergen komt en in de vallei schijnt, moeten we weg zijn, want we hebben het erg druk als de maan schijnt; in haar licht zijn we erg krachtig. Maar als uwe majesteit morgennacht terug wil komen, kan uwe majesteit nog veel meer over ons leren en bepalen of u ons verzoekschrift wilt ondertekenen. Want morgen wordt onze grote, jaarlijkse vergadering gehouden, gedurende welke we aan onze leiders rapporteren wat we hebben geprobeerd te doen en of we erin zijn geslaagd of niet'.
'Als jullie me laten halen', antwoordde de koning, 'dan kom ik'.
Voordat de Schaduw kon antwoorden was een punt van de wassende maansikkel vanachter een beijsde bergtop vandaan gekomen en viel er een ranke straal maanlicht op het meer. De straal viel op geen van de Schaduwen. Eer de koning zijn blik weer van de frisse helderheid van de herlevende maan op de aarde had gericht, waren ze verdwenen. En de ijsvloer van het meer glinsterde goud en blauw in het bleke maanlicht.


Daar lag de koning, alleen midden op het dichtgevroren meer, aangestaard door de maan. Na lange tijd hoorde bij een bekende stem in de verte.
'Wil je nog een kopje thee, lieverd?' vroeg mevrouw Rinkelmann.
Ralf kwam langzaam tot zichzelf en merkte dat hij in zijn eigen bed lag.
'Ja, graag', antwoordde hij. 'En een groot stuk geroosterd brood, graag; ik ben op een lange reis geweest nadat ik je voor het laatst heb gezien.
'Hij is zichzelf nog niet', zei mevrouw Rinkelmann tegen zichzelf.
'Het zou je verbazen als ik je zou vertellen waar ik ben geweest', ging Ralf verder
'Dat zou het vast', zei zijn vrouw.
'Dan zal ik het je vertellen', zei Ralf.


Op dat moment veerde een grote Schaduw echter met één enorme sprong uit het vuur, zodat hij de hele kamer verduisterde. Toen ging hij in een hoek zitten en Ralf zag dat hij met een van zijn veelvormige vuisten naar hem zwaaide. Hij begreep de hint en hield zich stil. En dat was maar goed ook. Want ik weet ook iets over de Schaduwen en ik ben er zeker van dat als hij zijn vrouw op dat moment iets over ze zou hebben verteld, ze hem de volgende avond niet zouden hebben opgehaald.
Maar toen de koning rond lag te kijken nadat hij zijn thee had gedronken en zijn geroosterde boterham had gegeten, leken de Schaduwen die door zijn kamer dansten vreemder en onverklaarbaarder dan ooit. De hele kamer was gevuld met geheimzinnigheid. Dat was altijd zo, maar nu was het geheimzinniger dan ooit. Na alles wat hij had meegemaakt in de Schaduwenkerk waren zijn eigen kamer en de Schaduwen daarin wonderbaarlijker en onbegrijpelijker dan de Schaduwen die hij daar had gezien.


Daarom leek het hem waarschijnlijk dat hij een echt visioen had gezien; want gewone dingen leken er niet gewoner door, zoals bij een onecht visioen het geval zou zijn geweest, maar in plaats daarvan onthulden gewone dingen het wonderbaarlijke dat ze herbergden. 'Hetzelfde geldt ook voor kunst', dacht Ralf Rinkelmann.


De volgende namiddag, toen de schemer in schemerduister veranderde, lag de koning zich af te vragen of de Schaduwen hem weer zouden komen halen of niet. Hij wilde het graag, want hij had zeer van de reis genoten en hij verlangde er bovendien naar om de Schaduwen hun verhalen te horen vertellen. Maar de duisternis nam toe en de Schaduwen kwamen niet. De reden was dat mevrouw Rinkelmann bij het afnemende licht van het vuur zat en ze konden de koning niet wegdragen terwijl zij daar zat. Sommigen probeerde haar weg te jagen door haar bang te maken. Ze namen de gekste vormen aan op de muren, de vloer, het plafond, maar het hielp niets. De koningin glimlachte slechts want ze had een zuiver geweten. Plotseling hoorde ze echter een angstige kreet uit de kinderkamer en mevrouw Rinkelmann rende naar boven om te kijken wat er aan de hand was. Toen ze weg was, kwamen de twee schildwachten bij de schoorsteen naar voren en gingen midden in de kamer staan. Ze zeiden op zachte toon:
'Is uwe majesteit gereed?'
'Hebben jullie dan geen hart?' zei de koning, 'of zijn jullie harten net zo zwart als jullie gezichten? Hoorden jullie het kind dan niet roepen? Ik moet weten wat er aan de hand is voordat ik met jullie mee ga.


'Uw majesteit kan gerust zijn op dat punt', antwoordden de schildwachten. 'We hebben alles geprobeerd wat we konden bedenken om hare majesteit de koningin kwijt te raken, zonder resultaat. Daarom sloop een jonge wildebras van een Schaduw, half tegen de wil van de ouderen onder ons, naar boven in de kinderkamer, waar hij er zonder twijfel in is geslaagd om de baby te doen schrikken. Hij is bijzonder lenig en hij heeft lange benen. Welnu, majesteit'.
'Zulke streken wil ik niet in mijn kinderkamer', zei de koning nogal boos. 'Straks raakt het kind buiten zichzelf'.
'Dan zou het een tweeling zijn, majesteit. En we zijn dol op tweelingen'.
'Zit nu niet van die vervelende grappen te maken! Door jullie raakt het kind nog buiten zinnen'.
'Onmogelijk, Sire, want ze is nog niet bij zinnen'.
'Ga weg', zei de koning.
'Neem het ons niet kwalijk, majesteit. Maar het zal het kind echt goed doen, want die Schaduw zal haar hele leven symbool staan voor alles wat lelijk en slecht is. Wanneer ze denkt dat ze gevaar loopt om iemand te gaan haten of jaloers op iemand te zijn, zal ze zich de Schaduw herinneren. Dan zal ze huiveren'.
'Goed', zei de koning. 'Dat bevalt me wel. Laten we gaan'.


De Schaduwen voerden dezelfde ceremoniën uit en troffen dezelfde voorbereidingen als eerst, en de hele tijd maakte de jonge Schaduw in de kinderkamer zulke grimassen, dat de koningin bij de bange baby bleef tot alles klaar was. Toen nam hij een hoge sprong en zette hij zich af tegen het plafond met zijn twee meter lange benen, waarbij hij door de deur van de kinderkamer verdween en de slaapkamer van de koning net op tijd bereikte om zich aan te sluiten bij de laatsten die door het raam verdwenen, over de sneeuw achter de draagbaar aan. Zo vertrokken ze, net als de avond ervoor, zwarte figuren glijdend over een wit tapijt. En het was kerstavond.


Toen het bergmeer in zicht kwam, zag de koning dat het hele oppervlak overdekt was met een grillig bewegende massa Schaduwen. Ze waren allemaal aan het praten of luisteren, in groepjes van twee of drie en alle andere groottes. Hier en daar stonden grote groepen te luisteren naar een Schaduw die hoog boven de rest uittorende, niet op een preekstoel of op een podium, maar op zijn eigen lange benen, die hij voor de gelegenheid extra had uitgerekt. De aurora recht boven hen verlichtte het meer en de omringende bergwanden door vanaf de hemel grote mistwolken te sturen die het meer bijna raakten en oplichtten in alle kleuren van een zwakke regenboog.


Hoewel er aan alle kanten rond de koning werd gesproken, bereikte niet het geringste geluid zijn oren: de taal van de Schaduwen kon niet worden opgevangen door zijn stoffelijke organen. Een van zijn gidsen, die had gezien dat de koning graag wilde luisteren, maar het niet kon, bewoog zijn hoofd en oren op een zonderlinge manier. Daarna kon de koning alles perfect horen, hoewel hij alleen de stem kon horen waar hij op een bepaald moment zijn aandacht op richtte. Dit was echter een groot voordeel en de koning wilde deze eigenschap graag meenemen naar de mensenwereld.


De koning begreep nu dat dit niet alleen de kerk van de Schaduwen was, maar dat ze er ook nieuws uitwisselden. Want de Schaduwen kennen geen schrift en hebben geen boekdrukkunst. De enige manier waarop ze elkaar op de hoogte kunnen stellen van wat ze doen en denken, is door elkaar te ontmoeten en met elkaar te spreken op deze marktplaats van woorden en dit parlement van silhouetten. Net zoals in de wereld mensen de werken van hun favoriete schrijvers lezen en luisteren naar hun favoriete sprekers, zo zoeken de Schaduwen hier hun favoriete Schaduwen, luisteren naar hun avonturen en naar wat ze zoal te vertellen hebben.


De koning voelde zich behoorlijk sterk. Hij stond op en liep tussen hen door, zijn hermelijnen mantel om zich heen geslagen, zijn rode kroon op zijn hoofd en zijn diamanten scepter in zijn hand. Elke groep Schaduwen die hij naderde, stopte met praten zodra ze hem zagen. Ze knikten naar hem en pakten de draad van hun gesprek meteen weer op, alsof er niet zojuist iemand voorbij was gekomen met een hogere rang dan zijzelf. Zo kreeg de koning veel verhalen te horen. Om sommige verhalen moest hij lachen, om andere huilde hij. Als de verhalen van de Schaduwen zouden worden gedrukt, zou er geen uitgever zijn die het boek snel genoeg zou kunnen uitgeven om de kopers tevreden te stellen. Ik zal een paar dingen vertellen die de koning hoorde, want niet veel later vertelde hij ze aan mij. Ik was zelfs enige tijd zijn privésecretaris.


'Ik bracht hem voor de week voorbij was tot een bekentenis', zei een zwaarmoedige, oude Schaduw.
'Maar wat was het nut daarvan?' vroeg een slimme jonge Schaduw. 'Dat maakte wat er gebeurd was, niet ongedaan'.
'Jawel'.
'Wat!? Werden de doden tot leven gebracht?'
'Nee, maar de moordenaar werd erdoor getroost. Ik kon het niet verdragen hem zo beklagenswaardig en ellendig te zien. Hij was veel gelukkiger met het touw om zijn nek dan met de portemonnee in zijn zak. Ik heb hem gered van de moord op zichzelf'.
'Hoe heb je hem ertoe gebracht te bekennen?'
'Ik heb alleen wat over de muur heen en weer gerold'.
'Hoe hielp dat dan?'
'Dat weet hij'.


De Schaduw zweeg en de koning wendde zich tot een andere die zich opmaakte om iets te gaan vertellen.
'Ik heb gezorgd dat een zelfzuchtige moeder berouw kreeg'.
'Hoe heb je dat gedaan?' kwam het ongelovig van verschillende kanten.
'Ik hoefde alleen een kleine doodskist af te beelden op de muur', was het antwoord.
'Legde de zelfzuchtige moeder ook een bekentenis af?'
'Zij had niets meer te bekennen dan wat iedereen al wist'.
'Wat was het dan dat iedereen al wist?'
'Dat ze een levend kind had kunnen kussen toen ze een dood kind naar het graf volgde. Met het volgende zal het beter gaan'.
'Ik heb een bruiloft verhinderd', sprak een andere.
'Akelige Schaduw!' merkte een poëtisch ingestelde deugniet op.
'Hoe dan?' vroegen de anderen. 'Vertel ons hoe'.
'Door een duistere vlek, als de schaduw van een haak, over het voorhoofd van een mooi meisje te doen vallen. Ze zijn nog niet getrouwd en ik denk niet dat ze ooit zullen trouwen. Maar ik hield van de jongeman die van haar hield. Wat schrok hij! Zijn ogen werden hem geopend'.
'Maar heb je hem niet misleid?'
'Nee, integendeel'.
'Maar het was slechts een schaduw van de buitenkant en geen schaduw die uit de ziel van het meisje kwam'.
'Ja. Zo kun je het zien. Maar meer was er niet nodig om de betekenis van haar voorhoofd duidelijk te maken, ja, van haar hele gezicht. Door haar gezicht was de jongeman nu en dan van zijn stuk gebracht, als zijn passie iets afnam. Alles, de opgetrokken neusvleugels, de pruilende lippen, de vooruitstekende kin, harmonieerde opeens met de donkere vlek tussen haar wenkbrauwen. De jongeman begreep het ogenblikkelijk en ging naar huis, zich ellendig voelend. En ze zijn nog niet getrouwd'.


'Ik vond een dronkenlap alleen met zijn fles port', zei een zeer donkere Schaduw; 'en ik had de fles niet gegeven! Eerst vormde ik delirium tremens en daarna ging ik over in een begrafenisstoet, die langzaam voorbij trok over de hele muur. Ik heb hem genoeg pluimen en rouwkoetsen gegeven. En toen liet ik een rouwdienst zien, maar ik kon het koorhemd niet wit maken, wat des te beter was voor zo'n zondaar. De ellendeling staarde ernaar tot zijn paarse gezicht grijs was geworden, liet zijn vijfde glas half vol staan en zocht zijn toevlucht bij zijn vrouw en kinderen in de zitkamer. Ze verbaasden zich daar nogal over. Volgens mij dronk hij een kop thee en hoewel ik vaak even een kijkje genomen heb, heb ik hem nooit meer alleen zien drinken'.
'Maar drinkt hij nu minder? Heb je hem geholpen?'
'Dat hoop ik, maar ik kan helaas niet zeggen dat ik er zeker van ben'.
'Hmf! Hmf! Hmf!' bromden verschillende Schaduwen.
'Ik had een keer zo'n plezier!' riep een ander. 'Ik haalde een keer een grap uit met een jonge dominee!'
'Je mag geen grappen uithalen met mensen'.
'Jazeker mag ik dat wel, als het voor hun eigen bestwil is. Waar denk je dat hij zijn preken voorbereidde?'
'In zijn werkkamer, natuurlijk. Waar anders?'
'Ja en nee. Raad nog eens'.
'Buiten, door naar de gezichten op straat te kijken'.
'Raad nog eens'.
'Op rustige plekjes op het platteland?'
'Raad nog eens'.
'In oude boeken?'
'Raad nog eens'.
'Nee, nee. Vertel het ons'.
'In de spiegel. Hahaha!'
'Hij was een gemakkelijk doelwit, een doelwit voor Schaduwen'.
'Dat vond ik, tenminste. En op een avond heb ik zoveel grappen met hem uitgehaald op de muur! Hij begreep dat ik hem uitbeeldde, maar hij leek sprekend op een aap. Hij schaamde zich en keerde de spiegel om. En zo begon hij wat meer aan zijn mensen te denken, in plaats van aan zichzelf. Ik was erg blij, want, uwe majesteit', en de spreker draaide zich naar de koning, 'wij houden niet van de schepsels die in de spiegels leven. Ik geloof dat ze bij u geesten worden genoemd?'

 

Volgend deel

 

 

 

 

Op dit artikel rusten auteursrechten

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik zie dat je een serie hebt ik sla ze op bij mijn favorieten, erg interessant