Rouwbegeleiding

Door Marcker gepubliceerd op Monday 23 February 17:53

'Het is een beetje meer,' zegt de verkoopster en kijkt me vragend aan, terwijl haar mond lichtjes getuit staat, klaar om in een instemmende glimlach over te gaan als ik geruststellend ga knikken. Maar ik knik niet en zeg afgemeten, 'honderdvijftig gram graag.' Haar glimlach bevriest, net zoals haar blik. Ze is verbolgen, ik zie het. Haar vriendelijke bediening, haar zorgzame, geroutineerde lepelbeweging in de bakken met salades, het heeft niets opgeleverd. Voor haar staat een lul, een onbehouwen, contactgestoorde, kouwelijke boerenlul. Ze kijkt me vluchtig aan en ik trek een mondhoek omhoog, meer zit er niet in.

Ach, het kind kan niet weten dat ik beleg kom halen voor de koffietafel. Ze heeft er geen benul van dat ik morgen mijn vrouw ga begraven. Ze vouwt haar armen voor zich en vraagt, 'nog iets?' Ik slik droog, dat had ze niet moeten doen. Ze heeft verdomme het recht niet om mij te veroordelen enkel op basis van deze dag, dit moment, deze fucking minuut. 'De rekening,' mompel ik, 'als het niet teveel gevraagd is.' Met houterige bewegingen mishandeld ze de kassa. Op dat moment komt er iemand binnen die recht naar me toe komt. Ze heeft ongeveer mijn leeftijd, is ingeduffeld als een ongewenst kerstcadeau en komt tot aan mijn kin. 'Geert! Jongen, hoe is het met je? Ach... .' Ze drapeert haar armen rond me en ik buk me maar om de onbekende knuffel in ontvangst te nemen. Mijn naam had ze al juist, dus ik zal er wel vlug achterkomen wie ze is.

De winkeljuffrouw staat te wachten met de rekening. Ze kijkt wat onzeker, de hartelijke ontmoeting strookt niet met het beeld dat ze van me heeft. Ik herken het vrouwtje dat me nu met waterige oogjes aankijkt, het is de overbuurvrouw, Nel. 'Gelukkig heeft ze niet afgezien, Geert, dat is toch een zegen jongen. En net zo voor de feestdagen, jongen toch.' Ik wéét dat ze niet ouder kan zijn dan tweeënvijftig, niet ouder dan ik en haar 'ge-jongen' stoort me mateloos. Het meisje achter de kassa krijgt door hoe de vork in de steel zit en haar ogen kijken me medelijdend aan. Nou, niet met mij, dus zeg ik, 'ja, ze had eigenlijk wel even mogen wachten met doodgaan.' Een onwerkelijke stilte vult de slagerij. De kleine nering houdt de adem in, de mop en de hinde kijken elkaar vluchtig aan. Ik leg een bankbiljet op de toog, neem mijn waren in ontvangst en maak me uit de voeten.

Door het park wandel ik terug naar huis. De natte, dooiende sneeuw maakt een onplezierig geluid onder mijn harkende schoeisel. Ik weet niet hoe ik me moet voelen. Ik denk terug aan de lijkbiddersgezichten van de afgelopen dagen en voel een rilling over mijn rug lopen. Wie waren die mensen in godsnaam? Ik herkende er maar een paar. Eenmaal thuis zet ik keihard 'Riders in the storm' op van The Doors. Annie was er gek op en ik werd er gek van, totdat ik het ook begon te apprecieren. Het geluid staat zo hard dat het krakkemikkig orgelriedeltje op een kerkorgel lijkt.

Intussen bak ik een ei. Met suiker en paneermeel. Annie vond het maar niks, die suiker. Ik doe er nog een schepje bovenop. Met wat geluk nog een jaar of twintig, gaat het door me heen. Twintig jaar eieren met suiker, spek met wittebrood, chocoladetruffels met sterke koffie. Ik ga me kapot vreten. Annie waakte erover dat ik dat vooral niet deed en stopte me vol met sinaasappels en druiven. Halverwege de gesuikerde omelet kan ik niet meer eten en begin te snotteren als een plechtige communicant wiens nieuwe horloge in een plas water is gevallen. Wat is er godverdomme met me aan de hand? Mijn vrouw is dood, nou, deal with it! Het is die vanzelfsprekendheid die weg is, de paniek om de bereddering van de praktische kant van het huishouden. Dat nachtkleed dat maar over die stoel blijft hangen, dag na dag. Ik denk nog altijd dat ze straks zomaar uit de keuken komt en me een zorgvuldig gepelde mandarijn voor mijn neus zet.

The Lizzard King houdt intussen zijn mond. De stilte gonst in mijn oren en ik vlucht het huis uit. De auto's spetteren door de straat en gooien behangpap op de stoep. Ik heb zin om terug naar de slager te gaan en heel vriendelijk te lachen tegen het meisje achter de kassa. Ik heb zin om tegen de overbuurvrouw te zeggen dat haar aanwezigheid morgen niet echt een groot gemis zal zijn. Ik heb zin om...om... . Weet ik veel. Er is geen zin meer, alleen verplicht voortploeteren. Toen de dokter me kwam zeggen dat Annie de geest had gegeven, zo zei hij het, duwde een verpleegster me een brochure in handen. Rouwbegeleiding. Ongeloof, woede, aanvaarding, allemaal mooi in diagrammetjes en kleurtjes. Ik weet de volgorde niet meer, maar ik vond het op dat moment uiterst amusant. Ik zou mijn plan wel trekken, komaan zeg! Maar nu lijkt dat vodje papier plots van levensbelang. 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Fijn verhaal, zo'n eitje moet ik ook maar eens proberen
Dank je wel.
Top! Dit noem ik nu kwaliteit.