Betekenis persoonlijkheidsstoornis (NAO)

Door Premiumverum gepubliceerd op Monday 23 February 12:59

Persoonlijkheidsstoornis (Niet Anders Omschreven)

Wanneer onze negatieve, starre trekjes ons gaan tegenwerken en we ons niet meer kunnen aanpassen aan de omgeving, spreken we van persoonlijkheidsproblematiek. Een van de meeste voorkomende persoonlijkheidsstoornissen is de persoonlijkheidsstoornis Niet Anders Omschreven (NAO). De naam zegt het al een beetje: dit is een persoonlijkheidsstoornis die niet goed in te delen is. De persoonlijkheidsstoornis NAO heeft echter wel kenmerken van verschillende persoonlijkheidsstoornissen en lang bestaande patronen. Hoewel iemand dan niet precies in een categorie valt, is er toch sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Iemand met een persoonlijkheidsstoornis NAO heeft bijvoorbeeld drie kenmerken van de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis, drie kenmerken van de theatrale persoonlijkheidsstoornis en vier kenmerken van de narcistische persoonlijkheidsstoornis. Drie kenmerken is onvoldoende om te kunnen spreken van een specifieke afhankelijke, theatrale of narcistische persoonlijkheidsstoornis. Maar als we alle kenmerken bij elkaar optellen, kunnen we wel spreken van een persoonlijkheidsstoornis NAO. Bij de persoonlijkheidsstoornis NAO zijn dan ook veel verschillende combinaties mogelijk.

Officiële criteria persoonlijkheidsstoornis NAO (DSM-IV-TR)

De benaming, persoonlijkheidsstoornis NAO dient voor stoornissen in het persoonlijk functioneren die niet voldoen aan de criteria van een van de specifieke persoonlijkheidsstoornissen. Een voorbeeld is de aanwezigheid van kenmerken van meer dan één specifieke persoonlijkheidsstoornis, terwijl niet voldaan wordt aan alle criteria van een van deze stoornissen afzonderlijk (‘gemengde persoonlijkheidsstoornis'), terwijl ze met elkaar toch in significante mate lijden veroorzaken of beperkingen in een of meer belangrijke gebieden van functioneren (bv. sociaal of beroepsmatig). Deze categorie kan tevens gebruikt worden als het oordeel is dat een specifieke persoonlijkheidsstoornis van toepassing is die niet in deze classificatie is opgenomen. Tot de voorbeelden horen de depressieve persoonlijkheidsstoornis en de passief-agressieve persoonlijkheidsstoornis. Voor beide persoonlijkheidsstoornissen zijn onderzoekscriteria voorgesteld in de DSM-IV. 

De diagnose van een persoonlijkheidsstoornis kan gesteld worden, als iemand aan de volgende criteria voldoet:

A. Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk binnen de cultuur van betrokkene afwijken van de verwachtingen. Dit patroon wordt zichtbaar op twee (of meer) van de volgende terreinen:

  1. Cognities: wijze van waarnemen en interpreteren van zichzelf, anderen en gebeurtenissen
  2. Affecten: draagwijdte, intensiteit, labiliteit en adequaatheid van emotionele reacties
  3. Functioneren in het contact met anderen
  4. Beheersen van  impulsen.

B. Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van persoonlijke en sociale situaties
C. Het duurzame patroon veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen
D. Het patroon is stabiel en van lange duur en het begin kan worden teruggevoerd naar ten minste de adolescentie of de vroege volwassenheid
E. Het duurzame patroon is niet eerder toe te schrijven aan een uiting of de consequentie van een andere psychische stoornis
F. Het duurzame patroon is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld schedeltrauma).
 

Behandeling van de persoonlijkheidsstoornis NAO

Uit onderzoek is gebleken dat behandeling van de meeste persoonlijkheidsstoornissen duidelijk helpt. Dit geldt vooral voor een behandeling met psychotherapie. Psychotherapie (ambulant, deeltijd of klinisch) is dan ook de meest aangewezen en bewezen vorm van therapie voor de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Deze kan worden ondersteund met tijdelijke farmacotherapie (medicijnen), vaktherapie, sociotherapie en systeemtherapie. Behandeling verandert schadelijke patronen. In psychotherapie kunnen de therapeut en eventuele groepsleden meekijken naar hoe de cliënt denkt, voelt en zich gedraagt. Deze ‘patronen’ worden vervolgens tegen de achtergrond van iemands aanleg en achtergrond bekeken. Op deze manier kunnen cliënten leren (h)erkennen wanneer zij teruggrijpen op hun ‘oude’ gedachten, gevoelens en gedrag en begrijpen hoe dit ontstaan is.

Wanneer een cliënt dit inzicht heeft gekregen, kan hij of zij dit verwerken en oefenen met nieuw en gezonder gedrag. Zo kun je bijvoorbeeld leren meer controle te krijgen over je emoties, minder impulsief te handelen en een positiever zelfbeeld te ontwikkelen. De therapeut kan helderheid en orde brengen in de verwarrende veelheid van emoties die dit met zich meebrengt. Op deze manier kan ruimte komen om bijvoorbeeld te werken aan een gezond en positiever zelfbeeld en een hogere kwaliteit van leven. Samen met motivatie en wil om samen te werken met de behandelaar, zal dit voor een persoon in de meeste gevallen en bij de meeste vormen van persoonlijkheidsstoornissen leiden tot opmerkelijke verbetering en soms zelfs tot volledig herstel. In intensieve psychotherapie kan in veel gevallen binnen drie tot achttien maanden een blijvende verbetering in de persoonlijkheid, het functioneren en de ervaren kwaliteit van leven worden bereikt. 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.