Een vos in Berlijn

Door Marcker gepubliceerd op Thursday 19 February 19:40

Citytrips. Ze kunnen verrijken, ze kunnen ontgoochelen, maar soms, als je verder kijkt dan je brochure groot is, kun je opmerkelijke dingen zien. Levende dingen, vreemde combinaties. Meestal kloppen de clichés, maar nog mooier wordt het als onverwachte beelden je leiden tot conclusies die naderhand ook wel clichés zijn, maar die je proefondervindelijk hebt ontdekt. Berlijn ademt geschiedenis en is hip, zo leren ons de talrijke wervende brochures. Maar Berlijn is ook tragisch en magisch, gelaten en verwachtingsvol. Berlijn is...ja, een levend wezen, telkens weer opgestaan na een zoveelste tegenslag, altijd maar voort.

Tegenover het Joods monument net voorbij de Brandenburger Tor liep een vos. Het was valavond en hij liep schichtig langs de rand van het Tiergartenpark. Het was een enorm beest, voor een vos dan. Hij volgde het spoor waar vroeger de muur had gestaan, zo merkte ik later. Van aan de Brandenburger Tor tot bijna aan de Potsdammer Platz geeft een dubbele rij donkere klinkers de vroegere grens aan. Het was mijn vrouw die hem had gezien, gelukkig. Ik zou mijn eigen ogen niet vertrouwd hebben. 

Ook zonder die vos was Berlijn een wonderlijke trip. Een mengeling van gemütlichkheit en gedisciplineerdheid, van romantische trots en trendy hipheid. Berlijn is een oude dame die er in slaagt zichzelf voortdurend te verjongen. 

In de receptie van het oude Universiteitsmuseum stond een beeld van een vaderlijke Lenin naast een bronzen nazi atleet. De nazi sculptuur met zijn smalle kont en verbeten trek stond er een beetje verwijfd bij. Zijn rechterarm was vreemd gespannen in een vuist en het leek alsof hij alle moeite had zijn sluitspier in bedwang te houden. Lenin daarentegen keek met een tevreden glimlach voor zich uit, de duimen hakend achter de rand van zijn mouwloze gilet. Een voldane boer die keek over zijn geslaagde oogst. Aan de andere kant stond een reusachtig standbeeld van Victoria met enorme vleugels en zonder hoofd. Het was imponerend genoeg om geen tickets te kopen en het museum maar links te laten liggen.

We gingen naar het belendende gebouw, een vierkante ruimte met in het midden een treurende moeder die haar gestorven zoon beweent. Het was geen piëta zoals je die tegenkomt in de st Pieter in Rome. De moeder was een ouder vrouwtje gehuld in een soort sari, de zoon een vermorzeld wrak. Boven het standbeeld bevond zich een oculus. Zonlicht viel door het gat en projecteerde een ellipsvormige, helle vlek achter het zielige paar. Het geheel had een bevreemdende invloed. Iedereen die er binnentrad viel stil en camera's werden beschroomd gehanteerd. Het monument, gewijd aan de slachtoffers van oorlog en geweld kon niet beter gesitueerd zijn dan in het hart van een stad die altijd met veel kabaal aan de poorten van de geschiedenis heeft gerammeld.

Via de archilelijke Alexanderplatz tuimelden we een eind terug in de tijd. We wandelden een groot stuk van de Karl Marx allee. Voorheen heette de laan de Stalin Allee, maar toen diens wandaden niet meer te rechtvaardigen vielen werd zijn monument voorbij de grote fontein uitgekleed en veranderde men de naam naar de met edeler intenties doortrokken filosoof. De brede laan wordt geflankeerd door eindeloze rijen arbeiderspaleizen en het geheel heeft tegelijkertijd iets ouderwets en futuristisch. Een scène uit brave new world. 


We keerden terug om uit te komen aan de East Side galery, waar nog ongeveer een kilometer originele Muur staat. Het in bonte graffiti gestoken beton werd aan het oog onttrokken door een legertje toeristen. We staken de Spree over en volgden de rivier stroomopwaarts. Ineens stonden we in een soort landloperskolonie. Woongelegenheden opgetrokken uit houten paletten, golfplaten en karton lagen kris kras verspreid over een lengte van zowat tweehonderd meter en een breedte van vijf meter. Hier en daar zat of lag er iemand en onwillekeurig hield ik mijn schoudertas en vrouw wat steviger vast. Een man was bezig een fiets te repareren en bedeesd vroeg ik of we hier mochten 'spazieren', waarop hij de schouders ophaalde en 'bitte' zei. Vlak achter de kolonie lag een enorme bouwput waar moderne kantoorgebouwen in aanbouw waren. Het leek me onkies om foto's te maken, maar de sensatie die ik daar voelde heb ik nauwkeurig geregistreerd. Hier zaten plantrekkers, een ander soort vossen.

Op de keper beschouwd is de vos altijd de overlevende soort geweest in Berlijn. Haviken en duiven hebben het nooit lang uitgezongen. Met alle geweld wou ik de vroegere luchthaven zien, de Tempelhof. De voorkant van de luchthaven, een kwaaie brok nazi architectuur, gooide zijn dreigende schaduw over ons. We wandelden heel de gevel langs, keken naar de strenge, vierkante adelaars op de hoeken en keken elkaar af en toe met iets van gibberend ontzag aan. Het vliegveld zelf met de uitgestrekte boog waarboven de iconische naam nog in zware, witte letters boven prijkte, was krek een scène uit een goeie, ouwe spionagefilm. De zilverkleurige tweemotorige Douglas DC3, een reliek uit de tijd van de befaamde Amerikaanse luchtbrug deed er nog een schepje bovenop. De zon brandde ongenadig, maar toch volgden wij de hoge, groene draad die het gebouw over de hele lengte vrijwaarde van nieuwsgierige toeristen en ander, eerder nostalgisch geïnspireerd publiek. Berlijn is een belevenis, zeker als je liefhebbert in recente geschiedenis, menselijke dwaasheid en grootse dromen.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Neen, helaas geen wasberen gezien. Opmerkelijk verhaal...vraag me af waar die vandaan komen. Nu ja, het symbool van Berlijn is een beer, niet? Misschien zijn die beesten in opdracht van Merkel er losgelaten? Zo van 'ein baer ist ein bear, und Berlin ist Berlin, nà!'
Mooie sfeerschets.
Ben je er geen wasberen tegengekomen? Het krioelt van der wasberen in Berlijn, maar je ziet ze alleen maar 's nachts. De plaag is zo erg dat ze daar, net als in Amerika, sloten op de vuilnisbakken hebben.
Zie ook hier:
http://www.bz-berlin.de/berlin/wo-waschbaeren-fuechse-und-co-leben