Een leuke vrouw, alstublieft

Door -Lyra- gepubliceerd op Wednesday 11 February 14:43

Roeland zit rustig naar het kampvuur te staren.  Achter hem staat de hut die hij zelf heeft gebouwd. Hij is er best trots op en kan niet geloven dat het nog maar twee weken geleden is dat hij als drenkeling aanspoelde op dit onbewoonde eiland. Van het wrakhout op het strand en de bamboe uit de wildernis heeft hij een constructie gebouwd die hem de nodige beschutting kan bieden. De hut is goed gelukt maar er ontbreekt duidelijk een vrouwenhand. De eerste weken was hij enkel bezig met overleven maar nu er eindelijk wat tijd is voor gezelligheid, voelt hij zich erg eenzaam. Kon er nu maar een vrouw tevoorschijn komen om hem gezelschap te houden.
Hij gelooft niet in God, maar uit wanhoop bidt hij : 'Lieve God, wil je een leuke vrouw sturen, aub?' Het hoeft Angelina Jolie niet te zijn, gewoon een vrouw waar hij zijn vermoeide armen rond kan slaan en mee kan praten. Het is vreemd voor een man, maar het babbelen mist hij nog meest van al, meer dan televisie of een warme douche. Hij is best dankbaar dat hij nog leeft, maar als hij niet gauw met iemand kan praten, wordt hij vast gek.
Zijn fantasie gaat met hem aan de haal. Hij denkt nu echt dat hij iemand hoort roepen: ‘Help, is daar iemand?’ Hij loopt snel naar het strand. Van ver ziet hij een gedaante. Daar is mijn vrouw, denkt hij en zijn hart slaat een slag over van de opwinding. Hij voelt zich zo gelukkig.  Zijn wens is wel heel snel in vervulling gegaan. Helaas is het te mooi om waar te zijn.

Als hij dichterbij komt, hoort hij een barse stem brullen en ondanks de wat lange lokken is het echt een man. Roeland herkent hem onmiddellijk. Hopelijk is dit niet wederzijds. Hij ziet hoe uitgeput de man is, snelt naar hem toe en vraagt: ‘Ben je gewond?’
De man kijkt naar Roeland. Zijn mond valt open van verbazing. ‘Wat doe jij hier zeg, dat was helemaal de afspraak niet. Ze hebben me bedonderd.’ De man begint te razen en te schelden. Roeland begrijpt er niets van. 
‘Arme man, je hebt hallucinaties, je hebt vast een zonnesteek. Ik ga water voor je halen, ontspan je maar, het komt allemaal wel goed.’
‘Goed? Het is helemaal niet goed. Wij moeten straks nog een hartig woordje met elkaar wisselen.’

Als Roeland terug is, heeft de aangespoelde man een heuse metamorfose ondergaan. Hij zit daar strak in het pak.
‘Wat zie je er knap uit. Waarom doe je dat? Je zou beter je krachten sparen, er is hier verder toch niemand.’
‘Er is één persoon meer dan men had gezegd. Dit pak is een statement. Het dient om het verschil tussen jou en mij te beklemtonen. Het betekent dat ik de baas ben en dat je dagen geteld zijn.’
‘Je bent duidelijk nog niet beter, hier drink wat. Als je sterk genoeg bent om te wandelen kan je meegaan naar mijn hut. Het is wat primitief voor mensen van jouw standing maar ik ben er erg blij mee.’
Even later strompelen ze samen naar de hut en gaan rond het vuur zitten.
Roeland geeft de man iets te eten en zegt: ‘Vertel nu eens wat er is gebeurd.’
‘Ik had motorpech met mijn boot. Ik heb geprobeerd om hem te herstellen, maar na twee weken heb ik het opgegeven. Ik heb de reddingssloep te water gelaten en het ganse roteind geroeid. Ik wou wat rusten en ben in slaap gevallen. Toen ik wakker werd, was ik aangespoeld op het strand. Mijn enige matroos heeft al dagen geleden het ruim gekozen. Je gelijkt wat op hem, wacht eens even. Jij bent het hé? Ik herkende je niet direct met je getaande huid en je baard.’
‘Ja, dat klopt. Het spijt me dat ik je in de steek heb gelaten, maar ik hield het niet meer uit op die boot. Ik dacht dat ik land had gezien en ik ben over boord gesprongen. Ik ben een goede zwemmer. Ik heb mijn talenten overschat want ik ben bijna verdronken door de sterke stroming. Ik ben hier op dit eiland aangespoeld en heb zeker een dag uitgeput op het strand gelegen.’
De man in het pak zwijgt. Zijn blik valt op een lang touw dat als een kronkelige slang aan zijn voeten ligt. Hij vraagt: ‘Waarom ligt dat touw hier?’
‘Het zijn lianen. Ik wil proberen om hiermee een hangmat maken. Ik ben dol op hangmatten.’ De flauwe glimlach rond zijn lippen wordt niet beantwoord.

‘Het spijt me maar ik moet je met je touw vastbinden aan die boomstam waartegen je leunt.’ In één snelle beweging voelt Roeland het touw rond zich en kan hij niet meer bewegen. De actie heeft hem compleet verrast.
‘Zo, volgens mij kan je niet meer weg. Morgen zal ik beslissen wat ik met je zal doen. Ik kan je in de zee gooien, van de klif duwen, je wurgen. Ik weet het nog niet.’
‘Mij wurgen? Allemachtig zeg. Wat heb ik je misdaan? Ik heb toch geprobeerd om je te helpen?’
‘Heb je mij geholpen? Laat me niet lachen. Mijn enige matroos heeft muiterij gepleegd. Je weet toch wel wat ze in het leger doen met zulke lieden? En ik heb nog een andere reden om je te vermoorden. Dit eiland is van mij. Van mij alleen. Hoor je? Ik heb mijn zuurverdiende centen hierin gestoken en nu wil ik van de rust en stilte genieten, alleen!’
‘Wat bedoel je?’
‘Ik heb dit eiland gekocht. Dit eiland was mijn bestemming. Jij moest me hierheen brengen en dan de boot terug naar huis varen. Ik wilde mijn dagen hier in eenzaamheid slijten. Helaas heeft het noodlot anders beslist. Nu ik hier ben, moet jij verdwijnen.’

‘Wat een onzin, zeg. Dat land hier is toch van iedereen. De persoon die zegt dat het van hem is, heeft het gestolen van de aarde zelf. Dit is een ongerept eiland, toon me iets wat bewijst dat het van jou is. Ik heb hier een hut gebouwd. Om deze reden heb ik er misschien meest van al recht op.’
‘Je hebt er helemaal geen recht op. Je hebt het van me gestolen. Het is van mij. Ik heb het gekocht van een vastgoedfirma. Wil je misschien de akte zien?’
‘Aktes tellen hier niet. Hier is de natuur de baas. En we moeten samenwerken, anders overleven we het misschien allebei niet. Sorry, het is niet het moment om poëtisch te doen, maar ken je die toespraak niet van Chief Seattle, waarin hij zegt dat de aarde niet de eigendom is van de mens?’

c09d78a619bfce25631fefa932a272b2_medium.

‘Chief Seattle kan me gestolen worden. Ik ben een kapitalist en het heeft me geen windeieren gelegd.’
‘Met dat geld ben je toch niets, als het hier morgen stormt of er staat een grote bruine beer voor je, heb je niets aan je centen. Er is hier toch ruimte voor ons allebei. Je mag gerust de hut hebben, ik bouw wel een nieuwe. We kunnen toch wel een compromis sluiten?’
‘Ik sluit geen compromissen meer. Ik heb er in mijn zakencarrière één teveel gesloten. Ik hoef niet meer. Ik heb het gehad. Ik wil hier lekker alleen de dingen op een rijtje zetten. Het is een rijtje waarin jij niet thuishoort.’
‘Volgens mij red je het niet alleen, je bent ziek. Laat me je toch helpen.’
‘Ik hoef je hulp niet. Ik heb alles bij waar ik aan gehecht ben. Mijn Armani-pak, speciaal voor mij gemaakt en een eerste druk van Robinson Crusoë, gesigneerd door Daniel Defoe.'
‘Hier heeft dat toch allemaal geen waarde?’
‘Voor mij wel. Ik ga slapen in jouw hut, jij blijft hier. Geniet van je laatste nacht.’
‘Je bent echt ziek in je hoofd, doe dit toch niet. Als je mij doodt, zal dit je de rest van je leven achtervolgen.’
‘Ik ben een zakenman, ik heb geen geweten. Dit eiland is van mij, met alles erop en eraan, dus jij bent ook van mij.’ Met deze woorden laat hij Roeland alleen.

Roeland kijkt naar de sterrenhemel. Het is misschien de laatste keer dat hij die ziet. Hij had beter niet om gezelschap gebeden. Hij had een lieftallige vrouw gevraagd, geen gestoorde moordenaar.

a64bfe848d3d59132a5b24c62de65bdd_medium.

Afbeeldingen: Google Afbeeldingen

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (23) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen en beoordeeld!
En hij leefde nog kort en ongelukkig. Origineel verhaal Lyra!
Dank je wel, Miesje
Goed verhaal
Dank je, Karazmin
Anders is het ook maar saai op zo'n eiland, hè?
Geweldig leuk verhaal.
Saai willen we het niet hebben he
Gelezen
stiekem ben ik benieuwd hoe het vervolg gaat ;)

Mooie wijze les van Chief Seatlle erin verwerkt!
Hoe het afloopt mag je zelf kiezen :-)