Een klassieke tragedie: haat!

Door Nonnie gepubliceerd op Thursday 29 January 20:40

1c91404d344edb3794d6aca14583acd6_medium.

Laat er geen misverstand over bestaan, want ik weet het waarachtig wel; door mijn haat voor hem zal ik branden, voor eeuwig in de hel. Deze wetenschap zou me moeten tegenhouden, zou mijn mond moeten nopen tot een luide schreeuw: ‘Stop!’, maar mijn hart galoppeert door in een onnatuurlijk ritme, trotseert hellevuur en duivel, zo sterk is de wrok, wiens vlammen gaten branden in mijn borstkas. Was dit een natuurlijk sentiment, dan zou alles verworden tot as, weg te blazen met een enkele zucht op de vleugels van de wind, maar hoe ik ook probeer, het vuur is niet te doven, mijn ziel is reeds verschroeid.

Vervloekt ben ik, maar dat kan me niet deren, want ik zal pas achteroverleunen als hij zijn laatste adem uitblaast en tussen zes planken dit aardse bestaan verlaat. Pas dan zal het kolkende bloed dat in blinde razernij door mijn aderen buldert tot rust komen. Ben ik reeds verdoemd door enkel moordlustige gedachten of is er nog hoop voor mij in dit aardse bestaan?

Mijn hart spreekt een taal die door muren gaat, bergen beklimt en oceanen doorklieft en vindt uiteindelijk weerklank in mijn eens zo verstandige hoofd. Nimmer waren hart en geest, de dictators van mijn gedrag, zo roerend eensgezind als in hun verlangen naar dit eenduidig doel; het nemen van een leven, de eliminatie van een verdorven geest, die zonder acht te slaan op consequenties, datgene dat ik liefheb, meer dan het leven zelf, haar onschuld heeft ontnomen.

Voor het hemelse gerecht zal ik getuigen van een liefde zo sterk, dat de engelen zullen pleiten  en spreken van liefdewerk. Maar zelfs al loopt het anders, wordt naar aanleiding niet gekeken, zal mijn voornemen om te doden om de dooie dood niet verbleken. En zo sta ik standvastig in mijn dorst naar stromend bloed zonder aarzeling te rammelen aan de poorten van het inferno. Krachten trotseer ik van hemel en van hel met intenties zo duister dat de nacht ernaast verbleekt.

Niemand mag het weten, totdat de daad is gepleegd. Verborgen achter een neutraal gezicht, dat de schaduwen verbergt en een gemoed zo zwart aan het blote oog onttrekt, worstel ik met mijn onverlichte ziel tot de dood erop volgt. Sterven zal de valse hond, elke druppel van zijn bloed als balsem op mijn wonde. Vanuit de loopgraven van mijn geest wordt spoedig de aanval ingezet en met vaste hand zal ik hem rijgen aan mijn mes. Geen andere hand dan de mijne zal hem zijn verdiende loon geven.

Slechts 12 lentes telt ze, mijn kleine Roos, mijn bloem in de knop, die zojuist van school is teruggekeerd. In haar witte jurkje staat ze voor me, haar blauwe ogen vol woordeloze paniek, die elk moment dreigen over te stromen. ‘Papa’, zegt ze. Daarna zijn de woorden op. Haar ogen slaat ze neer, vol schaamte over het bloed dat in een straaltje langs haar benen naar beneden stroomt en haar smetteloze jurk vanaf het midden doorweekt. Die vervloekte leraar Nederlands! Ik neem haar in mijn armen, fluister woorden van troost. ‘Ga je nu maar wassen, vlug. Papa moet even weg, maar ik ben zo weer terug.’

Vandaag moest ze nablijven bij de leraar Nederlands, vanwege een klein vergrijp. Ik weet niet eens meer wat het was. Wel kan ik me zijn gezicht nog voor de geest halen, de vuile schoft. Tijdens het gesprek op de ouderavond, waar Roos ook bij zat, was het me direct opgevallen. De blikken van nauw verholen wellust die hij in haar richting wierp en waarvan hij kennelijk dacht dat niemand het zag, lieten weinig aan de verbeelding over. Een vader voelt dat. Steeds keek hij van haar weg, alsof de aanblik van mijn meisje teveel was voor zijn hart. Zijn ogen die hij zoveel mogelijk op mij gericht hield bevatten een getergde kwaliteit, die mij onomwonden vertelde dat hij niets liever wilde dan zijn ogen verlustigen aan mijn kind. Het ontwijkend kijkgedrag sprak boekdelen. Ik zag het wel. In zijn ogen las ik de begeerte en een oplaaiend vuur, dat me overrompelde met beschermende gevoelens jegens haar. De woorden die werden gewisseld tijdens dit gesprek werden overstemd door een onderhuidse dialoog. Non-verbaal werd een strijd gestreden waarin ik hem in niet mis te verstane blikken heb gewaarschuwd van haar weg te blijven. Vuur sprak met vuur, de passie van zijn begeerte wisselde een hartig woordje met mijn instant antipathie. Er was geen twijfel mogelijk; ik wist precies wat voor vlees ik in de kuip had. Een koude hand greep me bij de keel toen de onderstroom in volle kracht over me heen golfde. Hel en verdoemenis als walgelijke vingers buiten hun boekje gingen, de gedachte alleen al. De boodschap was duidelijk, leek me.

Natuurlijk, alle ouders zijn trots op hun kind, maar zoals mijn dochter mijn hart weet te bespelen met niet meer dan een glimlach of een blik in haar violetkleurige ogen, die me zo doen denken aan haar moeder, of de manier waarop haar parelende lach het huis vult, doordringt me van trots, want ze is mijn dochter. Sinds haar moeder is overleden, zijn we op elkaar aangewezen. Mijn oogappeltje is alles wat ik heb, dat de herinnering aan Sylvia levend houdt. Net als Sylvia verstaat zij de kunst om een kamer met enkel haar blonde aanwezigheid op te lichten. Ze is de ster in mijn kroon, de kers op mijn taart. Zonder haar is het leven totaal niks waard.

Alles had zijn betekenis verloren vanaf het moment dat mijn engel in deze ontluisterende toestand was teruggekeerd van school. De vogels hadden hun vrolijk gekwetter gestaakt en de stralende zon zocht naarstig dekking achter inktzwarte wolken. Was het zojuist nog klaarlichte dag, op slag is de wereld gehuld in een dreigend woestgeflard wolkendek. De wind loeit naargeestig en verjaagt het laatste licht tot een donkere deken de aarde domineert. Godgloeiende god, wat haat ik hem. Een beest is het, die zijn gore tengels niet thuis kan houden, maar hij heeft zich aan de verkeerde vergrepen, want een bloedige wraak zal ik smaken. Gelijk aan zijn voorbeeld zal ik degenereren tot een beest als ik ooit weer als mens wil leven.

 

19d52028a347e98fdf6d30dfe8937e3d_medium.

Vlucht, onderkruipsel, vlucht

Als een laffe hinde

Wat maakt het uit

Ik weet je te vinden

 

klauwen in jouw weke vlees

uiteengereten van top tot teen

Ingewanden stromen

Als zoveel boze dromen

 

angstzweet sporen vingers wijzen

waar hij is gebleven

waar ook, niet lang meer

want alras laat hij het leven

In de keuken staand voor het messenblok is de keuze simpel, want het scherpste en dodelijkste mes kiest mij. Begeleid door het watergekletter in de badkamer boven, sluip ik het huis uit om straks weder te keren met een opgelucht gestel. Niets ter wereld kan mij ervan weerhouden om het offer te brengen aan mijn alles verterende haat. Stop de tijd en sluit subiet de ogen van engelen en duivel. Laat niemand getuigen van de daad in blinde haat.

De doodsteek kwam snel en onverwacht. Deemoedig boog hij zijn hoofd en genadeloos sloeg het mes toe. Wie had gedacht dat zijn vlees zo zacht zou zijn, dat het als vanzelf uiteen week om de straf te ontvangen van zijn lafhartige daad? Wie had gedacht dat het bloed zo rijkelijk zou vloeien tot een rode rivier? Wie had gedacht dat mijn hart zo koud zou blijven bij het erbarmelijk geluid van zijn verscheiden?

Later in de badkamer van de geslagen man vertelt de spiegel het verhaal. Terwijl ik gehaast mijn handen ontdoe van het verraderlijke rood, staren wilde ogen me aan. Het masker is gevallen, wat rest is de onbeschaamdheid van het monster dat me aangaapt in een overweldigende golf van onverzettelijke rechtvaardigheid. Zonder te verblikken ben ik de onzichtbare grens gepasseerd, want nu bloed aan mijn handen kleeft, hebben  onschuld en menselijkheid geen enkele relatie meer met mij. Door het slachten van het beest ben ik zelf niet meer dan een barbaar. Voor de rest van mijn dagen zal dat mijn lot zijn tot de dag dat de duivel me komt halen.

Bij mijn thuiskomst heeft Roos zich opgefrist. Ze vraagt niet waar ik ben geweest of wat ik heb gedaan en ik zeg niks. Zwijgend komt ze een beetje pips bij me zitten en al snel merk ik dat haar wond nog steeds niet is genezen. Bloed is niet altijd bloed, want zijn bloed wist me niet zo te raken als haar bloed doet. Bijna een lichamelijke pijn overspoelt me bij de gedachte wat ze allemaal heeft doorgemaakt. Snel pak ik haar op en samen rijden we naar de Eerste Hulp, waar we gelukkig al snel aan de beurt zijn. Terwijl de arts haar onderzoekt, ijsbeer ik in de wachtkamer op en neer. Dan zwaait eindelijk de deur open en word ik naar binnen gewenkt. Roos zit rechtop op de behandeltafel en mijn ogen glijden ijlings naar de arts naast haar. ‘En, dokter?’ Mijn rauwe keel weet slechts een schor stemgeluid voort te brengen.
‘Het valt allemaal mee’, klinkt hij geruststellend. ‘Voorlopig zou dit afdoende moeten zijn.’ Met zijn linkerhand reikt hij mij een pakje maandverband aan.

 

Meer Nonnie?
http://www.nonniegelezen.nl

Reacties (31) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Via FB je toch nog gevonden...wauh, een echte Nonnie..wat kan jij schrijven, heeeerlijk!
Dank je wel, Ingrid.
Perfect. Poëtisch taalgebruik en bloedstollende vertelwijze. Mooi, mooi, mooi!
Dank je wel, Annelise.
Gelezen en beoordeeld!
Dan hoop ik maar dat je hoofdpersoon niet gepakt wordt voor die moord. Want dan heeft zijn kleine meid niemand meer. Bloedstollend goed.
Dat hoop ik ook.
Dank je wel, Anerea.
Gelezen.
Heel knap werk. Echt waar!!
Dank je wel, Eric.
Een winner. Jij levert ze wel met grote regelmaat af.
Wat een prachtige zinnen weer: Mijn hart spreekt een taal die door muren gaat, bergen beklimt en oceanen doorklieft
: )
Dank je wel, Weltevree.
Het is natuurlijk altijd even afwachten wat de jury ervan vindt.