Jeanne d'Arc & Debora

Door Yneke gepubliceerd op Wednesday 28 January 17:22

In het Franse plaatsje Domrémy is het waar zij vermoedelijk geboren is, Jeanne d'Arc de heldin.

Dit is iets wat Debora nooit vergeet; het verhaal van Jeanne d'Arc. De stemmen van engelen horen en daar naar luisteren, koningen en ridders overtuigen van haar kunnen. Als man verkleed de oorlog aangaan en uiteindelijk sterven op een brandstapel.

Debora ligt lekker in het zonnetje te mijmeren over haar heldin. Vreemd hoe mensen met elkaar omgaan al door de eeuwen heen, denkt zij.
Zij hoort voetstappen aankomen en ze kijkt op. Daar loopt een statige en zeer aantrekkelijke jongeman haar richting op. Debora staat op en verstopt zich achter een pilaar, zij wil deze man bewonderen zonder dat hij het zal merken.
Met begeerlijke blikken volgt ze de man totdat deze uit haar zicht verdwijnt.

Er ontsnapt Debora een zucht. Heerlijk zulke prachtige mensen langs te zien komen. Dan beseft zij dat zij voor het eten moeten zorgen en met haast vertrekt zij naar haar leefomgeving. Haar kinderen zijn er nog niet die spelen in het bos.
Nog nadenkend over de schoonheid van de mens, loopt zij richting het bos om bij de kinderen te kijken. Het is een flink eind lopen. Ineens hoort ze een gekrijs achter haar, zij draait zich om en ziet iemand met een nogal vreemd ding in zijn handen. Debora duikt achter een boom weg en wacht af, het gekrijs is gestopt. Naar een paar minuten durft zij om de boom heen te gluren en wat zij dan ziet doet haar adem stokken.

Mannen waaronder die aantrekkelijke man slepen iets naar zich toe, het zit vast in een net en met afschuw beseft Debora dat dit stropers zijn. Dan zet zij het op een rennen, dieper het bos in zij maakt zich zorgen om haar kinderen. Deze vind zij gelukkig spelend met elkaar. Alvar de oudste ziet aan zijn moeder dat zij  van streek is. “Ma gaat het wel?” vraagt hij bezorgt. “Nee, kom mee er zijn stropers”. Alvar schrikt en duwt zijn zusje Marfa dichter naar zijn moeder. Debora blijft voor haar kinderen staan en Alvar ziet haar denken. “Blijf jij hier, bij je zusje” zegt moeder streng tegen hem “ik moet wat doen” en weg rent zij. Debora denkt aan Jeanne d'Arc en die moed die wil zij ook tonen.

Haar vlijmscherpe tanden schitteren in de zon en de wind die langs de tanden suist laat een gierend geluid horen, het schuim vliegt om Debora's oren, woest is zij. Géén stroper zal een van haar bosbewoners krijgen of doden. Hoe had zij vandaag zich zo nog kunnen vergapen aan de schoonheid van de mens. Het liefst zou zij haar gebrul willen laten echoën. Dat zou onverstandig zijn.

Debora wil de stropers verrassen. Ze hoort ze lachen, blij met de buit die ze net binnen hebben gehaald. Debora stopt met rennen en gaat over op sluipen. Laag bij de grond volgt zij de stropers. In het net wat zij bij zich dragen ziet zij Togan, een jonge welp van één van de andere families uit het bos.

“ik zal mijn tanden in hun nekken zetten en hun verscheuren in duizenden stukjes, daarna zal ik ze voeren aan elke bewoner van het bos” sist Debora. Jaren geleden is haar familie bijna uitgestorven, die verhalen kent zij nog. Zij heeft daarna weinig meer van de stropers gemerkt, maar nu komt de woede naar boven. Het gemis van vele ooms en tantes heeft zij onderhand een plekje gegeven, maar nu zij Togan zo in dat net ziet, breekt er iets in haar.

De stopers staan stil en Debora ligt klaar voor de aanval. Als een speer vliegt zij eerst de aantrekkelijke man naar zijn strot rijt deze zonder na te denken open en vliegt gelijk de tweede naar zijn strot. Deze twee vallen bloedend neer en de derde is nu aan de beurt, deze heeft zijn geweer klaar en richt op Debora. Dan onverwachts vliegt Alvar deze man naar zijn strot en rijt hem open tot aan zijn middel toe. Debora kijkt Alvar aan en zegt “dank je jongen”. Marfa is nog jong maar begrijpt wat er gebeurt is en wil ook een bijdrage leveren, zij loopt op een van de stropers af en begint deze in stukken te trekken. Debora moet bij komen. Haar ogen zijn bloed doorlopen en haar klauwen heeft zij nog uit staan. Alvar ziet dat en beseft de haat die zijn moeder na deze mensen heeft maar al te goed.

Hij loopt naar het net en een halfdode Togan opent zijn ogen en kijkt Alvar aan. “grrrmmm” rochelt eruit zijn bek. “Het komt goed “zegt Alvar. Debora en Alvar halen Togan uit het net en likken zijn wonden schoon. De resten van de stropers slepen zij het net in en deze nemen ze mee naar huis. De bosbewoners komen die avond samen en delen de stropers. Stil tijdens het eten, maar daarna vult het bos zich met een oorverdovend gebrul.

De dorpsbewoners rillen. Dit is niet goed en zij voelen onraad. Debora zal de dag erop het dorp bezoeken. Zij zal zorgen dat stropers zullen stoppen. De hele nacht door laat zij haar gebrul horen. Alvar kijkt naar zijn moeder en weet, zij zal het er niet bij laten zitten.
Marfa fluistert in Alvars oor.”ik haat mensen”. Later als ik groot ben ga ik mamma helpen. Alvar geeft haar teder een lik. “wij zijn er nog en dat zullen zij weten ook” Alvar haat de mensen ook, hij weet dat zijn soort met uitsterven bedreigd wordt.
Het tijger gebrul klinkt nog dagen door het bos.

 

https://www.youtube.com/watch?v=SkFx45lxlvA

 

In elke brul klinkt een traan

om een familielid dat 

vermoord is door een mens

voor zijn vacht of om zijn tanden

geeft een mens geen

recht een tijger zijn leven

te ontnemen

hoor het brullen aan

laat deze dieren 

bestaan

 

 

-Yneke-

Reacties (26) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen en beoordeeld!
Origineel verhaal en mooi gedicht
Dank je Lyra
Gelezen.
Dank je
Deze dieren spreken enorm tot de verbeelding. Originele invalshoek.
Dank je Nonnie
Zo zou het altijd moeten gaan tussen dieren en stropers, helaas maken dieren geen schijn van kans zolang stropers wapens tot hun beschikking hebben.

Je hebt dit zeker origineel beschreven, heel bijzonder!
Dank je wel voor je mooie reactie
Mooi!
Dank je