Op mijn plaats gezet (21)

Door Weltevree gepubliceerd op Wednesday 28 January 14:35

Onderstrepen

Niek heeft tijdens onze gesprekken nooit iets opgeschreven maar nu draait hij zich om en pakt een klein schrijfblokje met pen van het bureau, vlak achter zijn stoel. Hij legt dat op het bovenste van de over elkaar geslagen benen en kijkt me doordringend aan.

“Oh, zo, je doet alsof jij die lichaamstaal niet ziet, maar het doet wel zeer?” Ik knik, fluister ja, besef ineens hoe slap dit klinkt en zwijg beschaamd.

“Jaja, Oké. Duidelijk..."Het is een verademing dat hij beslist geen haast heeft.

"M****, normaal schrijf ik nooit mee als we in gesprek zijn, maar heb je er bezwaar tegen dat ik toch even iets noteer?”

“Natuurlijk niet, haha. Jij bent hier de deskundige en eh, de baas, haha,” komt ze ineens vrolijk tot leven en ik meen bij hem een miniem glimlachje te zien. Zozo, dus je accepteert inmiddels hulp en zijn deskundige leiding? Niek noteert op zijn gemak één woord. Heeft hij haar wegwerpgebaar vastgelegd? Gaat hij ze wellicht   allemaal afturven? Dan staat zijn blaadje aan het eind bomvol, vrees ik.

“Fijn om te horen, M****, ik ben hier in mijn eigen zaak namelijk ook graag de baas, zie je,” knikt Niek om zich daarna abrupt tot mij te richten.

“Jij was aan het woord. Ik moest je helaas even in de reden vallen, sorry,” Als hij het zo aan gaat pakken weet ik nu al dat ik dit gesprek honderd maal zal herkauwen en ik zou nu graag uit haar eigen mond horen wat de reden is dat deze ontmoeting zo lang is uitgesteld

c8f096988e21079ae850ac52d108e150_medium.

“Dus, ga je gang, vertel maar verder,” dringt hij aan.

“Eh, oh ja. Nou, ik was natuurlijk toch wel zenuwachtig. Het komt niet vaak voor dat een moeder haar kind vijf jaar niet ziet. Ik heb me er erg op verheugd haar eindelijk in de armen te kunnen, eh, sorry, haar weer te zien, maar die zenuwen zijn inmiddels wel eh, over.” Hij knikt, zij ook, deze keer.

“Niek, je kent mij, ik leef het liefst alsof ik nog maar een half jaar heb, want dan haal ik het meest uit mijn leven.” Hij humt instemmend terwijl mijn dochter niet meer lijkt mee te luisteren. Overdenkt ze wat er zojuist is gebeurd?

“Ik heb er van alles aan gedaan om weer zin in het leven te krijgen. Inmiddels is samen met jou één en ander aangepakt zodat ik de wensen in haar mooie brief kan respecteren.” Hij knikt, nog overtuigender deze keer en ik ontspan, vat moed nu ik uit kan spreken en de ruimte krijg.

“Je weet ook, dat ik altijd veel heb gehad aan humor en dat heeft me door menig moeilijke tijd geholpen. Wel, ik kan in deze enkel constateren dat we na haar brief, waar ik echt heel blij mee was, nu op de kop af zes maanden verder zijn. Als ik dat gegeven, bijvoorbeeld als cabaretière, op toneel moest gebruiken zou ik zeggen: Het is maar goed dat mijn instelling niet klopt, want dan hadden jullie nu aan mijn graf gestaan, haha.” Niek fronst en komt ineens naar voren.

“Hoho, vergeet niet dat ik hier enkel maar de Minster van Buitenlandse Zaken ben, weet je nog?” Ik stond al in de startblokken om mijn grapje uit te bouwen met iets over een wonderbaarlijke herrijzenis, maar vraag me ineens af wat hij hiermee bedoelt en zwijg gepuzzeld.

“Dit gaat echt veel te snel, hoor,” waarschuwt onze psycholoog met nadruk maar vriendelijk. Natuurlijk, hij is neutraal, geen familie of vriend, zou nooit op mijn begrafenis komen, maar hoe verstoor ik hiermee het vredesproces?

“Je moet begrijpen dat jouw gedachten altijd razendsnel gaan en dat jij in een heel andere levensfase zit. Dit gaat voor jouw dochter misschien wel veel te snel.” Hij heeft natuurlijk gelijk en ik hum schuldbewust. Zij is óók weer bij de les en knikt.

“Ja, sorry dat ik er humor doorheen weef, dat komt omdat ik, voordat we begonnen, al erg geschrokken ben, dus dan weet je het wel?" Heeft Niek verwacht dat ze me niet aan wilde raken?  "Maar ik wil toch wel gráág weten waarom het zes maanden heeft moeten duren.” Nu denk ik dat Niek het haar rechtstreeks zal vragen, maar alweer word ik terug geroepen met een frappante wending.

“M****, begrijp jij jouw moeders grapje?” Ik wacht gespannen, maar mijn dochter rekende hier kennelijk ook niet op; ze kijkt hem aan alsof ze net binnen komt, daarom niet snapt waar hij haar mee overvalt. Hij herhaalt de vraag rustig.

“Begrijp jij jouw moeders humor wel?”

“Och… haar humor? Tja, die humor…Ik weet het eigenlijk niet zo.” Ondanks het neerbuigende toontje ben ik toch erg benieuwd en terwijl we wachten zien we beiden hoe er ineens een vrolijk trekje over haar gezicht flitst. “Maar misschien snap ik die tegenwoordig wel? Haha, ja, dat zou zomaar kunnen, denk ik.” Ik waag het te betwijfelen, maar reageer niet en al wat Niek zegt is. “Mooi zo.”

Even graaf ik, wriemelend aan mijn vingers, door mijn hoofd, vraag me af of Niek mijn grapje heeft begrepen tot ik me, met een brandend schuldgevoel, realiseer dat ik op moet blijven letten. Als ik opkijk kan ik gerustgesteld constateren dat Niek mijn verstrooidheid niet heeft gezien. Omdat hij onafgebroken naar mijn dochter staart. Onmiddellijk gealarmeerd kijk ik opzij.

Een complete metamorfose 

2b0df3372b984f3a85d147b89a089dc0_medium.Wit weggetrokken zit ze stram met rechte rug tegen de stoelleuning gedrukt. De prachtige slanke, goed gemanicuurde handen, vertonen enge witte knokkels die vreselijk afsteken tegen de vuurrode lange nagels. De vingers drukken diep in de bovenbenen. Met de strakke kaarsrechte schouders, lijkt ze nog het meest op een gebeeldhouwde statige Egyptische Koningin en ze staart met strak toegeknepen mond onbeweeglijk in het niets.

Ik draai naar haar toe en tot mijn verlammende schrik herken ik de putjes die plots in haar kin staan. Tracht ze tranen te bedwingen? Oef… Was je nou maar eens één keer géén gesloten boek. Hier kan je immers niets gebeuren, we zijn in goede handen bij Niek. In normale omstandigheden zou ik je meteen in mijn armen nemen, maar na wat er in de hal gebeurd is lijkt me dat een desastreus initiatief.  Ze blikt of bloost niet, knippert niet eens met de ogen en mijn hoofd schiet heen en neer van hem naar haar. Hij stelt me niet gerust, noch laat hij merken dat ik hier schuld aan heb. Het duurt voor mijn gevoel echter wel een onzalige eeuwigheid voordat Niek ingrijpt. De minuten tikken weg.

Ik weet verdorie helemaal niet meer wat ik wel of niet kan doen. Er schiet van alles door me heen. Moet ik mijn tong afbijten? Had ik moet zwijgen over het lange wachten? Is de humor verkeerd gevallen? Gebeurt dit omdat ik over mijn dood sprak? Onzin, ik mag, nee moet, hier mezelf zijn en ik denk er nou eenmaal echt zo over. Mijn steun en toeverlaat weet het beste hoe het verder moet, denk ik op het moment dat uiteindelijk traag een traan langs haar wang zijn weg naar beneden zoekt. Ze veegt hem niet weg. Mijn hart huilt mee. 

“Ik zie dat je geëmotioneerd bent,” constateert Niek uiteindelijk nogal droog, niet verontrust, ontspannen als altijd. Is het de normaalste zaak om iemand in deze staat te storen? Hoe lang is het geleden dat ik haar zag huilen? Twintig jaar?  Ik kies dan toch voor mijn gevoel, al was het maar om haar te laten merken dat het goed is om eindelijk eens niet zo sterk te hoeven zijn. Zo makkelijk is het tenslotte allemaal niet. Ik buig me naar haar toe, kijk Niek vragend aan. Hij laat me begaan en voorzichtig leg ik mijn hand op haar knie. Het lijkt echter niet tot haar door te dringen. Ze volhardt. Wil sterk blijven, lijkt het en ze blijft onafgebroken staren. Naar iets in de verte, voorbij Niek, die er niet eens onrustig van wordt. Tot ze eindelijk, het gebeurt allemaal in slow motion, de rechter hand optilt en de mijne vastpakt. Even hoop ik dat ze daarmee mijn steun aanvaardt, maar haar vingers krommen zich tot de gemene klauw van een roofvogel, die hard met scherpe nagels in mijn vlees knijpt. Tergend langzaam, met een robotachtige beweging, tilt ze mijn hand op, brengt hem naast haar lichaam, knijpt even haar ogen gemeen dicht en laat dan mijn goed bedoelde hand, kennelijk met een laatste wanhopige krachtsinspanning, plotseling los.

Alsof ze afval in de emmer deponeert en de bittere smaak in mijn mond komt echt niet van de koffie. Ineens moet ik heel erg nodig naar de WC. Ze lijkt langzaam wakker te worden, knippert met haar ogen, schudt lichtjes het hoofd, maar zwijgt. Na deze weerzinwekkend kille reactie doorbreekt Niek nogmaals stoïcijns de stilte

“Wil je erover praten?” Net als ik ken jij het antwoord waarschijnlijk al, joh.

“Misschien later eens, maar nu niet,” fluistert ze kortaf. Enige emotie klinkt niet meer door in haar stem. Deze weigering voelt als een enorme gemiste kans en verwonderd zie ik hoe haar ogen heel even bijna triomfantelijk naar me kijken, alsof ze ons mooi te slim af is geweest. Plotseling vermoed ik dat haar verstarde houding misschien een meesterlijke afleidingstruck is geweest. Ik schaam me meteen voor die vunzige gedachte, maar merk ook dat mijn blaas nu echt op knappen staat. Niek zal er wel raad mee weten, ik geef het op om er iets van te snappen.

Wordt vervolgd Deel 22

Reacties (14) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het is goed dat Niek ook met haar rekening houdt.

Die verstrakte houding, zelf denk ik dat dat niet gespeeld was. Je dochter was wellicht voor een moment overdonderd, en trok zichtbaarder dan ze wou een muur op. En daarna voelde ze zich waarschijnlijk vernederd, dat jullie die traan zagen en wou wraak nemen.

Althans, dat is wat ik nu zit te denken. Wat gecompliceerd allemaal...
Ik ben in het begin opgehouden er iets bij in te vullen, omdat ik open wilde staan en de dingen laten gebeuren. Niek was er niet voor niets bij om ons beiden iets te leren Invullen is altijd ook gevaarlijk, want je denkt toch vanuit je eigen ervaring- en belevingswereld
Precies wat Ktje ook zegt...
Ja het zat soms echt vol lugubere wendingen
niet te begrijpen
waarom die weigering?
Ja, ze zal er wel geen vertrouwen in hebben gehad? Bang zijn geweest?
oei, ik gaf een duim op mijn reactie :-)
denk je dat ze bang zou geweest zijn?
Het blijft onbegrijpelijk wat haar drijft.
Het is werkelijk wonderlijk, inderdaad, maar kennelijk weet ze niet wat van haar is en wat van een ander.
Ik denk dat het ook niet te begrijpen is.
We zijn toch niet zo dom, maar sommige dingen...gaan mijn pet te boven, zelfs als ik hem niet op heb
'Deze weigering voelt als een enorme gemiste kans en verwonderd zie ik hoe haar ogen heel even bijna triomfantelijk naar me kijken, alsof ze ons mooi te slim af is geweest.'

Deze zin klinkt zo donker, duister, luguber bijna. Arrogantie, wraak, machtspelletjes,..... alles door elkaar.
Het is ook ze erg
dat je je eigen kind dan ineens,
vanwege haar lichaamstaal
niet vertrouwen kunt