Het laatste rondje

Door Stormerwout gepubliceerd op Sunday 18 January 22:13

Het laatste rondje.

Je kent dat vast wel. Zo'n nacht waar je zeker weet dat je niet alleen bent. Je maakt je laatste wandeling met de hond voor je naar bed gaat. Het is niet de buurman van verderop die aan de overkant van het water loopt, nee het is wat anders. De stilte is de oorzaak. De spiegelgladde wateroppervlakte voor je. Geen enkel plooitje of kringetje. Nog geen eend die een laatste baantje trekt. Niets is wat maakt dat je dat onbehaaglijke gevoel krijgt dat er iemand naar je kijkt. Het is niet wat het lijkt. Geen illusie, geen fantasie of angstgedachte. Wees maar gerust. Het is een echte energie die je voelt.

af6123e3411628fd1e948b5b744edf26_medium.

Je kunt me geloven of niet, maar probeer maar eens wat ik laatst deed.

 

Het was een koude kille avond, windstil. Zo vlak voor de temperatuur onder het vriespunt zou gaan genoot ik van mijn laatste wandeling met mijn twee verwende viervoeters. De maan weerkaatste het felle zonlicht en verlichtte de hele straat. Het had die dag nog geregend, maar nu was het zo helder dat ik alle sterrenbeelden kon aanwijzen. Vraag me niet hoe ze er uit zien en wat precies de naam is, maar bekende vormen van sterrenbeelden kon ik duidelijk onderscheiden. Plotseling spatte zo'n vieze naaktslak onder mijn voeten kapot. Mijn schoen glibberde over de straatstenen en ik veegde wat geïrriteerd mijn schoen af aan de stoeprand voor ik de straat over stak. Die twee ongeduldige schijtjoekels begrepen er natuurlijk geen snars van en besloten maar even te gaan zitten om aan hun achterste te ruiken.

 

Zo precies rond twaalf uur 's nachts is er geen kip meer op straat. In de verte hoor je dan de snelweg als het zo windstil is en soms zelfs een trein die voorbij raast. De straatverlichting schakelde klokslag twaalf uur op nachtstand en eigenlijk wachtte ik op het geluid van een kerkklok zoals ik deze vroeger hoorde in mijn geboorteplaats. Helaas, in deze forensen-woonwijk is het saai en lag iedereen te slapen natuurlijk. Met mijn handen in mijn zakken en de twee riemen rond mijn polsen liep ik verder door de stilte.

fec894968db458987dc783f291216566_medium.

In de verte hoorde ik een auto aan komen rijden met piepende banden. Die moest wel over de rotonde rijden, waar asfalt ligt. Op deze gladde straatstenen zou hij dat niet voor elkaar krijgen. Het geluid kwam steeds dichterbij en ik zag al wat licht schijnen voorbij de bocht. Het klonk alsof de bestuurder het maximale uit zijn auto haalde, want de motor gierde van de hoge toeren. Plots zag ik de auto door de bocht komen, recht op me af. Twee grote koplampen naderden steeds sneller. Een scheurend geluid over het wegdek, een keiharde knal en ineens stond de snelheidsduivel geparkeerd tegen een boom. Stokstijf stond ik te kijken met mijn honden. De kleinste van de twee begon te keffen en een mooie donkere grom klonk vanuit de keel van de ander. Nog geen tien seconden later stapte een man uit de auto, gooide de deur dicht en rende zo hard hij kon weg in de richting waar hij zojuist vandaan kwam.

 

Even later kwam een politieauto aangereden en deze stopte bij de geparkeerde auto. Ik sprak de agenten netjes aan en vertelde dat de bestuurder was uitgestapt en was weggerend. Een van de agenten nam wat gegevens van me op en vroeg of hij me later nog eens terug mocht bellen om een verklaring af te leggen. De auto zou gestolen zijn na een inbraak in de wijk. Ik had dus een boef zien rennen. Nou mooi is dat, zo vlak bij huis. Ietwat opgeschrokken liep ik verder het pad af, langs het water. In de verte hoorde ik de mobilofoon van de agenten, maar ik kon niet goed verstaan wat er werd gezegd. Aan het eind ging ik linksaf, de brug over. Daar was het heerlijk stil. Over het weiland langs het water zag ik wat mist hangen.

202b821b846abf2b454e37fb141130e3_medium.

En toen gebeurde het. Ik werd aangetrokken door de stilte om me heen. Geen enkele beweging in het water. Niets was wat mij omringde. Hoe ik ook vocht, ik werd toch aangetrokken door de duisternis boven dat weiland. En toen zag ik haar voor het eerst. Met haar bleke gezicht, haar grauwe donkere haren en haar mysterieuze gewaad. Ik keek vlug om me heen of ik iemand anders zag lopen. Dat ik toch niet de enige zou zijn die hier getuige van was. Helaas, niemand.

Ze kwam dichterbij, maar bleef aan de andere kant van het water. Ik bedacht me van alles en zei tegen mezelf dat ik me wat verbeelde, dat ik gewoon alleen was en me liet afleiden door de mist. Hoe ik ook mijn best deed om haar te negeren, ze bleef mijn aandacht trekken. Uit mijn ooghoeken zag ik hoe ze dichterbij kwam, maar niet het water over kon steken. Ze volgde me toen ik vervolgde.

 

Ik kon niet van dit pad af, want nu lag er aan de andere kant ook nog eens een sloot met een afscheiding. Ik moest wel samen met haar mijn wandeling voortzetten. Het gekraak van het grint onder mijn voeten was het enige geluid dat de stilte doorbrak. Mijn twee trouwe viervoeters hadden niets in de gaten. Toen besloot ik om alle moed bijeen te rapen door opzij te kijken. Ik wilde recht in haar ogen kijken en vragen waarom ze daar was. Ik stopte, hief mijn hoofd op en zag dat ze was verdwenen. Nergens meer. Nergens was ze te zien. Nu had ik het helemaal niet meer. Bang ben ik nooit, maar dit voelde niet meer veilig. Ik wilde naar mijn warme bed, naar huis.

c1bca97d1f11b9eefbc54a8fe4cee1ab_medium.

Die nacht sliep ik slecht. Lag te woelen en te zweten. Ik kon aan niets anders denken. Ik had het gevoel dat ze in de achtertuin stond te kijken naar me, maar ik durfde de gordijnen niet te openen. Zo'n bangerik ben ik nooit! Wat kreeg dat achterlijke witte wijf toch voor elkaar! De drang om te kijken werd steeds groter. Ik lag klaarwakker te kijken in mijn bed, starend naar het plafond. Elk geluidje, of wat ook maar leek op een geluidje, zorgde ervoor dat mijn hart tekeer ging. Badend in het zweet stapte ik uit bed. Liep naar de badkamer en droogde me af, zo nat was ik. Toen ik terug de slaapkamer in liep zag ik dat de contouren van het raam verlicht waren door het maanlicht. Ik liep langzaam naar het raam toe en wilde het gordijn openen. “Wat doe je?”, vroeg mijn nog half slapende wederhelft. “Niets. Dacht dat ik iets hoorde.” Alsof ik betrapt werd liep ik maar terug naar mijn helft en kroop dicht tegen haar aan. “Wil je me vasthouden? Heb een nachtmerrie gehad.”

 

De ochtend daarna moest ik vroeg gaan werken. Het liet me maar niet los. Ik was er heel de dag niet met mijn hoofd bij. Sloten koffie later was het dan einde werkdag en de duisternis viel al weer snel deze tijd van het jaar. Toen ik naar de auto liep keek ik wat schichtig om me heen, alsof ik bang was dat ze me weer zou komen bekijken. De deuren op slot en de muziek hard. Zo reed ik naar huis. Thuisgekomen zat iedereen al aan tafel en dat maakte me warm van binnen. Ik genoot van een heerlijke maaltijd met liefde bereidt. Na een avondje televisie kijken, lagen de kinderen goed en wel op bed, toen ineens de deurbel ging. Ik schrok me wezenloos en stond razendsnel op om te gaan kijken. Het was de buurman die me kwam vragen of ik vannacht wat had gezien of gehoord. Er was ingebroken bij hem in de schuur. Natuurlijk kon ik niets meer vertellen dan wat ik de avond er voor had meegemaakt met de aanrijding die voor mijn neus gebeurde. Al dat angstig gedoe over wat ik daarna had gezien zou hij toch niet geloven.

 

Toch, elke keer als ik nu mijn laatste rondje maak, loop ik toch maar even door de woonwijk. Stel je voor dat ik dat witte wijf weer tegen kom...

 

Stormerwout

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Prachtige intro..
Gelezen
Ja ze zijn eng die witte wieven. Wij kwamen in het donker met onze hond nooit het dorp uit. Heel spannend
Heel mooi en spannend geschreven verhaal..(doet mij denken aan de witte wieven)
Spannend verhaal.
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen en beoordeeld.