Hoe bos je onbetrouwbare familie op? (10)

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 15 January 22:37

De therapie verliep voorspoedig, maar hoe moest het verder met kaal gevreten goede doelen plannen? In hun nakie werden ze te belachelijk om hardop over te praten. Vaak betrapte ik me erop dat ik met tranen in de ogen zat te raden hoe het met iedereen in Addis ging. Of mijn meisjes al geld uit die nepstichting hadden ontvangen en daar hoorde ook het verlangen bij om dit vreselijke verraad met mijn kind te mogen delen, ware het niet dat zij nog nooit ergens echt in geïnteresseerd was geweest en Niek’s brief kon nog geen reactie op hebben geleverd.

ac1eebd723bf1c7e39c2ec32af23d27f_medium.

Maandagmorgen, om half elf ging EmjE’s telefoon.

“Ja, ik heb je thuis gebeld, maar daar zit jij dus weer eens niet.”

Het klonk verwijtend en ik realiseerde me meteen dat de uitnodiging amper bij broer op de mat kon zijn gevallen of hij hing al over de rooie aan de lijn.
“Ja, ik ben depressief, zoals je weet en zit daarom meestal bij EmjE, maar je hebt me gevonden en daar gaat het om immers. Fijn.”
“Pffft… hou toch op, depressief”
“Ja helaas, het is niet anders.”

“Was ik eerst zo blij met je felicitatie en nu komt er meteen die achterlijke kaart achteraan.” Intuïtief wist ik dat ik hem met gelijke munt moest betalen en hem niet hoefde te begrijpen.

“Had je liever gehad dat ik je niet had gefeliciteerd?”

“Als je maar niet denkt dat ik aan deze achterlijke hocus pocus mee doe,” riep hij en ineens scheurde mijn rug in twee. De laatste jaren was ik me er pijnlijk van bewust geworden dat bij afwijzingen door belangrijke mensen mijn rug altijd hevig opspeelde. Een erfenis van wat er in het ziekenhuis gebeurde na die acute operatie. Krom van de pijn hijgde ik dat hij echt even wachten moest. “Eerst een goede stoel opzoeken," pufte ik alsof ik aan het bevallen was. "Ik heb plotseling die helse krampen van na de hernia, weet je nog?” Diep door ademend kreeg ik het voor elkaar om, gebogen als een oude heks, naar de computerkamer te strompelen zonder te gillen. Het gaat precies zoals ik bij Niek heb voorspeld, schoot het door me heen. Voorzichtig liet ik me in EmjE’s bureaustoel zakken en besloot tenminste geestelijk de baas te blijven over het roggelende einde van de negatieve relatie met mijn broer.

“Oké, broer, jij vindt het géén goed initiatief, begrijp ik? Dan zijn we wel uitgepraat, lijkt me,” kon ik uiteindelijk laconiek uitbrengen. De stilte die viel deed zijn confronterende werk en aan de andere kant hoorde ik hem amechtig hijgen.

“Heb jij ook kramp?” vroeg ik droog en moest er zelf om glimlachen. Het had vrolijk geklonken alsof ik informeerde naar de prijs van een halfje melkwit. Er kwam geen reactie terwijl de rugpijn langzaam wat minder werd. Ik stond er zelf versteld van dat ik niet na hoefde te denken terwijl ik dit gesprek nog niet eens had voorbereid. 

“Kijk als jij mij dit zou vragen stond ik natuurlijk meteen bij je op de stoep want jij hebt altijd op mij kunnen rekenen, maar andersom? Dat gaat niet, hè?”

“Natuurlijk kun je wel op me rekenen, eh... normaal.”
“Nee Broer, jij zegt dan dat we alle twee ons eigen leven hebben, dat ik mijn eigen boontjes moet leren doppen en daarover kunnen wij ook niet fatsoenlijk praten.”

"Ja, want ik heb jou helemaal niet nodig."

"Dat is duidelijk ja, is in al die voorgaande jaren inderdaad afdoende gebleken, behalve als je iets van me wilt. Weet je nog? Dat logo? Gratis en voor niets?"

“Ja maar, ik heb niets te zoeken bij die psycholoog van jou.”
“Ik bedoel natuurlijk niet dat ik niet kan praten, want iedereen weet dat ik verbaal sterk ben, maar wij? Jij en ik? Een zinnig gesprek dat iets oplevert? Nee. Dat lukt niet. Daarom heb je die uitnodiging gekregen. Mijnheer den Ouden wil ons daarbij helpen. Hij is van onze leeftijd en is erg goed in familieverhoudingen.”

“Pffft... familieverhoudingen, doe toch niet zo raar. Wij kunnen heel goed zonder die man praten.” Hij probeerde een zijweg in te vluchten, die wat mij betreft een doodlopende steeg was, al klonk hij inmiddels toch wel redelijk wanhopig.

“Oh jawel, haha, natuurlijk kun jij praten. Dingen zeggen is makkelijk. Iets beloven is ook zo gepiept, maar er iets mee doen? Dat is een tweede en daarom vraag ik jouw hulp. Jij bent mijn enige familie en al heb jij mij niet nodig, ik jou dus wel. Jij kunt mij helpen om wat sneller door die depressie te komen en dat we eens kunnen praten via een neutrale mediator.”

“Doe toch niet altijd zo idioot. Natuurlijk kunnen we praten, maar onder vier ogen.”

“Dat is al vaker geprobeerd, weet je nog? Heeft niet gewerkt en met jouw vrouw erbij spreken we al helemaal nooit onder vier ogen. Ze valt jou altijd in de rede, maar ik weet genoeg. Als ik jouw hulp nodig heb krijg ik gewoon altijd nee.”

“Huh, je moest eens weten hoe vaak ik nee te horen krijg.”

“Dat zal best, maar niet van mij! Ik heb je nog nooit afgewezen.” Nu moest hij toch even goed nadenken en de pijn in mijn rug was aardig gezakt. Ik stak genoeglijk een shaggie op en voelde me wonderlijk op mijn gemak.

“Nee, dat klopt, jij hebt inderdaad nog nooit nee gezegd, ” gaf hij amper hoorbaar en schoorvoetend toe.

“Fijn, broer, om te horen dat ik jou niet heb afgewezen en dat je het daarmee eens bent. Dank je wel. Maar goed, ik zal tegen mijnheer den Ouden zeggen, dat we op jou niet hoeven te rekenen.”

“Ik wil gewoon niet naar zo iemand toe. Dan word ik ook beoordeeld en daar heb ik helemaal geen zin in.” Hij klonk wat klaaglijk, meende ik te horen.

“Och, och, Broer, je staat daar echt niet voor een rechter! Het is een hele goede hulpverlener. Die doen niet aan zoiets raars als veroordelen. Zij vellen geen vonnissen en zij zijn er juist om te helpen als iets tussen mensen niet goed lukt. ”

“Niets mee te maken. Ik doe het toch niet.”
“Prima, duidelijk, maar even voor de goede orde: denk je dat er in jouw afwezigheid dan niet over je gepraat zal worden?” Alweer zat hij klem tussen emotie, angstige onwil en verstand.

“Nou ja, nou nee, maar eh.” Nu viel ik hem in de rede voordat hij na kon denken.

“Ik vind het persoonlijk vreselijk dat men achter mijn rug over mij kletst, maar goed. Jou maakt dat dus kennelijk niets uit?”
“Jawel, eh, natuurlijk, wel, maar,” Hij was echt te verward en dat er geen spoortje zenuwen bij mij te bespeuren was begon ik wel leuk te vinden.

“Je komt niet, dat heb je al gezegd, maar weet je, dat zijn wel héél dure gesprekken hoor, met zo’n particulier psycholoog. Hij is de directeur van een groot bureau. Eigenaar, zeg maar, dus dan weet jij wel wat die mensen per uur vragen, toch? Deze sessie krijg je natuurlijk van mij kado. Kun je er gratis nog je voordeel mee doen.”

“Allemaal goed en wel, maar ik doe het niet, punt uit.” 

“Goed broer, maar je zult begrijpen dat ik zonder jouw hulp langer bij mijnheer den Ouden aan het werk moet. Dat gaat erg in de papieren lopen, dat kun je wel nagaan en zo rijk ben ik nou ook weer niet. Kan hij de rekening van die extra sessies, ik bedoel, omdat jij niet helpen wilt, naar jou toe sturen?” Het deed wel goed om hem steeds op een ander been te zetten zodat hij telkens over een nieuw aspect van zijn weigering na moest denken. Hij had daardoor kennelijk te veel aan zijn hoofd, of had geen zin om hier een eind aan te bakken en ik wachtte keurig af. Uiteindelijk gaf hij antwoord.

“Nou, ja zeg, eh, natuurlijk betaal ik dat niet, kom zeg.”
“Oké, ik weet genoeg, dank je wel. Mocht je er bij nader inzien toch op terug willen komen kan dat uiteraard altijd want je weet: ik ben niet haatdragend of zo. Gaan jullie al snel op vakantie trouwens?” Oemfff, ik hoorde hem opgelucht zuchten en ineens was hij flexibel genoeg om met deze loze beleefdheidsvraag wel als een nat rietje mee te buigen.

“Ja, wij gaan over drie weken naar bladie blasti … en dan wauwostika,” Stiekem moest ik er om lachen dat hij er in stonk en luisterde niet meer, wachtte netjes tot het stil werd aan de andere kant. Ondertussen was ik me er honderd procent van bewust dat ik hem over enkele seconden eenvoudig mijn leven uit zou duwen.

“Nou Broer, veel plezier dan daar en het ga jullie allemaal goed. Dahag.”

“Ja maar.”
“Nee, niets meer te  ja-maren nu. Dat deed ma ook altijd. Daar had ik toch zo'n pesthekel aan. Dan voelde ik me nooit gehoord, weet je, want ja-maar is eigenlijk ongeveer hetzelfde als nee, dus… We zijn klaar. Er valt niets meer te bespreken. Ik weet genoeg. Fijn dat je zo snel hebt gebeld. Dag broer.”

Ik hing op, had geen spoortje pijn meer in mijn zojuist nog getegde rug en liep die hele dag vederlicht door EmjE’s huis. Mijn humeur leek eindelijk weer een beetje opgewekt, zo ongeveer als voor al deze ellende… Het was over. Ik had mijn broer aan de kant gezet en ik was niet gek: hij had precies gereageerd zoals ik had verwacht en hoefde zijn gedrag nooit meer te vergoelijken.

Wordt vervolgd Deel 11

 

Deel 1  Deel 2  Deel 3  Deel 4  Deel 5  Deel 6  Deel 7

Deel 8 Deel 9

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (20) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ergens is dit gewoon een heel triest gesprek. Ik ben het volledig eens met wat Anerea zegt.
Maar het was wel afdoende om hem uit mijn leven ( niet uit mijn hart want dat kan uiteraard niet) te kunnen duwen
ik denk dat je dit zeer goed gedaan hebt.
Het is niet gemakkelijk maar ..; zijn eigen schuld
Soms is het echt nodig om met een familielid te breken. Voor jou is het beter en hij is de eigenlijke verliezer. Want jij bent uit zijn leven gestapt op jouw voorwaarden.
Ja, en dit is echt ongeschikt voor Familie Diner....
Daar zou ik jullie wel eens inwilln zien. Dat zou nog eens entertainment zijn. :-)
Volgens mij heb jij het beste gedaan wat je doen kon. Je was niet gek en je bent niet gek. Als mensen echt niet willen, is het beter hen in hun eigen sop gaar te laten koken en dat heb jij dus heel goed gedaan!
Ik denk het ook. Inmiddels merk ik dat ik wel eens aan hem denk, maar ik krijg er al de kriebels van als ik alleen bedenk dat die twee hier ineens voor de deur zouden staan... Dan zou hij toch echt met een goed verhaal op de proppen moeten komen waaraan ik kan zien dat ze iets verder zijn gekomen dan waar ze waren...
Leef maar lekker je eigen leven maar wel goed afgehandeld
Dank je meis... ik heb hem inmiddels al tig jaar niet meer gezien en denk nog amper aan hem
Je beschrijft het zo goed 'mijn humeur leek eindelijk weer een beetje opgewekt'...
Het liefst van al blijf je close met je familie maar sommigen laten je geen andere keuze. Je weert ze uit je leven en je voelt je daardoor beter omdat je beseft dat je meer waard bent en dat zij het niet waard zijn om er nog moeite in te steken.
Ja, na een leven lang zijn streken, en dat zijn er heel veel, te hebben vergeven, wist ik onderhand wel dat ik me rustig moest houden om juist te reageren. De koek was op. Altijd meten met twee maten, dat gaat wringen. Wel van alles van mij willen, nooit eens dank je wel horen en mij meestal in de kou laten staan....Had had me zelfs zomaar geslagen! Ik denk dat hij wel voelde dat ik daarover wilde praten, hahaha
De beste 'wraak' is nog altijd doorgaan met je leven en duidelijk maken dat je het best naar je zin hebt zo, zonder hen in je leven. Daar kunnen dit soort mensen niet mee om, dat was al duidelijk tijdens het telefoongesprek :)
Wat heb je dat gesprek goed opgeschreven. Alsof ik erbij zat. Aan beide kanten van de lijn.
Broer had het gesprek misschien beter moeten voorbereiden? Jij had hem heerlijk klem gezet.
Hij belde natuurlijk meteen nadat hij die kart zag... dom dom...Zulke dingen moet je de tijd geven om een fatsoenlijk antwoord voor te formuleren, toch? Ik sta er versteld van wat er allemaal in me op kwam, onvoorbereid, maar ja, een leven lang ervaring met hem....Het zegt genoeg dat hij zo bang was voor een psycholoog, dus ook geen schoon geweten