Toeval bestaat niet?

Door LadyDi gepubliceerd op Sunday 04 January 19:03

Voor me ligt de uitnodiging.

Ik zit met een zakje aan mijn mond om een dramatisch hyperventileren te voorkomen.  Mijn psychiater heeft er twee jaar werk aan gehad om de naam ‘Sebastiaan’ uit mijn geheugen te verbannen, wat hem uiteindelijk gelukt is. Hij waarschuwde mij dat het nog wel opgeslagen ligt in mijn geheugenkamer, maar dat de deur gesloten is.

Die verrekte uitnodiging heeft bij mij die deur weer grandioos ingetrapt.

Sebastiaan!
De meest wrede acties voerde hij gewetenloos uit, om zijn machtspositie te versterken. Hij haalde alles uit de kast om zijn omgeving te laten verstijven, alleen al bij zijn aanblik. Nietsontziend werkte hij via sadistische praktijken aan zijn eigen welzijn. Uiteindelijk, nadat hij meerdere keren vast had gezeten, besloot het OM om hem te verbannen naar een vreemd land. Meer informatie kregen wij niet, en eigenlijk interesseerde ons dat ook niet. Als hij maar weg was! De hoop heeft lang bij ons geleefd dat hij daar zijn gelijken tegen zou komen, zodat hij al zijn laaghartige, criminele misdaden terugbetaald zou krijgen. Met rente!

Zou hij nou echt denken dat ik op zijn bruiloft zou komen? Al had hij een hogeschoolstudie ‘Treed in de voetsporen van Martin Luther King’ gedaan met een cumlaude afstudeerrapport, dan nóg zou ik hem niet vertrouwen. Ik zie in gedachte alle daden voorbij komen van dat buitenproportioneel misdadig gedrag van ‘S’. Het valt me nog niet mee om zijn naam te spellen!

Nee, ik ga niet!
Ik ziet het ticket voor me liggen, dat me naar Quatscholonië zou brengen. De prijs is zichtbaar: maar liefst 2.790 euro, voor een business class met full-flat ligstoelen. Hij heeft blijkbaar goed geboerd met dat criminele leventje van hem. Ik heb geen idee waar dat land ligt en het interesseert me ook niet, ongeacht wat ene losgeslagen schrijfster ‘Candice’ op het internet beweert. Maar om dat ticket niet te gebruiken gaat me ook wat ver.

In al mijn slimheid bel ik het reisbureau, en ik weet het ticket om te boeken naar een reis in een ander land. Yesh! Ik ga naar het zonovergoten Aruba, waar altijd zo’n heerlijk windje staat, om daar mijn oude vrienden weer op te zoeken. De zon zal mijn bleke gelaat goed doen.

Terwijl ik aan het pakken ben kom ik de bijlage tegen, die in de uitnodiging zit.

f861c23025965ce93f901cb971a2a7da_medium.

Gezien zijn sadistische karakter verbaast alleen die kilo drop me. Nou ja, drop zou ik sowieso bij me hebben want de toevalligheid bestaat, dat ik daar verslaafd aan ben.

Wat een idioot! Ben blij dat ik besloten heb om niet te gaan.

Heerlijk ontspannen, met in mijn hand een majestueus glas champagne,  lig ik voor te genieten van de blauwe stranden, waar mijn vrienden en ik zullen vertoeven als we de diepe wateren gaan onderzoeken naar het meest prachtige bodemleven. Zelfs na een vliegreis van tien uur voel ik mij nog opperfit in deze superluxe omgeving. Of ik nog een exclusieve sandwich met zalm op een bedje van zeekraal wil nuttigen? Waarom niet!

Een luide knal haalt mij uit mijn extase.
Net verkeerde ik nog in sferen, nu bevind ik mij subiet in een chaotische situatie. Mensen vliegen heen en weer en bagage vindt zijn weg in de massa. Schreeuwend wordt gevochten om de zuurstofmaskers, terwijl het vliegtuig een bedreigend, neerwaartse koers inzet. Het aantrekkelijke heerschap dat eerder naast mij had gezeten, komt met een rotgang op me af, en in zijn vlucht weet hij een zuurstofmasker over mijn hoofd te drukken. Ik zet het acuut op en wacht met spanning de landing af die komen gaat, terwijl ik me krampachtig aan de deur van het toilet vasthoud. Harde, stuiterende, klappen volgen. Het kunstgebit van een opa heb ik inmiddels in mijn voorhoofd gekregen, maar ik houd vol!

Een stilte volgt.
Sirenes loeien en de hulpverlening komt op gang.
“Waar zijn we geland”, vraag ik, terwijl ik de tandenafdruk van mijn voorhoofd masseer.
“Mevrouw, we moesten een noodlanding maken op Quatscholonië, maar u wordt goed verzorgd, geen reden tot paniek.”
“Quatscholonië?!” roep ik uit in blinde paniek.
“Jawel mevrouw, u kent toch de A-B-C-Q eilanden toch wel? Aruba, Bonaire, Curaçao en Quatscholonië, die laatste is minder bekend om toerisme te voorkomen, maar –“
“Neeee!!” En toen werd het zwart voor mijn ogen.

“Gaat het weer een beetje?” Ik lig op een comfortabel bankje en even weet ik niet wat er gebeurd is. Alsof hij mijn gedachten raadt, spreekt de stem verder.
“U bent onderzocht en u heeft geen lichamelijk letsel opgelopen, mevrouw; het flauwvallen is een veelvoorkomende reactie. Wij hebben begrepen dat u hier verwacht wordt.”
Beduusd laat ik het over me heenkomen en ik laat me meevoeren naar wat komen gaat. Op de vluchtborden kan ik nog net zien dat de volgende vlucht naar Aruba is uitgesteld tot nader bericht. In de wandelgangen verneem ik dat de landingsbaan zwaar beschadigd is, en dat de werkzaamheden langzaam op gang zullen komen. Mijn koffer is gevonden en dat vind ik al een hele geruststelling. Ook mijn handbagage wordt mij aangereikt. Ik loop versuft af op de uitgang van de ontvangsthal.

Ik laat mij zakken op een bankje dat buiten staat, om het te laten betijen. En nu?
Een fors postuur ontneemt me de zon en een hand wordt triomfantelijk uitgestoken naar me.
“Wat een heerlijkheid om u te mogen begroeten!”
Mijn hand wordt op dusdanige manier in een klem gezet, dat mijn knokkels ervan kraken. Mijn diamanten ring snijdt een snee in mijn middelvinger, en in een reflex schiet mijn knie omhoog, richting het kruis van de donkere gedaante. Even hoor ik een kreun maar hij herstelt zich snel, zonder mijn hand los te laten. Ik pak met mijn andere hand mijn okergele schoudertas en ik geef hem er een nekslag mee,  waar je een béétje olifant mee uit zijn territorium slaat. Nu wankelt het sujet en kan ik mijn vingers weer in de juiste volgorde leggen.
Als ik opkijk, zie ik de contouren van mijn nachtmerrie: Sebastiaan!
“Jij… jij…-”
“Ha ha, tante Diane, het doet me deugd dat u zich zo kunt verweren! Dat is nu net de reden waarom ik zo verheugd ben om u hier te mogen ontvangen. Loopt u mee?”

Of ik mee wil lopen?
Is ie nou helemaal gek geworden? Alsof ik dat zou vrijwillig zou doen? Ik zou hem hier het liefst luguber omleggen, begraven én cremeren!
Tot mijn stomme verbazing knik ik en ik loop als een mak lam, dat meedogenloos geofferd gaat worden, achter hem aan. Waar is mijn psychiater als ik hem nodig heb?

Tijdens de rit in de limousine wordt er geen woord gerept.
Ik zit heerlijk geriefelijk achterin, naast een wijnbar, en de chauffeur en ‘S’ zitten voorin. De prachtige bekleding bestaat uit bordeaux rood leder dat afgewerkt is met zwarte randen. Het uitzicht is adembenemend te noemen, en als mijn hartslag eindelijk een acceptabel ritme aanneemt, betrap ik mezelf erop dat ik aan het genieten ben. Ik schenk een glas Champagne Besserat de Bellefon in en ik laat de mousserende werking mijn tong masseren. De natuur kent hier geen grenzen; alle uitheemse beplanting die ik ooit heb mogen aanschouwen, mogen niet in de schaduw staan van de fenomenale begroeiing op dit eiland. De schakering in kleurenpracht is verpletterend te noemen. Logisch dat men het toerisme op Quatscholonië op geen enkele manier wenst te promoten, want men zou er massaal echt alles voor over hebben om hier te mogen wonen.

Bijna teleurgesteld eindigt de heerlijke rit als we aankomen op de plaats van bestemming. De limousine wordt geparkeerd en ik word charmant door de chauffeur naar binnen geleid. Het huis verraadt een ongelooflijke rijkdom die me bijna uitzinnig maakt. Het is de smaakvolle combinatie van schoonheid en luxe, die perfect in balans zijn.  Niets is aan het toeval overgelaten; overal is de hand van de deskundige architect waarneembaar.

Een dame, die waarachtig zomaar uit de Miss World verkiezing ontsnapt kan zijn, 366188918dbed9b6b77a1c9792e51ce7_medium.loopt me tegemoet met een gastvrije, uitgestoken hand. Ik leg mijn diamanten ring voor de zekerheid recht op mijn vinger, om de mogelijke extra schade te voorkomen. Het wordt toch zijn vrouw hè?
Tegen alle verwachting in, is de handdruk normaal te noemen. Ze spreekt me vriendelijk toe, in iets dat op Chinees lijkt, met een gemixt randje van de Noorse taal, die ik beiden niet machtig ben. Gelukkig dat ‘S’, de naam die ik nog steeds mijn strot niet uitkrijg, begrijpt dat ik de LOI cursus ‘Quatscholoniaals’ niet gevolgd heb, en voor de vertaling zorg draagt.

Langzaam maar zeker, worden de gebruiken rond een bruiloft op Quatscholonië me duidelijk.

Wat blijkt: wereldwijd is het aantal echtscheidingen schrikbarend. Hier, op Quatscholonië, is het streng verboden voor een echtpaar om ooit te scheiden. Het is hier geen huwelijksvoltrekking ‘tot nader bericht’, maar echt ‘tot de dood ons scheidt’. Een traditie is het hier dan ook, om zoveel mogelijk ruzie te maken en elkaar het bloed onder de nagels vandaan te halen, vóór de huwelijksvoltrekking plaats zal vinden, om latere frustraties voor te zijn. Hele families, en niet alleen schoonmoeders dus, zullen alles uit de kast halen om elkaar meedogenloos, irritant te benaderen in allerhande verwachte, maar vooral ook onverwachte situaties. Dergelijke acties kunnen, en mogen, doodsbedreigend zijn, zoals deze normaal gesproken in elke slechte sleurrelatie voorkomen. Het paar dat het voornemen heeft om in het huwelijk te treden, wordt ook geacht om het elkaar zo moeilijk mogelijk te maken om het leven te behouden. Alles wordt ingezet om een huwelijk te voorkomen.

Maar, na de huwelijksvoltrekking, zal het verboden zijn om over wat voor stom voorval dan ook, ruzie te maken. De familie zal dat met alle liefde die ze in zich hebben, het paar ondersteunen om hun huwelijk tot een waar paradijs te maken.

Als laatste krijg ik de mededeling mee dat drop hier niet ingevoerd mag worden omdat de koning hier allergisch voor is, maar waar de bevolking een moord voor doet. Omkoopschandalen met drop zijn hier schering en inslag.

Met een vriendelijk gebaar word ik naar mijn verblijfplaats gebracht, dat inpandig is in het huis der bruidspaar. Benadrukt wordt, dat ik het twee dagen uit moet zien te houden in een strijd die vooraf zal gaan aan het huwelijk van ‘S’ en Lilaxionosaquatsch. Ze heet zo ja, ik kan er ook niets anders van maken. Aan elke vorm van vriendelijkheid wordt terstond afstand gedaan tot het ‘ja woord’ een feit is. Aan het eind van de gang dringt het tot mij door dat ik niet het enige familielid ben, dat hier tijdelijk verblijft.

Uitgeput leg ik mijzelf in het fantastische lits-jumeaux bed, dat met zijden beddengoed bekleed is. Snel verkeer ik in een droomfase die mij terug brengt naar mijn jeugd. Het begint heel prettig en ik geniet van de nostalgische beelden, maar al a3b52b333ac1fb38b661e3ee8a8d29ad_medium.gauw verandert het filmgenre. Mijn kat zie ik met een sneltreinvaart via de kerktoren zijn weg zoeken naar het dak van het gemeentehuis en weer terug. De brandende fakkel aan zijn staart zorgt ervoor dat hij gillend door blijft rennen -
Ik ben klaarwakker.

In alle stilte bereid ik mijn wraakplan voor, terwijl ik porties van tien dropjes uittel en deze in zakjes doe. Als ik de kamer uitloop, zie ik de butler op de gang. Hij buigt drie keer intens dankbaar, als ik hem een zakje dropjes in zijn handen druk. Van zijn eventuele verraad zal ik geen last hebben. Ik sluip de route door het huis, op zoek naar het slaapvertrek van ‘S’. De deur is open en ik ga het vertrek binnen om genadeloos toe te slaan met het gordijnkoord dat ik uit mijn kamer heb meegenomen. Hij zal in zijn slaap gewurgd worden door mijn handen; een milde dood voor zoveel misdaad. Helaas slaapt hij licht. Uiteindelijk komt het erop neer dat ik na een ferme worsteling, aan handen en voeten gebonden, door een bepaald gordijnkoord, de kamer weer wordt uitgesmeten. Ik lik mijn wonden en ben vastberaden om de actie op een ander vlak voort te zetten.

626bf75405194c883dca73d620090607_medium.

’s Morgens aan het ontbijt zie ik de ganse familie plaatsnemen. Oma heeft haar bril nog niet op en ziet niet dat de peperbus geleegd wordt op haar beschuitje. Terwijl zij niesend en proestend een hartverzakking tegemoet gaat, neem ik mijn kans om mijn vork in een hefboombeweging op ‘S’ af te vuren. Helaas komt de kop van neef lulloquatsch ertussen, wat hem een verraderlijke oorpiercing oplevert. Een broodmes zweeft door de ruimte, die nog net voor mijn hand in het eikenhouten tafelblad neerkomt. Er wordt mij een croissantje aangeboden door ‘S’ die ik laat voorproeven door de butler, die een tel later met hevige buikkrampen op de grond ligt te rollen. Als ‘S’ weer wil gaan zitten, valt hij achterover, om met zijn hoofd tegen de bloemenbak aan te knallen, waardoor hij zeker een minuut van de wereld is. Zijn eigen lieveling was zo vriendelijk om zijn stoel te verzetten.  De toon is gezet!

Naar mate het huwelijksmoment nadert wordt de stemming grimmiger. Een constante oorlog is overal in- en om het huis waarneembaar. Gillende keukenmeiden proberen het vege lijf te redden door overal net niet aanwezig te zijn en de tuinman staat hartverscheurend te janken als hij de, door granaten omgeploegde bloembedden aanschouwt. Ondanks dat iedereen van moeheid op de laatste benen loopt, gaat de strijd onverminderd voort, om dit huwelijk een glorieuze start te geven.

626bf75405194c883dca73d620090607_medium.

De kerkklokken luiden en ik probeer een veilig pad te vinden om binnen te treden in het geweld. Met het uitdelen van de dropjes ben ik ervan verzekerd dat ik rugdekking heb, en uitgeput beland ik op de zetel die voor mij bestemd is. Helaas is het moment van rust slechts in seconden uit te drukken want de schattige bruidsmeisjes gaan frontaal in de aanval. Ik mag ter plekke doodvallen als het niet is zoals ik het voel: de naaldhakken van de dames zijn tot ware stiletto’s bijgeslepen. Terwijl ze over mijn rug lopen voel ik deze sadistisch in mijn vlees porren. Met een ferme zwaai weet ik de serpenten van me af te schudden, waardoor één der hakken in het oog van de bevallige bruid terechtkomt, die slechts drie keer knippert. De priester neemt het woord. Helaas heeft hij een irritant trage manier van samenvatten en ik bid tot God dat hij het in slapstick voort mag zetten. Terwijl ik onder wat slachtoffers vandaan kruip, weet ik de poot van de stoel van opa te grijpen, waardoor deze voorover kwakt en zijn driedubbele variafocusglazen uit het montuur knallen. Zijn altijd scheve neus staat hierbij subiet recht. Met het ene oog dat nog niet is dichtgeslagen, zie ik dat het bruidspaar, met ondersteuning, omdat het been van ‘S’ reeds gebroken is, gaat staan.

“Ja, ik wil”, horen we in stereo.

Thank God!

Het voltallige gezelschap feliciteert elkaar en ik wurm mij door de menigte om het bruidspaar te bereiken.
“Gefeliciteerd, en dank je wel Sebastiaan!” hoor ik mezelf zeggen. Voluit!

Ja, het heeft me goed gedaan!

3eff429cbedd241343e28d2c23f73404_medium.

En ze leefden nog lang en overgelukkig.

Reacties (44) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen en beoordeeld!
Leuk verhaal!
Dank je wel INfiction!
Quatsch ten top!
Dank je wel Hans!
HILARISCH! Geweldig verhaal!
haha!
Dank je wel Lilithx! :)
Wat een verhaal, heb me tranen gelachen. Ik ben voor invoering van dit gebruik...
Ja toch? Heel positief hoor :)

Dank je voor je reactie!
Gelezen + beoordeeld!
Gelezen.