'NO MORE!'

Door Cees Geluk gepubliceerd op Saturday 03 January 22:27

Ik weet niet meer in welk jaar het precies was, maar ik herinner me het als de dag van gisteren. De competitie ‘Strongest Man’ werd op televisie uitgezonden. Door het uitvoeren van verschillende krachtpatserige opdrachten werd uitgemaakt wie zich de ‘Strongest Man’ – ik meen van Europa – mocht noemen. Eén van de kandidaten, een Engelsman, hield een enorme boomstam boven het hoofd en schreeuwde: “No more, no more, no more! Achteraf bleek dat hij, door mee te doen aan de wedstrijd, hoopte te kunnen ontsnappen aan het mijnwerkersleven dat voor hem ‘voorgeprogrammeerd’ was. Hij zou onder de grond zijn brood moeten verdienen, net als zijn vader, zijn grootvader en alle andere mannelijke leden van zijn familie. Hij wilde dat niet, hij wilde uit die vicieuze cirkel, hij wilde ‘no more!’ Voor mij geldt eigenlijk een hetzelfde. Ik kom weliswaar niet uit een mijnwerkersfamilie maar ik wil wel degelijk ontsnappen.

Ontsnappen aan de verlammende vanzelfsprekendheid van het iedere morgen vroeg moeten opstaan en het Openbaar Vervoer nemen naar het werk. Ik heb niets tegen werken, maar het moet wel ergens toe leiden. En de baan die ik momenteel mag vervullen, leidt nergens toe, tenminste niet in mijn optiek. Daar komt bij dat de klanten waarmee ik van doen heb, hoewel het spreekwoord zegt dat ik ze als ‘koning’ moet beschouwen, zich meer en meer als ‘keizers’ gaan gedragen. ‘Mondig’ heet dat. Ik vind het ronduit onbeschoft. Voorbeeld: de klant belt op om de status van een opdracht na te vragen. Als hij hoort dat de opdracht nog niet is uitgevoerd omdat hijzelf nog niet aan al onze formaliteiten heeft voldaan, ontsteekt hij in woede. Wat ‘ik’ (hij bedoelt mijn werkgever, maar zegt ‘u’ of, in het ergste geval heel denigrerend ‘jij’) wel niet denk om zijn opdracht aan te houden voor iets futiels als ‘jullie interne regeltjes’! Daar wil ik dus vanaf.

Mijn hele leven heb ik interesse in schrijven gehad. In de vrije momenten die ik had schreef ik verhaaltjes, ik hield een dagboekje bij, noteerde ideeën en meer van dat soortzaken. Dat leverde me op de lagere school het voorrecht op om een ‘opstel’, zoals het daar heette, voor de klas te mogen voorlezen. Als voorbeeld: zo kan het ook. Maar in plaats van de bewondering en erkenning waar ik op hoopte kreeg ik van de klasgenoten te horen dat ik niet zo’n ‘kapsones’ moest hebben. Ik was zeker het lievelingetje van de juf? Kinderen zijn meedogenloos. Het schrijven verhuisde naar de achtergrond, ik vernietigde wat ik had geschreven en accepteerde dat het nooit een echte carrière zou worden. Dat werd nog versterkt door mijn Calvinistische opvoeding. Ik moest vooral ‘netjes’ mijn plicht doen, al werd me nooit echt duidelijk gemaakt wat ik daar onder moest verstaan. Eén ding was wel zeker: zoiets ‘frivools’ als schrijven hoorde daar niet bij.

De natuur neemt zijn loop, kleine kinderen worden groot en ook ik verliet het ouderlijk nest. Het schrijven kwam weer bovendrijven. Bloed kruipt waar het niet gaan kan en ik voelde me vrijer: mijn ouders keken immers niet meer als haviken over mijn schouder mee. Ik begon weer notities te maken, me weer te interesseren voor het geschreven woord. Een enkele keer durfde ik het aan om zo’n idee aan een gratis verspreid ochtendblad in te sturen en soms werd dat nog geplaatst ook. Ik leerde zo het verslavende genot kennen van mijn naam in druk te zien staan. Helaas was één van de lezers van die krant niet gediend van één van mijn ingezonden brieven. Ik ontving een anonieme, negatieve en vooral dreigende reactie op mijn huisadres; de schrijver had mijn naam en woonplaats via het telefoonboek aan mijn adres weten te koppelen. Mijn vrouw en kinderen vonden dat op zijn zachtst gezegd niet prettig. Ik deed mijn plicht als echtgenoot en vader en liet het schrijven weer voor wat het was. Een enkele keer lukte het me nog wel eens iets in de krant te laten optekenen, maar dan onder pseudoniem en met een gefingeerde woonplaats. Plezier in schrijven had ik niet echt meer.

Tot oktober 2009. Door het wonder van de moderne techniek kon ik, in mijn mobiele telefoon, weer kleine notities maken die uitgroeiden tot een – nog steeds bijgehouden – dagboek. En de behoefte om verhalen te vertellen, om gelezen te worden, bleek nog in alle hevigheid aanwezig. Ik maakte, via blogger.com, mijn kinderen deelgenoot van mijn dagboeknotities, later liet ik hen zo ook mijn korte verhalen lezen. Ze waren enthousiast en ik besloot de verhalenblog openbaar te maken, echter wel onder pseudoniem. Een enkeling was ook hier positief over. De echte stap naar vol schrijverschap wilde ik desondanks nog niet maken. Ik voelde een verantwoordelijkheid tegenover mijn vrouw, mijn kinderen. Dat wilde ik niet in de waagschaal stellen, bijvoorbeeld als mijn geschrijf mijn werkgever onwelgevallig zou zijn en ik daardoor mijn baan zou verliezen. Als ik al iets publiceerde (eigenlijk uitsluitend op de verhalenblog), was het onder dat pseudoniem en verder niets. Die gêne ben ik nu kwijt. Kortgeleden kwam ik erachter dat, hoezeer ik ook mijn ‘plicht’ doe, mijn baan alsnog op de tocht kan komen te staan. Een reorganisatie van de afdeling waar ik werk leerde me dat er in dit leven geen zekerheden meer zijn. De werknemer is een speelbal in het spel van economische belangen en is voor zijn levensonderhoud afhankelijk van de grillen van zijn werkgever. Dat wil ik niet meer.

De tijd staat niet stil en ik moet mee. Het internet kende ik al maar mijn kinderen kregen me vorig jaar actief op Facebook. De ‘klik’, een hernieuwde interesse in het schrijverschap, kwam toen ik de ‘vriend’ van één mijn familieleden, een schrijver van kinderboeken, een ‘vriendschapsverzoek’ stuurde. Die schrijvende ‘vriend’ nam op zijn beurt weer zijn ‘vrienden’ mee (‘mensen die je misschien kent’). In korte tijd kon ik zo een ‘vriendenbestand’ opbouwen van inmiddels 547 schrijvers, journalisten, uitgevers en boekhandels. Mensen die mij, zoveel is zeker, absoluut niet kennen, maar die zonder enige scrupules op ‘accepteren’ hebben geklikt. Hoezeer ik er hierdoor ook van overtuigd ben geraakt dat Facebook de waarde van het woord ‘vriend’ tot op het bot heeft gedevalueerd, zie ik daar nog wel een lichtpuntje. Mijn ‘vriendenbestand’ geeft me namelijk een publiek. Een publiek, en juist daarom is het wèl waardevol, dat er geen belang bij heeft mijn geschrijf leuk te vinden. Reacties, als die er zijn, zijn dus per definitie eerlijk, zonder enige achterbaksheid. Dat waardeer ik.

Dit jaar gaat wat mij betreft het jaar zijn waarin ik een ultieme poging doe om middels het schrijven van verhalen, columns, wellicht journalistieke stukken en in de wat verdere toekomst misschien een boek, mijn potentie te verwezenlijken, er (een deel van) mijn inkomen mee te verwerven. Het is tijd dat ik de laatste jaren van mijn (werkzame) leven mijn hart ga volgen, dat ik dingen ga doen die ik leuk en interessant en vooral zinvol vind. En om tegen al het andere te gillen: “No more!”

© Cees Geluk, jan. 2015.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.