De geroepene deel 85 Angelus II

Door San-Daniel gepubliceerd op Friday 26 December 07:18

We schreden met zijn drieën de kapel binnen, de broeders waren al aan het reciteren.

anunciacion.jpg

'wees gegroet Maria, vol van genade..'  Het gemurmel van de stemmen was indukwekkend en uit een automatisme mompelde ik de woorden mee...daarna kwam de oefening van het Angelus: 

De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt, 

     En zij heeft ontvangen van de heilige Geest.
Wees gegroet Maria... 
Zie de dienstmaagd des Heren.
     Mij wil geschiede naar uw woord
Wees gegroet Maria... 
En het Woord is vlees geworden. 
     En Het heeft onder ons gewoond

De ene vleugel van broeders antwoordde steeds met een  wees gegroet Maria vol van genade. Ik herhaalde dat in de cadans die woorden krijgen als die te vaak herhaald worden.

Bid voor ons, heilige Zuster van de zon, 
     opdat wij de beloften van de Zon waardig worden.
Laat ons bidden. Oh Grootheid, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;

verwarm de aarde, 

Wees gegroet Maria... 

wij bidden U: verlicht onze harten, opdat wij door het lijden  tot de heerlijkheid van de verrijzenis worden gebracht.

 Wees gegroet Maria... 

Oh Zuster van de Zon, wij zijn Endymion.

'Het is toch werkelijk erg bijzonder,' dacht ik,  en ineens besefte ik dat ik maar een omhulsel was, het was een diepe waarheid die zich opdrong aan mij. Ik was Boismont maar ook mijzelf. Hier ver weg in een Andalusische gebergte ontdaan van de fysieke macht van Rome, waren erediensten gaande die afweken van alles wat ik ooit had meegmaakt. Misschien stonden die diensten wel dichter bij het Al, dan alle andere religieuze machtsstructuren.

 Een laatste gemurmer van hen die het Angelus wat langzamer uitspraken, stierf weg.  De abt boog naar het Oosten en ineens begreep ik wat hij deed, hij groette de Zon die daar nu aan het rijzen was. Hij draaide zich om en langzaam schrijdend liep hij de kapel uit waar de monniken nu herhaalde dat het gelaat, roozig inkarnaet werd, terwijl ze naar het Oosten bogen en de rij naar buiten sloten.

images?q=tbn:ANd9GcQgD5Kd--jTkKpHe10vFna

De zonnestralen streken langs het klooster, terwijl de maan nog als een vage schim afscheid nam van ons. Severius en Benidictus liepen naar de put, waarvan ik nu wist dat er een grot onder huiste.

De zon deed de put uit het plein springen, het licht was fel dat weerkaatste van het plein er om heen. Het deed je automatisch de ogen half dicht knijpen. De abt leunde naar voren en plaatste zijn handen op de rand van de put, hij keek nog even mij aan en staarde toen geconcentreerd in de diepte. 'Ach,' dacht ik, 'voor wat het waard is,' 'gaan laten,' 'maak je geest leeg Boismont' en een vreemde gedachte kwam op, zo maar uit het niets. 'Ik ben Boismont, maar ik ben hem niet,' een gedachte die mij hevig ontroerde.

 'Boismont,' vermaande ik mijzelf tot orde,' geef je toch, maak je geest leeg,' en nu staarde ik blank in het diepe gat.

De tijd verstreek en het drong nog net tot mij door dat de zon mij op een prettige wijze verwarmde toen er een tinteling kwam opzetten die me heftig beroerde, een flard met zoveel kracht, dat ik wankelde. Ik herkende het gevoel. 'Waar drie tesamen zijn, ben ik in u midden,' mompelde Severius, 'oh zuster van de zon'

 Ik was zo duizelig dat er sterren voor mijn ogen dansten. 'médecin soignez-vous, Dokter geneest u zelve', dacht ik,  Ik zag door een waas Eef omringd met boeken in een Oosterse zaal en wilde spreken  maar het transparante gordijn scheidde ons. Er werd aan mijn geest getrokken, terwijl ik naar voren viel.  Mijn handen raakte het tralie werk en Ik voelde het bloed uit mijn gezicht weg trekken en werd licht in het hoofd, net toen ik dacht te bezwijken en flauw te vallen, kwam er enorme rust over mij heen en voelde ik mijn gezicht gloeien. Met een allerlaatste kracht inspanning maakte ik me los van de put en week ik een stap terug.

images?q=tbn:ANd9GcRQBopPaVjqx8nqI4li7hn

'Het eeuwigh bleek gelaet, werd roozig inkarnaet,''Het eeuwigh bleek gelaet, werd roozig inkarnaet,'  hoorde Boismont, de abt mompelen na zijn mystieke ervaring. Boismont, bracht zijn handen naar zijn hoofd, zijn voorhoofd en wangen gloeiden alsof hij door koorts bezeten was. 'Kom maar even naast mij zitten op het bankje,' sprak Benedictus op vaderlijke wijze, 'dan kun je even bijkomen, ik zie dat je Endymion bent'. Het lukte mij niet om ook maar één woord te uitten en mijn gedachten waren een koorstige waterpoel , die zich vormt onder aan een waterval. Ik knikte naar de abt en ging zitten, ik voelde me nog hevig ontdaan, mijn hersens liepen achter op mijn gevoel. 

'Ik weet iets erg belangrijks,' zei ik uiteindelijk, 'Ik ben niet alleen Boismont.' 'Dat weten we,' antwoordde de abt, niemand is die hij lijkt te zijn'. 'Jij bent nu als één van ons en van ons,  de Endymion'. Hij gaf Boismont een arm en zou liepen zij gebroederlijk terug naar de studeerkamer van Benedictus. 

Boismont vlijde zich neer toen ook Severius binnenkwam, hij had een blad met drie dampende mokken bij zich dat hij naast de lege wijn karaf zette en plaatste zorgvuldig de dampende mokken voor zich neer terwijl hij het brood en  de lege wijn kroezen op het blad plaatste.

'Ah,' sprak, de abt, 'maede, de hete honingdrank' en hij hief zijn arm terwijl hij de nu mij bekende toast uitbracht'. 'roozig inkarnaet ', klonk het en ik herhaalde het en nam een teugje. Het was aangenaam warm maar mierzoet. 'Zo,' begon de abt, tegen de Franse arts 'ik ben benieuwd wat je ons te melden hebt. 'Wat is een ziel, vroeg Boismont? 'Dat moet ik nu écht weten.' 'Dat is een levensvraag waar een makkelijk antwoord op past', zei de monnik, 'maar je moet open staan voor dat antwoord anders is het als het zaad dat op stenen grond wordt uitgezaaid.' 'Ik luister Severius,' zei Boismont ernstig, 'met heel mijn hart'.

images?q=tbn:ANd9GcQgD5Kd--jTkKpHe10vFna

'Ik ben de ziel,' zei de monnik,' zo eenvoudig is het'. Ik moet verbaasd gekeken hebben want de abt vulde aan,' ik heet nu Benedictus, maar ik ben de ziel, net als wat in het omhulsel dat wij Severius noemen, huist. Wij zijn Endymion. 'Oh onwetende,' lachte de monnik,' terwijl hij naar mijn verbaasde gezicht keek. 'Ik ben de ziel en ik heb een lichaam.' Ik bedien mij van dat lichaam, maar ik ben de ziel en het licht scheen in Boismont en hij besefte dat een onweerlegbare waarheid gesproken was en dat hij ook een ziel was met een lichaam dat tijdelijk hem toebehoorde.'  'Buiten onze lichamen zijn wij één,' glimlachte de abt. 'Het is niet belangrijk wat de ziel is, wij zijn de ziel en niet zoals de materieële wereld denkt, namelijk dat wij personen zijn als lichaam en een ziel hebben, die zien het precies verkeerd om'.

'Wie de ziel herkent, sterkt onze gelederen en het Al,' vervolgde hij en kan ons nooit meer verlaten. In stilte namen de mannen een slok maede. Boismont was de eerste die het stilzwijgen verbrak. 'Ik ben het met jullie eens,' zei hij uiteindelijk, ' als ik bij de heilige grot sta en ik meen bij beroering iets te zien door een transparant gordijn, is dat dan de werkelijheid of iets dat ik projecteer en hij dacht aan het beeld van Eef tussen de boeken.' het is de verbondheid van zielen die toestaat dat je af kunt tappen van het collectief, het Al, geef het maar een naam,' zei de monnik ernstig. 'Wat je ook gezien hebt, zal de werklijkheid zijn, want het is tot je gekomen uit het geheel van alles, het is maar wat de ziel zoekt en zien wil'. 'Vraag en je zult gehoord worden,' zei de abt ernstig, 'geef en je wordt ontvangen.' 'Wat moet ik dan geven,' stamelde Boismont verbijsterd? 'Jezelf, je eigen echte ik, je ziel, in erkenning en acceptatie, maar dat heb je al gedaan ander had je niet kunnen aftappen.' Juist,' zei Boismont even terugvallend in de rol van rationele arts.

'Nu zou ik graag horen wat er met de gestorven broeder Endymion gebeurd is.' Als je dat echt wilt weten dan ben je echt één van ons met alle consequenties van dien, besef je dat,' vroeg de abt? 'Wij kunnen Rome ons niet meer laten stoppen, alles wat nu volgt is een geheim dat bij na buiten treden onze terugval zou betekenen naar het Christelijke geloof'. Ik aanvaard dat geheim met zijn verpichtingen,' sprak de arts. 'Mooi neem eerst nog maar wat maede,' glimlachte Severius 'en luister aandachtig naar iets dat ons sinds zijn gebeuren heeft bezig gehouden.' 

San Daniel 2014

voor informatie over de boeken van San Daniel druk op deze link aub.

 

 

 

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
We zien het idd andersom.
Wat prachtig; ik ben de ziel en maak gebruik van mijn lichaam,
'Ik ben Boismont, maar ik ben hem niet' wat een prachtig verhaal is dit toch.