De kelder

Door Schweiz gepubliceerd op Tuesday 23 December 18:52

Buiten dwarrelen de eerste sneeuwvlokjes lichthartig naar beneden. De druk bewandelde winkelstraten verdwijnen stilaan onder een wit tapijt. Sommigen maken zich enkel zorgen om de verkeersellende die het weersverschijnsel met zich meebrengt, maar anderen zien ook de ware schoonheid van de minuscule kristallen in, en hoe deze alle ellende tijdelijk laten verstommen. Binnenshuis worden de familiebanden weer aangehaald of versterkt op de tonen van kerstcrooners terwijl de kroketten rijkelijk vloeien, onder het toeziend oog van een royaal versierde, welriekende sparrenboom. Tegen middernacht aan drinkt men zich in een roes van gelukzaligheid terwijl de kroost hun resem aan geschenken probeert te recupereren uit de bergen aan knisperend cadeaupapier. Geluk lijkt heel gewoon dezer dagen, maar is toch niet voor iedereen even vanzelfsprekend.   

a6603b4aa271f9087b0c74e76ccbf395_medium.

Het was koud in de kelder. En vochtig. Niet dat er zichtbaar water aanwezig was, maar toch nam Sander zich voor het later zo te beschrijven. Ervan uitgaande dat die mogelijkheid zich ooit zou aanbieden, natuurlijk. Het gestaag helderder wordende licht dat door het smalle raampje binnenviel, verraadde dat hij zijn eerste nacht in de kelder overleefd had. De vage contouren die Sander omringden, werden steeds duidelijker zichtbaar en stilaan kon hij alle voorwerpen die in kelder stonden duidelijk onderscheiden. Maar dat was dan ook geen zware, noch moeilijke taak, gezien de kelder haast leeg was. Buiten de afgeleefde matras waarop hij al de hele tijd lag, stond er enkel nog een enorme, kastanjebruine buffetkast naast het kleine raampje. Hoewel het met krantenpapier was afgeplakt, kwam er nog steeds meer dan voldoende licht binnen. Sander had ook de indruk dat het glas en het raamwerk niet honderd procent op elkaar afgestemd waren, gezien het nogal tochtte in de kelder en de koude wind steevast uit de richting van het raampje kwam.

De voorbije nacht had hij zich voor het eerst in zijn leven in slaap gehuild, schreeuwend om zijn mama, maar was was niemand die luisterde. De grijze strook plakband die zijn mond bedekte, verhinderde bovendien ook dat er dan ook maar één verstaanbaar geluid zijn mond verliet.
Wat miste hij zijn mama. Soms kon hij wel boos zijn op haar, maar nu zou hij niets liever willen dan een warme, troostende knuffel zoals alleen mama's die kunnen geven. En daarna zou hij samen met papa met zijn verzameling autootjes willen spelen. Maar dat kon niet, want hij zat in een kelder. En tenzij papa of iemand anders hem uit zijn penibele situatie kwam bevrijden, zou hij in de kelder blijven.
Zelf kon hij weinig aanvangen. Als om hulp roepen uitgesloten is, dan blijft zelf weten te ontsnappen de enige oplossing, maar laat dat nou bijzonder moeilijk zijn als je twee handen bij elkaar zijn gebonden. Kortom, de situatie was hopeloos. En dat besefte Sander ook. Hij zou kerstavond missen, geen kalkoen kunnen eten, geen pakjes krijgen en zelfs opa en oma niet kunnen zien! Bij die laatste gedachte begon Sander opnieuw te huilen.

En het was bovendien allemaal zijn eigen domme schuld! Mama had nog zo gezegd dat hij haar hand moest blijven vasthouden, omdat het in de menigte die zich door de winkelstraten sleurt bijzonder makkelijk is elkaar uit het oog te verliezen. Sander had zich voorgenomen die wijze raad op te volgen, maar de etalage van de speelgoedwinkel bracht hem al snel op andere ideeën. Hij wou gewoon even kijken, niet meer, echt niet! Maar net toen hij terug naar mama wou lopen, voelde hij dat twee grote handen hem onder zijn oksels grepen en mee de winkel in sleurden. En niemand die hem tegenhield. Ook al schreeuwde hij de longen uit zijn lijf en spartelde hij als een vis op het droge in het rond, niemand haalde het ook maar in zijn hoofd het arme jongetje dat ontvoerd werd te helpen. En zo belandde Sander in de kelder. In de kelder waar het koud is, en vochtig en waar het raampje is afgeplakt met krantenpapier, maar toch nog licht doorlaat.

De uren gingen traag voorbij. Nu en dan huilde Sander, soms probeerde hij te roepen of rond te wandelen in de kelder, wat niet evident is gezien het een stuk moeilijker is je evenwicht te bewaren met vastgebonden handen. Toch slaagde hij er na geruime tijd in - gebruik makend van de kastanjebruine kast - dichter bij het raampje te komen. Al snel merkte hij dat er inderdaad een kleine gleuf in het raamwerk zat, waardoor de koude buitenlucht de kelder binnenstroomde. Net toen hij door de gleuf wou kijken, om te zien of er veel voorbijgangers waren, hoorde hij het gesmoord geluid van zware voetstappen op de keldertrap. Zijn ontvoerder!

Vliegensvlug sprong Sander af de kast, maar vergat daarbij in zijn haast dat zijn handen gebonden waren, waardoor hij zijn evenwicht verloor en pardoes op de grond viel. Maar nu mocht hij niet zwak zijn, hij moest doorzetten. Zo snel als zijn ledematen het toestonden, kroop hij terug naar zijn matras. Net voor de deur met een grote zwaai geopend werd, wist hij zich zittende te krijgen. De man had niets door. Sander was veilig. Voorlopig.

"Dag Sander. Gaat alles goed met je? Hier heb je je ontbijt", zei de man. In zijn handen droeg hij een dienblad met twee boterhammen en een glas melk erop. De man verwijderde de plakband die Sanders bedekte, maar Sander zei niets. 
"Is er nog iets dat je nodig hebt? Moet je naar de WC?"
Sander schudde zijn hoofd. De man haalde zijn schouders op, draaide zich om en maakte aanstalten om weer naar boven te gaan.
"Wacht!" riep Sander plots. "Mag ik pen en papier?"
De man keek Sander niet begrijpend aan. "Pen en papier? Waarvoor heb je dat nodig?"
"Ik heb nog geen brief naar de Kerstman kunnen schrijven", biechtte Sander op en hij probeerde zo droevig mogelijk te kijken.
De man trachtte een grijns te onderdrukken, maar slaagde daar maar half in. "Oké dan, Sander, ik breng het je zo meteen."

Terwijl de man een nieuw stuk plakband over Sanders mond plakte en weer naar boven ging, slaakte hij een diepe zucht. Hoe was het toch allemaal zo ver kunnen komen? Het is een vaststaand feit dat een onafhankelijke speelgoedwinkel uitbaten allesbehalve een lucratieve bezigheid is, vandaag de dag. Steeds meer ouders kiezen voor grote speelgoedwinkelketens, omdat het daar goedkoper is, en onderdrukken daarbij de nostalgie die samenhangt met die kleine speelgoedwinkels. Nostalgie naar de tijd dat zij zelf nog kind waren, hunkerend naar dat ene rode treintje of die prachtige pop daar hoog op de plank. Die tijden waren jammer genoeg voorbij. Winkeluitbaters moeten steeds meer uit nevenactiviteiten winst halen. De man had ervoor gekozen om kinderen te ontvoeren en daarna losgeld aan de ouders te vragen. Er was helemaal geen plan uitgedacht, het was een impulsieve beslissing geweest Sander van de straat te plukken. Hopelijk geen domme.
Hij pakte een pen en papier, stapte weer naar beneden en overhandigde het aan Sander.
"Maar schiet wel een beetje op, wil je", zei de man terwijl hij Sanders handen losmaakte.

Tot de grote vreugde van Sander ging de man weer naar boven, zodat hij zijn kerstwens in alle rust kon neerschrijven. Het eerste wat hij deed was het stuk papier in twee grote stukken scheuren. Hij wist al wat hij zou schrijven.
Op het ene stuk schreef hij haastig in hoofdletters 'HELP MEI IK BEN ONTVOERT IN DE KELDER KOM MEI HALE IK BEN SANDER", het andere stuk liet hij voorlopig onbeschreven. De Kerstman moest maar wachten.
In allerijl repte hij zich naar de kastanjebruine kast, voortdurend op zijn hoede en luisterend of de man niet terugkwam, en beklom hij deze weer. Al snel vond hij ook de gleuf terug, en hij propte zijn papiertje erdoor tot hij er niet meer aan kon. Daarna begon hij aan zijn echte brief aan de Kerstman. Ook daarin vroeg hij of niemand hem uit die kelder kon komen bevrijden, zodat hij eindelijk weer naar huis kon. Naar mama, papa, oma en opa. En naar de cadeautjes! Hij wilde geen moment langer blijven in de kelder waar het koud is, en vochtig en het raampje is afgeplakt met krantenpapier. 
Nog steeds bang, maar ergens ook tevreden, legde hij zijn brief op de keldertrap en ging hij weer op de matras zitten. Hij besefte plots dat hij eigenlijk doodop is. Langzaam viel Sander in slaap. 

Toen hij badend in het zweet weer wakker werd, waren zijn polsen weer vastgebonden en was de brief verdwenen. Buiten begon het alweer donker te worden. Nog even en kerstavond zou in alle huizen op gang komen. Met cadeautjes en eten en allemaal andere leuke dingen die er in de kelder niet waren. Sander kon zijn tranen nog maar net onder bedwang houden, toen hij weer voetstappen hoorde. Ditmaal klonken ze anders. Minder zwaar. Haastiger. De deur werd deze keer niet met een grote zwaai geopend, maar erg voorzichtig. Alsof het gevaar aan deze kant van de deur zat. Vol hoop keek Sander naar de steeds groter wordende kier. Misschien was het de man niet, maar was het mama. Of papa! Hij was enigszins teleurgesteld toen hij zag dat dat niet het geval was, maar ook opgelucht omdat het de man niet was. Het was een vrouw, iets jonger dan zijn moeder en met een donkerblauwe cap op haar hoofd.
"Ben jij Sander?" vroeg ze. Sander knikte. De vrouw kwam naar hem toe.
"Ik ben van de politie, je bent veilig Sander. We hebben je briefje gevonden."
Sander lachte. Dan zou hij kerstavond toch niet missen!

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (32) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Goed geschreven.
Gelezen.
Gelezen.
Gelukkig loopt het goed af. Bedankt voor het woord "resem', dat ik nog niet kende.
Slim, koelbloedig jochie, die Sander. Hij komt er wel. :-)

Spannend, maar de afloop is "kerstig".
Resem, reeks, rist ... in België is het allemaal standaardtaal.
De vernuftigheid heeft Sander vast uit Home Alone, om in de kerstsfeer te blijven :)
Niet echt een standaard kerstverhaal, maar er werden tenminste geen moorden in gepleegd ;)
Wel weer goed geschreven natuurlijk.
Mijn psycholoog zal tevreden zijn :) Bedankt.
Hoe is je sollicitatie gisteren eigenlijk verlopen?
Zelf ook tevreden?
Gemengde gevoelens: Mijn entree was rampzalig, mijn exit onhandig, maar het gesprek ging goed. Er zijn nog twee andere kanshebbers. Volgende week weet ik meer.
*potverdrie, had ik hier al niet gereageerd?*
Ik ben zelf matig tevreden. Het is niet mijn beste verhaal, maar ook niet mijn slechtste.
Ik duim alvast voor je; en naar die entree ga ik verder niet vragen ...
Spannend verhaal, gelukkig een happy einde!
Dat kan met Kerstmis natuurlijk niet ontbreken!
Brrr, in de kelder.
Is het donker
Gelukkig toch nog de kerstavond om mee te maken