ROBERT BILBO WALKER EN IK

Door Johan Wijngaarden gepubliceerd op Friday 19 December 10:45

18 september 2014: “Red’s Lounge”

In de “Cat Head” (Een paradijselijk winkeltje, volgestouwd met Blues boeken!!! Blues Elpees!!! Blues C.d.’s!!! koop ik “The World don’t owe me nothing”, een boek  over het leven en de blues van David “Honeyboy” Edwards. Aan de eigenaar leg ik mijn blues smaak uit, om zo ’s avonds in de bluesclub, die daar het beste bijpast, terecht te komen. “Oh”, zegt hij zonder enige aarzeling, “dan moet je vanavond naar Red’s! Daar speelt Robert Walker! Een oude katoenplukker! Hij is 77!”

acf008f32eb349685edfe22039f67fcc_medium.

Red’s Lounge, 395 Sunflower Avenue, Clarksville.

Robert “Bilbo”[1] Walker begint keurig op tijd. Met stramme passen loopt hij naar een versterker, buigt zich moeizaam naar voren om het koord van zijn gitaar er in te pluggen en gaat op de stoel achter de microfoon zitten. Sound checken? Niet nodig.

Zodra hij de eerste akkoorden op zijn gitaar aan slaat en met ongepolijste stem begint met: “I am a poor boy and I live in Bakerville, California[2]” is alle energie terug. Vanaf minuut één is hij enthousiast en gedreven. Oogt ineens niet meer 77 jaar. Zijn stem past perfect bij zijn strak en ritmisch en verre van “gelikt” gitaarspel. Driving boogie, neigend naar bluesrock! Elektrisch. Zeg maar een kruising tussen country blues en rock. Alle nummers swingen op telkens een ander, maar vast, altijd maar meeslepend ritme. Een prima bassist en Robert’s schoonzoon op drums. En hoe! Een hoog “Chuck Berry” gehalte, dat wel. (“Long distance information, give me Memphis, Tennessee. Help me find the party, trying to get in touch with me”[3]). “Johnny be good”  wordt  “Robert be good” en -verrassend- “gemixed” met “Little Queenie”.

Robert Walker is een showman, een echte performer. Het verveelt mij nooit. De eerste set duurt bijna twee uur en in de pauze koop ik bij Robert’s vriendin direct de drie “in eigen beheer” CD’s. Robert -tong tussen de tanden- signeert er twee, waarna de stift het op geeft.

4591d34a96f310bd1300e74a4bc1d196_medium.

022b5102e46d66544dd136a9958fbce8_medium.

Hij vindt het verhaal -na zijn vraag: “Where are you from?” -van mijn bluesreis vanuit Nederland naar de Delta maar wat interessant. “I have been in Italy”, zegt hij trots, daarmee de gemiddelde Amerikaan overtreffend in Europese kennis, slaat me vriendschappelijk op de schouder, pakt zijn gitaar en “los” gaat het weer. Het is echt een onverwachte topavond! Ik moet bekennen dat ik zelfs -met Robert’s charmante schoondochter:  zij vroeg!- heb gedanst op “Dust my broom”! Nog steeds denk ik, dat dit nou niet de bedoeling van het nummer is. Ik sta of zit, kijk en luister liever. Veel liever.

23 september: “Hambone Art & Music Gallery”

Het tweede optreden, nu op het kleine podium van de Hambone Galery, is opnieuw fantastisch. Veel nummers uit het eerste optreden komen weer voorbij. Maar ook een groot aantal, die ik nog niet heb gehoord. De band bestaat nu uit de baas van the Cat Head winkel, die een uitstekende bassist blijkt te zijn, terwijl de eigenaar van de Hambone achter het drumstel zit. Iedereen speelt hier blues!

Een mevrouw, die tientallen foto’s maakt (“Ik doe een project over en met Robert Walker. Wat een geweldige man! Hij heeft kort grijs haar, maar wil daar niet mee gezien worden.”), belooft me een aantal foto’s te mailen. 

In de gift shop van het Rock and Blues Museum, eerder deze week nog eens op zoek naar “collectors items”, vond ik zowaar nog een “Live” opgenomen CD van Robert Walker. In de hoes notes schrijft Jim O’Neal achteloos, dat Robert vader is van 42(…) kinderen. Als ik Robert vraag of dat klopt, lacht hij erom. Zelf houdt hij het op “may be some twenty”. De mevrouw wil ons samen op de foto.

d5f5a8ce5ff126c320864be74a1e7ea0_medium.

25 september: “Red’s Lounge”

Wanneer ik -weer als eerste, ik zit het liefst vooraan- “Red’s” binnenkom (De deur rechts op de eerste foto) en $ 10,00 entree aan Robert’s vriendin aan de kassa betaal, blijkt dat ze haar huiswerk verbazend goed heeft gedaan: “Ik heb nog een CD gevonden, die je niet hebt! Het is ons laatste!” (“Take yo’ hands off me”). “We zijn met de opnamen voor een nieuwe bezig!” zegt ze trots.

36b9ec687cfb858c9ed7d642ec86a7fb_medium.

Wat een show(s), wat een gitarist, wat een performer! Precies dat vertel ik Robert. En dat het mijn laatste keer is dat ik hem kan zien en horen. “My friend, I will entertain you tonight!” zegt Robert.

6baa81186335273a7c15b1d3e4435646_medium.

Ik ontkom nu niet aan een herhaling van zetten: En maar luisteren naar die magnifieke blues stem en kijken naar de grepen van die linker hand, die bij elk nummer weer voor een fascinerend (ander) ritme zorgt. In “Truck Driving Man” wordt de tekst “I put a nickel in the jukebox” in het tweede couplet -met een “vette” knipoog naar mij- : “I put my nickel in her Jukebox” wat dan maar weer eens aangeeft, dat veel blues songs eigenlijk seksistische liedjes zijn. De (Chuck Berry) Duck walk - voor- en in deze show zelfs ook achteruit- ontbreekt niet. En de super act  op het instrumentale “Hide away”, waarbij Robert met één hand aan het uiteinde van de steel van zijn gitaar speelt en met de andere hand naar het publiek zwaait (“Ik wilde iets doen, wat niemand anders kan”), komt zelfs twee keer voorbij. De stoel heeft hij dan allang aan de kant geschoven.

Als het 1.00 uur is, komt de drummer -zorgelijke, vermoeide blik in de ogen, afhangende schouders- met wanhopige stem vragen: “What did you tell him? He’s never gonna stop!” Het wordt uiteindelijk 1.35 uur. Dan is het  echt afgelopen.

De beste show van de drie? De laatste!

55dae4bdc3010bb079f9f8f6b82f3614_medium.

De “morning after” ben ik net op, wanneer er bescheiden op de kamerdeur wordt geklopt. Het is “mijn” kamerjongen met zijn dagelijkse vraag: “Is there anything you need, sir?” Omdat hij mij gistermorgen al drie badlakens heeft gebracht (Ik vertelde hem eerder, dat ik zaterdag vertrek) en ik mijn bed in een handomdraai zelf opmaak, is mijn antwoord: “No sir, nothing today!”  Dat is voor hem inmiddels het sein om binnen te komen. Op het bed zittend vraagt hij dan nieuwsgierig: “What have you been up to yesterday, sir?” Enthousiast vertel ik over Robert Walker, dat deze derde keer fantastisch  was en de twee eerdere optredens nog eens ver overtrof: “He played the hell out of that black and white guitar!” en “Robert Walker is one of the high lights of my blues trip! Have you ever heard of him?” Hij straalt en glimt van trots als hij zegt: “He is my daddy!”

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Fantastische belevenis.
Dat was het zeker. Eénmalig, denk ik.
Wat een mooi hoe je dit zo beeldend schrijft, en het einde is geweldig ook , prachtig dat hij naar al die lof dan trots kan zeggen hij is mijn vader. Weer met plezier gelezen.
Dank je wel. Als je je verhaal zelf beleeft, schrijf je het zo op.