x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

In liefde opgesloten

Door Weltevree gepubliceerd op Sunday 14 December 17:10

“Ga toch weg, haha…Liefde, praat me er niet van zeg. Sprookjes. Onzinnige schijn,” bijt Ynke haar vriendin ineens zo hard toe, dat diverse mensen in de tearoom opkijken. Ze bloost meteen dieprood, maakt een verontschuldigend gebaar naar Lydia en durft haar beste vriendin bijna niet meer aan te kijken. Ze heeft zich verraden en kan zich wel voor de kop slaan dat ze nu totaal tegen haar bedoeling in, veel te vroeg, de deksel van de beerpot heeft open gegooid. Lydia is even uit het veld geslagen. Dit wordt niet de gezellige middag waarop zij zich verheugde, weet ze en is verbaasd over het ontoegankelijke gezicht van haar hartsvriendin, die ze al vanaf de kleutertijd alles heeft toevertrouwd. Onafscheidelijk zijn ze al die jaren geweest. Alle belangrijke eraringen en mijlpalen hebben ze samen beleefd, door dik en dun is het allemaal met elkaar gedeeld.

9fbc1671b8207ed14db22f1649834dad_medium.

Geschrokken fluisterend neemt ze het gesprek over.

“Kom mee meid, we gaan naar mijn huis. Daar kunnen we rustig praten, eh… als je dat tenminste wilt.” Ynke reageert niet, zit enkel boos in haar cappuccino te staren. Overmand door verdriet, concludeert Lydia en hoewel ze amper vijf minuten binnen zijn geweest, de koffie nog niet is aangeraakt, wenkt ze de serveerster om af te rekenen. Ze vertrekken. Met gebogen hoofden lopen ze zwijgend door de winkelstraat naar de parkeergarage, zonder iets van de gezellige Kerstetalages te zien. Ynke is totaal zichzelf niet, merkt Lydia, die aanneemt dat haar vriendin ermee akkoord gaat dat ze bij haar thuis zullen lunchen. De stilte tussen hen voelt echter vreemd ongewoon. Onheilspellend, eng bijna, denkt Lydia bij zichzelf.

Ze kent Ynke door en door, weet zonder dat er een woord aan wordt verspild dat er in haar vriendin een gemene oorlog woedt. Ynke’s norse blik geldt niet mij, is er enkel maar omdat ze niet midden tussen het winkelende publiek in huilen uit wil barsten. Van de altijd opgewekte sterke Ynke is weinig meer te bekennen. Hoe kan het dat ik totaal geen weet heb gehad van wat haar dwars zit?  Plotseling vraagt Lydia zich bijna verwonderd af hoe lang het geleden is dat ze een echt persoonlijk gesprek hebben gevoerd. Had ik beter op moeten letten? Heb ik tekenen aan de wand gemist? Je hoort elkaar als meest intieme vrienden toch aan te voelen? Waarom heeft ze eventuele problemen niet met me besproken?  De opkomende teleurgestelde boosheid daarover drukt ze naar de achtergrond en ze kijkt eens voorzichtig opzij. Ynke zit op dit moment niet op mijn kinderachtige kwaadheid te wachten, maar het schokt me meer dan ik had gedacht hoe ongelukkig ze lijkt.

“Ik maak zo direct een pittige kop tomatensoep warm. Met een knapperig broodje erbij. Heb je daar zin in?” vraagt ze om de stilte te verbreken als ze het hofje opdraaien waar Lydia met haar man woont. Ynke knikt in gedachten, schudt dan haar hoofd, mompelt iets over geen honger en zucht. Gelaten stapt ze uit. Als een geslagen hond. Hoewel ze zich had voorgenomen er niemand mee lastig te vallen kan het haar ineens niets meer schelen welke indruk ze wekt. Binnen in haar is die morgen plotseling een dikke kluisdeur geopend, die zij tot op heden uit alle macht gesloten wilde houden. Van het één op het andere moment. Over, uit en sluiten. Ze was klaar met de façade. Met net doen alsof zij het perfecte koppel zijn. Met op de tenen lopen om haar vlotte wereldse moderne imago in stand te houden. Met voor de buitenwereld geheim houden wat er zich jaren achtereen achter haar voordeur heeft afgespeeld.

Aan de keukentafel komen de tranen los terwijl Lydia de pan soep, die voor de avondmaaltijd was bedoeld, uit de ijskast haalt en op het gas zet. Ze laat haar vriendin begaan, stelt snel de temperatuur van de oven in om hem voor te verwarmen. Over tien minuutjes kunnen ze lunchen. Op de tast vindt ze de tissues in het keukenkastje en aait Ynke in het voorbijgaan even over haar bol voordat ze de doos op tafel zet.

De eerste minuten is Ynke geheel ontroostbaar. Het kan haar niets schelen dat ze lelijk is als ze huilt. Dat er ondanks de proppen tissue toch een snottebel uit haar neusgat bungelt. Voor Lydia hoeft ze zich niet te schamen en haar vriendin zit geduldig tegenover haar op het verhaal te wachten. Als een rots in de branding, maar dat zal snel veranderen, weet ze.

De soep is warm, de broodjes klaar en als de tafel is gedekt hebben ze tot drie uur de tijd voordat ze hun kleuters van school moeten halen.

“Kom meid, tast toe, dat zal je goed doen,” neemt Lydia het voortouw. Hoewel Ynke gewillig aanstalte maakt om toch iets van de soep naar binnen te werken, lukt het niet omdat de volgende huilbui losbreekt.

“Ihhik weeheet zelf ook niehiet waarom ik je noohooit iets heb verteld,” snikt ze en zoals te verwachten was wuift Lydia deze bekentenis als onbelangrijk weg. “Doet er nu even niet toe meid, kom op, vertel, gedeelde smart is halve smart.”

Met horten en stoten komt aan het licht, dat Peter, Ynkes man, al vier jaar een verhouding heeft en, “die affaire was al gaande voordat ik in verwachting was. Dat is toch niet te geloven?” Lydia, met stomheid geslagen, zit met grote ogen haar vriendin aan te kijken. Hijgend schudt ze haar hoofd. Eerlijk gezegd snapt ze er niets van. Peter, dat stuk met zijn hoogstaande morele praatjes, waar ze zo tegen heeft opgekeken. De leuke vent, die ze haar vriendin van harte gunde. Die veel mooier was dan haar man, die iedere ontrouwe echtgenoot verafschuwde en een hels lot toe dacht. Hij werd door iedereen, ook Ynkes’s familie, op handen gedragen. Wie had dit ooit verwacht?

“Dus dat is al vier jaar gaande, nee bijna vijf, toch?” stamelt ze uiteindelijk. Ynke knikt, wrijft in haar rood doorlopen ogen en doet heftig haar best om tot rust te komen.

“Wanneer ben je daar achter gekomen?” wil Ly weten, maar daar komt geen antwoord op. “Hoe heb je dat ontdekt?” dringt ze wat beslister aan, maar Ynke schokschoudert en fluistert dat dit er nu helemaal niets meer toe doet.

“Hoezo niet? Heeft hij het je zelf opgebiecht? Wil hij met die ander trouwen?”

“Snap jij dat nu, Ly? Ik was zo verliefd op hem. Totaal van de wereld. Mijn hele familie geloofde in ons. Het was echt de mooiste dag van mijn leven toen we trouwden. Jij was er bij, hebt het zelf kunnen zien, toch?” Lydia knikt, nog steeds met stomheid geslagen.

“Ik heb toen echt gedacht dat we samen oud zouden worden. Jij denkt toch niet dat ik een kind van hem zou hebben gewild als ik dit van te voren geweten had? ” Ze gaat iets te snel voor Lydia die enkel voortdurend haar hoofd schudt.

“Vier… nee, de vijf mooiste jaren heb ik aan die rotzak gegeven…vanaf ons huwelijk werd hij heel iemand anders. Schizofreen of zo en al die tijd lag hij ook regelmatig bij die ander in bed… Zoiets merk je toch als je iedere dag op elkaars lip zit?” snikt Ynke opnieuw wanhopig. Lydia, die wel vaker emoties weg eet, neemt een fikse hap van het heerlijke afgebakken broodje met kaas en spoort haar vriendin aan ook iets van de soep te eten voordat ze is afgekoeld.

“Meis, hoe is het mogelijk…Heb je seintjes over het hoofd gezien? Ken je haar?” vraagt ze met volle mond, maar Ynke ontkent dat.

“Ik ben zo vreselijk kwaad, Ly en vooral op mezelf.”

“Ben je mal? Jij bent toch niet vreemd gegaan?”

“Daar ben ik ook niet kwaad over. Wie had ooit gedacht dat ik één van die vrouwen zou worden die voor een beetje liefde kruipen zou?” Lydia schrikt, weet ineens dat er nog veel meer los komt als haar vriendin benepen bekent: “Je weet niet half wat ik er allemaal voor over heb gehad om ons gezin in stand te houden en mijn kind een vader te geven.” De rest van Ynke's relaas brengt Lydia helemaal van de wijs. Hoe heeft haar vriendin al die ellende kunnen verdragen? En wat erger is,  zonder er ooit met één woord over te reppen?

“Hoe is het mogelijk dat ik daar nooit iets van heb geweten? Niets heb gemerkt?”

“Oh meid, dat gaat vanzelf… Eerst wil je het zelf niet eens weten, denk je dat het eenmalig is, een vergissing... Als je eenmaal iets hebt verdoezeld word je er steeds beter in de waarheid weg te drukken. Hij sloeg ook nooit op plekken die de buitenwereld zou zien.” Nu pas echt verbijsterd, slaat Lydia onwillekeurig de hand voor haar mond en schuift instinctief haar half lege kom tomatensoep weg. Nee, nu krijgt ook zij ze geen hap meer door haar keel en ineens wordt ze toch   woedend. De stoel kermt protesterend over het zonnige okergele marmoleum van de keuken als ze abrupt opstaat en in de woonkamer de sigaretten uit de la grist die ze al het hele jaar niet meer heeft aangeraakt.

“Ik dacht dat ik jouw beste vriendin was. Het is toch niet normaal om dat allemaal voor mij verborgen te houden?” vraagt ze kwaad. Ynke knikt schuldbewust, stottert iets van schaamte, je machteloos voelen en niet weten hoe ze en waarom ze en nu… en nu…

“Als ik dit geweten had, zou ik allang de politie erbij hebben gehaald,” spuugt Lydia haar hartsvriendin boos in het gezicht. Vriendinnen moeten elkaar immers de waarheid kunnen zeggen? Ynke schrikt niet eens van deze reactie.

“Ja, dat weet ik, weet ik toch…maar ik heb het opgelost. Echt waar.”

“Oh, dus hij is óók al bij je weg zonder dat ik daar iets van weet?” bijt Lydia Ynke toe. Ineens is het muisstil want Ynke geeft geen antwoord. Ze huilt zonder geluid, wat nog veel angstaanjagender is. Lydia trekt verwoed aan haar sigaret, alsof ze daarmee de tweestrijd in zichzelf kan bezweren. Vastberaden valt ze tegenover de vrouw op de stoel die ze wel met de kop tegen de muur kan slaan om deze motie van wantrouwen. Haar allerbeste vriendin. Het meisje waar ze al dertig jaar van houdt als van de zus die ze nooit heeft gehad. De puber, die zij tegen ieder onrecht zou beschermen, voor wie ze met gevaar voor eigen leven door het vuur zou gaan. De vrouw die hun vriendschap al vijf jaar te kakken zet door haar problemen te verzwijgen. Wat is vriendschap dan waard? Ze weet dat haar woede nergens op slaat en ze probeert zichzelf weer in bedwang te krijgen tot Ynke fluistert.

“Je kunt inderdaad de politie wel bellen.”

“Hoezo? Dat had ik moeten doen toen hij begon jou te mishandelen. Nu is ie weg, wees blij dat je ervan af bent.”

“Nee…bel nou maar…”

Ineens dringt het tot Lydia door hoe doordringend haar hartsvriendin haar aankijkt met een donkere, bijna duivelse blik. Gevaarlijk schitterende bijna zwarte ogen. In al die jaren heeft ze Ynke nog nooit zo woest gezien. Ze krijgt het er koud van. De haren op haar armen gaan plotsklaps rechtop staan en ze rilt.

“Ynke… wa… wat… waarom moet ik die lui bellen?”

“Omdat ik niet meer naar huis durf.”

“Nou, ook goed, dan blijf je lekker hier,” pakt Lydia opgelucht door. Haar man zal er geen bezwaar tegen hebben dat Ynke met haar dochtertje een paar weken bij hen logeert om tot rust te komen.… “We halen straks Moontje en Anna op. Dan kunnen de meisjes hier spelen terwijl jij thuis wat kleren gaat ophalen.”

“Nee, ik ga dat huis niet meer in,” zegt Ynke onnatuurlijk vastberaden. Het klinkt zo berekend en kil afstandelijk dat het Lydia nog kouder wordt om het hart. Ineens is het haar te veel… Haar mond valt dom  open. Ze vergeet adem te halen en durft niet verder te denken, maar ze voelt dat wat ze nu te horen krijgt hun aller leven voorgoed en onherstelbaar zal veranderen.

“Het was noodweer, echt waar,” vervolgt Ynke toonloos terwijl ze Lydia strak aankijkt.

“Hij haalde het bloed weer onder mijn nagels vandaan. Om niks. Ik had besloten me er niet door op te laten naaien en ging gewoon door met brood snijden. Ineens werd het toch rood voor mijn ogen. Weet je dat je nog flink door moet drukken om er met een broodmes doorheen te komen? Zelfs als iemand al op de grond ligt?” vraagt Ynke op een toon zoals ze naar de prijs van de bloemkool zou informeren. Dan begint ze over haar hele lijf te schokken alsof ze onder stroom staat en ze weet dat de politie op zijn lijk, geprikt aan het mes dat rechtop in zijn hart staat, haar bekentenis zal vinden.

Ik kon er met niemand over praten

niet omdat ik dat niet wil

maar woorden slaan te diepe gaten

en liefde hield zich liever stil

gedraaid in gloeiend prikkeldraad

waarin elk oprecht gevoel vergaat

 

Moordend egoïsme stelt minne daden

trekt te strakke bloedende banden

doorheen onschuld en kinderleed

het stuurde mijn wanhopige handen

waar zelfs liefde niet sterk genoeg is

haat met fluwelen zachtheid is omkleed

kent mishandeling geen vergiffenis

ik redde mijn kind dat ook niets vergeet

het mocht niet nog meer worden gesmoord

daarom heb ik mijn man vermoord

 

 

Reacties (35) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen en beoordeeld!
Liefde en haat liggen dicht bij elkaar
Gelezen en beoordeeld.
Het mes snijdt aan twee kanten... In het verhaal en door het gedicht heen.
Super spannend opgebouwd.
heftig, en erg mooi
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Dank je wel
Het leest weer als een trein en het is schitterend. Ik ben vooral bijzonder gecharmeerd van het gedicht. Dat is echt het klapstuk.
Dank je wel. Het gedicht kwam vanzelf na de opdracht en stond klaar, maar in de verkeerde PC dus dat is er later pas onder gezet, hihi...
Jemig, heftig verhaal! Wel een goed einde, mss een vervolg, wil wel weten hoe het nu verder met Ynke gaat. Leest heel soepeltjes, alsof ik er bij was.
Dank je wel. Vervolg? Och het gevang waarschijnlijk en een kleuter ineens ouders