Kop of munt

Door Natuursmurf gepubliceerd op Thursday 11 December 17:09

‘Toe nou… nog één huis,’ zeurde Alfred aan mijn kop.
‘Nee!’ antwoordde ik onverbiddelijk. De jonge stagiair begon me de keel uit te hangen. Ik had dat groentje nooit mee moeten nemen op deze klus.
‘Je zei zelf dat we nog niks interessants zijn tegengekomen.’
‘Dit is de meest saaie buurt ooit,’ beaamde ik. ‘We gaan terug naar de auto. Ik verzin wel wat. Hier valt niets te halen.’ Ik maakte aanstalten om te gaan, maar bleef toch staan. Ik keek vluchtig om me heen; mijn fotograaf was verdwenen.
‘Hier ben ik!’ riep hij vanachter een grote groene beukenhaag. Hij wenkte me. Zuchtend voegde ik me bij de jeugdige kwast. Hij stond op een smal schelpenpad dat leidde naar een kleine boerderij half verscholen in de schaduw van een aantal uit de kluiten gegroeide zomereiken.
‘Nou, wat zeg je ervan?’ vroeg hij overdreven enthousiast.
‘Waarvan?’ bromde ik.
‘Hoe kan je ooit de rubriek “bijzondere hobby’s” kleurrijk invullen als je niets probeert? Laten we gewoon even aankloppen, wie weet is het deze keer raak!’
‘Een oude kluizenaar schrik aanjagen? Ik kijk wel uit.’
‘Schijtlijster!’
Ik keek hem onheilspellend aan, maar hij negeerde mijn blik.
‘Vooruit,’ zei hij terwijl hij een euro uit zijn jaszak haalde, ‘kop of munt?’
‘Wat?’
‘We tossen erom. Als ik win, doen we nog een huis. Afgesproken?’
‘Goed dan,’ mopperde ik. ‘Kies jij maar.’

3d04329421d02b067c16f7101390a122_medium.

‘Kop!’ riep Alfred luid terwijl hij het muntstuk hoog en wentelend opgooide. Hij ving de munt behendig op in de palm van zijn hand en even later keken we beide naar de uitslag.
‘Hahaha,’ lachte hij breeduit in mijn gezicht. ‘Ik win altijd met kop.’
Alfred’s duivelse grijns werkte mij zo op de zenuwen dat ik mij moest inhouden om hem niet ter plekke het hoofd van zijn romp te rukken.
Ik volgde hem gedwee over het pad naar de voordeur, maar nog voordat mijn fotograaf zijn hand had opgeheven, zwaaide de deur open. Een vrouw van een jaar of vijftig, vijfenvijftig stond in de deuropening en schonk ons beiden een warme, hartelijke lach.
‘Goedem…’ begon Alfred.
‘Kom binnen, kom binnen,’ nodigde ze ons vriendelijk uit.
Ik ben van nature terughoudend, maar door haar hartverwarmende voorkomen en lieve uitstraling viel alle schroom in één keer van me af en bijna tegelijkertijd stapten we over de drempel.
Ik schraapte mijn keel. ‘Mevrouw…’
‘Zeg maar Janny,’ glimlachte ze me toe.
‘Janny, voor een tijdschrift interview ik mensen met bijzondere hobby’s en…’
‘Jij hebt echt een prachtig gezicht,’ flapte ze er ineens uit.
Ik wilde haar bijna bedanken toen ik zag dat ze naar Alfred keek. Haar ogen leken net diamantjes toen ze hem liefkozend over zijn wangen streelde als was hij een baby die aangehaald werd. De kinderlijke ogen van mijn stagiair leken dat niet tegen te spreken.
Iets minder op mijn gemak deed ik een paar passen naar achteren. ‘Woont u hier alleen?’ vroeg ik.
Ze wierp me een snelle blik toe. ‘Nee,’ antwoordde ze kort. ‘Mijn zuster Jenny woont hier ook.’ Heel even meende ik ongenoegen te horen in de klank van haar stem. Maar onmiddellijk verscheen haar warme lach weer en al mijn onrust was direct vergeten. Ze ging ons voor naar de huiskamer die aangenaam verwarmd werd door een knisperend haardvuur.
‘Ik ga even thee zetten,’ zei ze terwijl ze door een andere deur verdween.
Alfred krulde zich behaaglijk op een kleedje voor de open haard. Ik ging op de bank zitten en keek uit het raam. Aan de zijkant van het huis stond een klein schuurtje. Pal daarnaast verhief zich een lange kronkelende eikenstam hoog in de lucht, terwijl de brede geaderde takken het houten schuurtje in een knellende omhelzing vast leken te houden. Hoe langer ik er naar keek hoe benauwender ik me voelde. Ik haalde even diep adem en keek opgelucht toe hoe Janny de kamer binnen liep met een groot dienblad in haar handen. Ze zette de kopjes voorzichtig één voor één op een lage tafel in het midden van de kamer. Ze ging zelf in de leunstoel zitten vlak voor het raam.

Terwijl we in stilte onze thee dronken, keek ik vanuit mijn ooghoeken naar de vrouw die slechts oog leek te hebben voor één persoon. Boven de rand van haar theekopje keek ze onafgebroken naar Alfred die nietsvermoedend in het haardvuur staarde.

468912c02abfacea5c2636b2a2792cf4_medium.

Ik zette mijn kopje op de tafel en opende het gesprek. ‘Janny, kun je mij misschien iets vertellen over je hobby’s?’
‘Mijn hobby’s? Tja, ik hou natuurlijk graag van knutselen. Ik hou van dieren en daarnaast hebben we onze verzameling hoofden natuurlijk.’
Proestend verslikte ik mij in mijn thee. Alfred was opgestaan. ‘Pardon Janny, verstond ik dat nou goed?’
Ze wees naar een parkietenkooi in de hoek. ‘Pietje was mijn eerste project.’
Alfred en ik liepen naar de kooi en zagen nu pas dat de kleurrijke parkiet - die ik bij binnenkomst heel even bewonderde - doodstil op zijn stok zat.
‘Goh, wat knap,’ hoorde ik Alfred zeggen. Hij haalde zijn camera tevoorschijn en begon hartstochtelijk foto’s te maken.
‘Ach, het is niets. Mijn zuster is de echte kunstenaar,’ vertelde Janny.
‘U had het net over hoofden…’ zei ik bijna fluisterend.
Ze lachte weer. ‘We knutselen wat af met z’n tweetjes.’
Ik voelde me ineens een stuk minder op mijn gemak. ‘Kom, ga mee,’ stootte ik mijn fotograaf aan.
‘Ben je gek!’ riep hij me toe. ‘We hebben eindelijk een interessante hobby te pakken!’ Hij wendde zich tot Janny. ‘Waar zijn die hoofden? Ik zou ze dolgraag willen zien.’
Ze keek hem verrukt aan. ‘Ik dacht wel dat je je hiervoor zou interesseren.’ Ze stond op en liep naar een kast in de hoek van de kamer. Ze stak een klein sleuteltje in een slot en twee klapdeurtjes zwaaiden open.
Ik weet niet precies wat ik verwachtte, maar het hoofd met de diepe ingevallen ogen die mij in een geluidloze schreeuw aanstaarde, overviel mij in een soort gefascineerd afgrijzen.
‘Wauw! Wat een pracht, wat een kunstwerk,’ liet mijn jonge metgezel zich ontvallen. ‘Het lijkt net echt!’
Ze klapte de deurtjes weer dicht. ‘Dank je.’
‘Waar haalt u de inspiratie vandaan om ze te maken?’
‘We nemen een voorbeeld aan zwervers en daklozen. Daar zit altijd een goed verhaal in. Hun karakteristieke trekken maken onze kunstwerken tot een hoogtepunt.’
‘Dat kan ik me voorstellen,’ knikte Alfred. ‘Heeft u er nog meer?’
Janny kwam naast hem staan. ‘De rest bewaren in de kelder. Niet iedereen kan onze kunst waarderen namelijk.’
‘Ik begrijp het.’ Hij volgde haar de gang op, maar ik bleef stofstijf staan. ‘Ga je niet mee?’ riep hij me toe en ik schudde heftig van nee. ‘Ik pas deze keer. Ik heb vanmiddag zwaar getafeld; een tweede schok durf ik niet aan. Maak jij je plaatjes maar en zorg voor een mooie reportage.’
‘Komt voor de bakker baas.’ Hij knipte met zijn vingers en verdween.
In afwachting van hun terugkomst ijsbeerde ik door de kamer. Mijn hoofd liep over. Ik wist niet wat ik ervan moest denken. Het was ongetwijfeld een vreemd verhaal. Misschien ook wel een goed verhaal; mijn redacteur zeurde me haast elke week aan mijn hoofd om met iets verrassends te komen.
Ik ontspande een beetje en ging weer op de bank zitten. Vijf minuten later kwam Janny er bij.
‘Alfred blijft nog even foto’s maken. Die knappe jongen zit vol ideeën. Het is toch zo’n lieverd.’
Ik zag haar genietend de ogen sluiten. Ik liet de alarmerende signalen aan mij voorbijgaan en ging verder met het interview. Ze was maar al te welwillend om mijn vragen te beantwoorden.
‘Gaat er veel tijd zitten in het opzetten van dieren?’
‘Als je het goed wilt doen wel. En dat willen we toch?’ Ze keek me strak aan.
‘Ik denk het wel?’
‘Voor het preparen van dieren is bovendien een grondige kennis van het dier en zijn natuurlijke omgeving vereist.’ Ze praatte honderduit, maar ik had moeite om mijn hoofd er bij te houden. Ik voelde me enigszins beneveld. Ik keek weer naar buiten. Het was inmiddels gaan schemeren. Donkere schaduwen groeiden in de tuin. ‘Wat vliegt de tijd toch weer.’

Het schelpenpad knerpte onder mijn schoenen. Mijn auto had ik snel gevonden. Terwijl ik plaatsnam achter het stuur zei ik: ‘Misschien had je toch gelijk Alfred. Hier zou best wel eens een goed verhaal in kunnen zitten.’ Er kwam geen antwoord. Het duurde even voor ik besefte dat ik alleen in de auto zat. En nog ietsje langer voordat het tot me doordrong dat ik mijn stagiair had achtergelaten. Een rilling kronkelde zich over mijn ruggegraat, maar er was geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om terug te gaan. Het zou vast wel loslopen. Ik herinnerde me zijn woorden nog: “Ik win altijd met kop.”

Ik startte mijn auto en reed langzaam weg. 

Reacties (30) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Brrr.. Ook luguber. We zaten aardig in de zelfde richting e denken, alleen beide een andere hobby.

Zonde van de stagiaire, al vermoed ik dat die vrouw wel blij met zo n hoofd is.... Kelders: ga er nooit alleen in met een vreemde.
Alles om een saai interview te ontlopen. Volgens mij is ons dat beiden gelukt ;)
Ook deze had ik gemist. En ook hier ben ik blij dat ik hem nog alsnog gelezen heb. Maar voor de goede orde, schrijver dezes is heeeel normaal, die losse steekjes (meer dan twee) moeten dus bij mijn zus te vinden zijn.
Ach die arme Alfred wint altijd met kop..., die kop zie je nooit meer terug vrees ik. Eng mens die Janny...
Alfred had een beetje een bord zijn kop. Als je dan hals over kop als een kip zonder kop je kop er niet bij houdt, dan is de kop er af ;)
Hahaha
Gelezen en beoordeeld!
Tja, twee zussen die samenwonen daar moeten toch wel meer dan twee steekjes los bijzitten. :)
Een gewaarschuwd mens telt voor twee :)
Gelezen.
Lekker verhaal!
Bedankt!