Wat ik aantrof in de schemerlamp

Door Natuursmurf gepubliceerd op Thursday 04 December 15:48

Het begon allemaal met een dagelijkse schoonmaak die uitmondde in een GROTE schoonmaak. Dat klinkt nog niet heel indrukwekkend, maar het was mijn eerste grote schoonmaak in tien jaar tijd. Misschien wel twaalf, maar ik kijk niet op een paar jaar.

Laten we beginnen bij het begin.

 

Geheimzinnig ei

18, 19 en 20 oktober 2014

De eerste horde is genomen: mijn twee boekenkasten heb ik nagenoeg zonder problemen afgestofd. De enige spelbreker of eigenlijk spelbrekers waren de vele papiervisjes die zich aan mijn zorgvuldig opgebouwde kennis tegoed deden. Het mag gezegd worden dat ze niet stonden te springen om mijn aanwezigheid. Een protestmars was het gevolg, maar die heb ik snel en met precisie neergeslagen met mijn stofzuiger.
 
Daarna volgde het echte werk: mijn blauwe bank. Of beter gezegd: achter en onder mijn bank. De stofophoping die zich in al die jaren had verzameld deed mij letterlijk naar adem happen. Gewapend met gasmasker en stofzuiger werkte ik mij door de eerste jaren heen. So far, so good. Maar toen deed ik ineens een bijzondere ontdekking: in het stofnest vond ik een merkwaardig ei.

Ik kon niet meer verder, wilde niet meer verder met de schoonmaak, niet vooraleer ik de oorsprong van dat bijzondere ei had ontdekt. Wetenschappers wereldwijd deden onderzoek en met koolstofdatering bleek uiteindelijk dat het om een prehistorisch ei ging.

Inmiddels zijn er verregaande plannen om het ei uit te laten broeden.
 

9ece8e6d2a63ea4db7f87535a733caa5_medium.

 

Rattenfamilie

11 november 2014

Mijn klerenkast deed vroeger dienst als kantoorkast. Het is een groot, oud maar degelijk eikenhouten meubel en ik gebruik hem al jaren met plezier, ook voor andere dingen dan kleren. De binnenkant kende ik natuurlijk, maar de bovenkant herbergde nog een onontdekt gebied en in het kader van de grote schoonmaak zat deze dag er uiteraard aan te komen.

Mezelf moed inpratend besteeg ik de ladder die mij naar de top zou leiden. Voorzichtig – balancerend op de hoogste trede – hees ik mij op en keek over de rand van de kast.
Daar zaten ze. De familie rat. Ik werd gewoon opgewacht!

Al jaren hoor ik ze tussen de muren; knagend, fluisterend, rennend met hun kleine snelle pootjes. Om gek van te worden. Vaak verwelkomen ze mij als ik naar bed ga. Alsof op dat moment hun wekker gaat. Vanonder mijn dekbed luister ik naar de geluiden die van zo dichtbij lijken te komen dat mijn zaklamp regelmatig de duisternis induikt op zoek naar hun glimmende besnorde snoetjes, maar tot op heden bleven ze onzichtbaar.

Pa en ma keken mij met hun kleine nieuwsgierige kraaloogjes aan. Een mens zou er bijna verlegen van worden. Een hypnotiserend staren volgde. Wie zou als eerste reageren?
Opeens weken ze uiteen. In hun midden verscheen…
Ik weet niet of ik het goed hoorde of dat mijn verbeelding het overnam, maar ik dacht dat ik pa tussen zijn scherpe tanden hoorde slissen: ‘Pak hem junior!’
Dat was het moment dat mijn ladder onverwacht de bibbers kreeg.
Heel even wankelde ik nog aan de afgrond, maar een afgrijselijke gil nam de stilte over en ik viel…
 

f54a201058e0df08c8932d06609fc4ba_medium.


Drie weken later kwam ik bij in het ziekenhuis.

 

De holbewoner

3 december 2014

Vandaag bij mijn berging aangekomen. Ik had dit karwei zo lang mogelijk uitgesteld, maar alles moet een keer gedaan worden. Er stond zoveel rotzooi dat ik de eerste uren alleen bezig was om de ruimte leeg te maken. Mijn huis vulde zich inmiddels met dingen waarvan ik niet eens wist dat ik ze had (of waarom).
Na een halve dag had ik de meeste troep wel weggeslingerd. Wat overbleef was een donker hol. Mijn berging mist een lamp en stopcontact waardoor ik genoodzaakt was om met een zaklamp door mijn vergane zaken te wroeten. En toen ging opeens het lichtje uit. Reservelamp erbij gehaald, maar niets hielp.
Een kaars bracht uiteindelijk nieuwe hoop in bange dagen. Het vreemde was dat mijn berging verder doorliep dan mogelijk was. Half gebogen met het schamele licht van mijn kaars drong ik dieper en dieper de grot binnen, tenminste zo voelde het wel. Ik begon mijn stappen te tellen. Rond de 500 raakte ik de tel kwijt. Waarschijnlijk ook mijn verstand; mijn berging is één bij twee meter groot. Ik draaide me om en zag heel in de verte de deuropening waardoor wat mager daglicht scheen.
Ik stond in dubio. De duisternis leek zich eindeloos uit te strekken.
Een tikkend geluid trok mijn aandacht. Ik zette mezelf weer in beweging tot mijn linkervoet ineens geen ondergrond meer vond. Ik liet me snel achterover vallen en dat was een verstandige keuze. Ik bleek namelijk een put in mijn berging te hebben!
Ik boog me voorover. ‘Hallo!’
‘Hallo hallo allo lo o o o.’
Op handen en knieën manouvreerde ik mij voorbij het obstakel en ging vervolgens héél voorzichtig mijn weg. Mijn kaars was ik kwijt. Voetje voor voetje en met de vingers van mijn rechterhand plat tegen de muur, kwam ik steeds een stukje verder. Het tikken klonk harder. Het zou niet lang meer duren – een van de ontelbare gedachten die mijn krankzinnige hoofd afvuurde. Tijd bestond niet meer. Elke stap was een eeuwigheid. Een kwelling.

Opeens zag ik hem: een man in een donker pak met een bleek gelaat. Heel rustig zat hij achter een typemachine te tikken alsof hij nooit wat anders had gedaan.
Op zijn linkerschouder zat een raaf.
Ik schuifelde dichterbij tot ik vlak voor hem stond. Tik tik tik.
Geduldig wachtte ik op een reactie, maar hij keek niet op of om. Tik tik tikketik.
Ik schraapte mijn keel. Tik tik tik.
Op dat moment boog de raaf naar zijn oor en leek hem wat in te fluisteren. Hij richtte zich op. Fronsend keek hij mij aan.
‘Dag meneer,’ begon ik, ‘misschien een beetje vreemde vraag, maar wat doet u in mijn berging?’
De man schudde enkel zijn hoofd.
Ik keek hem lang en peinzend aan. ‘U heeft een bekend gezicht. Wat is uw naam?’
‘Edgar Allan Poe.’
‘Hm, toch heeft u een bekend gezicht.’

 

027c1801b5f46508261cb6e06f274e38_medium.


‘Hoe komt u hier eigenlijk?’
De man haalde slechts zijn schouders op en ging verder met tikken.
‘Dan zal ik u maar met rust laten.’
Ik wierp de schrijver nog een blik toe en keerde vervolgens op mijn schreden. Zonder verdere problemen vond ik de uit/ingang, sloot de deur weer af en ging verder met de schoonmaak.

Wat of wie ik wel of niet in mijn berging heb zitten, blijft voorlopig mijn geheim.

 

Maar wat zat er nou in die schemerlamp?

Geen idee. Ik heb geen schemerlamp. Misschien maar goed ook. Stel je voor…

Reacties (36) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat prachtig geschreven, terechte winnaar! Lijkt een vervolg te komen over je geheim in de berging? ;-)))
Ik heb boven nog een berging; daar ben ik nog niet geweest ;)
Gelezen.
Hou je ons op de hoogte welek geheimen e rnog meer in jouw huis schuilen lol
Dat doe ik graag :)
Dat is inderdaad maar beter ook, dat jij die lamp niet hebt. Je zou er maar zo in verdwalen.
Heerlijk geschreven!
Ik kan overal in verdwalen.
Gelezen en beoordeeld!
Het antwoord was dus niets
Tot dusverre ben ik schemerlamploos, maar de schoonmaak loopt nog dus wie weet wat ik nog tegenkom.
Een prachtig verhaal......met een schitterend einde;-)
Bedankt Ruud.