Het afvoerputje van mijn lijf

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 04 December 11:02

Als ik goed ingepakt de deur achter Missy en mij sluit draag ik voor het eerst handschoenen. 

c441bc5d68960bc93194d4dfc6d256f7_medium.

Ik kneuter van heerlijke geborgenheid onder mijn nieuwe rode hoedje. Langs de naakte stukjes van mijn wangen scheert de eerste voorzichtige vrieskou van dit jaar terwijl we naar de rand van het bos lopen. Eenmaal los in het al bijna kale Park Zijpendaal sprint de hond weg om halsbrekende toeren uit te halen met Bachus, de witte Golden Retriever van de mensen die aan het eind van de Mendelssohnlaan wonen. Even later komt er een zwarte langhaar bij plus het opgewonden huppelkeffertje dat de helft zo groot is als mijn hond. Missy in haar element. Ze loopt de meeste speelkameraadjes er makkelijk uit en als dat niet op snelheid lukt snijdt ze eenvoudig de bocht af. 

Het is nog steeds knetterkoud als ik daarna- "Missy, jij past op het huis"- op weg ga naar de prachtige Jazz in de Mozartstraat. Zou ze nog zo oogverblindend zijn?

Jawel, Jazz komt me met een stralend brede lach uit de 'wachtkamer' halen, die in wezen die naam niet dragen mag met die paar stoelen in het smalle gangetje.

We lopen voorbij de spiltrap naar het zwembad in de kelder om dezelfde behandelkamer als de vorige keer te gebruiken. Terwijl ik me uitkleed overleg ik over de naam die ik voor haar heb bedacht in het kankerblog. Ze lacht verrast, vindt hem meteen schitterend en zodra ik plat op mijn rug lig, kussentje onder de knieën, neemt ze het oogpotlood ter hand.

“Ik ga nu met een afstand van zes centimeter stipjes op de buitenkant van je armen zetten om ze op te meten.” Ik vind alles best en terwijl zij met de centimeter in de weer is vertel ik in Ethiopië gewoond te hebben en, “ ik vind daar de mensen zo mooi. Net zoals jij.” Ze lacht, eerst wat verlegen, maar ze voelt zich toch vereerd en zegt dat ze op haar zesde met haar ouders uit Suriname naar Nederland kwam. Natuurlijk wil ze weten wat ik zover van Nederland te zoeken had. Dat ik over dat vreselijk debacle met die stichting en de smerige voorzitter vertellen kan zonder de bekende steen in mijn maag doet me goed. “En het mooiste is nog wel dat ik sinds anderhalf jaar midden tussen die verraders woon. De voorzitter woont in de Händel-, die ex-vriendin in de Lisztstraat, nog geen minuutje lopen van hier.” Even fronst ze, legt de centimeter weg en berekent dat aan de rechterbovenarm enkele centimeters meer omvang gemeten is dan links. “En vind je dat nu dan niet vervelend? Je kunt die mensen hier zomaar tegen het lijf lopen.“

”Jaha, dat is ook al gebeurd. Haha, de schlemiel wist niet hoe snel hij weg moest vluchten met een bloedrode kop. Kijk, dat zegt voldoende. Hij heeft geweten wat ie deed, de smeerlap, maar ik kon hem fier, trots rechtop en zonder blikken of blozen aankijken. Lekker puh. ” Jazz knikt goedkeurend. Dan meet ze de kracht in mijn armen. Ze vraagt me om tegendruk uit te oefenen als zij er tegen duwt of er aan trekt. Het valt haar niets tegen. Mij ook niet. Ze knikt tevreden. Ik moet de ogen sluiten waarna ze aan beide zijden zachtjes met één vinger langs mijn lijf streelt waarbij ik moet vertellen waar ik wat, wel of niet, voel. Het valt mij erg mee. Er zijn nog maar een paar plekken echt morsdood.

“Dan gaan we nu aan het echte werk beginnen, ” zegt ze glimlachend en zoekt handenwrijvend steun voor haar heup tegen de behandeltafel teneinde schuin over me heen te kunnen staan. Ze legt haar vingers rond mijn halskuiltje en begint zachtjes van buiten naar binnen te kneden.

“Ja, misschien denk je nu, waarom begint ze hier? Daar zit het oedeem toch niet?” Ik knik, al heb ik wel een vermoeden.

“Wel, hier zit het afvoerputje, zoals wij dat noemen. Dat ga ik nu eerst open zetten, zodat het losgekomen vocht ook weg kan lopen zodra ik de borst ga masseren. Dat doe ik eerst heel voorzichtig. Pas later zal ik wat steviger gaan drukken.” Mij klinkt het allemaal heel logisch in de oren en ik ga er ontspannen voor liggen. 

“Oh ja, ik heb even op Plazilla gekeken. Pas een klein stukje gelezen, hoor." 

“Ja, maar dat van jullie staat er nog niet op. Ik moest immers eerst overleggen of je tevreden bent over je naam.” 

"Maar je schrijft wel leuk. Gezellig bijna. Het is toch een zwaar onderwerp, maar bij jou lijkt het allemaal bijna luchtig.” Dan legt ze de mooie donkere handen op mijn melkwitte blubberbuik. Ik vergeet om me ervoor te excuseren en zij schijnt het niet erg te vinden om in die speklaag te verdwijnen.

“Lymfeklieren zijn verantwoordelijk voor het afdrijven van het vocht. Nu ga ik de klieren in de borst stimuleren. Later die rond de borst.” Ze drukt lichtjes met haar handen op de maag en als vanzelf lopen de longen leeg zodat ik enkel met de buik kan ademhalen. Bij het uitademen drukt ze de ingehaalde lucht mee naar boven. “Deze oefening kun je thuis zelf herhalen, want dat zet de klieren aan het werk, dat stimuleert.” Ze neemt er de tijd voor, zoals ze alles met beheerste bewegingen doet. 

Mijn flupje

Daarna is de boosdoener aan de beurt, waarin geen harde stukken meer zitten. Met kleine draaibeweginkjes werkt ze vanaf het flupje langzaam om de snede heen naar de oksel toe. Daar voel ik enkel aan het temperatuurverschil dat ze er bezig is. Het is niet onaangenaam en ondertussen kletsen we wat. Over waarom ik schrijf en of ik ook tekenles heb gegeven. Of ik zelf nog wel eens schilder en dergelijke neveninformatie die bij een kennismaking hoort. Over koetjes en kalfjes, lijkt het. De rechter arm krijgt vanaf de pols, waar ik het horloge af heb moeten doen, dezelfde behandeling: Langzame, bijna bedachtzame, zachte ronddraaiende kneedbewegingen naar boven toe. Nogmaals krijgt het halskuiltje een massagebeurtje waarna Jazz waarschuwt dat ze het rond de amputatie nu wat harder aanpakt. Al met al is ze drie kwartier bezig geweest als ik me weer aan mag kleden.

“Voor thuis,” zegt ze terwijl ik me in de half volle BH hijs, ” grote armbewegingen maken tegelijk tegelijk met de diepe buikademhaling.” Ik doe het voor: Buik uitzetten, inademen en tegelijkertijd de armen naar buiten draaien, uitademen en de ledematen weer terug naar de flank brengen. Hetzelfde met de armen omhoog. Ze knikt en we maken een afspraak voor maandag.

“Oh ja, ik heb een Plazilla account aangemaakt, dat is toch makkelijker.”

“Nou, ik hoop dat je het leuk vindt wat ik over jullie schrijf. Ik ga vanmiddag het stuk over de eerste ontmoeting plaatsten. Dag Jazz en bij leven en welzijn, tot maandagmiddag.” Ik zie dat ze zelfs na al deze ontboezemingen nog even bloedmooi is als daarvoor. Wij zullen ons wel vermaken, denk ik en voordat ik daar de deur uit ga trek ik mijn hoedje lekker diep over de oren. Het is heerlijk knappend fris als ik de Händelstraat oversteek en een vunzige gedachte voor die frauderende stichtingsvoorzitter zijn richting op gooi.

Reacties (30) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
lijkt me een sympathiek mens, die Jazz; En het is ook een mooie naam.
Hoe vervelend dat die vent zo dichtbij woont!
Alles went en ik doe toch net of ik hem niet zie, hihi
Boeiend geschreven weer.
Dank je wel
Het is toch wat dat die vent zo dicht bij woont. Ik vind Jazz ook een leuke naam.
Ja, ik ben bij hen in de buurt gaan zitten, natuurlijk en niet andersom, dus daar kan ik niet over mauwen en als ik één van hen tegen kom doe ik wat ik in feite nog nooit eerder heb gedaan....ik negeer dat volk en doe of mijn neus bloedt.
Ja dat herinner ik me van ons wandelingetje een jaar geleden.;-)
Dat was de man van die vriendin, weet ik nog...
Ja ik ook, hij bemoeide zich ongevraagd met ons. Eigenlijk heel onbeleefd.;-)
Leuk bijkomend effect van jouw blog: een aantal nieuwe schrijvers uit de gezondheidszorg? :-)
OK, nu lezen ze nog alleen, maar wie weet?

Prachtig verslag weer. Dat het tussen jou en Jazz goed klikt, dat voel je gewoon in je woorden.
Ja, ze is echt een verademing om naar te kijken. Mijn kunstenaarshart krijgt er zowaar een opvlieger van
wat fijn voor jullie om elkaar te ontmoeten en te merken dat er een klik is.
Jazz lijkt me een geweldig type en ze boft dat ze een stukje met je mee mag op je weg door het leven, al is die weg niet bewegwijzerd en soms onbegaanbaar..

graag gelezen weer..
Ze zou zomaar mijn dochter kunnen zijn, maar dan in een andere kleurtje, haha
Die laatste zin doet mij breed grijnzen.
Ja, vergiffenis doet wel leven, zegt men, maar ik zal het hem waarschijnlijk nooit helemaal ECHT vergeven.
is ook moeilijk
Ze hebt zo gelijk die jazz, je schrijft alles zo gezellig en wat fijn dat je door haar zo behandeld wordt, koud is het zeker en missy heerlijk dat hij zo rond dartelt met andere honden.En die vunzige gedachten richting die fraudeur ;-))) mooi zo! Sterkte met alles, tis nie niks.