De sokken van ome Kees ( Ruud)

Door Ruud-de-Vries gepubliceerd op Wednesday 03 December 22:51

Laatst kwam ik hem zomaar onverwachts tegen. Jarenlang had ik de goede man niet meer gezien. Maar wie Kees van Zanten eenmaal had ontmoet vergeet hem nooit meer. Kees was namelijk niet zomaar iemand. Kees was Kees en daarmee basta.

Als klein jochie groeide woonde ik op in een Amsterdamse volkswijk. Er waren nog niet zoveel auto`s als nu waardoor we als kind ongestoord op straat konden spelen. Iedereen in de buurt kende elkaar. Er heerste een prachtige saamhorigheid die je nu helaas niet meer vind in de wijken.

Als kind kon je veel voor elkaar krijgen. Zo zat tante Sjaan altijd garnalen te pellen voor haar huis. Als kind kregen we soms een handvol garnalen van haar. Daarna door naar ome Willem en tante Hannie. Ze hadden een kroeg op de hoek van de straat. Bij warm weer kregen we een glaasje ranja. Vaak moesten we oppassen voor ome Jan. Die had losse handjes en de pest aan kinderen. Of kwam dat doordat wij altijd de appels uit zijn boom plukten?

En dan hadden we natuurlijk ome Kees. Ome Kees was een beer van een vent. Met zijn twee meter lange gespierde lijf kon je niet om ome Kees heen.

Ome Kees was een zeeman en daardoor niet vaak in de buurt. Maar als hij er was wisten wij als kind dat meteen. Dan hingen we aan zijn lippen voor de mooiste verhalen. Ome Kees vertelde graag over zijn reizen. Waar hij allemaal al geweest was konden wij alleen maar van dromen.

Als ome Kees weer thuis was ging hij altijd naar de winkel van tante Bep. Daar kocht hij dan nieuwe sokken. Niet een paar sokken. Niet twee paar sokken. Maar wel twintig paar sokken. Waarom ome Kees zoveel sokken nodig had wist niemand. Niemand vroeg het aan ome Kees. Dat deed je niet. Als kind hielden wij ons er niet mee bezig.

De tijd ging door en ik werd ouder. Ome Kees maakte nog steeds zijn reizen en de verhalen boeide mij nog steeds. Onder het genot van een biertje hing ik aan zijn lippen, zo boeide zijn verhalen. En zo kwam ik op een goede dag achter het geheim van de sokken van ome Kees.

Die dag had ome Kees te diep in het glaasje gekeken. Hij kon bijna niet meer op zijn benen staan, dus besloot ik hem naar huis te brengen. Nog nooit was ik bij ome Kees thuis geweest. In al de jaren dat ik hem kende vertelde hij zijn verhalen vaak in de kroeg of op straat. Aan de muur van zijn woonkamer hingen de sokken. Ontelbaar veel sokken hingen daar aan de muur. Zoveel dat het behang niet meer te zien was.

Ome Kees zag mij naar de sokken staren. “Daar hangt mijn leven” verklaarde hij ongevraagd. “ In elke sok zit een briefje” ging ome Kees verder met dikke tong. Het bier had hem duidelijk goed geraakt. “ Op elk briefje staat een naam en adres” sprak ome Kees. “Een naam en adres van een vriendin die ik ergen ter wereld heb”. Opeens begreep ik wat mijn ouder vroeger bedoelde als ze he tover ome Kees hadden. “ In ieder stadje een ander schatje” zei mijn vader vaak over ome Kees. Mijn vader had gelijk begreep ik nu. Het bewijs hangt bij ome Kees aan de muur.

“ Hier voor jou” zei ome Kees plotseling terwijl hij een van de sokken van de muur haalde.  “omdat je me veilig thuis hebt gebracht”. Ome Kees gaf me de sok. “ Het is een leuke meid van jou leeftijd” fluisterde hij op samenzweerderige toon. “ Laat haar deze sok zien en vraag naar de andere sok” Ging ome Kees verder. “Die sok heb ik haar ooit gegeven” “Ik weet zeker dat ze de sok heeft bewaard” was het laatste wat ome Kees er nog uitkreeg voor hij in een diepe slaap viel. Diep onder de indruk verliet ik zijn huis. De sok van ome Kees zat stevig in mijn jaszak.

Nu jaren later kom ik opeens ome Kees dus weer tegen. Ome Kees was oud geworden. Heel oud. Ome Kees was nog wel goed bij de tijd. Hij herkende mij gelijk. “Jij bent een van de boefjes van de Bloemgracht” riep hij mij toe. “Kom jongen, we nemen een borrel” ging ome Kees gelijk verder. Een voorstel dat ik onmogelijk kon weigeren. Trouwens, ome Kees iets weigeren was onmogelijk wist ik nog van vroeger.  

Ome Kees bleek een ijzersterk geheugen te hebben. Samen haalden we verhalen op van vroeger. Over onze oude buurt waar we zo gelukkig leefden destijds. “ Zeg jongen” sprak ome Kees opeens met ernstige stem. “ Wat heb je met mijn sok gedaan”.

Ik vertelde aan ome Kees dat ik naar Parijs ben gereisd. Naar het adres dat op het briefje stond dat ik in de sok heb gevonden.

Nu aren de rollen omgekeerd. Ome Kees hing aan mijn lippen terwijl ik vertelde. Vol aandacht luisterde hij naar wat ik hem te vertellen had.

“Op dat adres woonde het mooiste meisje dat ik ooit heb gezien vertelde ik aan ome Kees. Ome Kees bromde tevreden. “Dat prachtige meisje van toen is al jaren de moeder van mijn boefjes” vertelde ik aan ome Kees.

De mond van ome Kees viel open van verbazing. Toen bulderde hij het uit van het lachen. “  Zij was de enige waarbij ik niets kon bereiken” verklaarde ome Kees. “Daarom mocht jij die sok van mij hebben”. “ Hoe heb jij het wel voor elkaar gekregen” vroeg ome Kees nadat hi weer wat was bijgekomen.

Mijn antwoord was kort en eenvoudig. “Met charme”. Ome Kees kwam niet meer bij van het lachen.

Heel vreemd vond ik.

  

Reacties (25) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen.
Wat een sok je al niet kan brengen. Leuk verhaal.
Gelezen.
De Kerstman had het wel druk bij ome Kees met al die sokken.

Leuk verhaal.
Dankje Marinus
Alweer een leuk verhaal.
Een heel leuk verhaal!
goed verhaal :)