Plezier versus prestatie in het bewegingsonderwijs

Door Schrijver-nu gepubliceerd op Tuesday 18 November 16:02

Plezier & prestatie
Van Oers (2007) schrijft dat de gangbare praktijk van het bewegingsonderwijs veel zou winnen met de versterking van de pedagogische benadering van het bewegen. Dat betekent onder andere dat in de beoordeling het plezier en de durf van het bewegen zwaarder moeten wegen dan nu vaak het geval is, waar de perfecte uitvoering (volgens de sportersnorm) toch nog meestal de overhand heeft.

Prestatiedrang merk ik in mijn klas vooral tijdens activiteiten waarin competitie een rol speelt. Competitie tijdens bewegingsonderwijs is onvermijdelijk. Leerlingen vergelijken zich voortdurend met elkaar. In mijn klas pas ik soms bewust competitie elementen toe, maar vaak gebeurt dit ook vanzelf, zonder dat er altijd een aanleiding voor is. Veel kinderen willen weten waar zij staan, hoe zij het doen, hoe competent ze bij een bepaalde activiteit zijn. Er wordt dan toch naar het vriendje of vriendinnetje gekeken die het beter of juist minder goed doet. In het artikel van Combrugge wordt geschreven over soorten van competitie; met een militaire en een economische opvatting of via het sociale model. Bij de militaire opvatting is de tegenspeler de vijand die verslagen moet worden. Bij de economische opvatting is de wedstrijd om een beloning te ontvangen. Bij beide ligt de focus niet op leren maar op winnen, niet op de inspanning, maar op de resultaten. Hierdoor wordt de extrinsieke motivatie aangesproken. De derde opvatting, het zogenoemde ‘sociale model’ spreekt over een tegenstander als partner, een sparringpartner. Dit is wederkerig, want zonder partner kan je niet spelen. Het doel is om je met elkaar te meten, wat kan de een al wel of niet, wat werkt er wel of niet. Je kunt leren van elkaar. De focus ligt op de activiteit op het spel zelf. Je leert hierdoor jezelf beter kennen (competentie) en je krijgt ook respect voor de ander (fairplay).

In mijn lessen bewegingsonderwijs vind ik het belangrijk dat er een balans ontstaat tussen plezier en prestatie. Ik denk dat plezier de druk op prestatie kan verminderen of weg kan nemen, bij kinderen die hierdoor minder plezier in bewegen hebben. Competitie en het gericht zijn op prestatie tijdens een les bewegingsonderwijs kan ik als leerkracht niet voorkomen. Wel kan ik proberen om het op een evenwichtige manier te begeleiden, door bijvoorbeeld de visie van het sociale model te promoten en hier met mijn leerlingen over in gesprek te gaan. In mijn lessen wil ik proberen om plezier in bewegen te gebruiken om motorische groei te bewerkstelligen. Er is hierbij dus een wisselwerking tussen plezier en prestatie.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.