De supermarkt als extasebron

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 10 November 16:42

Supermarkt: voor sommigen een gevaarlijke locatie

Schoenenfetisjisten krijgen een seksueel gevoel bij schoenen. Meestal iets met hoge hakken, een opvallende kleur of het is puur de vorm die hen geil maakt. Ik kan me niet voorsellen op die manier opgewonden te worden van schoeisel, maar er zijn er ook die over de kook raken van hand- of boodschappentasjes, ogen, een blond kapsel met lange haren of mooie, dikke, dunne of behaarde onderdanen. Ook daarmee ben ik niet behept en ik hoorde van een autist die als teenager constant met een fotocamera rondliep om benen te fotograferen. Het maakte niets uit of hij ze mooi vond. Het op de gevoelige plaat vastleggen van vrouwenbenen was een soort onoverkomelijke behoefte waaraan moest worden voldaan en als hem daarbij iets in de weg werd gelegd kon hij vreselijk uit zijn slof schieten.

Er bestaat van alles waar men hitsig van kan raken en sommigen krijgen er last van in de supermarkt. We leerden hem kennen bij een bijeenkomst waar singles met geld van zo tussen de veertig en vijftig kennis met elkaar konden maken. Dat was ergens in het midden des lands bij een kasteel waar de organisatoren flink verdienden aan dat soort versierfeesten.

Laten we hem, in verband met de wet op de privacy, Niels noemen. Het was een opvallend innemende man van onze leeftijd. Hij had succes bij de vrouwen met zijn verzorgde uiterlijk en een leuk ondeugend hoofd. Niels kon heerlijk dansen en hij was ook nog heel galant. Goed gekleed en zorgzaam had hij ongeveer alles wat een vrouw aan kan spreken en hij viel als een blok voor mijn vriendin. “Ik houd nou eenmaal van volslank,” liet hij meteen al weten, terwijl hij zelf zo mager was dat hij met gemak naast de zwabber in de bezemkast paste. Al snel kwam hij regelmatig in het weekend bij EmjE logeren en meestal was dat oergezellig. Niels bleek niet alleen onderhoudend, soms was hij echt dol komisch. We hingen aan zijn lippen want hij was een groots verteller en vaak diste hij de prachtigste sterke verhalen op.

“Ik moet altijd iets jatten, vooral in de supermarkt,” biechtte hij na een paar maanden met een brede smile en pretogen op. Wij schoten uiteraard in de lach. Dit werd weer de inleiding tot een van zijn legendarische uitgebreide grappen.

“Hoezo moeten?” vroeg ik schaterend en hij begon te vertellen, onverwacht serieus, dat hij die drang al had zolang hij zich dat kon herinneren. “Sinds de Tweede Wereldoorlog eigenlijk. Dat was een mooie tijd, joh… want dan struinde ik overal rond op zoek naar iets te eten. Het maakte niemand iets uit hoe je er aan kwam.”

“Ja hallo, die oorlog is inmiddels al veertig jaar geleden afgelopen, ” wiep EmjE gierend tegen, maar hij bleef bloedserieus. Natuurlijk begrepen wij ook wel dat zijn hele familie blij was geweest wanneer hij, als jong knulletje, met iets eetbaars thuis kwam en dat ze niet vroegen waar hij dat bemachtigd had. “In oorlogstijd en zeker in die hongerwinter keek men niet meer zo nauw,” wisten we belegen.

“Niemand die vroeg of je dat wel op een koosjere wijze had bemachtigd en ik was zeven, merkte keer op keer dat ik er dankbare reacties mee oogstte. Ik genoot van de complimenten die mijn zorgzaamheid los weekten. Nooit zal ik het gezicht van mijn moeder vergeten, die keer dat ik met een heel vers wittebrood thuis kwam omdat ze eindelijk weer eens iets te eten had voor de kleintjes.” We zagen aan zijn ogen dat het hem nog steeds ontroerde en ik vermoedde dat hij daarom van jatten een sport had gemaakt. Puur om de dankbare reacties. We vergaven het Niels graag, aannemend dat hij die neiging inmiddels natuurlijk had afgezworen. Het was een aardige, maar vooral attente man, die ik EmjE van harte gunde. Ik genoot ervan mee dat hij als boodschappen had gedaan en daarna als een Pietje Precies in de keuken een geweldige biefstuk stond te bakken, die een perfecte garing had. We lachten er achter zijn rug ook wel eens om toen na een half jaar bleek dat hij het de normaalste zaak vond om met een tandenborstel de hoekjes en voegen in de douche schoon te schrobben.

Niels ging meestal mee om EmjE's weekendboodschappen te dragen. Het buurtsupertje was al maanden een afgebrand dorp vanwege de verbouwing. Nooit klaagde EmjE erover, want de familie Sanders had grootse plannen met hun supermarkt en als ze over enkele maanden klaar waren zouden de gangpaden breder en het assortiment veel uitgebreider zijn.

Niels was een zeer tevreden man, vond ik, toen ik bij mijn bezoek, die zaterdagavond, dat gelukzalige hoofd van hem zag  Ineens liet hij ons in de woonkamer achter en kwam glimlachend terug. In zijn hand prijkte een zakje, maar wat hadden wij uit te staan met zijn scheermesjes?  

“Kijk eens. Het beste merk en ze passen precies op mijn houder,” proestte hij tevreden en legde het knisperende zakje trots op de salontafel. Even keken EmjE en ik elkaar aan en schoten, ondanks of dankzij zijn brede smile, bij voorbaat al in de lach. We gingen er eens goed voor zitten. Dit was de aanzet voor een van zijn moorddadig goede verhalen met onverwachte clou.

“Ja, wat dachten jullie dan? Ze hingen daar bij de kassa en het was zo druk…Die mensen van Sanders zijn zo met die verbouwing bezig, die letten immers niet op.”

 “Ach Niels, is dit wereldnieuws of zo? Waren ze afgeprijsd?” wilde EmjE weten, maar mijn donkerbuine vermoeden werd niet snel daarna bevestigd.

“Ja, heel erg, ze hebben niets gekost, hahaha... Die dingen moeten ze niet zo makkelijk voor het grijpen hangen. Dat is om moeilijkheden vragen hoor…Ik kon het niet nalaten om dat van de haak te grissen.”

“En dus heb jij die scherrmesjes zonder te betalen eenvoudig in EmjE’s boodschappentas laten glijden?” vroeg ik gekscherend, maar tot onze verbazing knikte hij trots en keek verwachtingsvol de kring rond. Verwachtte hij echt bewondering?

“Zeg, hoor eens. Hoe oud ben jij inmiddels? Het is geen oorlog meer, Niels. Je hebt geld genoeg. Als je wilt jatten moet je dat helemaal zelf weten, maar laat mij er in het vervolg wel buiten. Ik heb geen zin om straks op het politiebureau te zitten vanwege zoiets kinderachtigs,” wees EmjE hem streng terecht en Niels wist niet wat hij hoorde, liep als een geslagen jongetje naar de badkamer om zijn prooi op te bergen. Wij keken elkaar toch met een zekere vertedering aan en raadden hem aan eens met iemand te spreken die hem van dat dwangmatige jatten af kon helpen.

Drie maanden later stond er een schitterend bloemstuk op EmjE’s salontafel te geuren. Wij bewonderden het beiden met ontzag. Dat mijn vriendin, die al tijden geen vriendje had gehad, zo in de watten werd gelegd ontroerde mij, maar waar ze dat grote cadeau aan te danken had bleef ook na navraag vaag. Niels deed er raadselachtig over, verlegen bijna. Wel was hij erg blij met onze bewondering over zijn goede smaak en het was veelzeggend dat hij zo veel geld over had om EmjE gelukkig te maken. 

Weken later was ik weer bij hen uitgenodigd. Het prachtige bloemstuk, inmiddels waarschijnlijk uitgebloeid, was verdwenen en EmjE leek de hele avond iets op haar lever te hebben waarmee ze wilde wachten tot Niels in bed lag. Giebelend fluisterde ze me toe dat hij het eindelijk had opgebiecht.

“Hoe het kan weet ik niet, maar hij heeft er nota bene open en bloot mee in de hand gestaan toen ik aan de kassa betaalde. Niemand heeft hem betrapt, ik ook niet.” Ik geloofde mijn oren niet…moest er wel stiekem om lachen, al klopte het uiteraard van geen kanten. Het dure pronkstuk dat al die tijd EmjE's  kamer opfleurde was de felicitatie geweest bij de heropening van Sanders supermarkt. Niels had het kaartje zelfs bewaard als was het een trofee: familie Hertenscheid, collega en Spar filiaalhouder uit Zevenaar. 

Toen ik hem er de week daarna naar vroeg was hij nog verbouwereerd dat EmjE er boos om geworden was en dat ik het met haar ééns was stak hem hevig. “Ach joh, houdt toch op met dat heilige bonen gezeur. Ik heb het eerlijk verteld. Het was in die winkel al vergeven van de bloemen. Met zo’n heropening let niemand goed op dus dat is een heerlijk buitenkansje. Hij stond op de gebaksvitrine en was het grootste, meest verse stuk van allemaal. Het bleef naar mij roepen… voor EmjE...pak me dan, neem me mee... voor EmjE…Dat kon ik niet weerstaan en zij heeft er toch een paar weken plezier van gehad? Ik vond hem trouwens so ie so hier veel beter staan.” Het was overduidelijk dat hij het meende en mij, met de morele afgezaagde commentaartjes, maar een uitgebluste laffe muts vond, die de kansen des leven niet wist te benutten, laat staan ervan genieten.

b13a2494cb45e5518dd7bf4d0d45370d_medium.

Niet lang daarna bleef Niels zonder plausibele redenen weg en ik vraag me, twintig jaar na dato, nog steeds af hoe hij dat kunststuk destijds heeft geflikt. Zonder het zich bewust te zijn bewees Niels een interessant psychische gegeven. Bij een jong kind in oorlogstijd kan een emotionele blauwdruk worden geprint waarbij goed en kwaad op de helling kan komen te staan. Hoewel hij voor de rest een prima ontwikkeld geweten had, zelfs overgevoelig kon reageren, is het waarschijnlijk niemand gelukt hem van deze 'supermarktfetisj' te bevrijden. Al is het maar een onnozel rolletje snoep of iets totaal onnodigs, dat willen jatten zal wel zijn blijven opspelen telkens als hij behoefte aan erkenning had, vrees ik, doch dat is waarschijnlijk een staaltje psychologie van de koude grond.

 

 

Reacties (46) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen.
Bijzonder verhaal.
Met flair en open vizier. Och, het heeft wel iets.
Tot hij gepakt wordt.

Mooi verhaal weer.
Prachtig geschreven, mooi verhaal en wat een mooie foto heb je erbij geplaatst ook
Dat was een boeket dat ik van een oud- leerling kreeg toen we elkaar na twintig jaar weer zagen....
Lijkt me een geval dat hij wel weet dat het fout is maar het door de schuld bij de winkelier te leggen (moeten ze het maar niet zo makkelijk maken) zijn geweten kan sussen.
Aan de andere kant was hij er wel erg fier op.
Hij had echt last van een dwangneuroosje...
En weer een goed verhaal waar ik van genoten heb..
Wat ik nu ga zeggen is Neerpenner zijn schuld, dus hou je vast: Ik heb een foutje ontdekt. In de zin: "Toen ik ... hem hevig" staat ens. Ik denk dat het eens moet zijn.
Ik ga er meteen even naar kijken, naar ens of eens, hihi, dank je wel en Neerpenner heeft daar niets mee te maken... fout is fout, toch?
Natuurlijk is het fout. Maar door zijn artikel zit ik nu iedereen die het aan geeft, en een paar anderen die het denk ik wel kunnen hebben op fouten te wijzen. Vooral schrijffouten.
Goed zo meis... gewoon doorgaan...
Zal ik doen.
Prachtig verhaal weer, uit het leven gegrepen.
Het is al lang geleden, maar nu kwam het wel van pas