Maandag

Door Ruud-de-Vries gepubliceerd op Monday 03 November 22:21

Met een luid gezoem gaat mijn wekker af. Veel te vroeg voor mijn gevoel. Ik geef de wekker een doodklap en dommel weer een beetje in. Het weekend was best wel wat te veel van het goede geweest. Te veel gefeest en vooral te veel gedronken. Oohhh ik haat de maandag morgen.

Opnieuw gaat de wekker. Dat kreng is onverbiddelijk. Ik weet dat uitstel alleen maar tot stress zal gaan leiden. Ik kom te laat als ik blijf liggen weet ik me zelf te overtuigen. Moeizaam sleep ik mezelf naar de badkamer. Als ik het licht aanknip en mezelf in de spiegel aanstaar ben ik gelijk klaar wakker. Hier klopt iets niet.

Op de wastafel staan allerlei potjes die ik daar zeker te weten niet heb neergezet. Sterker nog, ik weet niet eens waarvoor al deze potjes zijn. In gedachten verzonken bekijk ik de potjes. Dit zijn vrouwen dingen zie ik tot mijn verbazing. Ik schud mijn hoofd, heb ik gisteren echt zoveel gedronken. Wat is er gebeurt?

“Schat, schiet eens op, ik moet ook naar mijn werk” roep een vrouwenstem mij uit mijn gedachten. Een vrouw, in mijn huis? Wat is hier aan de hand.

Ik open de badkamer deur en daar staat ze. De mooiste vrouw die ik ooit heb gezien staat daar in niets verhullende nachtkleding voor me. Mijn mond staat open van verbazing.

“Je kijkt alsof je een geest ziet” zegt de vrouw terwijl ze mij voorbij loopt en daarna de badkamer deur achter zich sluit. Voordat ik iets terug kan zeggen hoor ik de douche aangaan. Iets zeggen is zinloos bedenk ik me, ze hoort me toch niet.

Ik loop de trap af naar beneden. De huiskamer is heel anders ingericht dan ik de vorige avond heb achtergelaten. Mijn gebruikelijke rommel is keurig opgeruimd, er hangen zelfs een paar schilderijen aan de muur. Tot mijn verbazing is de eettafel al gedekt. Een overdadig ontbijt staat voor me klaar.

Ik wrijf me in de ogen en knijp even in mijn arm. Is dit echt? Net als ik wil gaan zitten komt de vrouw die ik daarnet zag binnen. Alweer word ik aangenaam getroffen door haar schoonheid. Ze geeft me een warme kus en schenkt de koffie voor me in. Van verbazing weet ik geen woord uit te brengen. Ik blijf haar maar aanstaren. Heeft deze prachtige vrouw mij zojuist echt gekust? Ik kan het niet geloven. Ondertussen babbelt de vrouw vrolijk over van alles en nog wat.

“Wat ben je stil schat” hoor ik haar tussen het vrolijke gebabbel door opeens zeggen. “De volgende keer maar een glaasje minder hè. Beloof je mij dat”? Ik knik ja voordat ik daar erg in heb. “Ik moet gaan hoor zegt ze dan, ik ben al laat” zegt ze dan. “ Ze staat op en met een heerlijke kus neemt ze afscheid. Voordat ik iets kan zeggen is ze de deur uit.

Verdwaasd loop ik naar de hal. De jas aan de kapstok herken ik gelukkig. Dat is mijn jas. Enigszins opgelucht trek ik mijn jas aan en loop naar buiten, om daar in de volgende verbazing te vallen. Inplaats van mijn bekende straat sta ik nu op een gigantische oprijlaan. Mijn eigen auto is nergens te bekennen. Wel staan er vier hele dure auto`s geparkeerd. Van deze auto`s kan ik alleen maar dromen, die zijn niet voor een gewone man als ik denk ik dan.

Ik besluit te gaan lopen bij gebrek aan een auto. Omdat he teen beetje guur is trek ik de kraag van mijn jas wat omhoog en stop mijn handen diep in de zakken van mijn jas. Wat voel ik nu? In mijn jaszak zitten een paar auto sleutels met het logo van de duurste auto die op de oprijlaan geparkeerd staat.  

Het is toch al een rare dag, dus trek ik de stoute schoenen aan en stap in de auto. Ik start de motor en rijd weg. Een heerlijk gelukzalig gevoel trek er door mij heen. Wat een prachtige auto is dit. Wat rijd deze auto geweldig. Overmoedig geworden geef ik wat meer gas. Ik word in de kussen gedrukt door de acceleratie van deze auto.

Opeens wordt mijn tijdelijke geluksgevoel onderbroken door de telefoon. Nieuwsgierig als ik ben druk ik op de groene toets en zeg toch wat nerveus “hallo”.

Een vrouwen stem die ik herken als de vrouw van vanmorgen zegt “ schat, vanavond komt mijn moeder eten. Wil je het niet te laat maken op kantoor” Voordat ik iets kan zeggen gaat ze verder. “De vorige keer was je ook veel te laat thuis. Doe hetniet voor mijn moeder, maar doe het voor mij” gaat ze verder  met een zwoele stem. Met een “ik hou van je” hangt ze op nog voordat ik iets kan zeggen.

Volkomen van de slag trap ik het gas nog wat dieper in. Het laatse dat ik hoor is een enorme knal.

“Ik geloof dat hij bijkomt” hoor ik heel in de verte iemand zeggen. Langzaam dring de pijn tot mij door. Ik kreun zachtjes. “ja hoor hij wordt waker” hoor ik iemand anders zeggen. Weer kreun ik van de pijn. “Ik zal hem iets geven tegen de pijn” is het laatste wat ik hoor voor ik wegval.

Als ik weer wakker word voel ik al minder pijn. “Goede middag” zegt een stem naast me “U bent er weer” Weet u dat u 4 weken buiten bewustzijn bent geweest” Nee dat weet ik niet denk ik. Praten gaat moeilijk.

Dan komt er een man binnen. Hij stelt zich voor als arts. Hij verteld mij dat ik een auto ongeluk heb gehad. Mij oude auto heeft het plotseling begeven waardoor ik tegen de vangrail ben geklapt. Bijna was ik dood. Vier weken heb ik in coma gelegen, zo word me verteld.

Voor de buitenwereld zweefde ik vier weken op de rand van de dood. Voor mijzelf was ik in het paradijs. Ik besloot er maar over te zwijgen. Ik zou toch niet geloofd worden. 

Reacties (44) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heerlijk verhaal! Als dat is wat je in coma beleefd zou niemand meer willen ontwaken. ^_^
Prachtig geschreven!
Gelezen.
Mooi maar zijn het nu dromen of realiteit
Dat weet je nooit.....
Vind het een mooie.
Dank je;-)
Gelezen.
Mooie droom. Soms is het jammer om wakker te worden.
soms wel idd
Fantasie kent geen grenzen
Heerlijk om bij weg te dromen.