Een nieuwe onbekende schrijver!

Door Weeps with the Wind gepubliceerd op Thursday 23 October 18:06

Ik ga het jullie moeilijk maken, net zo moeilijk toen ik gevraagd werd mee te doen en niemand mij eruit gehaald heeft :)

Ik ben gek op puzzelen en cryptogrammen, dus ga dat jullie nu ook op een dienblad aanbieden.

Omkoop praktijken worden hier niet geaccepteerd, tenzij je met iets komt waar ik echt van houd, maar dat moet je maar even zelf uit gaan zoeken en moet echt van veel waarde zijn voor mij :)

Het is iig een persoon waar ik veel respect voor heb, maar daar hebben jullie lekker niks aan.

Ik zou zeggen, lees, huiver en puzzel heerlijk voort en zal met een bekendmaking komen wanneer een ieder uit gepuzzeld is :)

 

943dfd18467db93ecbc8b7a669410319_medium.

 

‘Hoe bedoel je, je weet dat niet?!’ Met een harde klap sloeg de vuist van koning Rudolfus op tafel. ‘Mag ik je eraan herinneren dat je een riante hoeveelheid goudstukken verdient om zulke eenvoudige dingen juist wél te weten?’
Er viel een pijnlijke stilte in kamer, waar de koning zijn meest capabele generaals had verzameld voor een spoedvergadering. Een van de officieren opende zijn mond om iets te zeggen, maar nadat de woedende blik van de vorst zijn ogen had bereikt perste hij zijn lippen weer stijf op elkaar.
‘Dit is nu al de vijfde keer dat we terrein hebben verloren. Stukje bij beetje wordt mijn rijk veroverd en jullie kunnen me niet eens vertellen of de leider van onze vijanden een man of een vrouw is?!’ raasde de koning voort. ‘Ongelooflijk! En wederom was het een fluitje van een cent voor dat uitschot om de overwinning in de wacht te slepen. Soms vraag ik mij af aan wiens kant jullie eigenlijk staan... Is er toevallig ook iets dat jullie wél van hun leider afweten?’
Een generaal met een flinke hoeveelheid zwart gezichtshaar boog zijn hoofd.
‘Alleen dat hij of zij meedogenloos afrekent met de mensen die aan onze kant staan en geen enkele mogelijkheid onbenut laat om rake klappen aan ons uit te delen, of dat nou op of buiten het slagveld is. Vergeef me dat we u zo hebben teleurgesteld, majesteit.’
De koning kneep zijn ogen tot spleetjes.
‘Buiten het slagveld? Wat bedoel je daarmee, Derowyn?’
Nerveus speelde de generaal met z’n vingers terwijl hij naar woorden zocht.
‘Ik weet niet echt eh... Hoe... Hoe ik dit uit moet leggen, majesteit. Maar ze... Ze beginnen aanhang te winnen onder het v-volk...’
‘Aanhang te winnen onder het volk,’ herhaalde de koning knikkend met een vervaarlijke ondertoon in zijn stem. ‘En waarom dan wel? Heeft mijn volk het dan niet goed?’
‘J-ja, natuurlijk, natuurlijk hebben uw onderdanen het goed!’
Abrupt stond de vorst op. 
‘Genoeg gepraat. We verspillen tijd op deze manier. Jullie krijgen nog drie dagen de tijd om uit te zoeken waarom hun aanhang groeit en om mij hun leider te brengen, dood of levend. Als jullie daarna nog altijd met lege handen staan, zullen er koppen rollen... Vul zelf maar in van wie!’


Na de vergadering besloot Derowyn om meteen op onderzoek uit te gaan. Vergezeld van twee soldaten liep hij naar de grootste kroeg van de stad. Nog maar net was hij binnengekomen, of een klein en wat groezelig mannetje kwam haastig op hem aflopen en maakte een diepe buiging.
‘Heer Derowyn! Wat een eer, wat een enorme eer!’
De generaal knikte kort.
‘Tobias.’
-‘Mag ik u iets aanbieden om de keel te smeren, generaal? Toevallig heb ik gisteren nog vers gerstenat gebrouwen en...’
‘Vandaag niet. Eerlijk gezegd wil ik even met je praten. Onder vier ogen, als het kan.’ 
De mond van de kroegbaas viel open van verbazing.
‘Praten... Onder vier ogen... Met mij? Zeker, generaal, zeker... Ik voel me vereerd... Komt u maar mee.’
Derowyn knikte naar zijn soldaten ten teken dat ze achter konden blijven en volgde Tobias, die in het voorbijgaan tegen zijn personeel blafte dat ze de boel even over zouden moeten nemen. Een moment later kwamen ze in een klein achterkamertje waar slechts een tafel en enkele stoelen in stonden.
‘Neemt u plaats, heer,’ sprak de kroegbaas met een uitnodigend gebaar terwijl hij een wat krakkemikkig uitziende stoel onder de tafel vandaan trok. ‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’
Met een ernstige uitdrukking op zijn gezicht begon de generaal te praten.
‘Om maar meteen met de deur in huis te vallen: onze vijanden. Wie zijn ze, wat willen ze en misschien nog wel het belangrijkste: wie is hun leider? De hoogste officieren van het koninklijke leger, waaronder ikzelf, worstelen al geruime tijd met die vragen en laten we zeggen dat de koning eh... Niet veel geduld meer heeft. Hier in jouw kroeg krijg je allerlei mensen over de vloer dus ik dacht dat jij me wellicht aan wat meer informatie zou kunnen helpen.’
Er verscheen een diepe frons op het gerimpelde voorhoofd van Tobias, die peinzend aan zijn haakneus krabde.
‘Dat zijn vele vragen tegelijk, heer... Eens zien, tja, wie zijn ze... Ik weet dat er een cobra prijkt op hun vlaggen. Van wat ik hier en daar heb opgevangen, zijn het rebellen die het regime van de koning beu zijn. Ze beschuldigen hem van tirannie en een groot aantal misdaden tegen zijn eigen onderdanen. Wat ze willen spreekt denk ik voor zich: het bewind van de koning omverwerpen en vervolgens een nieuwe staat uitroepen... Ja, daar bestaat geen twijfel over! Maar wie hun leider is... Daar heb ik geen antwoord op, vrees ik.’
Derowyn zuchtte diep. Hij was zelf reeds op de antwoorden van de kroegbaas gekomen en dus wees alles in de richting dat zijn poging om meer te weten te komen verspilde moeite was geweest.
‘Is dat alles? Weet je echt niets meer?’
-‘Nee. Nieuwsgierig als dat ik ben van aard, heb ik er wel eens naar gevraagd bij klanten. Maar niemand lijkt iets te weten. Toch kunnen we het een en ander denk ik wel met enige zekerheid zeggen.’
Met hernieuwde belangstelling keek de generaal Tobias aan.
‘En dat is?’
-‘De vijanden zijn niet noodzakelijkerwijs altijd vijanden... Geregeld komen handelslui de stad binnen met gratis hulpgoederen, waarvan ze beweren dat die van de ‘vijanden’ afkomstig zijn. Om nog maar te zwijgen van de plotselinge verdwijning van een commandant die samen met enkele soldaten een compleet bakkersgezin uitmoordde...’
Vol ongeloof keek Derowyn de kroegbaas aan. 
‘Maar... De gruwelijke moorden die ze plegen... De ontvoeringen... De veldslagen... Ze tonen geen enkele genade!’
Tobias, die zichtbaar geamuseerd was door zijn verwarring, grijnsde zijn half vergane gebit bloot.
‘Uw reactie is volstrekt logisch, heer. Ik kan er ook geen wijs uit worden. Maar wat mij wel is opgevallen,’ voegde hij er op fluistertoon aan toe terwijl hij zich voorover boog, ‘is dat mijn klanten doorgaans ofwel fel voor ofwel fel tegen ze zijn.’


Met nog meer vragen dan dat hij gekomen was, verlieten Derowyn en zijn soldaten even later de kroeg. De avondschemering was reeds ingetreden en de drukte die overdag zo kenmerkend was voor het marktplein maakte gestaag plaats voor een avondse rust. Diep in gedachten verzonken begaf hij zich terug naar het kasteel. De door de koning retorisch gestelde vraag ‘of zijn onderdanen het dan niet goed hadden’ moest hij, als hij heel eerlijk was, met ‘nee’ beantwoorden. De vorst hield er een uiterst bloedig en tiranniek regime op na waardoor het aantal doden ten gevolge van honger, dorst en onderdrukking naar een recordhoogte was gestegen. Het schrikbewind had ertoe geleid dat hij zichzelf, net als de koning, was af gaan vragen waar zijn loyaliteit lag. Met nog slechts twee dagen voor de boeg voor hij het slachtoffer zou worden van de toorn van de vorst en het feit dat zelfs Tobias hem nauwelijks wijzer had kunnen maken, nam Derowyn een besluit.


Die nacht begaf hij zich in z’n eentje naar de kerkers, die zich aan de rand van de stad bevonden. Toen hij daar eenmaal aan was gekomen, hield hij een rol perkament in de lucht.
‘Zijne Majesteit heeft in zijn goedheid gratie verleend aan allen die zich positief over onze vijanden hebben uitgelaten of met hen hebben samengezweerd,’ sprak hij op barse toon.
Zonder hem te verzoeken om de rol perkament nader in te mogen zien, opende een van de bewakers de deur.
‘Zoals de koning wenst, generaal. Volgt u mij?’
Derowyn volgde de bewaker naar binnen, waar het gejammer van uitgemergelde gevangenen door merg en been ging.
‘Hoeveel man zullen er door deze genereuze actie van Zijne Hoogheid vrijkomen?’ vroeg hij.
 ‘Stuk of twintig, generaal,’ klonk het antwoord. ‘Hier hebben we alvast de eerste.’
De twee mannen hielden halt voor een cel waar een graatmagere, in lompen gehulde gevangene lag te slapen op een strobed.
‘Alan! Wakker worden, je vrijlating is gesommeerd door de koning!’ riep de bewaker luid.
Meteen zat de man rechtop. Zijn verwilderde ogen flitsten van Derowyn naar de man die hem zojuist had gewekt en nu zijn celdeur opende. Verward stond hij op en maakte aanstalten om de kerkers haastig te verlaten, maar Derowyn hield hem tegen.
‘Staan blijven,’ beval hij. ‘Ik moet jullie naar het woud brengen. Bewaker, zorg ervoor dat z’n handen op z’n rug worden gebonden.’

Nadat ook de rest van de groep gevangenen op soortgelijke wijze was bevrijd, volgde de generaal de bewaker naar de uitgang. 
‘Jullie verrichten uitstekend werk hier,’ prees hij de bewakers. ‘Ik zal Zijne Majesteit op de hoogte brengen van jullie bewezen capaciteiten.’
‘Te veel eer, generaal, te veel eer,’ prevelde een van de bewakers terwijl de ander een diepe buiging maakte. ‘Kunnen we u verder nog van dienst zijn?’
Derowyn schudde zijn hoofd.
‘Nee, ik neem het over vanaf hier.’
-‘Wilt u geen extra soldaten meenemen? Het is een grote groep en...’
‘Nee, niet nodig. Gegroet.’

 Na die woorden gebaarde de generaal naar de vrijgelaten gevangenen dat ze hem moesten volgen en niet lang daarna verdween de groep in het woud.

Na zeker twee uur te hebben gelopen, hield Derowyn halt bij een beek. Hij haalde een mes tevoorschijn, en sneed de touwen van alle mannen, vrouwen en kinderen door die hij had bevrijd.
‘Wacht eens even,’ zei de laatste ex-gevangene toen hij werd losgemaakt, ‘bent u niet heer Derowyn?’
‘Hm hm,’ bevestigde de generaal kort.
‘Sta me toe u te vragen, heer... Heeft de koning ons daadwerkelijk gratie verleend?’
-‘Nee.’
‘Maar... Hoe...’
-‘Ik zal dadelijk alles uitleggen.’
Zonder een verdere reactie af te wachten, stond Derowyn op waarna hij naar een klein heuveltje liep. Nieuwsgierig verzamelde de groep zich om hem heen.
‘Het was niet koning Rudolfus die jullie gratie heeft verleend,’ begon hij. ‘Dat heb ik op persoonlijke titel gedaan omdat ik zijn tirannie spuugzat ben. Door jullie vrij te laten, heb ik hem definitief de rug toegekeerd. Ik zal hem niet langer dienen!’
Een gejuich steeg op uit de groep.
“Breng me naar jullie leider,” vervolgde hij. “Ongetwijfeld zal hij voor eens en altijd af willen rekenen met Rudolfus en ik kan hem daarbij helpen.”


Een paar dagen later liep het ultimatum af en tegen die tijd was er nog steeds niets bekend over degene die de rebellen leidde. Ziedend van woede had de koning de executie van zijn generaals bevolen, die allen voor zonsondergang werden opgehangen. Allen, behalve Derowyn, die maar niet gevonden kon worden. De vorst was hier zo kwaad over dat hij die nacht de slaap niet kon vatten. Toen hij eindelijk langzaam in begon te dommelen, hoorde hij plotseling geschreeuw buiten. Als door een wesp gestoken sprong hij zijn bed uit en liep naar het venster. Zijn mond viel open toen hij zag wat er zich buiten afspeelde. Een gigantisch leger naderde zijn kasteel met rasse schreden. De zilveren cobra’s op de talloze vlaggen weerkaatsten vervaarlijk in het maanlicht. Het waren de rebellen, die de aanval hadden geopend.


Haastig sprong hij bij het venster vandaan met het idee om zijn wapenuitrusting aan te trekken, maar nog voor hij daartoe de gelegenheid kreeg werden de deuren van zijn kamer uit hun voegen geramd. Meteen daarna stormde Derowyn naar binnen, vergezeld van een flinke groep rebellen en een in mantel en kap gehulde gedaante die met getrokken zwaard op hem af kwam lopen.
“Je schrikbewind heeft lang genoeg geduurd, Rudolfus,” sprak de onbekende. “Het eindigt nu.”
Voor de vorst kon reageren, werd zijn hoofd met één flitsende beweging van zijn romp gescheiden.


Nu de koning was uitgeschakeld, verviel het regeringsleger in totale chaos met als gevolg dat de rebellen het terrein rondom het kasteel in een mum van tijd konden veroveren en niet lang daarna trokken ze luid zingend de burcht zelf binnen. Derowyn nam even een moment de tijd om te luisteren. Het lied dat zijn nieuwe kameraden zongen fascineerde hem en bezorgde hem kippenvel. Het klonk eigenzinnig, krachtig en onverzettelijk tegelijk.
 

IJz’ren wil en eigen kracht
Soms de dag en soms de nacht
Winnen altijd voor de strijd
Alsmaar sterker met de tijd

 

Eeuwig brandt het laaiend vuur met
Koning Winter bij de hand 
Hoog de vlaggen met de cobra
Voor het eigen land


Alles om het doel te bereiken
Nooit opgeven en nooit ten onder gaan
Sta op, voorwaarts! Sta op, voorwaarts!
Het leven blijft niet staan


De generaal glimlachte toen hij zich realiseerde dat het lied veel meer was dan alleen een lied. Het was de leefwijze van de oude bekende van hem, die nu aan het hoofd stond van de rebellen.

 

bbe57d43b29c9cdf9df6c6aff6e2d63f_medium.

 

:)

 

 

Nog even de lijst van alle voorgangers :)

1. Nonnie
2. Yrsa
3. Berna
4. Ruud
5. Wasbeer
6. Rose
7. Gewoonieko
8. Weltevree
9. Chrisrik
10. P1eter
11. Miesje11
12. Candice
13. Arinka
14. Karazmin
15. Moz@rt
16. Karina
17. San Daniel
18. Yneke
19. Carin de Vries
20. Amanda Tuinstra
21. Vuurvlinder
22. Motorfietsgerrit
23. Doortje
24. Gildor Inglorious
25. Natuursmurf
26. Wheeps with the wind

Reacties (80) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ha !!!!
Te laat sorry :)

Maar leuk je weer te lezen :)
Afgaande op de schrijfwijze, plaatsen van leestekens enz. is het iemand die van wanten weet, geen idee !!!!
Geen idee staat genoteerd :)
Dit is een verhaal met een duidelijke boodschap. Dat moet een aanwijzing zijn, ook dat jij de schrijver respecteert, lijkt me dus logisch dat hij of zij in je vriendenlijst staat.
Schweiz zou een goede mogelijkheid zijn. San Daniel ook, alleen is die al geweest. Neerpenner? Niet zijn stijl, hij schrijft voor mijn gevoel anders. Angel of Truth? Ook een stevige kandidaat. Net als Wolf en Lucifall al vind ik het ook weer niet haar stijl (kan het helemaal mis hebben, en ben ik volkomen op het verkeerde been gezet)
Maar ik moet een keus maken en omdat Anerea mijn systeem heeft gepikt ga ik voor ... Wolf
Ik noteer Wolf voor jou :)
Neerpenner. Ik ga mee met de flow :-)
Ook als hij hieronder niet genoemd was, had ik voor hem gekozen. Alleen de lengte al! Dit is niemand anders dan Neerpenner, zei de trotse zus.