De geroepene, deel 57 de blauwe dood in Islambol.

Door San-Daniel gepubliceerd op Sunday 19 October 08:12

images?q=tbn:ANd9GcRjJqqUghOduuQbH1pIqFd

Al wekenlang verslechterde de situatie en Samuel de Leviet kwam nauwelijks meer zijn wijk uit. Hij voelde  de haat en het wantrouwen dat van de straten afketste waar niet Moslims passeerden.  Hij was er van overtuigd dat zijn wijk gespaard was van de gesel uit Egypte, zoals hij dat noemde, omdat haast alleen daar,mensen woonden die  tot het uitverkoren volk behoorden. Het volk Israel's, de nazaten van Abraham. Hij was in zijn hart blij  dat hij Leviet was, de stam die altijd religieus en filosofisch van aard was en wetten voorschreef aan het volk. De Stam waar de priesters uit voortkwamen.  Het was de avond van de peña en hij zag enerzijds er naar uit om even in een haatvrije omgeving met vrienden te kunnen eten en drinken en in vrijheid over alles te kunnen praten wat ook maar ter tafel kwam.   Anderzijds zag hij tegen de korte wandeling op, hij zou zich door de stadspoort naar de buitenwijken moeten begeven. Hij zou gezien worden en men zou zich afvragen waar hij naar ging zo in de namiddag. Hij had het gevoel dat hij vaker werd gade geslagen. Het soort gevoel dat als het je éénmaal bereikt, op je groeit, tot het een zekerheid wordt.

Hij liep om wat vuilnis heen en bedacht hoe verachterlijk de nieuwe bewoners van Islambol waren. De Levieten wet schreef reinheids rituelen voor. Het wassen van het lichaam, je lichaam was een tempel van God. Het verbranden van elke vorm van afval. Alleen maar eten wat de Pentateuch of Torah rollen voorschreven en alles wat onrein was verre van je houden. Hij leefde er naar en had zijn hele leven gewijd aan het derde boek van de Torah, Leviticus. Hij glimlachte voorzich uit 'Vayikra,' het derde boek in het Hebreeuws - de geroepene, met alle wetgevingen die met Levieten te maken hadden. Niet alleen hoorde hij tot het uitverkoren volk, door God uitverkoren, maar binnen dat volk behoorde hij tot de uitverkoren stam. Vers 11 tot 15 dacht hij, de reinheidswetten en de heilige voorschriften vers 17 tot 26.

images?q=tbn:ANd9GcT9OMUTcs_Nl9v-eLEaHSL

'Jammer dat zijn vrienden zó onwetend waren over deze zaken.' 'maar ja,' mijmerde hij, 'zij behoorden dan ook niet tot het uitverkoren volk. Zo liep hij diep verzonken in gedachten langs de deuren met strobosjes aan het kozijn gebonden. Het viel hem niet op anders was hij overgestoken, besmette huizen moest je vermijden. 

Het stonk ronduit in de straten buiten zijn wijk en de warme nazomer verergerde dat alleen maar. Wat een verschil met zijn wijk! Breng de doden naar buiten, klonk het achter hem... breng de doden..' Hij keek even over zijn schouder en versnelde zijn stap. Levieten bleven ver weg van dode lichamen, die waren niet rein. De ratel die een dor geluid maakte in de hand van de roeper trok hem weg uit zijn overpeinsingen en plaatste hem weer waar hij was, in Islambol, in een straat, richting poort waar de blauwe dood heerste, de gesel uit Egypte.   De mannen achter hem trokken een kar en opgetast in linnen gewikkeld lagen de lichamen. Maar gewikkeld of niet, ze stonken. Samuel versnelde zijn pas nog wat meer. Het geweeklaag en gejammer achtervolgde hem. Ze zouden de lichamen in een grote kuil gooien buiten de stad,' je rook de kuil voor je hem zag,' dacht Samuel de Leviet, grimmig.

'Deze doden waren verloren, het waren heidenen,' flitste het door hem heen, 'ze hoorde niet tot het uitverkoren volk en zouden nimmer in de schoot van Abraham rusten.' Nog even en hij zou met zijn vrienden zitten in de tuin van Marius onder zijn olijfbomen. Hij nam zich voor om zich na deze avond niet meer buiten de poorten te wagen. Er was iets duisters dat broeide en onheilspellende vormen aannam. 'Dit is de dodenstad,' dacht hij, 'elke 12 jaar komt de gesel uit Egypte op bezoek.'  Hij versnelde zijn pas wat meer en begon een beetje buiten adem te raken.  'Hij zou niet meer naar de peña gaan tot de woelige tijden over zouden waaien.'  'Vrienden begrijpen dat', meende hij.

De twee wachters stonden bij de poort en keken hem met interesse aan. 'Zo ouwe', riep de voorste lachend, die zijn kleinzoon had kunnen zijn, ren je naar je dood toe?' 'Het is maar een ouwe zwerfhond,' grinnikte de tweede, 'een Joods varken. Die piepen straks wel anders'. Samuel voelde de haat, hij wendde zij ogen af en liep stevig door. Buiten de poort keek hij even terug over zijn schouder, was het verbeelding of was de figuur in het zwarte gewaad, de zelfde, als de schaduw die zich losgemaakt had van de muur toen hij de Joodse wijk verliet? Werd hij gevolgd? 'Gewoon doorlopen,' dacht hij,' je begint je van alles en nog wat in te beelden. 'Oh wat stonken de doden' dacht hij toen hij langs de kuil liep. Hij vertraagde zijn pas en kwam bij de buiten wijk, wat boerenwoninkjes buiten de stadswal. 

images?q=tbn:ANd9GcSP0gUScxtoICr54fj6fU4

Ineens deed een klap hem haast voorover tuimelen en een steen die hem achter het oor getroffen had viel nu neer aan zijn zijkant. 'Niet kijken, dacht hij, 'geen angst tonen' en met waardigheid versnelde hij zijn pas.  Hij voelde iets warms langs zijn oor lopen,'bloed' wist hij. Een tweede steen plofte achter hem neer. 'Vervloekt zijn jullie,' dacht hij zomaar opeens. 'Eert u vader en uw moeder, heb respect voor ouderen... uit het 2de boek van de Torah, het boek Exodus ,Shemot - dat maakte hem wat rustiger.

Exodus 20 vers 12 tot 17, eert uw vader en uw moeder opdat uw dagen verlengd worden.. toen besefte hij dat zij die de stenen hadden geworpen, waarschijnlijk wel hun ouderen respecteerden, maar hém niet, want hij was niet één van hem. 'vervloekte heidenen,' dacht hij en liep de tuin in van Marius.

San Daniel 2014

lees ook de geroepene deel 58 ogen die zien

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dus daar komt je titel van je manuscript vandaan... het was weer een fijne lees pauze....