De lagere school als speeltuin

Door Mijler gepubliceerd op Thursday 16 October 15:19

d13d1d327e109934ec097f43f03489a6_medium.

De lagere school was voor mij een soort speeltuin

Braaf en volgzaam ging ik naar de lagere school. Er zat ook niets anders op, alle andere kinderen vanaf zeven jaar gingen daarheen. Alleen thuis was voor mij geen optie. Ik moest me, met al mijn energie en geldingsdrang, onder het jonge volk bewegen.

Niet iedereen volgde de lessen met dezelfde interesse, maar onder het toen nog geldende ouderlijk gezag, legde men zich neer bij deze wettelijke plicht. Er werd sowieso al minder gesnoept in die tijd en zoete broodjes waren zeker niet voorhanden.

Mijn lagere schooltijd lag direct na de tweede wereldoorlog en de meeste ouders waren druk met het herstellen van een moeilijke periode. Ze vonden het goed en nuttig, maar vooral ook gemakkelijk dat wij naar school gingen. Ondertussen konden zij hun volle tijd en energie besteden aan herstel of opbouw van hun huiselijk bestaan.

 

Contact ouders met de school

Contacten van ouders met leerkrachten over het wel en wee van hun koters, waren spaarzaam. De kwartaal- en eindrapporten waren normaal gesproken de enige getuigenis van hun prestaties. Wij woonden in een dorp, waarvan de meeste ouderen zelf weinig onderwijs hadden genoten. De stimulans en inspanningen om hun kinderen te motiveren waren doorgaans zeer matig. Het merendeel was sterk ingesteld op “doen.”  “Kantoorpikken,” ook wel “pennenlikkers” genoemd, werden voor wat de arbeid betreft, niet serieus genomen. Mannen met witte boorden en doorzichtige handjes presteerden in hun ogen weinig. Het “ketelpak”, de klompen of schoenen met stalen neuzen, eeltige handen, een kruik met koude thee en vooral een goed gevulde knapzak met brood en spek, waren de ingrediënten van de volwaardige noeste arbeider.

Lezen en rekenen vond men doorgaans wel nuttig. De Nederlandse taal was al minder zinvol. Geschiedenis en aardrijkskunde werd als overbodige ballast beschouwd. Godsdienst, gedrag en vlijt waren misschien wel het allerbelangrijkste, want hun nazaten dienden fatsoenlijke en integere burgers te worden, die weerbaar moesten zijn voor het harde “grote-mensen-leven”

 

Na de lagere school

Met die gedachte en mentaliteit gingen de meeste jongens hierna naar de ambachtschool en de meisjes naar de huishoudschool. Velen gingen ook meteen het arbeidsproces in, om op fabrieken of in de landbouw te werken. Slechts enkelen zochten hun toevlucht, vaak op aandrang van de hoofdonderwijzer van de lagere school, op de MULO of zelfs HBS.

 

Eigen keus

De resultaten op de lagere school werden overwegend bepaald door de persoonlijke interesse van de leerlingen. De variatie liep van de leergierigen tot de ongeïnteresseerden en het was voornamelijk het individu zelf dat zijn lot bepaalde. De “meesters”waren, in overeenstemming met de normen van die tijd, goedwillend maar streng. Afgezien van soms persoonlijk talent van een leraar, zat er weinig stimulerende methodische lijn in de lessen. Het opdreunen en uit het hoofd leren van “rijtjes” vaak beboet met imponerende aantallen strafregels, stimuleerde meer de koppigheid dan de interesse van de matige leerlingen.

 

 

Deugnieten van de klas

Ik behoorde tot de categorie: “lastige eikels” en schreef nog liever strafregels dan iets, in mijn optiek zinloos geleuter, in de bol op te slaan. Ik had veel belangstelling voor het “trappen van rottigheid” met mijn compagnons van het ludieke. Zo herinner ik mij dat wij de eerste vraag uit de roomse catechismus uit het hoofd moesten leren.”Waartoe zijn wij op aarde?” Antwoord: (Nu weet ik het ) “Wij zijn op aarde om God te dienen en in het hiernamaals gelukkig te zijn!” Ik vertikte het om het te leren maar stak wel alle energie in het alternatieve antwoord dat ik zo kon opdreunen: “Wij zijn op aarde om te vreten en te zuipen en daarna in een kistje te kruipen!” (Had ik toen al talent voor het gedicht?).

Een gevolg van mijn gedragingen was wel dat ik twee keer ben blijven zitten op de lagere school. Gek is dat ik de school toch niet als onprettig heb ervaren. Ik heb de school als een grote speeltuin ervaren. Er was wel enige ruimte voor de ondeugd en ja laat ons eerlijk zijn. Wat is de huidige moderne mens zonder beschikking over wat frivole streken? 

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat is er veel veranderd. Je hebt het mooi opgeschreven en ik moest erg lachen om jou alternatieve antwoord op, waartoe wij hier op aarde zijn.
Ik denk inderdaad dat je talent toen al ging waar het daar ondeugend was.
Even een klein citaat van je...,
¨Ik behoorde tot de categorie: “lastige eikels”¨...,
dit vind ik toch wel zo ontzettend onvoorstelbaar!

Jouw verhaal bezorgt mij een de javu, niet van mezelf, maar de verhalen die ik thuis hoorde, over de domme kinderen die achterin zaten, en treiterende rotjongens.

Ik heb van jouw verhaal genoten!
De huidige grote eik was vroeger een eikel
Toevallig had ik vandaag een 'gesprekje' met iemand over een soortgelijk onderwerp. Ik vind de zin: 'er was wel enige ruimte voor ondeugd' zo treffend van jou.
Je kunt je afvragen. Is die ruimte er nu niet meer, terwijl zo vaak geroepen wordt dat de jeugd van tegenwoordig zo keihard en brutaler is.

Misschien is het allemaal niet te vergelijken. Wel vind ik het frappant dat als er nu twee jongens of twee meisjes (of tegen elkaar) vechten er vaak aangifte gedaan wordt. Er soms direct jeugdzorg op wordt gezet, terwijl er vroeger een leraar was die ze bij de arm greep en in de hoek zette.

Is het dan de beperking van gezag die maakt dat alles zo veranderd?

Al met al met interesse gelezen. Lekker luchtig en er zit een zekere onbevangenheid in die voor een kind zo belangrijk is!
Mijler tegen Yrsa
1
De ondeugden waren vroeger meer kwajongensstreken denk ik!