Waarom willen mensen weten maar niet denken?

Door RogierCenin gepubliceerd op Tuesday 23 September 12:17
Hoe komt het toch dat mensen wel graag van alles willen weten, maar er over nadenken hen een ongemakkelijk gevoel geven? Mensen die veel kennis hebben worden doorgaans geprezen, bewonder en gewaardeerd, terwijl zij die twijfelen, even stilstaan en nadenken, worden gezien als twijfelaars, onzeker en nietsnutten? Waar komt deze waarderingen vandaan?
 
b4088596469058869cfce826b06c6962_medium.
 
Het is wonderlijk om te beseffen dat juist vanaf de tijd dat de twijfel als methode werd ontwikkeld, de wetenschappen zijn gaan floreren. Mensen wisten zich uit de speculatieve burchten van middeleeuwse universiteiten te ontworstelen door niet meer blind vast te houden aan dogma's, leerstellingen die door eeuwen zijn bevochten en versteend. Plots werd het bon ton om aan alles te twijfelen, om stil te gaan staan en na te denken over dat wat als vaststaand werd beschouwd. Toen, vanaf de Renaissance bij Descartes tot ver in de Verlichting getuigde je van weldenkendheid, van ontwikkeling en menselijkheid als je erkende op zoek te zijn naar zekerheden maar deze nooit en te nimmer bezitten zal, hoogstens tijdelijke zekerheden tot je beschikking hebt. Zo niet meer vandaag de dag. We willen niet alleen zekerheden, we eisen ze; dat is ons recht!
 
Deze hele ontwikkeling ging zelfs de dogmatische middeleeuwen vooraf, namelijk in de Griekse Verlichting rond de tijd van Socrates. Hij was de luis in de pels van de bestendigde overtuiging van de elite. Socrates daagde mensen in de top van de samenleving uit om maar eens uit te leggen wat zij dan zo zeker weten. Hij bevroeg hen zonder zelf te weten wat het juiste en zekere antwoord moest zijn. In diezelfde tijd liepen de leraren (sofisten genoemd) met hun kennis te pronken en het te verkopen aan deze elite. Maar zij leerden de jonge aanstormende heersende klasse niet om na te denken, maar om te weten wat ze moesten weten om een groot man te zijn, een kundig bestuurder, een overtuigende spreker. Weten leverde aanzien en macht op. Ja, kennis is macht. En Socrates? Die liet iedereen beseffen dat zij juist niets met zekerheid wisten. En dat werd hem door diezelfde elite niet met dank afgenomen. Zij hebben hem ter dood veroordeel omdat hij een storende factor was, de jeugd corrumpeerde met zijn vragen en zijn 'niet weten'. Socrates moest de gifbeker drinken omdat hij wilde denken in plaats van weten. 
 
Duidelijk is nu (historisch) waar het geëerde weten en de angst voor het denken vandaan komen. Het is frappant dat filosofie bij Socrates zijn echte aanvang heeft en tegelijk de geboorte van de weerzin en de angst voor diezelfde filosofie. Wat levert de overtuiging en houding van weten en zekerheden dan op? En waarom zijn mensen dan zo bang om na te denken? Waarom voelen mensen zich aangevallen zodra hun meningen worden bevraagd? Welke zekerheden dacht deze hen dan te verschaffen?
 
Vandaag de dag leven we in een tijdperk van ongekende wetenschappelijke rijkdom en daardoor een enorme technologische vooruitgang. De negentiende eeuw was er een van ongekende vertrouwen in ons weten, de kennis die we vergaard hadden en nog zullen delven. Er bestond geen twijfel dat de mens zich niet kon verheffen tot De Mens, dat wij een toekomst tegemoet gaan die niet apocalyptisch zou zijn, maar verlossend van alle ellende en het kwaad. Aan die droom kwam een eerst einde bij het uitbreken en later het besef van de grote oorlogen. Maar veel mensen pikte dit geloof weer snel op in de wederopbouw, na het nihilisme van de jaren tachtig en ook nu nog hoor je dit geluid, alleen bij de één wat luider en de ander wat zachter en wat vertwijfelder. Vooral nu met de komst van het geglobaliseerde terrorisme, de mondiale crises, onzekerheden thuis verliezen we de hoop op die verlossende toekomst maar is de roep en verlangen naar diezelfde toekomst sterker. En waar is Socrates nu die ons de juiste vragen kan stellen, waar is Descartes die ons de methodische twijfel kan rehabiliteren? 
 
c5f41296940d344903d4046fc246805e_medium.
Nee, niet twijfelen, niet je afvragen, niet denken. We hebben behoefte aan doeners, geen denkers! Zo klinkt het steeds luider in tijden van verwarring en onzekerheid. Waar is Hitler, Stalin of Mussolini nu? Maar zitten mensen werkelijk op zulke krachtige leiders te wachten? Voor veel mensen blijkbaar wel. Ik zal de huidige 'leiders' niet noemen omdat ik er dan wel veel vergeet of juist één te veel noem, maar het is iedereen wel duidelijk. Deze leiders, deze zekerheden, zijn niet alleen in het Midden-Oosten te vinden maar overal en in ons midden. Je hoeft niet alleen het nieuws te volgen om te zien dat de overgrote meerderheid van mensen (ook westerse) zich willen scharen achter een sterke leider. We moeten immers optreden tegen die gekken!
 
Op de vraag waarom vandaag de dag twijfelen en het denken weer zo'n negatieve lading hebben, kan ik maar moeilijk mijn vinger leggen. Natuurlijk is twijfel het tegendeel van zekerheid en het lijkt geen twijfel dat het denken daar debet aan is. Zekerheden bieden ons houvast, grond onder de voeten en een vooruitzicht aan de horizon. Met kennis kunnen we weten wat we moeten doen, wat we mogen vinden en wat ons duidelijkheid verschaft. Het weten verschaft ons een wereld waarin we kunnen wonen, werken en sterven; een wereld waarin we niet verdwalen. Maar als die wereld nu barsten, scheuren en gaten vertoont? Als de onneembare muren van Jericho vallen? Is het dan niet begrijpelijk maar dom, om vast te houden aan 'onzeker geworden zekerheden'? Hoe kunnen we weer de twijfel en het denken een positieve lading geven? Hoe kunnen we laten zien dat de wel doordachte twijfel leidt tot nieuw herziene zekerheden?
d56a4146bff9a1f195c8cc392d335926_medium.
 
Met het denken kunnen we ver vooraf aan ellende op een veilige (en plezierige) manier fantaseren over 'als de zekerheden ons ontvallen', kunnen we voorzichtig onze voeten op onvaste grond zetten en ervaren hoe het ons dan verkeert. Het twijfelen kan onze ogen verder openen en meer licht toelaten. Het doet pijn in het begin, zoals Plato duidelijk maakt in zijn allegorie van de grot. Als de ware zon je in de ogen schijnt, raak je wellicht eerst pijnlijk verblind, maar dan zodra je jezelf hebt gewend en geoefend, kun je opkijken naar de zon om zo het nieuwe zicht op te zuigen en in je gedachten alles als nieuw aanschouwen. Met de twijfel aan de vaste dingen, aan de schaduw afbeeldingen, de stereotypen, de clichés, de vooroordelen, de angstvallig vastgeklampte waarheden, de verleidelijke leugens, de vanzelfsprekendheden, met de twijfel aan dit alles kunnen we ons weerbaar maken voor het vallen van de muren en doen beseffen dat we steunen op vervloeiend water, ijle lucht of brandend steen. We kunnen her-zien, her-overwegen en uiteindelijk her-kennen.
 
Het zou mooi zijn als de positieve waarde van de methodische twijfel en het denken, terug kan keren. Hoog nodig bij niet alleen de intellectuelen, de elite, de bestuurders maar juist ook de gewone hardwerkende mensen, de van dag tot dag levende en overlevende mensen, de verzorgers, opvoeders, bij de doeners en de jeugd. Zonder twijfelend denken en doordachte twijfel is alles slechts schijn.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Nadenken over hetgeen we weten en van daaruit verder denken om tot eigen inzichten te komen en de twijfel achterlaten voor de eigen zekerheden in het eigen leven of ruimdenkend over de wereld waar natuurlijk niet zoveel zekerheden bestaan, maar wel enkele; de aarde is rond, de maan, de zon en de sterren zijn zichtbaar dus weer een zekerheid. Mooi artikel en zet aan tot nadenken.