Moz@rts missie.

Door Gymbo gepubliceerd op Tuesday 16 September 21:50

De maan schijnt op een eenvoudig huis in een al even eenvoudige straat. De muren bladderen af, er zijn een paar dakpannen die op de straat rode vegen hebben achtergelaten. Een heel erg eenvoudig huis, dus. Toch zou het weldra betrokken worden bij het begin van een ingewikkeld avontuur.

Kijk maar, het Avontuur komt eraan. Er klinkt een vreemd gerammel, en er komt een nogal armoedige, grijze bus binnenrijden, die elke halve seconde opwipt en dan weer met dat vreemd gerammel op zijn wielen komt. Je vraagt je onwillekeurig af of de inzittenden kussens hebben.

De grijze bus stopt voor dat eenvoudige huis. Stoppen is eigenlijk een te groot woord. De bus komt knarsend tot stilstand, de remmen krijsen oorverdovend.  Voor een, ongetwijfeld ongemakkelijk, moment lijkt de bus op een ingetrokken harmonica.

Er wordt gevloekt in de bus. Hard, en niet voor herhaling vatbaar.

Uiteindelijk stappen twee mannen eruit. Terwijl de een nog wat wankelt op zijn benen, stapt de ander kordaat naar de voordeur van dat eenvoudig huis. Hij heeft een onberispelijke blauwe krijtpak met een donkerblauwe stropdas. Wonder boven wonder is zijn kostuum ongedeerd gebleven, ondanks de dolle rit. De ander, zich met moeite vasthoudend aan een lantaarnpaal, draagt een versleten jeans en een bevlekte jas die nog het meest wegheeft van een schapenvel. Een ouderwetste deukhoed valt bijna van zijn hoofd.

Krijtpak tikt ongeduldig met zijn leren schoen op de stoep. Schapenjas vloekt, zonder enige twijfel was hij degene die eerder in de bus had gevloekt, en laat de lantaarnpaal los. Hij zigzagt nog een beetje, maar hij weet de voordeur te bereiken.

Krijtpak knikt hem toe en doet een stap opzij. Schapenjas knikt terug, heft zijn hand op voor de deur.

Voor hij zijn hand laat zakken, sist hij Krijtpak nog toe: ‘Morgen zoeken we verdomme een nieuwe chauffeur!’

Dan klopt hij op de deur. Dan klopt het Avontuur aan de deur voor Mozart.

Onze heldin bevindt zich in een merkwaardige positie om twee uur ’s nachts. Waar elk weldenkend mens allang in zijn bed vredig ligt te dromen, zit Mozart aan haar bureau. Eigenlijk zit ze niet zozeer, als wel met haar hoofd steunend op het bureaublad. Talloze, met inktvlekken overdekte bladeren liggen kriskras over de bureau. Sommige liggen zelfs op haar hoofd.

Haar rechterhand ligt slap naast een inktpot, met een veer erin gedoopt. Af en toe snurkt ze en verschuift haar adem weer een blad.

Soms mompelt ze rare dingen zoals: ‘En dan laat ik hem dat boek lezen.’ Maar we negeren dat, omdat het niet van belang is.

Het kloppen begint. Maar het maakt niet de minste indruk op de vredig slapende Mozart. Dan herbegint het kloppen, iets luider nu.

Ze mompelt: ‘Tut, tut,’ en daar blijft het ook bij.

Er klinkt een gedempte vloek, en het kloppen is nu gedreun geworden.

Dit keer heeft het effect, ze heft haar hoofd op en kijkt met ogen vol slaapzand naar de papieren rotzooi op haar bureau. Haar ogen staan nog wazig, maar worden algauw groot.

‘Mijn roman!’ schreeuwt ze.

Want dit is haar angstvallig verzwegen geheim. In de stille uurtjes werkt ze aan een roman, die volgens haar meteen tot de wereldliteratuur gerekend zal worden, eenmaal gepubliceerd. Het duurt echter al vijf jaar, en nog is het eind niet in het zicht. Ze blijft zich wanhopig voorhouden dat zoiets heel normaal is voor elke nieuwe schrijver en dat ze wél talent heeft.

Echter heeft ze in haar slaap de volgorde zo totaal door elkaar gehaald, dat zelfs zij niet meer weet waar het begin en het einde is.

‘Misschien moet ik het maar opgeven,’ fluistert ze.

Ze schrikt, als een nieuw gedreun het stof van het plafond doet dwarrelen.

‘Ja! Effe geduld, zeg!’ schreeuwt ze uiterst hoffelijk terug.

Ze staat op, kijkt nog even weemoedig naar de bladzijden waar ze zo lang aan had gewerkt, en stapt naar de deur. Wie kwam haar in vredesnaam op dit uur bezoeken?

Ze opent de deur en daar staat het vreemdste tweetal dat ze ooit heeft gezien. Afgezien van de duidelijke kledingverschillen, zijn hun gezichten ook zo verschillend. De man met de schapenjas heeft een onverzorgde baard en een smal, scherp gezicht waarop een eeuwige wantrouwige frons staat.

De ander is een Chinees met een vierkant gezicht en een hoornen bril. Hij knikt naar Mozart en glimlacht met droge ogen.

Haar eerste reactie is de deur meteen dichtsmijten, die glimlach jaagt haar de stuipen op het lijf, maar Schapenjas steekt meteen zijn voet ertussen.

‘Kalm aan, juffie,’ zegt hij en haalt een groezelige kaartje tevoorschijn. ‘Bent u-‘ hij aarzelt, alsof hij een vreemde taal moet spreken, ‘Jongejuffrouw Mozart?’

‘Ja?’

‘We zijn gekomen om u iets te vragen.’ Het kaartje verdwijnt meteen in een flits in een broekzak.

De Chinees glimlacht, alweer.

‘Kom,’ zegt de Schapenjas en trekt haar mee aan haar arm.

Een ontvoering! Mozart spartelt, maar de Chinees grijpt haar andere arm vast, en ze wordt tegen haar wil weggesleurd. Ze komen aan bij de bus, Schapenjas trekt de portier open terwijl de Chinees met zijn eeuwige glimlach haar binnenzet. Op een vriendelijke wijze, wat haar verbaast.

‘Ga maar rap zitten, juffie Mozart, want als Charlie rijdt, ben jij je leven niet zeker,’ raadt Schapenjas aan.

Mozart voelt de druk van de Chinees op haar schouder en gaat noodgedwongen zitten. Een gordel, het is zeker geen gewone gordel, daar heeft het teveel slotjes voor, wordt over haar lichaam getrokken. Ze begrijpt dat ze nu vastzit.

De Chinees en Schapenjas zitten tegenover haar. Schapenjas draait even zijn hoofd om naar de duistere plek waar de chauffeur zou moeten zitten.

‘Charlie! Rijden! Maar dan wat trager deze keer!’

Er wordt iets vaags gemompeld uit het duister en de bus trekt gierend op.

Mozart voelt haar maag kort omdraaien.

‘Spijt me dat het zo ruw moet, maar we moeten wel,’ zegt Schapenjas tegen haar.

Het valt haar op dat de Chinees nog steeds niks heeft gezegd, hij zit daar alleen maar te glimlachen, met zijn koude ogen achter de hoornen bril.

‘Wie zijn ‘we’?’ zegt ze zwakjes.

‘O!’ zegt Schapenjas. ‘Wij zijn meneer Janssens en meneer Tsjing.’

Ze lacht, ondanks haar situatie.

‘Janssens? Tsjing? Ik heb nog nooit zo duidelijk valse namen gehoord!’

‘Hé! Wat is er mis met Tsjing?’ protesteert Schapenjas.

De bus neemt met een misselijkmakende draai een bocht en Mozart zwijgt even.

‘Bent u meneer Tsjing?’ zegt ze na een tijdje.

Tsjing haalt zijn schouders op. ‘Mijn ouwelui zijn naar China gemi - euh, gekomen . Noem me trouwens maar gewoon Tsjing ’

Mozart rolt met haar ogen. ‘En “meneer Janssens” zijn “ouwelui’ zijn zeker naar België gemigreerd?’

Ze had nooit eerder zoveel sarcastische aanhalingstekens gebruikt.

Tsjing krimpt even ineen bij het woord gemigreerd, maar hij slaagt erin zich te herpakken. Terwijl hij een sigaret opsteekt, zegt hij met een wenkbrauw omhoog: ‘Dat klopt als een bus. Hoe weet u dat nou?’

Meneer Janssens glimlacht haar toe, een andere uitdrukking schijnt hij niet te kennen.

Ze slaakt een zucht die in een kuch verandert, wanneer de sigarettenrook de toch al zo kleine bus vult.

Tsjing blaast een rookkring omhoog en zegt: ‘Om tot de zaak te komen, we hebben u nodig. Het lot van de wereld hangt ervan af.’

De bus rijdt over een schokdrempel, iedereen schiet naar voren en voelt de pijnlijke druk van zijn gordel in zijn maag. De rookkring zweeft over Mozarts hoofd en lost op in de lucht.

‘De wereld?’ zegt Mozart, niet zeker of ze Tsjing moet geloven of niet.

Meneer Janssens glimlacht en Tsjing doet zijn mond open en antwoordt:

9d1e71a486cf24abc6e80035d0c0753b_medium.

‘Heeft u al van Armstrong gehoord, Jongejuffrouw Mozart?’

‘Natuurlijk” antwoord Mozart “Mijn ouders waren gek van hem.’ en spontaan begint ze Satchmo’s ‘What a wondrfull world’ te neurien.

‘Niet deze Armstrong Jongejuffrouw Mozart, wij bedoelen Neil Armstrong’ flapt Schapenjas eruit.

‘Oh, natuurlijk” zegt Mozart ‘de eerste nam op de m”

‘JA, NEE, NEEEE, NEEEEE MIS VOLLEDIG MIS’ roept Tsjing nog voor Mozart maan kan uitspreken. ‘U hebt gefaald Anna euh Mozart, je moet terug, terug naar 65 !!’

‘Hey rustig aan, ben jij gek ofzo, waar heb je het in godsnaam over. Wat 65? Ik ken mijn geschiedenis wel hoor !’ reageerde Mozart  furieus.

‘Ik vrees dat u uw geschiedenis niet kent Jongejuffrouw Mozart’ antwoord Janssens rustig.‘ Toch niet de geschiedenis van uw vorige leven’.

Dan pas valt Mozart op dat ze wel in een heel rare bus zit, lijkt wel een vreemd soort laboratorium.

‘Wa,wa,wat wiwil je dan van mmij ?’ stamelt Mozart met onvaste stem

‘Ik zal even beginnen bij het begin Jongejuffrouw Mozart’ gaat Janssens verder. ‘Laat u me even uitspreken’

‘Dit is niet uw eerste leven Jongejuffrouw Mozart maar uw vierde, elke mens heeft negen levens, net zoals een kat trouwens. In uw vorige leven was uw naam Anna en u was een wetenschapper en spion. U werkte voor de NASA en was onder andere een vertrouwelinge van President Kennedy. U moest de ruimtewedloop winnen. Je was niet enkel vertrouwelinge van Kennedy maar ook van Chroesjtsjov trouwens. Door deze dubbelrol kon je vlot over en weer tussen VS en Rusland. U had een ruime woning in Berlijn van waar je alles regelde’.

‘Mamamamaar dat kan niet’ stotterde Mozart ‘U vergist zich ik ken niets van ruimtevaart’

‘Wij, Huckleberry en Finn, vergissen ons nooit. Vertrouw ons nu maar. Maar u moet uw vergissing rechtzetten, Sergey Koroljov moet dood, de Russen mogen de wedloop niet winnen. De aarde is in gevaar, je moet terug in de tijd.‘

9be4f16b16376d69ac8630ba52d8f056_medium.

‘Euh Huckleberry, Finn ???’

 ‘Jongejuffrouw Mozart, laat me nu even uitspreken en onderbreek me niet altijd. We verliezen enorm veel tijd en U moet tenslotte de aarde redden! Ik hoop dat je je onbewust nog iets van de ruimtevaartgeschiedenis kan herinneren en waar je mee bezig was, in elk geval dit spuitje zal je geheugen helpen, maar eerst zal ik mijn verhaal afmaken. Mijn naam is niet Janssens maar Finn en deze Chinees, die helemaal geen Chinees is, is Huckleberry. Wij werken voor een geheime Amerikaanse overheidsinstelling en houden ons bezig met verleden, heden en toekomst. Wij zijn de enigen die momenteel de toekomst kunnen veranderen maar als u niet slaagt in uw missie komt deze en andere technologie in handen van Rusland. Rusland dat volgens onze toekomst de Aarde zal domineren en overheersen en ten slotte vernietigen als hun superieure volk vertrokken is richting Mars. Ik neem u terug richting 1957 start van de ruimtewedloop, toen slaagden Rusland erin om 2 Spoetniks te lanceren, Spoetnik II was met de hond Laika zoals u weet. De wetenschappers van ons in Amerika liepen achter op de feiten en er moest iets verzonnen worden om deze prestigieuze wedloop te winnen. Toen wisten we nog niet dat de toekomst van de aarde bedreigd kon worden. President Kennedy kwam toen met U op de proppen en stuurde U naar Berlijn om te infiltreren in het ruimtevaartprogramma van Rusland, met succes overigens. U werd vertrouwelinge van Oekraiens/Russisch raketspecialist Koroljov. Anna, jij was de vrouw achter de eerste mens in de ruimte. Samen met Koroljov stuurde je Gagarin de ruimte in. In 1965 was jij de vrouw achter EVA (ruimtewandeling) Daarna liep het mis, in 1966 moest Koroljev volgens de planning sterven. Maar je werd verliefd en Koroljov bleef leven, hierdoor kwam de ruimteraket MOKBA1 als eerste bemande vlucht aan op de maan. De Russen ontdekten de kracht van het maanzaad en de invloed op de wil van de mensen’.

‘U MAG NIET FALEN’ riep Huckleberry paniekerig.

‘Hoho rustig, roep zo niet in mijn oor, ik ben niet doof’ riep Mozart terug.

‘Alles zal als vanzelf gaan Jongejuffrouw Mozart, zodra je in deze capsule stapt geef ik je een spuitje. Dan ga je terug in de tijd en transformeer je automatisch in Anna. Wat er ook gebeurt, je mag niet verliefd worden en Koroljev moet sterven. Als dat gebeurt zal Armstrong als eerste de maan bereiken op 21 juli 1969. De aarde is gered. Daarna kom je gewoon terug naar 2014, je zal je niet veel meer van deze gebeurtenissen herinneren.’

c4c35f7e5df09ec463935b31e52d3585_medium.

BAM, BAM, BAM, BAM, BAM, BAM, BAM, BAM, BAM. Mozart schrikt wakker van het geluid van de kerktoren die 9 uur slaat. ‘Goh’ mompelt ze ‘Wat een rare droom had ik toch, zo raakt mijn boek nooit af. En hey wat doet dat boek van Mark Twain hier ??’ zegt ze terwijl ze Huckleberry Finn terug op zijn plekje zet in de boekenkast. Ze merkt zelfs niet dat er een klein papiertje uit het boek valt dat met een zwier onder de sofa verdwijnt.

Een klein papiertje met “The eagle has landed, thank you Anna” 

 

© Gymbo 2014
Pictures: Google.com

 

Vorige verhalen : 

http://plazilla.com/page/4295149523/de-grote-ontdekking-van-gildor-inglorious

http://plazilla.com/page/4295149783/neerpenner-en-het-geheim-van-het-vaticaan

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Goedemorgen! Wat een verrassing, dit geweldig avontuur!
Met zo'n 8 weken vertraging, maar toch geschreven
Prachtig verhaal, mooi geschreven
Wat een heerlijk avontuur, jammer dat we het niet mee kregen.;-)
Ook en manier om de boel recht te zetten. Goed verhaal. Op naar de volgende.;-)
Dacht dat het nu aan Yrsa was :)
tegen Gymbo
Ik had het over je inhaalslag met de opdrachten. :)
Ik doe mijn best, volgende opdracht is Yrsa met haar rare pakje, heb er in elk geval nog veel te schrijven. Misschien toch maar van achter naar voor werken en eerst Chris en Rik hun jamaikaanse avontuur laten beleven :)
tegen Gymbo
Graag want daar lijkt niets op te komen al weet ik van twee personen dat ze er mee bezig zijn.