x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Een verdoofd leven in verval (6)

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Tuesday 16 September 15:47

Een roman in wording? Het begint ergens op te lijken. Mijn vingeroefeningen, min of meer chronologisch, plaats ik hier als losse afleveringen.

 

Vorig deel gemist? Kan je hier nalezen.
Bij het begin beginnen? Dat kan hier

 

Zesde deel

Oh this Judas betrayal was with more than a kiss
Things are not always what they seem
Lover, liar...friend or foe
To beg, steal and borrow then throw it away
I've no regrets, nothing lost or gained
Easy words for the brave to say
Now sorrow, it eats away at its own grave

(Gavin Friday - Apologia

Hij hoort mijn binnensmondse verwensingen, gooit zijn hoofd in zijn nek en lacht breeduit. Hij kijkt me aan. Niet spottend, niet boos, maar liefdevol. Zoals een vader doet als zijn kind gevallen is en haar pijn verbijt, omdat zij besloten heeft om juist vandaag flink te zijn. Hij spreidt zijn armen als een welkom en houdt stil voor me, op een meter afstand.
"Wat doe je hier?", sis ik. "Jij hoort gewoon dood te zijn."
"Ja, best wel hè?", lacht hij. "Ben ik ook. Morsdood." Dat laatste zegt hij ernstig om dan weer lachend verder te gaan. "En toch ben ik hier. Fijne vent ben ik, nietwaar?" 
"Wat moet je van me?", vraag ik geïrriteerd. 
"De vraag moet zijn wat jij van mij moet. Snap dat dan. Jij houdt mij vast in je hoofd en ik verrek het om weg te gaan. Niet nog een keer." 
Ik laat mijn hoofd hangen, ik ben even stil. Ik wil hem niet aankijken, maar ik voel dat ik geen keuze heb. Ergens in mijn achterhoofd probeert een innerlijke stem te schreeuwen dat wat ik nu meemaak onmogelijk is. Dat ik te veel gezopen moet hebben, wat ik ontken, of dat ik nu écht volledig krankzinnig ben geworden. Toch voel ik me meer als iemand die urenlang dwaalde door een donker bos en ineens in de verte een bekende kerktoren ziet. Een punt van herkenning, waarvan ik altijd wist dat het er was. Alsof ik bij mijn eerste stap buiten het hotel al wist dat deze ontmoeting onvermijdelijk was. Hij buigt zich naar me toe. Mijn eigen ademhaling hoor ik. Die van hem niet.
"Vijf jaar stilzwijgen, Henkie. Dat is niet goed voor jou. Je zult wat er toen gebeurd is eindelijk eens onder ogen moeten komen." Zijn meewarige blik drukt een begin van spijt uit. Ik wilde dat ik het van zijn smoel kon meppen.
"Nu niet. Echt niet. Dat trek ik niet, voor geen meter!" 
"Weet ik, jongen. Nu is het te veel gevraagd, zelfs na al die jaren. Wen er maar vast aan. Het wordt een hele pelgrimage en je gaat me toch een partij pijn lijden!" 
"En dat zeg jij? JIJ? Waar haal JIJ het gore lef vandaan!" Ik schreeuw het uit. Passerende voetgangers en fietsers kijken me hoofdschuddend aan. Alsof ik een van die stinkende mannen ben die op de hoek van de straat met rooddoorlopen ogen hun waanzin schreeuwen naar het winkelend publiek. 
"Omdat ik er heel nauw bij betrokken ben, dat weet je heel goed", zegt hij ernstig. Hij slaat zijn ogen neer. Ik staar hem in stilte aan en voel mijn woede en irritatie langzaam wegebben.  Voor even, besluit ik.

b87c929c7ba848482fd3764b366be0fd_medium.

Ik neem nu de rust om hem echt goed in me op te nemen. Hij lijkt jonger, toch zeker tien jaar. De tijd dat ik met mijn eindscriptie bezig was en vaak twijfelde omdat het niet opschoot. Zijn timing was abominabel, of achteraf gezien misschien wel geniaal. Telkens als ik met veel zweten, vloeken en met de tanden op elkaar doorploeteren weer een alinea op papier had gekregen stond die gek in mijn kamer.
"Henk, kerel, genoeg gezwoegd. Kom op, je gaat ontspannen, al moet ik je handen en voeten vastbinden."  Dan trok hij me letterlijk achter mijn bureau vandaan. Beneden stond de auto met ronkende motor al klaar. Soms was Karin er ook bij. Soms was zij het die me ophaalde. Altijd ingeseind door Gert.
"Ik zie er heel wat beter uit dan vanmiddag, toch?", vraagt hij. Ondanks mezelf kan ik een schoklachje niet onderdrukken. Het irriteert me.
"Afgetrokken, ingevallen smoeltje met een strontlelijke das", knal ik er uit. Met een vage intentie om hem eens flink te raken.
"Die das was een bad move van mijn ma. Van mij mag ze. Kan me niks bommen. Ik ben toch al de pijp uit." Het klinkt afstandelijk. En dan met een spottende glimlach:  "Mijn hele kop zat vol met die koleredingen. Heb ik weer, de enige vorm van kanker die mijn immense intellect kon waarderen en er eens lekker van ging snoepen!" Weer kan ik een lach niet onderdrukken. Blijkbaar ziet hij het als een opening.
"Hé, we hebben toch een mooie tijd gehad, man. Ik zie je nog zitten, zweetdruppels op je aantekeningen. En hoppa, daar nam ik je weer op sleeptouw." Ik wist het, het kon ook niet anders. Hij zit in mijn hoofd, dus hij ziet ook mijn gedachten. Geïrriteerd duw ik die herinneringen aan hem weg en concentreer me op een beeld van Karin, uit dezelfde tijd.

Ze wordt wakker. Haar hoofd ligt half op mijn borst. Mijn hoofd bonkt van de drank, zij is meteen fris en fruitig. Ze komt overeind, veegt half dromerig een aantal slierten haar uit haar gezicht en laat een kort lachproestje horen.
"Scccccchhhhhatje!", mompel ik. Ze barst uit in schaterlachen.
"Oh, wat een heerlijk maf mens was dat! Een avond om nooit te vergeten!" 
Ze had me opgehaald. Ik had ontspanning nodig. Ze wist het nog zo goed van de tijd dat ze zelf afstudeerde. Jonger dan wij, maar een stuk sneller en nog wel met twee studies tegelijk. "Ach, Rechten, meer dan vier uur per dag is niet nodig en Natuurkunde, dat moet je gewoon snappen!" Ze vraagt me of ik wel eens sake heb gedronken. Nee dus. Dus gaan we naar Okura, gewoon een avondje Amsterdam. Japanse zakenlieden hebben ons gefotografeerd en zijn met ons mee gaan drinken. Als we langs de bar lopen grijpt een oud knokerig handje mijn mouw. Waarom we met die vuile moordenaars hebben gepraat. Een stokoude man, ik herken zijn KNIL-speldje. We moeten wel even met hem en zijn oude besje van een echtgenote aanpappen. Karin wil alleen nog Spa rood en is in gesprek geraakt met het dametje. De oude man wil geen bier voor me bestellen. Dat drink je niet in een hotel. Cognac! Zes flinke glazen later grijpt zijn echtgenote mijn hand en lispelt met gezwollen tong: "Wees zuinig op dat meisje. Zo verstandig en zo'n scccchhhhhatje!" Haar echtgenoot begint ruzie te zoeken met het barpersoneel. Vriendelijk maar kordaat worden ze buiten gezet. Een oud echtpaar, van oude adel, dat nergens in Amsterdam meer binnen mag komen, behalve hier. Omdat het altijd gedonder wordt. De barman is mild. "Ze zijn ergens best grappig en ze geven goede fooien." 
Karin verontschuldigt zich bij mij. Ze is licht aangeschoten en normaal wil ze dan niet meer rijden. Ik zeg dat ik haar volledig vertrouw. Ze blijft netjes op de rechterbaan en houdt ruim afstand.

Gert kijkt me aan met zijn dode ogen waar nog zoveel leven in zit. "Dat is een mooie herinnering. Puur goud, die griet." Er valt een stilte. Hij knijpt zijn lippen samen in een grimas van spijt.
"Je hebt het me nooit vergeven, wat er die ene nacht is gebeurd. Nu kan je het nog niet, snap ik best. Maar je zult er écht mee aan de slag moeten. Het vreet al lang genoeg aan je. Dat hou je niet veel langer vol." 
"Hoe zou ik dat dan kunnen, man! Is dat waarom je nog steeds hier bent? Moet ik je vergeven voordat je "verder" kan? En waarheen dan in Godsnaam?" Hij knipoogt.
"Sommige dingen moet je niet willen weten. Ik ben hier niet voor mijn lol, laat dat duidelijk zijn. Jij klampt je aan mij vast. Maar ik kan het hebben. Ik ben toch dood. Uiteindelijk moet je ook het lef hebben jezelf te vergeven. Je hebt zelfs de eerste stap nog niet gezet." Ik begrijp zijn laatste zin niet en wuif het weg. 
"En dus? Nu blijf je continu om me heen hangen?" 
Hij lacht en schudt zijn hoofd. Hij is weer de oude vrolijke gek van vroeger. "Ben je gek? Ik heb echt wel wat beters te doen. Ik kom op gezette tijden gewoon langs. Gewoon om een oogje in het zeil te houden. Heb ik toch altijd gedaan?" 
"Nou ok", zeg ik zuchtend. "Dan moet het maar zo."
Hij maakt een theatrale buiging en salueert. Langzaam zie ik zijn beeld vervagen.
"Nou tot binnenkort dan!" Mijn stem klinkt niet fatalistisch. Eerder opgelucht, toestemmend, zelfs een beetje opgewekt. En zo voelt het ook. 

Ik sta in een lege straat. Geen mens te zien. Het begint te stortregenen. 

 

En hoe gaat het verder? Dat lees je in deel zeven.

Reacties (21) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Hmm.... ik weet niet zo goed wat ik van dit deel moet vinden.

Gerts geest (of herinnering?) voelt wat goedkoop aan bij mij. Dit is een intens realistisch verhaal en dan komt er plots een geest. Ik denk dat het allemaal teveel is in een gesprek.
Al die verwijten, emoties en herinneringen die opeens bovendrijven, het is allemaal erg abrupt. Dit deel loopt voor mij het minst vlot tot nu toe.

Ik hou het kort, omdat ik eigenlijk nog moet zien hoe het verder zich ontwikkelt. Ik bewonder wel je lef, om zoiets te proberen.
Ik ben er zelf ook nog niet tevreden over. Toen ik het schreef wilde ik een gesprek tussen die twee mogelijk maken en niet alleen hun onderlinge relatie laten blijken uit de flashbacks. Ik ben er nog niet over uit. Echt een externe geest of een intern (slecht) geweten, het zou een combinatie van beiden kunnen zijn.

Maar het is natuurlijk wel zo dat mensen vaak in hun hoofd nog gesprekken voeren met overledenen, b.v. bij hun graf. Dat Henkie onderhand helemaal van het pad af raakt, door allerlei gebeurtenissen uit het verleden die hij niet heeft verwerkt, ik hoop dat dat duidelijk wordt. Maar om dit dan een hallucinatie te laten zijn, dat voelt erg goedkoop.

Dat is het leuke van een work in progress hier. Ik mag nog experimenteren en zien wat de reacties zijn. :-)

Het voelt momenteel geforceerd bij mij. Ik kan het niet precies uitleggen waarom, maar ik ben van mening dat als je deze scène definitief gebruikt in je boek, dat je het moet herschrijven.

Die gesprekken zijn toch vooral monologen, dunkt mij. Nu ja, ik heb niet echt een dierbare verloren, dus ik weet er niet zoveel van.
Henkie (zoals jij hem zo liefkozend noemt) raakt inderdaad van het pad af. Maar dat was al een beetje duidelijk in het vorige deel, met zijn sombere tocht door Utrecht.
Hallucinatie is misschien juist minder goedkoop en meer passend bij de rauwe sfeer van je verhaal. Een geest is misschien net iets te, hoe zal ik het zeggen, romantisch voor dat soort verhaal.

Nou, je hebt de mijne gezien. :)
Geheel onverwacht vervolg, maar ik lees nog steeds graag mee. Je schrijft heel meeslepend, in de positieve zin van het woord natuurlijk. ;)
Merci beaucoup!
Ik weet nog niet of ik wel zo tevreden ben over dit "kunstgreepje", maar nu werkt het voor me (en het inspireert).
Het Okuraverhaal komt uit mijn persoonlijke herinneringen... ;-)
en nu ga ik alle delen in Word aan elkaar plakken, printen en in het weekend achter elkaar lezen. Daarna kom ik met een inhoudelijke reactie :-)
Goeie oplossing. Spoken uit het verleden waarmee je over je eigen innerlijk discussieert. Ik heb wel eens een fictieve vriendin op laten draven, die eigenlijk helemaal niet fictief was, maar nu ineens wel begreep waarover ik met haar had gesproken
Ik twijfel nog, maar op dit moment werkt het voor mij. Geeft mij ook mogelijkheden om de hoofdpersoon goed op de huid te zitten, want dat is hard nodig.
Help nummer 6. Ik was aan 3. Dit weekend is er teveel aan. Dringend bij lezen !
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Ga je gang! Ik schakel sowieso een versnellinkje terug...
Schrijven en lezen. Beetje teveel. Nu lezen dan weer schrijven Hoeveel uur telt een dag ??? Ik hoop 48 :)
Tja. Wat moet ik daar nou van zeggen?
Lijntje gesnoven na de begrafenis, die Henkie? Stiekem op de WC?
Hilarisch idee!
Een trucje van de schrijvert, denk ik, omdat dialogen met herinneringen boven zijn pet gaan. Of commercieel gedacht, opdat het verhaal ook aansluiting vindt bij mensen die in geesten, lichtgidsen, engeltjes en een leven na de dood geloven.

Ik gebruik het nu maar als een soort schrijfgereedschap. Of het in een nieuwere versie blijft staan, ik ben er nog niet over uit.
een beetje Beautiful Minds. De doden lopen met je mee, blijkbaar.
Ken ik niet. Ik dacht aan Joan of Arcadia, maar daar is het God zelf die met de hoofdpersoon meeloopt.
Ik doel op de film met Russel Crowe, over een Nobelprijswinnaar die 'stemmen hoort' en mensen ziet. Daar deed het me een beetje aan denken. Niet dat jouw karakter schizofreen is, tenminste zover ik weer niet.
En niet alleen Joan of Arcadia maar vooral Draussen for der Tuer van Wolfgang Borchert.