Een verdoofd leven in verval (5)

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Sunday 14 September 20:33

Een vervolgverhaal, zonder structuur begonnen, maar de contouren worden langzaam zichtbaar.

 

Vijfde deel

Lezen vanaf het begin? Dat kan hier.
Vorige deel gemist? Die vind je hier.

 

Mirror, mirror on the wall
Tell me mirror, what is wrong?
Is it just my De La clothes
Or can it be my De La Soul?

(De La Soul – Me, Myself and I)

 

Het is laat, het is donker en ik kan de slaap niet vatten. De rook van mijn sigaret kringelt doelloos omhoog. De gedachte om een hijs ervan te nemen komt niet in me op. Ik staar bewegingloos uit het raam. Negen hoog, in een saaie standaard hotelkamer. Van alle gemakken voorzien, speciaal voor de internationale reizende professional die heel goed weet wat er in de wereld te koop is en geen genoegen neemt met middelmaat. Ik schud het zo uit mijn mouw. Maar de geijkte glimlach voel ik dit keer niet. Eigenlijk voel ik niets.

De laatste druppels van de zojuist gepasseerde regenbui sijpelen langs mijn raam omlaag. Mijn beeld is vervormd. Vreemd kronkelen weerspiegelingen van passerende koplampen op het nog natte asfalt. In de verte nadert een trein het station. Bussen rijden in colonne af en aan en twee fietsers schieten langs het hotel, door de plassen. Langs de Engelse pub, de tunnel in. Weg, uit mijn leven. Ik zie mijn vage reflectie in het raam. Mijn beeld is vervormd, ik ben vervormd.

Ik voel wél wat. Onrust. Een laatste hijs, ik druk de peuk uit in de standaard glazen asbak met logo en trek mijn jas aan. De nachtportier beneden in de hal verzekert me dat hij de hele nacht aanwezig is en de deur voor me zal openen. Hij wenst me een goede nacht. Hij vraagt of hij een taxi voor me kan bellen en ik zie hem geamuseerd zijn wenkbrauwen optrekken. Ongepland voel ik mijn mondhoeken omkrullen tot een glimlach als ik me realiseer dat hij denkt dat ik een bezoekje ga brengen aan de bootjes bij “Die Rote Brücke”. Ik herinner me Gert die in geaffecteerd Hoch-Deutsch een aantal Beierse zakenlieden de juiste weg wees.
“Service, kerel”, hoor ik hem weer zeggen.”Service verlenen en de lokale middenstand promoten. Een kleine moeite. Je wilt toch niet dat ze weer naar een of andere club in dat verrekte Mokum gaan? Die lui hebben al genoeg poen en kapsones. Nu is het onze beurt.”

De tunnel onder het spoor is veranderd. Vernieuwd, maar het onvermijdelijke verval is al weer rap gaan woekeren. De pislucht van dronken mannetjesapen in brasjasjes. De onleesbare grafitti, het visuele equivalent van pissen tegen een boom, wat elke reu doet. Een natgeregende boterham, half beschimmeld en nog in het plastic zakje waar een huisvrouw of moeder het ooit liefdevol en vlijtig in deed, ligt hier beschuldigend te wachten op een zinloos einde. Temidden van platgeknepen blikjes cola en glasscherven. Een reclamefolder danst voorbij, even tot leven gewekt door een plotseling windvlaagje. Dit is mijn stad, dit is mijn natuurlijke habitat. Deze nacht geef ik me over. Ik zet mijn ene voet voor de andere, alsof ik op een pelgrimstocht ben. Ik heb een vermoeden van mijn einddoel, maar wil er niet over nadenken. Ik wil het ondergaan.

De Amsterdamsestraatweg is nog net zo lang als ik me herinner. Sommige winkels en café’s herken ik, hoewel ik er nooit binnen ben geweest. De rest lijkt nieuw. Net als toen zie ik een aantal zaken met namen in “slangetjestaal”, zoals wij het Arabisch schrift noemden. Gejat uit ‘De familie Doorzon’, weet ik nog. De slangetjestaal begint overal te overheersen. Ik zie – en hoor - op hun wielen trillende auto’s met veel spoilers dof ritmisch dreunend en hip-housend wachten op het moment dat ze mogen doorrijden, natuurlijk met piepende banden. Alsof ze naast benzine ook testosteron zuipen. Grafitti is hier de normale straattaal. Omgevallen kliko’s braken verstild de overblijfselen van warme en liefdevolle gezinsdiners uit over het trottoir. Iedereen loopt ze voorbij. Ik ben de enige die hun schoonheid ziet.

c1669fd9fec0c25cf5be12ca72183739_medium.

Voordat ik het door heb begrijp ik waarom ik juist deze zijstraat kies. Een automatisme van twintig jaar geleden. Ik zie het raam op de tweede verdieping. Zij woonde er ooit. Mijn eerste vriendinnetje in Utrecht. Janneke. Waarschijnlijk nu getrouwd, met drie kinderen en helemaal uitgezakt. Haar hospita, een lief oud mensje met een zacht, goudeerlijk moederlijk karakter, zal niet meer onder de levenden zijn. Gert had een hekel aan Janneke. Hij vond geen van mijn vriendinnetjes goed genoeg. Saaie burgertrutjes met voorspelbare studies, standaard dromen en visioenen en gekloonde meningen. Makkelijke en veilige keuzes. Soms had hij gelijk.
“Een purist zonder drive. Levend met je poot op het rempedaal”, hoor ik hem smalend zeggen. “Als straks de hele wereld om je heen verdort en verrot, kom jij er achter dat jij nooit gebloeid hebt. Terwijl je zo veel potentie hebt, jongen.” Op mijn tegenwerping dat hij mij niet als spiegel moest gebruiken, haalde hij grinnikend een kromgetrokken metalen dienblad onder zijn bed vandaan. Zijn beeltenis was vervormd.
“Laten we afspreken dat wij elkaars lachspiegel zijn. En laten we daar vooral even op drinken!”

Karin is nu in Amsterdam, bij een oud-collega, die ze coacht bij haar proefschrift. Zij was nooit standaard en voorspelbaar. We werden dromerig als ze haar onbegrijpelijke fysicataal uitkraamde. Haar dromen en visioenen waren onnavolgbaar.
“Planck-temperatuur? Wat is dat dan weer?”, vraag ik.  
“Jongetje”, zegt ze plagend, ”dat is de hoogst denkbare temperatuur in ons universum.”
“Hoeveel miljard graden is dat dan?”, vraagt Gert. Ze begint te schaterlachen.
“Miljard? Da’s tien tot de macht negen. Ik praat over tien tot de macht tweeëndertig!”
“En waar heb je zo’n temperatuur dan?”, is mijn vraag.
“Niet waar, maar wanneer”, mijmert ze. “Vlak na de Big Bang. Tien tot de min drieënveertigste van een seconde. Toen alle natuurkrachten één perfecte symmetrie en harmonie vormden.”
“En toen koelde alles af en de symmetrie en de harmonie werd verbroken. Het universum is al vanaf het begin in verval”, zegt Gert. “Zie je, ik heb wel wat van je opgestoken!”
“Zo zou je het kunnen zien, als je het wel heel simpel benadert”, lacht ze. “Maar kijk dan eens wat dat verval heeft opgeleverd. Licht, straling, materie, sterren, planeten, leven zelf.”
“Pure schoonheid, geboren uit verval”, mijmer ik. Ze geeft me een schouderklopje.
“Jij snapt het, Henkie!”
“Grappige hobby voor een christelijk meisje”, zegt Gert plagend. Karin steekt haar tong uit.
“Ach joh, ik ben al heel lang voorbij het 17e Eeuwse idee van God als Perfecte Klokmaker. De 21e Eeuw staat voor de deur. Mijn God is de Ultieme Programmeur, en ik heb het voorrecht om in Zijn aantekeningen te mogen gluren.”
"Dit onderzoek jij dus?", vraag ik. "Dit kan jij allemaal berekenen en beredeneren? Tot bijna bij het allereerste begin van alles? En dat haal jij allemaal uit metingen en die ingewikkelde formules? Schoonheid door verval en schoonheid in verval. Allemaal gepland.” Ze knikt. Steeds vrolijker, met een lichte zweem van trots.
“Henk en ik hoeven maar in de spiegel te kijken en we weten dat het waar is”, zegt Gert.
“Wat ben je toch een lekkere eikel!”, roept Karin, terwijl ze hem een blikje Heineken toewerpt.

Het begint te motregenen. Ik zet mezelf weer in beweging. Aan de overkant van de straat staat een man onder de lantaarn. Hoed op, een beige regenjas aan. Hij kijkt me aan en groet me door zijn hoed af te nemen. Hij steekt over. Ik vloek binnensmonds als ik zie wie het is.

 

Zin in het vervolg? Klikt u maar even hier.

Reacties (31) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ach, de titel is werkelijk goedgekozen. Het verval is overal.

Je beschrijft uitmuntend hoe hij naar de wereld kijkt. Hoedje af, meneer, hier kan ik nog wat van leren.
En de dialoog tussen Karin, Gert en Henk, bevestigt het thema, maar dan op een tegenovergestelde wijze dan de huidige gedachten van Henk.
Terwijl Henk door de donkere en vervallen onderwereld van Amsterdam doolt en zich treurig en gelaten uitlaat over de toenemende smerigheid, beschrijft hij het samen met Karin als de oorzaak van het leven.
Dus het heden kijkt met een triestige blik naar het verval, terwijl het verleden (de gouden tijdperken van weleer...) er juist positief naar kijkt.
Dat vind ik belangrijk, want het thema, voor zover ik kan inschatten, is het verval en jouw verhaal bestaat uit het heden en verleden.

Goed dan nu de kritiek. Maar het zijn kleine details. :)

Mijn beeld is vervormd, ik ben vervormd.

Ik vind dat je jezelf hier teveel herhaalt. Alleen 'ik ben vervormd' lijkt me krachtiger. (Trouwens, mooie terugblik daarvan op Gerts vervormende lachspiegel!)

Iedereen loopt ze voorbij. Ik ben de enige die hun schoonheid ziet.

Die laatste zin vind ik niet passen bij Henk. Is het niet beter om 'schoonheid' te vervangen door 'lelijkheid'? Want, misschien interpreteer ik nu verkeerd, ik vond niet bepaald dat hij het verval schoon vond. Zeker, hij let erop, maar het leek mij eerder dat hij de verloren schoonheid beweende. (Of dit is nu mijn dramatische karakter in overdrijving)
Lelijkheid zien terwijl de anderen er voorbij gaan, is een mooier beeld.

En dan een vraag:
Ik heb een vermoeden, maar wat zijn de bootjes van Die Rote Brücke?

Ik ben morgen weer op afspraak. Ik moet en zal weten wie de man in de regenjas is...

Je hebt trouwens een nieuw deel geschreven. Motiveer ik je soms? :)
U is Vlaming, dus het feit dat u Utrecht en Amsterdam verwisselt, het is u vergeven! :-D

Lelijkheid kan schoonheid worden door obsessie. Die obsessie moet ik nog uitwerken, maar die is belangrijk. Vooral de oorzaken... ;-)

Over het "vervormd", ik ga er over nadenken. Het heeft nu indd iets melodramatisch.

Die Rote Brücke, zo noemden Duitse zakenmannen een van de bruggen over de Vecht, waar een flink aantal prostitutiebootjes aangemeerd lagen. Volgens mij vermoedde je al zoiets...

Ik vind jouw interpretatie van die dialoog trouwens een hele mooie. een scherpe ook. :-)

Deel zes is een voorlopig deel, omdat ik niet weet of ik het zo wil doen. Kom je morgen zelf wel achter.

Elke inhoudelijke feedback stimuleert me, dus zeg maar 'Ja'. Een helaas vertrokken schrijfster inspireerde me ook met haar feedback, en laten we ook je zusje niet uitvlakken! :-)

Amsterdamsestraatweg, Karin in Amsterdam en geen woord over Utrecht, wat had ik dan moeten denken als Vlaming, inderdaad? :)

'Lelijkheid kan schoonheid worden door obsessie.'
Interessant. Maar dat kan ik niet begrijpen. Lelijkheid is lelijkheid, hoe geobsedeerd je er ook mee bent. Tenzij je het hebt over de schone van het lelijke... dat zegt iets interessants over Henk. Waarom geniet hij van lelijkheid? Voelt hij zichzelf lelijk en is het een kwestie van 'soort zoekt soort'?
Wel, dat moet ik nog in de volgende delen ontdekken, neem ik aan. Net als die trauma's. Al voel ik wel iets Vietnamees aankomen.

Jup, dat vermoedde ik inderdaad. Maar ik durfde niet te denken dat Nederland inderdaad zo creatief was op dat gebied. Ik kom tenslotte uit het preutse België. :)

Fijn om te horen dat het jou stimuleert. Het is soms best moeilijk om vertrouwen te hebben in een verhaal.
;-)

Je stelt hele goede vragen! Vietnamees? Traumatisch, vergelijkbaar met een uitzichtloze oorlog? Zou zomaar kunnen. :-)

Ik zou een hele discussie kunnen aangaan over de preutsheid van België (wat ik heel erg vind meevallen - of tegenvallen, afhankelijk van je positie op dat gebied), misschien en andere keer?

Ik zou het niet kunnen, een feuilleton hier publiceren en dan nul of weinig reacties krijgen. Ik heb dat toch nodig om vertrouwen te houden.
Lekkere cliffhanger ;)
Je kiest steeds de juiste woorden.
Ik ben al halverwege deel 6. Zelfs met twee graden koorts ga ik door ;-)
De juiste woorden? I wonder what they are...
Koorts? Ga eens naar bed jij. ;)
Doe ik zo. Laptop op schoot, u kent dat wel. :-)
Braaf, muisgenoot ;)
whaw ... wat kan jij schitterend en beeldend schrijven!
Ik zie het zo voor me!
Dankjewel! Ik ook, ik ken de stad en in het hotel heb ik gewerkt. :-)
Je bent een kei in sfeerschilderingen. Maar ik zoek nog steeds naar de structuur. Dat zal wel opzet zijn trouwens.
Wordt het een 'coming-of-age' novel van de schrijver zelf of wordt het een minutieuze observatie van de maatschappelijke en lichamelijke ondergang van een bijzonder mens? Een tijdsbeeld van de jaren '80 of een beetje van allemaal?

Ik blijf het volgen en zal aan de bel trekken als ik - in deze tristesse van de verloren onschuld - het spoor bijster raak.
Dankjewel! Die steek ik in mijn hoed. Ik vind sfeerschilderingen en emoties het moeilijkst om te schrijven.

Mooie karakteriseringen geef je. Iets van het "drama" en dus de structuur komt in het volgende deel, waar ik nu middenin zit.
Heerlijk verhaal, ik blijf her volgen
Fijn! Ik de jouwe ook. Maar jij schrijft sneller... ;-)
Writersblock overwonnen? Het blijft een sterk verhaal
Yep! Met de hulp van mijn vrienden van De La Soul... ;-)
Mooi vervolg, ik hang nog steeds aan je lippen. Wil heel graag weten wie Henk herkent heeft...
Morgen, denk ik...:P