Kunstgeschiedenis: prehistorie

Door Gian Salai gepubliceerd op Monday 08 September 19:48

De Prehistorie (30.000 - 2500 voor Christus)

Dit artikel gaat over de kunstgeschiedenis van de prehistorie. Na een algemene inleiding worden de vroegste grotschilderingen behandeld, de eerste beelden van vruchtbaarheidsgodinnen en uiteindelijk het prille begin van de architectuur in de vorm van megalieten en menhirs. 

Inleiding

De prehistorie in de kunstgeschiedenis is de periode waarin mensen nog niet konden schrijven. Rond 120.000 voor Christus verscheen de Homo Sapiens (mensen). Op dat moment leefden op de aarde mammoeten, neushoorns, aurochs, sabeltandtijders, bizons, paarden en herten. Deze eerste mensen leefden als jagers en verzamelaars. Over deze mensen weten we niet veel omdat ze geen kunst of permanente nederzettingen hebben achtergelaten.

De vroegste kunst ontstond in het paleoliticum of de oude steentijd (40.000 - 8000 voor Christus). In de oude steentijd leefden de mensen van jagen en verzamelen. Ze schilderden dieren op rotswanden en maakten menselijke en dierlijke vormen in steen. De kunst lijkt deel uit te maken van allerlei rituelen die moesten helpen bij de jacht. Door deze kunst weten we nu hoe de mammoeten, neushoorns en aurochs er uit zagen.
In de nieuwe steentijd leefden mensen ook van de landbouw, hadden ze betere stenen gereedschappen, gedomesticeerde dieren en vaste nederzettingen. De schilderkunst werd minder in deze tijd. Daar staat tegenover dat de architectuur op kwam.

Grotkunst

De prehistorische kunstenaars verborgen hun grotkunst goed. Pas in 1879 werd de eerste grotkunst ontdekt (in Altamira in Spanje). In 1940 werd in Lascaux in de Dordogne in Frankrijk de tweede grot ontdekt. In eerste instantie werd gedacht dat de grotkunst een soort magie was ten behoeve van de jacht. De jacht was de belangrijkste taak van de prehistorische mens. Veel grotkunst bevat ook dieren. Zoals de lange grotwand in Lascaux, die bekend staat als de zaal van de stier. 
47fdf88c98b8a8af956d45be473be45c_medium.

Later ontdekten onderzoekers iets vreemds: de dieren die door de mensen gegeten werden, werden het minst vaak getekend. Juist panters, leeuwen en hyena's, die niet werden gegeten en waarop moeilijk kon worden gejaagd werden afgebeeld. Onderzoekers moesten hun theorie bijstellen. Veel jager-verzamelaarsgemeenschappen praktiseren sjamanenmagie. De nieuwe theorie is er op gebaseerd dat ook de prehistorische jagers-verzamelaars deze sjamanenmagie praktiseerden. Een Sjamaan is iemand die in de toekomst kan kijken en soms ook een kunstenaar. De Sjamaan kon naar de spirituele wereld gaan en daar met de zielen van dieren communiceren. Hij kon ook van de dieren leren hoe hij onevenwichtigheden in de natuur kon herstellen. Het vermoeden bestaat dat sommige Sjamanen hierbij hallucionerende middelen gebruikten. Dus zijn de grotschilderingen de eerste psychedelische kunst van de wereld? De "Man met vogelkop met bizon en neushoorn" uit Lascaux is hier een goed voorbeeld van: In eerste instantie lijkt het een "gewone" jachtscene: speren in een bizon (inclusief ingewanden die eruit komen), maar waarom de man met de vogelkop en de vogel op een totempaal?
9fb1f0ed018791cae752694fbe8932c2_medium. 

Vruchtbaarheidsgodinnen

In de prehistorie onstond naast schilderkunst ook beeldhouwkunst. Dit waren veelal kleine beeldjes of reliëfs (waarbij de omtrek in hout of steen wordt aangebracht en de achtergrond wordt weggehaald). 
Het bekendste beeldje uit die tijd is de Venus van Willendorf (genoemd naar de vindplaats Willendorf in Oostenrijk). Waarschijnlijk was dit kalkstenen vrouwtje een vruchtbaarheidssymbool. Een idealisering van de vrouwelijkheid, geen realistisch beeld. Alle vrouwelijke geslachtskenmerken zijn overdreven weergegeven: volle borsten, dikke buik, venusheuvel, dijen en billen. De kunstenaar besteedde weinig aandacht aan andere elementen: armen en benen lijken een bijzaak en de vrouw heeft geen gezicht.
4de01c16a061ef247017947002dd06fe_medium.

Er zijn veel soortgelijke beeldjes gevonden over de hele wereld. Omdat de vrouw zo dik is (de jagers-verzamelaars uit de prehistorie waren waarschijnlijk nooit dik) zou het behalve een vruchtbaarheidssymbool ook een symbool zijn voor veiligheid en succes (welvaart). De term "venus" dient puur als verzamelnaam voor dit soort beeldjes uit de prehistorie. 

Neolithische architectuur: megalieten en menhirs.

Naarmate het land warmer werd, kon de mens landbouw bedrijven, dieren domesticeren, zijn stenen gereedschappen verbeteren en permanente nederzettingen bouwen. We noemen deze periode de nieuwe steentijd of het neolithicum. Tijdens de nieuwe steentijd verbeterde de mens als architect en ging permanente constructies bouwen. 
Een van de oudste neolithische nederzettingen is in Çatalhöyük, Anatolië (6500-5650 voor Christus). Ze bouwden rechthoekige huizen van lemen bakstenen met deuren in het dak (ze klommen vanaf het dak hun huis in). Elk huis had een (roodgeschilderd) platform dat kon dienen als tafel, werkbank, bed en baar. Verder maakten ze textiel, manden en eenvoudige potten. Er zijn schilderingen, met lijntekeningen van jagende figuren, in de huizen gevonden, evenals beeldhouwwerkjes van vrouwen, waarschijnlijk vruchtbaarheidsgodinnen of aardemoeders (ala de Venus van Willendorf).
e0b1d429e3c8d1301fe3409bb94a368b_medium.

Een latere neolithische gemeenschap (3000 voor Christus) onstond in Skara Brae (Orkney- eilanden Schotland). Hier hadden de huizen een haard, stenen opslagtanks (waarschijnlijk voor vis) en ingebouwde stenen meubels (bedden, stoelen, tafels en schappen). De enige kunst van de Skara Brae kennen we in de vorm van eenvoudige decoraties  op aardewerken potten en stenen bedden. 
3c8f38e0bf53badac0a602563e40f345_medium.

Megalieten zijn een mysterieus voorbeeld van neolithische architectuur. De megalithische constructies komen in Bretagne en Engeland voor en zijn zowel eenvoudige als complexe arrangementen van stenen. Sommige lijken meer op openluchttempels en andere meer op begraafplaatsen. Het postlateisysteem wordt veel gebruikt als graven voor één of meerdere personen. De posten zijn de rechtopstaande stenen en de latei is de horizontale liggende. Menhirs zijn alleenstaande megalieten. In Bretagne en West-Frankrijk vind je er heel veel (gebouwd tussen 4250 en 3750 voor Christus) in twee formatievormen: cirkelpatronen (cromlechs) en begraafplaastsachtige rijen (linies). Men denkt dat het hierbij ging om astronomische observatieplaatsen en locaties voor zonaanbidding. De grootste is in Carnac, Bretagne. 
343e6679198542a638dbd6bfff36d9c5_medium.

De steencirkel van Stonehenge, Salisbury in Engeland, is de grootste megalithische contructie. Gebouwd tussen 2550 en 1600 voor Christus. Men dacht ooit dat het ging om een druïdentempel, maar nu denken we dat het gaat om een complex waarmee zonnewenden en zonsverduisteringen konden worden voorspeld. Het zijn concentrische cirkels en ronde vormen: een hoefijzervorm van vijf sets van grijze zandstenen groepen in een postlateisysteem en een buitencirkel van grijze zandstenen van ruim zes meter hoog (sarenstenen), met lateistenen erop. De stenen zijn met elkaar verbonden door middel van een pen-gatverbinding. 
09ec7a6a60c719c69accd8ec6e99220a_medium.

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.