Een verdoofd leven in verval (4)

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Saturday 06 September 20:08

Een vervolgverhaal dat steeds meer structuur begint te krijgen in mijn hoofd. Ik wilde even een pauze inlassen, maar het blijft stromen. Dus blijf ik schrijven.

 

Vorige deel gemist? Dat vind je hier.
Beginnen bij het begin? Dat kan hier.

 

Vierde deel

 

I don't want no tombstone above my head
And I don't want no pinebox for my bed
And I don't want anyone to say I'm dead

(Chi Coltrane - Go like Elijah)

 

Dodenmasker. De term ken ik en ergens wist ik wat ik kon verwachten. Maar dit niet. Dit beeld wil ik niet in mijn hoofd hebben. De grauwe ingevallen wangen die zijn gezicht strenger maken dan het ooit is geweest. De vermoeidheid en zwartgalligheid die zijn mond lijkt uit te stralen. Het beschuldigende fanatisme van een hel en verdoemenis predikende ouderling in plaats van de vrolijke hedonistische aap die hij altijd was.
"Ik heb niet om dit leven gevraagd. Maar nu ik er eenmaal ben, ga ik er ook een feestje van maken. Verantwoordelijkheid en serieus je plicht doen, dat is voor de dommen onder ons. Ik ga elke dag fluitend opstaan, zelfs als ik een kater van hier tot Tokio heb. En als ik de pijp uit ga, drink een vat bier op mijn kosten. Het leven is een spel en ik heb schijt aan de spelregels." 
En daar ligt hij dan, in een driedelig pak dat ik niet ken, met een stropdas die hij altijd obstinaat weigerde te dragen. Hij is het echt, maar ik mis zijn essentie. Dit is niet meer dan een verkeerd begrepen omhulsel. Een bouwpakket, fout in elkaar geflanst door iemand die te beroerd was om de handleiding te raadplegen.
Karin snikt en knijpt in mijn hand. De brok in mijn keel, de worgende greep om mijn hart, ze weigeren zich te vertalen in tranen. Ik staar, doodstil, maar uiteindelijk draai ik me om. 
"Kom, we gaan alvast naar de zaal", zegt ze. Langzaam lopen we door de gang. Gezichten passeren ons. Vele herken ik. Een groot deel bijt op de lippen en kijkt weg als ze me zien. Een aantal trekt de wenkbrauwen op en lacht me vriendelijk toe. Sommigen schudden me de hand en mompelen iets onverstaanbaars, iets troostend. Ik luister niet. Ik voel alleen Karin's hand in de mijne. 

De dienst is begonnen en zijn kist staat op het altaar. Ik ga er maar van uit dat hij er in ligt. Het zweet breekt me uit en mijn hoofdhuid jeukt. Het ontgaat me volkomen, wat een priester hier te zoeken heeft. Het voelt alsof ik op de set van een vreemde film sta en een rol figureer die ik ter plekke zelf moet invullen. Karin moet het gezien hebben. 
"Denk je dat hij het zijn ouders gegund zou hebben, dat zij nu afscheid kunnen nemen op hun eigen manier? Omdat zij die troost nodig hebben?" Ik slik en knik langzaam. Haar woorden maken me rustiger. Er wordt gebeden. Karin bidt uiteraard mee. Ze weet dat ik het niet kan. Ze heeft haar gevouwen handen op mijn rechterhand gelegd. Alsof ik zo toch meedoe, of mee ontvang.

De toespraken beginnen. Bij elke toespraak voel ik van alle kanten priemende en beschuldigende ogen richting mij. Ik voel niets bij de woorden die ik hoor. Schetsen en herinneringen van jeugdvrienden, een ex-collega en zelfs een oud-buurman van een jaar of acht geleden. Ik ken de goede man niet. Dan zie ik een donkerharige jongeman het podium betreden. De tranen biggelen over mijn wangen. Want zijn jongere broer, Steven, die ken ik maar al te goed. Het lijkt alsof hij me de hele tijd aankijkt, of zijn woorden speciaal aan mij gericht zijn. Karin knijpt in mijn trillende handen, de hele tijd. Dan is zij aan de beurt. Heel gedecideerd, met de flair en ervaring van de jonge professor die ze ook is. Een gedicht van Beaudelaire, een gedicht van Rilke. En, hoe kan het ook anders, een lang citaat van haar persoonlijke held, Carl Sagan. De zaal is doodstil en alle ogen volgen haar als ze snikkend naast me plaats neemt. Voor het eerst zijn de blikken van de anderen warm.

87fa7123b6264253c4b803db8bf62736_medium.

Als de zaal bijna leeg is, staat Steven ineens voor me. Hij schudt zijn hoofd en probeert, tevergeefs, zijn tranen te bedwingen.
"Het spijt me zo, Henk. Ik heb echt stampij moeten maken, daarom was jouw uitnodiging ook zo laat. Maar jij had op het podium gehoord. Jij zeker. Jij was verdorie jaren zijn beste vriend. Hij heeft nog naar je gevraagd, zijn laatste avond." Ik weet niet wat ik moet zeggen. Mijn lippen trillen ongecontroleerd. Steven duwt een kaartje in mijn handen.
"Bel me. Deze week nog. Ik heb het keihard nodig, met je bijpraten. Jij volgens mij ook." Ik staar hem onbeweeglijk aan. Langzaam knik ik. Ik zie dat Karin dat ook doet. Alsof ze goedkeuring geeft, alsof ze deze scène gepland heeft en nu ziet dat het overtuigend gespeeld is. Steven wil zich omdraaien, bedenkt zich en grijpt me in een mannenomhelzing. Een minuut lang houden we elkaar stevig beet en slaan met de vlakke hand op elkaars rug. Als Steven me los laat, kijkt hij Karin aan en zegt: "Hij hield zielsveel van je. Je hebt echt geen idee hoe veel." Karin en ik verlaten beiden met betraande wangen de zaal.

Het is een aardedonker bruin kroegje waar we tegenover elkaar zitten, zwijgend, met onze halfvolle glazen rosé voor ons. Die laatste woorden hebben hun nagalm nog niet verloren. Uiteindelijk is zij het die de stilte verbreekt. Ze pakt mijn linkerhand en streelt hem zachtjes. 
"Eigenlijk hielden we allemaal erg veel van elkaar, niet?" Ik glimlach en beaam het.
"En toch", zegt ze terwijl een ondeugend lachje verschijnt, "Ik heb bij jou wel eens getwijfeld." Ik kijk haar vragend aan. Ze lacht breeduit.
"Ik heb het zelfs een keer kenbaar gemaakt. Verrekte duidelijk, als ik me goed herinner!" Ik heb geen idee waarover ze het heeft, maar nu ze in stilte zo hard in zichzelf lacht, snap ik het.
"Ach nee toch, je bedoelt toch niet díe avond!?" Beiden lachen we nu voluit, twee mensen die zich een ooit schaamtevolle jeugdzonde herinneren, waar alle schaamte al lang vervangen is door puur plezier. Haar gezicht wordt ernstig, ze pakt nu ook mijn andere hand en zegt heel warm: "Waarom is het tussen ons er nooit van gekomen?" 
Ik slik. "Had je dat gewild dan?" Haar zwijgen maakt voor mij duidelijk dat ze het niet weet. 
"Wat had het toegevoegd?", vraag ik.
"Een mooie herinnering?" Ze knipoogt en sluit haar ogen.
"En welke herinneringen had je dan moeten opofferen?" 
Ze kijkt me indringend aan, knijpt in mijn handen en knikt. "Nog altijd de purist. Ik ga je maar gelijk geven. Voor deze ene keer dan!" 
Minuten lang blijven we zo zitten. Onze handen verstrengeld, de hele wereld om ons heen vervaagd. Alleen onze ogen hebben substantie. En onze herinneringen. We glijden er samen in weg.

Ze woonde niet meer in mijn huis, maar ineens staat ze in mijn kamer. Stomdronken, of katjelam, zoals we het toen noemden. Of ze kan blijven slapen. Ik moet haar tanden poetsen, zelf is ze er niet meer toe in staat. Als het mijn beurt is, blijft ze tegen me aan leunen. Geërgerd zet ik haar apart, met de rug tegen een kastdeur. Langzaam zakt ze in slappe lach onderuit. Ik grinnik mee. Ik geef haar een lang t-shirt. Helemaal verzonken in haar eigen dronken gedachten kleedt ze zich uit. Ik moet wat wegslikken als ik zie wat een ongelooflijk goddelijk mooi lichaam ze heeft. Het beeld brandt gewoon. En zij is zich nergens van bewust. Als we naast elkaar in bed liggen voel ik haar handen die mijn rug en billen betasten en langzaam naar voren kruipen. Ik duw ze weg en maak een opmerking over haar alcoholkegel van hier tot Kaapstad.
Ze mept me niet al te hard in mijn gezicht en draait zich pruilend en verongelijkt om, met haar rug naar me toegekeerd.
"Jij houdt niet meer van me." Het klinkt verdrietig, met de intonatie van een klein kind.
"Juist wel. Daarom." 
"Ik heb gewoon ontzettend veel behoefte aan liefde en tederheid. Weet je Henk, echt, ik voel me kut!" 
Normaal zou ik dan zeggen "Haal dan die hand uit je broek." Maar op dit moment zou dat totaal nergens op slaan en helemaal misplaatst zijn. 
"Tederheid, dat kan je van me krijgen." Ik speel zachtjes met haar mooie blonde lokken, draai er krulletjes van en streel haar oorlel. Ze slaakt een diepe zucht, kreunt zachtjes en heel tevreden en vlijt zich tegen me aan. Ik blijf haar haren strelen en na twee zuchten hoor ik aan het ritme van haar adem dat ze op reis is naar verre oorden.

 

Vervolg? Staat al online, en wel hier.

Reacties (28) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het beste deel tot nu toe. Zelfs in die mate dat ik voorlopig geen kritiek kan geven. (Nogal slecht voor mijn reputatie van kritische lezer. :) )

De emoties in de zaal, de reactie van andere mensen op Henk, Karin en Steven, het pakt mij toch wel wat aan. En ja, ik herken je ergens wat in Henk.

Het napraten toont goed dat er heel wat tussen die twee heeft gespeeld, zoals in de flashback duidelijk wordt.

Heel mooi: "Juist wel. Daarom." Hier lees ik een belangrijk aspect van Henk.

Ja, het is een uitstekende, emotionele sfeerbeschrijving. Zeker hoe Henk naar het dode lichaam kijkt en het vergelijkt met de echte Gert.
Er zit wat van mij in Karin, in Gert en in Henk. :-)
Voor de rest heb ik per persoon toch minimaal twee personen erdoor heen gemengd.

De scène in het begin, zelf meegemaakt in 2005. De flashback ook, maardan net ietsje anders. ;-)
Karin is de cruciale persoon die ik wel moest verzinnen om dit verhaal een richting te geven.
Eens kijken. Jouw intelligentie heeft Karin (althans toch over natuurkunde). Gert heeft jouw vrolijke branieachtige aard van niemand-doet-me-wat en de zorgeloze kijk op het leven.
En Henk heeft jouw zachte sentimentaliteit, een verstopte gevoeligheid voor mensen en een oprechte aard plus een zekere verlegenheid bij de meisjes.
(Dat en hij is atheïst, ook. :) )
Heb ik de puzzel een beetje goed?

Er is een Engelse spreuk die zegt, ik ken het niet van buiten, dat een schrijver geen een persoon is. Hij is een heleboel personen die trachten een mens te zijn. :)

Dit verhaal zonder Karin...ik kan het me nu al niet voorstellen.
Er klopt wel iets van wat je zegt. ;-)

Gert is vooral erg gebaseerd op een overleden vriend die eigenlijk zo gek als een deur was, op positieve manier dan.

Henk heeft veel van mij, maar gelukkig maar ten dele (wordt nog wel duidelijk)

Eigenlijk weet ik heel weinig van natuurkunde; het interesseert me gewoon. :-)
'Het interesseert me gewoon. :-)'

...dan zeg ik dat verhalen mij gewoon interesseren, als we toch onderdrijvingen gaan gebruiken. :)

Ik zat er precies bij in de zaal, voelde de stilte en zag ogen haar volgden
Heel mooi beschreven.
Ik zit helemaal in het verhaal
Ik ben er zelf eventjes uit. Komt wel weer goed. Misschien morgen of overmorgen...
Ingrid heeft gelijk, je bent goed in het beschrijven van emoties. Wat mij best intrigeert is de relaties tussen de verschillende personen in het verhaal en de mate waarin zij verandert zijn in de verschillende fases. Maar ik heb geduld. ;)
Dankjewel! :-)
Daar gaat het hele verhaal om draaien, op dit moment zit ik even in een "crisis van te veel mogelijkheden".
Ik kom er wel uit... ;-)
Je bent goed in emoties beschrijven maar dat wisten we al :-)
Dankjewel! Dat vind ik nou net het moeilijkst, emoties beschrijven
Vooral doorgaan, ik blijf het zeker lezen.
Ik neem even een paar dagen pauze, denk ik. Ik loop nu tegen het gebrek aan structuur in het verhaal aan.
Als je de 'schwung' eenmaal hebt, moet je die proberen vast te houden, want dat voelt heerlijk, creatief en je zult zien, straks, als je het hebt laten bezinken, zie je veel beter hoe goed het is...
Het wordt zeker wel wat...fijne stijl, mooie details
Ik had niet verwacht dat ik in een week tijd vier afleveringen had kunnen schrijven.
Ik zeg niets over Karin...;-)
Wat een indrukwekkende dienst was dat...waarom mocht Henk niet praten...hmmm...spannend!
Ach ja, die Karin, de een mag haar, de ander vertrouwt haar voor geen meter. ;-)
Het kwam vandaag in me op, de reden moet ik nog verzinnen, maar er moet dus wel wat aan de hand zijn geweest.

Jaaaaaaaa dat is niet mis wat Henk op z'n geweten heeft.
Zou me toch niet verbazen als Karin de aanstichtster was van het hele rotte complot...He...Doe ik het toch!
Vrouwen onder elkaar.... :-)
Ik kan flink wat complotjes bedenken,misschien lijk ik wel op Karin.Oh My God!