Ik bezoek daarom sporadisch nog wel eens een kerkdienst (deel 2)

Door Fredvanderwal gepubliceerd op Wednesday 13 August 15:00

Ik bezoek daarom sporadisch nog wel eens een kerkdienst (deel 2)

En dan stoot ik weer in mijne dalles en merode mijn buurman c.q. buurvrouw ruw aan en trek op ontwape nende manier met een schijnheilige glimlach altijd weer mijn onweerstaanbare geheime wapen; een rol King pepermunt zuigtabletten in de originele donkerblauwe verpakking wat een frisse kijk op de dingen des levens geeft in plaats van de misselijk maken de rol Frujetta, mierzoete, roze, op vlakgommetjes gelijkende, alleen al door de kleurstof kanker verwekkende vierkante snoepjes, veelvuldig aangetroffen in de kleverige zakken van pedofielen en onder gluiperige ouwelslikkers van de Roomse kerk populair om de lucht van wierook en uit wasemende ongewassen patertjes met lulbroei te verdrijven.

Daar komt dominee, die rechtschapen man.

En horen wij weer wat een schorum wij eigenlijk zijn in het diepst van onze gedachten. Nadat een ieder twee uur lang aan één stuk verbaal figuurlijk rechtstandig de grond is in geheid door de voorganger, word ik tijdens de koffie in de consistorie kamer om bij te komen altijd weer uitgenodigd vanwege mijn sympatieke voor komen bij de mensen thuis in de eigen leefomgeving waar het op zondag goed toeven is in de opkamer te Schubbekuttenijeveen en het zo zwaar naar kamfer ruikt.

Dan ga ik met zo’n uitgebreide griffermeerde familie mee in de oto van Ome Murk of Oomzegger Lubbert van Gortel, hetzij achternicht Liekele, die maar één nier en een halve long heeft, maar toch zijn lul niet met pissen alleen heeft versleten, want stel je voor dat er geen naaktgeslacht was gekomen, naar zo’n kraakheldere boeren behuizing waar een electronisch orgel met wel zes klavieren uit de jaren zestig, de hele salon met het bloemetjes behang in beslag neemt, want we zullen weten dat we de Heer moeten loven en prijzen, ja, dan blijft er weinig ruimte over voor de nederige aardbewoner, niet waar.

En hoe Ome Harry en tante Alice dan samen quatre mains spelen uit het liedboek -alle Menschen en trutten werden Brüder-  en hoe zij onderdehand de alt blokfluit van een anderhalve meter, die via een ingenieuze constructie van een klerenhanger om haar  hals het vrij hangende blaas insturment gefixeerd aan haar lippen houdt is toch echt een Godswonder boven wonder.

Wel vreeemd hoe slecht zij zich kleed als vrouw vana chter in de zestig in een versleten jeans jak van de Zeeman op Dondal Duck schoenen en een veel te wijde witte broehaha broek onder de donkerblauwe schipperstrui met rits. Haar eigele zeiljopper en zwaar bemoste pet hangen in de consistoriekamer op een haakje.

 

En dan snuif ik weer de vertrouwde geur van boenwas en Sunlight weer op, gemixed met de ontsmettende chlorophyllucht, uitwasemend van uit een hatelijk uitgestoken groene, vilten tong die een decimeter uit een groene fles “Air Wick” steekt, terwijl dichte gaswolken zich verbreiden uit de bij elkaar geknepen bilpartijen, geuren die je naar je strot doen grijpen, ja, dan moet ik een brok weg slikken, want dan denk ik weer aan de fijn gereformeerde familie Kneuterdom van het Mariotteplein te Amsterdam met dat lekke traporgel (waar boven dat eigenhandig met een soldeerbout ingebrande geverniste peren houten schildje met de tekst ”Looft den Heer, keer op keer, op een orgel van Johannes de Heer”), die eerbiedig de psalmenpomp werd genoemd. Het afgodsbeeld der griffermeerden.

Al mijmerend stak ik dan meestal een Golden Fiction op of een Lucky Strike.

Dan zie ik weer haar tyrannieke vader., de Kneut, die zwaar brillende vertegenwoordiger van mierzoete limonade siropen van de CPN Tik & Prik fabrieken onder de verschroeide stof van de eigenhandig in de twintiger jaren kunstig gefiguurzaagde lamp, die vroeg kalende verneukeratieve kristelijke karpatenkankerkop zitten, voorover geboven aan de tafel die midden in de kamer is gezet boven dagblad Trouw waaromheen het eerlijk eikenhouten brons groene klop-klop-klop Oisterwijk meubilair.

De beperkte ruimte vol gepropt met tafels met gehaakte witte kleden, hier en daar zijn er door gestoei en de tand des tijds wat gaten in gevallen en bevlekt, maar dat geeft niks want daar staan de reusachtige oorstoelen en enorme crapauds met antimakassars waar de dochter des huizes, de wulpse Alice voor de suizende gas kachel breed uit zat en hoe zij dan uren lang met hoogrode konen vertelde hoe zij op het nippertje haar aan tekening nuttige handwerken haalde op de gereformeerde kweekschool, maar voor sokken stoppen en kaart weven uiteindelijk niet in de wieg was gelegd. Tenminste zes kinderen wilde ze op d’aardkloot zetten. Gaat henen en vermenigvuldig u! De grootete hobby van papen en greformeerden is altijd kinderen fokken geweest. Hoe gereformeerder, hoe geiler.

Wat haar ogen zien maakten haar handen altoos klip en klaar en dat heb ik enkele jaren persoonlijk aan den lijve gevoeld. 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.