Ik bezoek nog wel eens een kerkdienst (deel 1)

Door Fredvanderwal gepubliceerd op Wednesday 13 August 14:54

Ik bezoek daarom sporadisch nog wel eens een kerkdienst als ongelovige hond die volgens mijn gereformeerde voorvaad'ren ter helle vaart. Niet te vaak anders raak je er aan verslaafd. Bij voorkeur op de Veluwe of Urk, bij een stijl gereformeerde gemeente, bij voorbeeld ‘De Gekrookte Rieters’ en man, man, man…dat is zó geweldig, die binnevetters hebben zó’n grote boodschap in hun Volendammer palingbroek, dat ruik je van kilometers ver en dan geniet ik weer van de brede, machtige klanken op hele noten uit het pompen de pijporgel op orkaankracht, dan weet ik weer; vader is thuis, terug van effe weg geweest en wil niet meer weg.
Hier moeten we wezen! 
En die theologische visie dien ik niet te verwerpen met het hele calvinisme, dat bolwerk van antisemitisme, burgermansfatsoen en bewierrookte kapitalisme, want zelf heb ik ook wel iets van een stoege calvinist met mijn ijskoude klamme jatten maar dan wel met een verneukeratief uitgestreken pastoorssmoel, zo’n tiepe dat net een koorknaapje anaal heeft genomen en nog na ligt te lillen, naar men zegt in anti papistische kringen rond die buiten producer van de E.O. de Heer H. doctorandus van S. te Zuidhorn. 
Dan ga je daar in je zwarte pak met gesloten hoge boord boven je glad geschoren tieten met de beide gouden tepelringen pas gepoetst met koperpoets naar zo’n prachtig kerkje met helder wit gestuukte wanden en dan, ja, dan weet je, hier zal nimmer gelachen worden en dat is goed, héél goed. 
Je trekt een pijnlijk, strak griffermeerd, bleek smoelwerk, niet vanwege het geloof maar dankzij het net iets te strak aangetrokken zwart leren riempje van je nieuwe cockring en weet dat je ballen nog voor de eerste collec te diepblauw zullen kleuren en als je niet gauw de zaak ontgrendelt ook nog afsterven. 
Al gauw vergeet je je eigen sores, want wat zien ik?
Dan ontwaar je in het held’re ochtendlicht in de opening van de loodzware eikenhouten kerkdeuren de drom men nevelige zware, boertige, ongewassen schijngestalten, nog vol bruine bonen, zijden spek, heren baai en de genever van zaterdagavond en dat willen we ruiken ook, een Statenbijbel met zulveren sloten en scharnier en in de knokige eeltige knuist geklemd.
De sleutel is al lang geleden verloren gegaan bij het pootroffelen. 
En zit daar rechts voor aan niet de in het zwart geklede kaars rechte gestalte van Ria van de Rivierenbuurt die het toch weer niet laten kan?

De zware eikenhouten deuren staan nog steeds uitnodigend open, de klok zegt van Bim Bam Beieren de kos ter lust geen eieren, wat lust ie dan, kutspek in de pan. 
We zitten tenminste twee uur kaarsrecht op eieren in de klop klop eerlijke eikenhouten banken en een brede baan zonlicht breekt door en valt op het gangpad dat de geur uit ademt van zware klei en knoken. 
De waas begint op te trekken. Witte wieven.
Dat slaat op je keel die lijkengeur en dan gaat het van uche, uche, uche, het stikt hier van de muggen. Oud vlees gaat stinken. Toch zal ik nooit voor een kersvers pruimpje kiezen, maar ook niet op een uitgewoonde ouwe doos of  afgeneukte slet vallen met mijn negotie.
Het slaat op de ogen die lucht van ongewassen, dus ik pink een traan weg, niet omwille van het geloof, maar dankzij de uitwasemende zware dampen van de zure regenjassen en de ongewassen schaamtes, de nimmer uitgedouchte eikels en balzakken van kippenvel als tijdens de donderpreek de griezel over de grazzel trekt bij de toehoorder.
En hoe zij mijn mededogen en compassie opwekken die donkere geklede mannen en vrouwen met de bebaar de brede kaken en de grijze knotjes waar nog net de pothoeden op passen.
Elke make up afwezig want men vaart blind op puur natuur uit de geurige, ongewassen, dampende, korstige mossels.
Daar ga ik altijd met liefde tussen zitten en sla de kraag van mijn Burberry op, want er wordt niet alleen met de geest die in ons allen is krachtdadig gezongen maar ook met de spetters der overtuiging uit de regenachtige bronstige kelen en als je die in je nek krijgt, dat gaat er met geen macro pak  Jif meer uit! 
Robijn fleur en fijn, maar niet heus!
En dan kijken ze je van opzij zo tersluiks eens argwanend aan onder het gebed, rochelen minachtend een roomsgele fluim met groene pit en slierten bloed op het gangpad (dominee, die slappe lul, heeft toch zijn ogen dicht, kan ons wat verrotten), want je bent en blijft een vreemdeling die verdwaald is zeker.
D’r bij horen zul je nimmer, daar zullen ze wel voor zorgen! 

(wordt vervolgd)

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.