Interactieve beleidsvorming, de motieven en voorwaarden

Door Sbruys gepubliceerd op Monday 11 August 17:29

In diverse literatuur wordt aandacht besteed aan motieven of doelstellingen voor een interactieve aanpak in gemeenteland. Veel voorkomende motieven of doelstellingen zijn draagvlakvergroting, inhoudelijke verrijking, versnelling van het beleid, uitbreiding van participatie en democratie, het realiseren van een hoger ambitie niveau, het optimaliseren van de interne organisatie of het verbeteren van het imago. In dit artikel bespreken we deze motieven en de voorwaarde waaraan interactief beleid dient te voldoen.

Motieven voor interactieve beleidsvorming

Draagvlakvergroting
Het onderliggende doel hierbij is door draagvlak te creëren, de uitvoerbaarheid van het beleid te vergroten. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het vergroten van draagvlak een een veel voorkomend motief is om interactieve beleidsvorming toe te passen (o.a. Pröpper en Steenbeek, 1999).

Inhoudelijke verrijking
Het verbeteren van de inhoud van het beleid (doelen, middelen, tijdskeuzen) zodat het beleid slagvaardiger, effectiever, meer responsief of legitiemer wordt (Pröpper, 2009). Hierbij krijgen deelnemende partijen de mogelijkheid om o.a. hun standpunten, ideeën, perspectieven en oplossingsrichtingen te delen en toe te lichten. Op deze manier kunnen er weloverwogen keuzes worden gemaakt.

Verkorten van tijdsduur, dan wel versnelling van het beleid
Door belanghebbenden in een vroeg stadium bij het beleidsproces te betrekken, kan weerstand aan het eind van proces verminderd worden. Hierdoor kunnen maatschappelijke of bestuurlijke problemen in een kortere tijdspanne worden aangepakt.

Uitbreiding van participatie en democratie
Interactieve beleidsvorming kan een positief effect hebben op de betrokkenheid van burgers bij het bestuur. De directe democratie kan versterkt worden doordat burgers actief bijdragen aan publieke zaken (Pröpper, 2009). De volksvertegenwoordiging en het bestuur gaan hierbij ook actief op zoek naar wat er in de samenleving leeft. Op deze manier kunnen beleid en behoeften vanuit de samenleving beter op elkaar afgestemd worden, wat bijdraagt aan de representatieve democratie.

Het realiseren van een hoger ambitieniveau
Het realiseren van meer, beter of sneller beleid doordat ideeën, inzet, tijd en geld worden gebundeld.

Vergroting van het probleemoplossend vermogen van de maatschappij
Een grotere verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven kan bijdragen aan publieke zaken.

Verbeteren interne organisatie
Bij het voeren van interactief beleid met burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en/of andere overheden, is het mogelijk dat tekortkomingen van het interne ambtelijke apparaat boven tafel komen. Dit kunnen zaken zijn als verkokering of gebrekkige interne samenwerking. In het verlengde hiervan kan de organisatie nieuwe impulsen en energie ontvangen vanuit externe partijen. (Klinkers, 2002, pg 16-17) Door van buiten naar binnen te kijken, kan dit een indirecte doelstelling zijn voor het voeren van interactief beleid.

Verbeteren van het imago
Ook het verbeteren van het imago kan worden gezien als een indirect motief of doelstelling. De positieve beeldvorming kan vergroot worden, doordat het publiek interactief beleid of de resultaten ervan toejuicht.
 

Voorwaarden voor interactieve beleidsvorming

De eerder genoemde elementen geven eigenschappen aan die centraal staan bij de totstandkoming van interactieve beleidsvorming. Het toepassen van interactieve beleidsvorming hoeft echter niet per definitie succesvol te zijn. Pröpper en Steenbeek (1999, 2009) noemen een aantal voorwaarden waaraan interactief beleid moet voldoen, om het risico van mislukken zo klein mogelijk te houden. Het ‘inkleuren’ van deze voorwaarden houdt dus in feite een risicoanalyse in; als een of twee voorwaarden ongunstig zijn is het risico op mislukken aanzienlijk.

De kernvoorwaarden voor interactieve beleidsvorming:

Openheid
Naast een centraal element is openheid ook een van belangrijkste kernvoorwaarden van interactieve beleidsvorming. Dit geldt zowel voor het bestuur als voor de participanten. Het bestuur moet bereid zijn werkelijke autonomie af te staan en moet openstaan voor de inbreng van participanten. Hierbij is het van belang dat het zijn invloed deelt en inzicht biedt in het beleidsproces. Participanten moeten op hun beurt bereid zijn hun invloed met het bestuur te delen en inzicht in hun afwegingen te geven. Ook door Edelenbos & Monnikhof (2001, pg.54) en van Woerkum ( 2000: pg. 96-97) wordt het belang van wederzijdse openheid benadrukt.

Duidelijkheid vooraf over de rol en inbreng van het bestuur en die van de participanten
In plaats van het proces te beheersen wordt er bij interactieve beleidsvorming getracht de dynamiek en wisselwerking met participanten op te zoeken. Dit neemt echter niet weg dat de verwachtingen van het bestuur en externe partijen voorafgaand aan het beleidsproces moeten worden vastgelegd.

Meerwaarde van participatie
Interactief beleid is alleen effectief wanneer de participatie van burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere overheden ook daadwerkelijk een bijdrage kan leveren aan het beleid. Het bestuur dient daarom concreet aan te geven wat het van de participanten verwacht, zowel inhoudelijk als procesmatig. Er is enkel sprake van meerwaarde wanneer participanten ook in staat zijn en bereid zijn om aan deze verwachtingen te voldoen.

Constructieve relatie
Constructief betekent letterlijk ‘opbouwend’. Opbouwende relatie dekt in dit geval echter niet helemaal de lading. Bij een constructieve relatie draait het er eigenlijk om dat het interactieve proces niet beïnvloed wordt door onderliggende issues van de deelnemers. De constructieve relatie valt uiteen in de structurele, culturele en persoonlijke relatie tussen het bestuur en de participanten. Bij de structurele relatie draait het erom dat het bestuur en de participanten elkaar nodig hebben voor het realiseren van bepaalde doelstellingen. Een samenwerkingsstructuur kan hierbij ook bijdragen aan de constructieve relatie.

Ook vanuit de culturele invalshoek kan een aantal voorwaarden aan de constructieve relatie worden verbonden. Het bestuur en participanten moeten een gemeenschappelijke zin- of betekenisgeving hebben. Het is hierbij niet noodzakelijk dat zij geheel dezelfde opvattingen delen, maar wel dat er een gemeenschappelijke basis is om verschillen te bespreken. Hier vloeit uit voort dat de belangentegenstellingen tussen het bestuur en de participanten beperkt, overbrugbaar of uitwisselbaar moeten zijn. Wanneer er in het verleden al eerder een (positieve) samenwerking tussen het bestuur en de participanten is geweest, kan dit ook bijdragen aan de constructieve relatie.

Ook persoonlijke verhoudingen tussen het bestuur en participanten zijn van invloed. De samenwerking mag niet verstoord worden door persoonlijke conflicten, verschillen of negatieve ervaringen met bepaalde personen.

Geschikte problematiek
Er zijn zowel interactieve als niet-interactieve benaderingen om vraagstukken aan te pakken. Een interactieve aanpak hoeft dan ook niet altijd de meest geschikte benadering te zijn. Problematiek dient bijvoorbeeld niet dusdanig urgent te zijn. Er moet juist voldoende tijd worden uitgetrokken voor de participatie van belanghebbenden. Daarnaast is de problematiek geschikt als deze voldoende belangrijk is en voldoende belangstelling krijgt. Hierbij wordt er afgewogen of de problematiek voldoende gewicht heeft voor het bestuur in relatie tot de extra tijd, inspanning en geld. Ook moeten participanten geïnteresseerd zijn in de problematiek. Het probleem moet voor hen herkenbaar zijn en aansluiten bij hun belevingswereld. Hiernaast moet de problematiek hanteerbaar zijn en nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd. Hierbij speelt de meerwaarde van participatie een rol. De problematiek moet voldoende begrijpelijk zijn voor de participanten en moet de competenties van het bestuur niet te boven gaan. Hiernaast moet de beleidsaanpak voor het probleem nog niet bekend zijn en er moet nog onvoldoende overeenstemming tussen verschillende partijen zijn. Tot slot moet de problematiek zich verdragen met openbare behandeling. Dit houdt in dat problemen die geheimhouding vergen, niet geschikt zijn voor interactief beleid.

Voldoende capaciteiten en hulpmiddelen
Tot slot dient er voldoende beschikking te zijn over capaciteit en hulpmiddelen. In vergelijking met ‘klassieke’ beleidsprocessen vergt interactief beleid meestal een extra inspanning. Daarom is het van belang dat het bestuur beschikt over voldoende menskracht, geld en andere hulpmiddelen. Ook externe partijen zullen tijd en andere hulpmiddelen moeten investeren.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.