Tussentijds oordelen

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 03 August 17:57

     In tegenstelling tot het verbod om definitieve oordelen uit te spreken, wordt er in de Schriften van de mens verwacht dat hij zogezegd ‘tussentijds oordeelt’. Deze oordelen zijn belangrijk als onderdeel van onze persoonlijke keuzevrijheid.

    We moeten uiteraard iedere dag oordelen als we onze keuzevrijheid gebruiken, maar we moeten erop letten dat ons oordeel over andere mensen tijdelijk is en niet definitief. Daarom bevatten de leringen van de Heiland zoveel geboden die we niet kunnen onderhouden als we geen tijdelijke oordelen over mensen uitspreken: “Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen” (Matteüs 7:6); “Wacht u voor de valse profeten. Aan hun vruchten zult gij hen kennen” (Matteüs 7:15–16); en “Gaat uit van onder de goddelozen” (LV 38:42).

                                  

      We beoordelen allemaal met wie we vriendschap sluiten, hoe we onze tijd indelen en ons geld uitgeven, en uiteraard wie onze eeuwige partner wordt. Een aantal van deze tussentijdse oordelen vallen onder de oordelen die de Heiland noemde toen Hij zei dat “het gewichtigste van de wet het oordeel” omvat (Matteüs 23:23).

                                 

     Laten we een aantal beginselen of ideeën overwegen die tot een “rechtschapen oordeel” leiden.

     Ten eerste, een rechtschapen oordeel moet per definitie tijdelijk zijn. Het mag niet inhouden dat iemand definitief de verhoging zal ingaan of dat iemand zeker naar de hel zal gaan. We mogen niet verklaren dat iemand zijn verhoging heeft verspeeld of zijn kans om een nuttige rol in het werk van de Heer te spelen. Het evangelie is een evangelie van hoop, en niemand heeft de bevoegdheid om de macht van de verzoening te verloochenen met betrekking tot de bekering van zonden, vergeving, en een verandering in het leven op de juiste voorwaarden.

     Ten tweede, een rechtschapen oordeel zal onder leiding van de Geest van de Heer worden uitgesproken, niet door boosheid, jaloezie of eigenbelang.  

     Ten derde, om rechtschapen te zijn, moet een tijdelijk oordeel binnen ons rentmeesterschap vallen. We mogen geen oordelen vellen die buiten ons gebied van verantwoordelijkheid vallen.  

     Een vierde beginsel van rechtschapen tussentijds oordelen is dat wij zo mogelijk niet moeten oordelen totdat alle feiten bekend zijn.  

                    

     Soms worden we door dringende omstandigheden gedwongen om een voorlopig oordeel te vellen, voordat we alle feiten op een rijtje hebben. Onder dergelijke omstandigheden doen we ons uiterste best, en vertrouwen we op de leer in de hedendaagse Schriftuur dat we ons “vertrouwen [stellen] in die Geest, Die u aanspoort goed te doen, ja, rechtvaardig te handelen, ootmoedig te wandelen, rechtvaardig te oordelen” (LV 11:12).

     Een vijfde beginsel van rechtschapen tussentijds oordelen is dat we zoveel mogelijk de situatie beoordelen en niet de persoon zelf.

                                   

     Een laatste beginsel van rechtschapen oordelen is dat we rechtschapen normen hanteren. Als we onrechtschapen normen hanteren, zal ons oordeel ook onrechtschapen zijn. Als er niet voldoende rechtschapen normen gehanteerd worden, lopen we het risico dat we zelf ook aan de hand van onjuiste of onrechtschapen normen geoordeeld zullen worden. De fundamentele tekst over dit onderwerp bevat de volgende waarschuwing: “Want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden”, (Matteüs 7:2) en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen. 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.